Home

Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Geldig van 1 april 2024 tot 1 juli 2024
Geldig van 1 april 2024 tot 1 juli 2024

Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-04-2024 tot 01-07-2024]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Financiën van 12 juli 2006, nr. FM 2006-01681 M;

Gelet op richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEG L 375), richtlijn nr. 87/102/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 22 december 1986 betreffende de harmonisatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake het consumentenkrediet (PbEG 1987 L 42), richtlijn nr. 92/49/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (PbEG L 228), richtlijn nr. 93/22/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PbEG L 141), richtlijn nr. 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 september 2002 betreffende de verkoop op afstand van financiële diensten aan consumenten en tot wijziging van de richtlijnen nr. 90/619/EEG, nr. 97/7/EG en nr. 98/27/EG (PbEG L 271), richtlijn nr. 2002/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende levensverzekering (PbEG L 345) en richtlijn nr. 2002/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PbEG L 9) en de artikelen 4:3, vierde lid, 4:5, derde lid, 4:9, derde lid, 4:10, derde lid, 4:11, derde en vierde lid, 4:14, tweede lid, 4:15, tweede lid, aanhef en onderdeel a en onderdeel b, onder 2°, 4:16, tweede en derde lid, 4:17, derde lid, 4:20, eerste lid, tweede lid, derde lid, aanhef en onderdeel b, vierde lid, en vijfde lid, 4:22, eerste lid, 4:25, eerste lid, 4:26, derde lid, 4:27, vierde lid, 4:30a, derde lid, 4:32, tweede lid, 4:33, derde en vierde lid, 4:34, derde lid, 4:43, tweede lid, 4:48, tweede lid, 4:49, tweede lid, aanhef en onderdeel e, 4:51, vierde lid, 4:52, derde lid, 4:56, eerste lid, 4:61, 4:71, vierde lid, 4:72, derde lid, aanhef en onderdeel a, 4:73, derde lid, aanhef en onderdelen a en c, 4:74, tweede lid, 4:75, tweede lid, 4:76, tweede lid, 4:78, eerste lid, 4:85, derde lid, 4:86, 4:87, derde lid, 4:88, derde lid, en 4:89, tweede lid, van de Wet op het financieel toezicht;

De Raad van State gehoord (advies van 20 september 2006, nr. W06.06.0334/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Financiën van 9 oktober 2006 (nr. FM 2006-02268 M);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

§ 1.1. Definities

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

afsluitprovisie:

  1. 1°.

    beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst inzake een betalingsbeschermer, een complex product, een hypothecair krediet, een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, een schadeverzekering of een uitvaartverzekering, tussen hem en een consument rechtstreeks of middellijk voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst betaalt; of

  2. 2°.

    beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, die een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, ter gelegenheid van de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument inzake dat financieel product voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt;

bestuurder: indien het een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder betreft, een ieder die krachtens wet een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder vertegenwoordigt of het beleid van een beheerder, beleggingsmaatschappij of bewaarder bepaalt;

betalingsbeschermer: verzekering ter dekking van het risico dat de verzekeringnemer betalingsverplichtingen uit hoofde van een overeenkomst inzake krediet niet kan nakomen;

betalingstermijn: tijdvak dat ligt tussen:

  1. 1°.

    het tijdstip waarop een aanbieder ter uitvoering van een overeenkomst inzake krediet een geldsom ter beschikking stelt, of aanvangt met het verschaffen van het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject of met het verlenen van een dienst en het tijdstip waarop de consument gehouden is de eerste betaling ter zake daarvan te hebben gedaan: of

  2. 2°.

    twee opeenvolgende tijdstippen waarop een consument gehouden is ter zake van een overeenkomst inzake krediet een betaling te hebben gedaan;

commissie: beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, voor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent;

complex product:

  1. 1°.

    combinatie van twee of meer financiële producten die ten minste een financieel product omvat waarvan de waarde afhankelijk is van de ontwikkelingen op financiële markten of andere markten;

  2. 2°.

    recht van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe dat niet verhandelbaar is of dat op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa direct of indirect wordt ingekocht of terugbetaald;

  3. 3°.

    levensverzekering, niet zijnde een natura-uitvaartverzekering of een andere verzekering die uitsluitend strekt tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon of een verzekering waarbij de verplichting van de verzekeraar tot het doen van een uitkering of een reeks van uitkeringen alleen dan ontstaat, indien het overlijden van degene op wiens leven de verzekering betrekking heeft plaatsvindt voor de in de polis genoemde datum;

  4. 4°.

    combinatie van een hypothecair krediet met een levensverzekering als bedoeld onder 3°, of met een spaarrekening;

  5. 5°.

    beleggingsobject;

  6. 6°.

    spaarrekening eigen woning als bedoeld in artikel 10bis.5, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

  7. 7°.

    beleggingsrecht eigen woning als bedoeld in artikel 10bis.5, derde lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;

  8. 8°.
  9. 9°.
  10. 10°.

    ander financieel product dat bij ministeriële regeling kan worden aangewezen indien dit ten behoeve van de vergelijkbaarheid van de onder 2° tot en met 9° bedoelde complexe producten met dit financiële product in verband met de belangen die het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet beoogt te beschermen wenselijk is; of

  11. 11°.

    combinatie van een of meer onder 2° tot en met 10° bedoelde complexe producten met een of meer financiële producten;

consumptief krediet: krediet, niet zijnde hypothecair krediet;

debetrentevoet: verschuldigde rente voor een krediet, uitgedrukt op jaarbasis en toegepast in een vast of variabel percentage;

dekkingspercentage: een door de aanbieder van krediet vastgesteld percentage van de waarde van de in onderpand gegeven financiële instrumenten, bedoeld in artikel 1:1 van de wet, of van de daartoe behorende afzonderlijke financiële instrumenten aan de hand waarvan de aanbieder van krediet de kredietlimiet bepaalt;

deposito: tegoed bij een bank dat onmiddellijk kan worden opgevraagd en waarvan de rentetermijn ten hoogste twaalf maanden bedraagt;

derdepijlerpensioenproduct: fiscaal gefaciliteerd financieel product met een beleggingscomponent, die niet voortkomt uit een arbeidsrechtelijke overeenkomst en waarop de Pensioenwet, de Wet Bpf 2000 en de Wet verplichte beroepspensioenregeling niet van toepassing zijn, met als doel het genereren van pensioeninkomen voor de consument;

distributiekosten: kosten voor het completeren van het dossier ten behoeve van de aanvraag van de offerte, het ondersteunen van de consument of, indien het een verzekering betreft, de cliënt bij de aanvraag en bij het aangaan van een overeenkomst met betrekking tot een financieel product en de kosten voor het maken van reclame-uitingen voor de genoemde werkzaamheden en voor advies;

doorlopende provisie:

  1. 1°.

    beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die een aanbieder van een betalingsbeschermer, een complex product, een hypothecair krediet, een hypothecair krediet gecombineerd met een beleggingsrekening, een schadeverzekering of een uitvaartverzekering, na de totstandkoming van een overeenkomst tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt; of

  2. 2°.

    beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, niet zijnde afsluitprovisie, die door een aanbieder van een financieel product dat onderdeel uitmaakt van een complex product als bedoeld in onderdeel d, onder 4°, dat is samengesteld of in de markt verkrijgbaar gesteld door een bemiddelaar, na de totstandkoming van een overeenkomst inzake dat financieel product tussen hem en een consument voor het bemiddelen of adviseren inzake die overeenkomst rechtstreeks of middellijk betaalt;

doorlopend krediet: overeenkomst inzake:

  1. 1°.

    geldkrediet waarbij de consument op verschillende tijdstippen geldsommen kan opnemen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt; of

  2. 2°.

    goederenkrediet waarbij de aanbieder of een derde gehouden is aan een consument op verschillende tijdstippen het genot van een roerende zaak, financieel instrument of beleggingsobject te verschaffen of een dienst te verlenen, voorzover het uitstaande saldo de kredietlimiet niet overschrijdt;

duurzaamheidsrisico: duurzaamheidsrisico in de zin van artikel 2, onder 22, van Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PbEU 2019, L 317);

effectenkrediet: het aan een consument ter beschikking stellen van een doorlopend krediet tegen onderpand van financiële instrumenten als bedoeld in artikel 1:1 van de wet, waarmee de consument transacties kan verrichten in financiële instrumenten en de aanbieder van krediet betrokken is bij die transacties;

eindtermen: normen met betrekking tot de vakbekwaamheid voor het verlenen van een bepaalde financiële dienst met betrekking tot een bepaald financieel product;

essentiële beleggersinformatie: een kort document waarin informatie over de in artikel 66a, eerste lid, genoemde onderwerpen is weergegeven met betrekking tot rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe;

essentiële-informatiedocument voor pensioenproducten: document waarin informatie over de in artikel 66, eerste lid, genoemde onderwerpen met betrekking tot een derdepijlerpensioenproduct is weergegeven;

financieel derivaat: financieel instrument als bedoeld in artikel 4:60, eerste lid, onderdeel d, e, f of g, van de wet;

gedelegeerde uitvoeringsrichtlijn markten voor financiële instrumenten 2014: gedelegeerde richtlijn (EU) 2017/593 van de Commissie van 7 april 2016 tot aanvulling van richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot het vrijwaren van financiële instrumenten en geldmiddelen die aan cliënten toebehoren, productgovernanceverplichtingen en de regels die van toepassing zijn op het betalen of het ontvangen van provisies, commissies en geldelijke of niet-geldelijke tegemoetkomingen (PbEU 2017, L 87);

geldmarktinstrument: een financieel instrument als bedoeld in artikel 11 van de gedelegeerde verordening markten voor financiële instrumenten 2014 inzake organisatorische eisen;

gelieerde partij:

  1. 1°.

    persoon die met een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe of met een bestuurder van een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur is verbonden;

  2. 2°.

    persoon die direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor invloed van betekenis kan worden uitgeoefend op het zakelijk of financieel beleid van een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe;

  3. 3°.

    natuurlijke persoon die in een familierechtelijke betrekking staat tot een bestuurder van een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe of tot een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° of 2°;

  4. 4°.

    natuurlijke persoon die een persoonlijke relatie heeft met een bestuurder van een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe of met een natuurlijke persoon als bedoeld onder 1° of 2°, in welke relatie hij het handelen van de bestuurder of de natuurlijke persoon met betrekking tot de beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe kan beïnvloeden;

  5. 5°.

    rechtspersoon waarin een bestuurder van een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe of een natuurlijke persoon als bedoeld onder 3° of 4°, direct of indirect stemrecht kan uitoefenen of anderszins bepaalde rechten kan uitoefenen waardoor sprake is van invloed van betekenis op het zakelijk of financieel beleid van die rechtspersoon; of

  6. 6°.

    natuurlijke persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten of bewaarder van een icbe;

gelieerd financieel instrument: een financieel instrument waarvan de prijs sterk wordt beïnvloed door prijsschommelingen van een ander financieel instrument dat het onderwerp van onderzoek op beleggingsgebied is of van een van dit andere financiële instrument afgeleid financieel instrument;

geschilleninstantie: instantie tot beslechting van geschillen met betrekking tot betaaldiensten, financiële diensten of financiële producten van een financiële onderneming;

incident: gedraging of gebeurtenis die een ernstig gevaar vormt voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;

integriteitgevoelige functie:

  1. 1°.

    leidinggevende functie direct onder de personen die het beleid van de financiële onderneming bepalen of mede bepalen; of

  2. 2°.

    functie waaraan een bevoegdheid is verbonden die een wezenlijk risico bevat voor de integere uitoefening van het bedrijf van een financiële onderneming;

integriteitrisico: gevaar voor de aantasting van de reputatie of bestaande of toekomstige bedreiging van vermogen of resultaat van een financiële onderneming als gevolg van een ontoereikende naleving van hetgeen bij of krachtens enig wettelijk voorschrift is voorgeschreven;

internationale jaarrekeningstandaarden: internationale standaarden voor jaarrekeningen die door de Commissie van de Europese Gemeenschappen van toepassing zijn verklaard overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 (PbEG L 243);

jaarlijks kostenpercentage: totale kosten van een krediet voor de consument, bij een consumptief krediet uitgedrukt in een percentage op jaarbasis van het totale kredietbedrag, berekend volgens de basisvergelijking en aanvullende hypothesen, opgenomen in bijlage A, of de bij de uitvoering van een overeenkomst inzake hypothecair krediet aan de consument in rekening te brengen totale kosten van het hypothecair krediet, uitgedrukt in een percentage op jaarbasis, berekend volgens de basisvergelijking en aanvullende hypothese, opgenomen in bijlage B;

kosten: bedragen die een financiële onderneming in rekening brengt of ten laste laat komen van een cliënt, consument of deelnemer;

kredietlimiet:

  1. 1°.

    maximum bedrag van door een consument bij de aanbieder van krediet op te nemen geldsommen ter uitvoering van een overeenkomst inzake doorlopend geldkrediet; of

  2. 2°.

    maximumwaarde van door een aanbieder van krediet aan de consument te verschaffen genot van een zaak, financieel instrument of beleggingsobject, of te verlenen dienst ter uitvoering van een overeenkomst inzake doorlopend goederenkrediet;

kredietsom:

  1. 1°.

    geldsom die de consument in het kader van een overeenkomst inzake geldkrediet ter beschikking wordt gesteld, met dien verstande dat indien het doorlopend krediet betreft de kredietlimiet als die geldsom wordt aangemerkt; of

  2. 2°.

    verschil tussen het totaal van de contante waarde van de roerende zaken, financiële instrumenten, beleggingsobjecten of diensten, waarvan de consument het genot wordt verschaft, onderscheidenlijk welke aan de consument worden verleend, in het kader van een overeenkomst inzake goederenkrediet, en de door deze in dat kader gedane contante betalingen, met dien verstande dat indien het doorlopend krediet betreft de kredietlimiet als dat verschil wordt aangemerkt;

kredietvergoeding: kosten ter zake van een overeenkomst inzake krediet;

maandlast: bedrag dat een consument verschuldigd is aan betalingen ter zake van krediet, berekend voor één kalendermaand, waaronder in ieder geval betalingen aan rente en aflossing in verband met het krediet;

nauwe banden: situatie waarin twee of meer natuurlijke of rechtspersonen verbonden zijn door:

  1. 1°.

    een deelneming, dat wil zeggen het rechtstreeks of door middel van een zeggenschapsband houden van ten minste 20% van de stemrechten of het kapitaal van een rechtspersoon;

  2. 2°.

    een zeggenschapsband, dat wil zeggen de band die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming, in alle gevallen zoals bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of een band van dezelfde aard tussen een natuurlijke of rechtspersoon en een andere rechtspersoon; een dochteronderneming van een dochteronderneming wordt ook beschouwd als een dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van deze ondernemingen staat;

onderzoek op beleggingsgebied: onderzoek of andere voor het publiek bestemde informatie waarbij expliciet of impliciet een beleggingsstrategie wordt aanbevolen of voorgesteld ten aanzien van één of meerdere financiële instrumenten of uitgevende instellingen van financiële instrumenten, daaronder begrepen aanbevelingen betreffende de huidige of toekomstige waarde of koers van dergelijke instrumenten, welk onderzoek:

  1. als onderzoek op beleggingsgebied wordt gepresenteerd of op enigerlei andere wijze wordt voorgesteld als een objectieve of onafhankelijke verklaring van de aangelegenheden die in de aanbeveling aan de orde komen; en

  2. indien het tot een cliënt zou zijn gericht, geen adviseren is;

op- en afslagen: bedragen waarmee de door de deelnemers voor rechten van deelneming in een icbe betaalde of ontvangen prijs of terugbetaling worden verhoogd onderscheidenlijk verlaagd ten opzichte van de intrinsieke waarde van de rechten van deelneming;

pensioenverzekering: levensverzekering die een werkgever afsluit ten behoeve van zijn werknemers, waaronder de directeur-grootaandeelhouder, bestaande uit een ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;

persoonlijke transactie: een transactie in een financieel instrument door of in naam van een relevante persoon, waarbij:

  1. 1°.

    de betrokken relevante persoon handelt anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf;

  2. 2°.

    de transactie wordt verricht voor rekening van de relevante persoon;

  3. 3°.

    de transactie wordt verricht voor rekening van een persoon met wie de relevante persoon familiebanden of nauwe banden heeft; of

  4. 4°.

    de transactie wordt verricht voor rekening van een persoon wiens relatie met de relevante persoon van dien aard is dat de relevante persoon een direct of indirect wezenlijk belang heeft bij het resultaat van de transactie afgezien van een provisie voor de uitvoering van de transactie;

prime broker: een entiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel af, van de richtlijn beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen;

relevante persoon:

  1. 1°.

    een persoon die het dagelijks beleid bepaalt of een verbonden agent is van een beleggingsonderneming;

  2. 2°.

    een ieder die het dagelijks beleid bepaalt van een verbonden agent van een beleggingsonderneming;

  3. 3°.

    een werknemer van de beleggingsonderneming of van een verbonden agent van de beleggingsonderneming of een andere natuurlijke persoon wiens diensten ter beschikking en onder zeggenschap staan van een beleggingsonderneming onderscheidenlijk de verbonden agent en die betrokken is bij het verrichten van beleggingsactiviteiten of het verlenen van beleggingsdiensten door de beleggingsonderneming; of

  4. 4°.

    een natuurlijke persoon die uit hoofde van een overeenkomst tot uitbesteding met het oog op het verlenen of verrichten door de beleggingsonderneming van beleggingsdiensten of beleggingsactiviteiten rechtstreeks betrokken is bij het verrichten van diensten ten behoeve van de beleggingsonderneming of haar verbonden agent;

retourprovisie: gedeelte van een door of ten laste van een icbe voor een dienst van een derde te betalen of betaalde vergoeding dat direct of indirect door de ontvanger wordt terugbetaald of doorbetaald;

richtlijn betaaldiensten: richtlijn 2015/2366 EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betaaldiensten in de interne markt, houdende wijziging van de Richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van Richtlijn 2007/64/EG (PbEU 2015, L 337);

richtlijn consumentenkrediet: richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PbEU L133);

richtlijn elektronisch geld: richtlijn nr. 2009/110 van het Europees parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (Pb EU L 267);

risico-indicator: weergave van het risiconiveau van een complex product;

serie van beleggingsobjecten: verzameling van beleggingsobjecten waarvoor hetzelfde beleggingsobjectprospectus, bedoeld in artikel 4:30a, van de wet wordt opgesteld;

termijnbedrag: bedrag van de betaling die een consument aan het einde van een betalingstermijn moet hebben gedaan;

toetstermen: criteria waaraan de vakbekwaamheid van een persoon wordt getoetst om te kunnen vaststellen of deze voldoet aan de eindtermen;

totale door de consument te betalen bedrag: som van het totale kredietbedrag en de totale kosten van het krediet voor de consument;

totale kosten van het krediet voor de consument: alle kosten inzake een krediet, met uitzondering van notariskosten, die de consument in verband met een krediet moet betalen en die de aanbieder bekend zijn, vergoedingen van welke aard ook en kosten in verband met nevendiensten met betrekking tot het krediet, indien het sluiten van een overeenkomst met betrekking tot die diensten verplicht is om het krediet op de geadverteerde voorwaarden te verkrijgen, en indien het hypothecair krediet betreft met inbegrip van de kosten voor de waardebepaling van het onroerend goed, indien die waardebepaling verplicht is om het krediet te verkrijgen en met uitzondering van de kosten voor de registratie van de eigendomsoverdracht van het onroerend goed;

totale kredietbedrag: de kredietlimiet of de kredietsom;

uitstaand saldo:

  1. 1°.

    indien het geldkrediet betreft: op enig tijdstip bestaand totaal van de tot en met dat tijdstip door de consument opgenomen geldsommen, vermeerderd met de tot en met dat tijdstip aan de consument in rekening gebrachte kredietvergoeding en verminderd met de tot en met dat tijdstip door de consument gedane betalingen;

  2. 2°.

    indien het goederenkrediet betreft: op enig tijdstip bestaand totaal van de contante waarde van de roerende zaken, financiële instrumenten, beleggingsobjecten of diensten waarvan tot en met dat tijdstip aan de consument het genot is verschaft, of welke tot en met dat tijdstip aan de consument zijn verleend, vermeerderd met het totaalbedrag van de tot en met dat tijdstip aan de consument in rekening gebrachte kredietvergoeding en verminderd met de tot en met dat tijdstip door de consument gedane betalingen;

uitvaartverzekering: levensverzekering die uitsluitend strekt tot het doen van geldelijke uitkeringen in verband met de verzorging van de uitvaart van een natuurlijke persoon of een natura-uitvaartverzekering;

verordening beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen: verordening van de Commissie van 19 december 2012 tot aanvulling van richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van vrijstellingen, algemene voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening, bewaarders, hefboomfinanciering, transparantie en toezicht (PbEU 2013, L 83);

wet: Wet op het financieel toezicht;

woning: een gebouw of een afzonderlijk gedeelte daarvan en de bij dat gebouw behorende grond, een duurzaam aan een plaats gebonden woonschip of een woonwagen als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet op de huurtoeslag en de daarbij behorende standplaats als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, van de Wet op de huurtoeslag.

§ 1.2. Bijzondere bepalingen

Artikel 1a

Artikel 2

Artikel 2a [Vervallen per 11-11-2022]

Artikel 2b [Vervallen per 11-11-2022]

Artikel 2c [Vervallen per 11-11-2022]

Artikel 3

Artikel 4

Hoofdstuk 2. Vakbekwaamheid van medewerkers

§ 2.1. Bewijzen van vakbekwaamheid

Artikel 5

Artikel 5a

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8 [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

§ 2.2. Exameninstituten

Artikel 11a

Artikel 11b

Artikel 11c

Artikel 11ca

Artikel 11d

§ 2.3. Centrale examenbank

Artikel 11e

§ 2.4. Informatiesysteem inzake beroepskwalificaties

Artikel 11f

Artikel 11g

Artikel 11h

Artikel 11i

Artikel 11j

§ 2.5. Doorberekening kosten

Artikel 11k

Hoofdstuk 3. Betrouwbaarheid

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Hoofdstuk 4. Integere uitoefening van het bedrijf

§ 4.1. Beleggingsinstellingen, icbe’s, hun beheerders, hun bewaarders, en pensioenbewaarders

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

§ 4.2. Beleggingsondernemingen

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

§ 4.3. Financiëledienstverleners

Artikel 28

Artikel 29

Hoofdstuk 5. Beheerste uitoefening van het bedrijf

§ 5.1. Algemene aspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 29.0a

Artikel 29a

Artikel 29b

Artikel 30

Artikel 30a

Artikel 31

Artikel 31a

Artikel 31b

Artikel 31c

Artikel 31d

Artikel 31e

Artikel 31f

Artikel 31g

Artikel 31ga

Artikel 31h

Artikel 31i [Vervallen per 03-09-2022]

§ 5.2. Gedragsaspecten van de bedrijfsvoering

Artikel 31j

Artikel 32

Artikel 32a

Artikel 32aa

Artikel 32ab

Artikel 32b

Artikel 32c

Artikel 32d

Artikel 32e

Artikel 33

Artikel 33a

Artikel 34

Artikel 34a

Artikel 34b

Artikel 34c

Artikel 34d

Artikel 34e

Artikel 34f

Artikel 34g

Artikel 35

Artikel 35.0a

Artikel 35a

Artikel 35b

Artikel 35c

Artikel 35d

Artikel 35e

Artikel 35f

Artikel 35g [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 35h [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 35i [Vervallen per 07-02-2015]

Hoofdstuk 6. Uitbesteden van werkzaamheden

Artikel 36

Artikel 37

Artikel 37a

Artikel 37b

Artikel 38

Artikel 38a

Artikel 38b [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 38c [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 38d [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 38e [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 38f [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 38g

Artikel 38h

Artikel 38i

Artikel 38j

Artikel 38k

Artikel 38l

Hoofdstuk 7. Klachtenafhandeling

§ 7.1. Interne klachtenprocedure

Artikel 39

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 42

Artikel 43

Artikel 43a

Artikel 44

§ 7.2. Aangewezen geschilleninstantie

Artikel 44a

Artikel 45

Artikel 46

Artikel 47

Artikel 48

Artikel 48a

Artikel 48b [Vervallen per 09-07-2015]

Artikel 48c [Vervallen per 09-07-2015]

Artikel 48d

Artikel 48e

Artikel 48f

Hoofdstuk 8. Zorgvuldige dienstverlening

Afdeling 8.1. Informatieverstrekking

§ 8.1.1. Inleidende bepalingen

Artikel 49
Artikel 49a
Artikel 49.0b

§ 8.1.1a. Cliëntenclassificatie

Artikel 49b

§ 8.1.2. Algemene informatie over financiële ondernemingen

Artikel 50
Artikel 50a [Vervallen per 07-02-2015]
Artikel 51
Artikel 51.0

§ 8.1.2a. Informatieverstrekking door beleggingsondernemingen en aanbieders van hypothecair krediet

Artikel 51a
Artikel 51b

§ 8.1.3. Reclame-uitingen en andere onverplichte precontractuele informatie

Artikel 52
Artikel 53
Artikel 54
Artikel 55
Artikel 56

§ 8.1.4. Verplichte precontractuele informatie

Artikel 57
Artikel 58
Artikel 58a
Artikel 58b [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 58c [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 58d [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 58e [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 58f [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 59 [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 59a
Artikel 59aa
Artikel 59ab
Artikel 59ac
Artikel 59ad
Artikel 59b
Artikel 59c
Artikel 59d
Artikel 59e
Artikel 59f
Artikel 59g
Artikel 59h
Artikel 60
Artikel 61
Artikel 62
Artikel 63
Artikel 63a
Artikel 63b
Artikel 63c

§ 8.1.5. Precontractuele informatiedocumenten

Artikel 64
Artikel 65
Artikel 65a
Artikel 65b
Artikel 66
Artikel 66a
Artikel 66b

§ 8.1.6. Informatie gedurende de looptijd van een overeenkomst

Artikel 67
Artikel 68
Artikel 68a
Artikel 68b
Artikel 68c
Artikel 69
Artikel 70
Artikel 71 [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 71a [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 71b
Artikel 71ba
Artikel 71c
Artikel 71d
Artikel 71e
Artikel 71f
Artikel 71g
Artikel 71h
Artikel 71i
Artikel 71j
Artikel 71k
Artikel 71l
Artikel 72
Artikel 72a
Artikel 73
Artikel 74
Artikel 75
Artikel 76

§ 8.1.7. Informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand

Artikel 77
Artikel 78
Artikel 79
Artikel 80
Artikel 80.0a

Afdeling 8.2. Overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening

§ 8.2.1. Inwinnen van informatie door beleggingsondernemingen en financiëledienstverleners

Artikel 80a [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 80b [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 80c [Vervallen per 03-01-2018]
Artikel 80d
Artikel 80e
Artikel 80f

§ 8.2.2. Bepalingen ter uitvoering van de artikelen 4:25, eerste lid , 4:25a, eerste lid , en 4:25b van de wet

Artikel 81
Artikel 81a
Artikel 81b
Artikel 81c
Artikel 81ca
Artikel 81d
Artikel 81e
Artikel 82
Artikel 83
Artikel 83a
Artikel 83b [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 83c [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 84
Artikel 85
Artikel 86
Artikel 86a [Vervallen per 07-02-2015]
Artikel 86b
Artikel 86c
Artikel 86d
Artikel 86e
Artikel 86ea
Artikel 86f
Artikel 86g
Artikel 86h
Artikel 86i
Artikel 86ia

§ 8.2.3. Provisies inzake overeenkomsten betreffende betalingsbeschermers, complexe producten, hypothecair krediet en uitvaartverzekeringen die zijn aangegaan voor de inwerkingtreding van artikel 86c

Artikel 86j
Artikel 86k
Artikel 86l
Artikel 86m

Hoofdstuk 9. Meldingsplichten

Afdeling 9.1. Melding wijzigingen door financiële ondernemingen

§ 9.1.0. Afwikkelondernemingen

Artikel 87a

§ 9.1.1. Beheerders van beleggingsinstellingen en beheerders van icbe’s

Artikel 87
Artikel 88
Artikel 88a
Artikel 88b
Artikel 89
Artikel 90
Artikel 91
Artikel 92
Artikel 92a

§ 9.1.2. Beleggingsondernemingen

Artikel 93
Artikel 94
Artikel 95
Artikel 96
Artikel 97
Artikel 98
Artikel 99

§ 9.1.3. Collectieve vergunninghouders

Artikel 100

§ 9.1.4. Financiëledienstverleners

Artikel 101
Artikel 102
Artikel 103
Artikel 104

§ 9.1.5. Verzekeraars

Artikel 105
Artikel 106

Afdeling 9.2. Meldingsplicht accountant

Artikel 107

Artikel 108

Afdeling 9.3. Instemmingsvereiste centrale tegenpartij en centrale effectenbewaarinstelling

Artikel 108a

Artikel 108b

Hoofdstuk 10. Aanvullende regels betreffende aanbieden

Afdeling 10.1. Beleggingsobjecten

Artikel 109

Artikel 110

Afdeling 10.1a. [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 110a [Vervallen per 01-01-2012]

Artikel 110b [Vervallen per 01-01-2012]

Afdeling 10.2. Krediet

§ 10.2.1. Precontractuele informatie inzake krediet

Artikel 111
Artikel 112
Artikel 112a
Artikel 112b
Artikel 112c
Artikel 112d
Artikel 112e

§ 10.2.2. Verplichting tot inwinnen van informatie en ten hoogste toegelaten kredietvergoeding

Artikel 113
Artikel 114
Artikel 115
Artikel 115a
Artikel 115ab

Afdeling 10.3. Rechten van deelneming in een beleggingsinstelling of icbe

§ 10.3.1. Regels voor beheerders van beleggingsinstellingen en beleggingsinstellingen

Artikel 115b
Artikel 115c
Artikel 115d [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 115e [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 115f [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 115g [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 115h [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 115i
Artikel 115j
Artikel 115k
Artikel 115l
Artikel 115m
Artikel 115n
Artikel 115o
§ 10.3.1.1. Aanvullende regels voor beheerders van beleggingsinstellingen inzake het aanbieden van rechten van deelneming aan niet-professionele beleggers
Artikel 115p
Artikel 115q
Artikel 115r
Artikel 115s
Artikel 115t
Artikel 115u
Artikel 115v
Artikel 115w
Artikel 115x
Artikel 115y
Artikel 115z
Artikel 115aa
Artikel 115bb
Artikel 115cc
Artikel 115dd
Artikel 115ee

§ 10.3.2. Regels voor beheerders van icbe’s en icbe’s

Artikel 116 [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 116a [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 116b
Artikel 117
Artikel 118
Artikel 119
Artikel 120
Artikel 121
Artikel 122
Artikel 123
Artikel 124
Artikel 125
Artikel 125a [Vervallen per 01-01-2009]
Artikel 126 [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 126a
Artikel 126b
Artikel 126c
Artikel 126d
Artikel 126e
Artikel 126f
Artikel 126g
Artikel 126h
Artikel 126i
Artikel 126j
Artikel 127 [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 128
Artikel 129
Artikel 130
Artikel 131
Artikel 132
Artikel 133
Artikel 134
Artikel 135
Artikel 136
Artikel 137
Artikel 138
Artikel 139
Artikel 140
Artikel 141
Artikel 142
Artikel 143
Artikel 144
Artikel 145
Artikel 146
Artikel 147
§ 10.3.2.1. Aanvullende regels voor master-icbe’s en feeder-icbe’s en overeenkomst tussen de betrokken accountants
Artikel 147a
Artikel 147b
Artikel 147c
Artikel 147d
Artikel 147e [Vervallen per 15-03-2016]
Artikel 147f
Artikel 147g
Artikel 147h
Artikel 147i
Artikel 147j
Artikel 147k
Artikel 147l
Artikel 147m
Artikel 147n
Artikel 147o
Artikel 147p
Artikel 147q
Artikel 147r
Artikel 147s
§ 10.3.2.2. Fusies tussen icbe's
Artikel 147t
Artikel 147u
Artikel 147v
Artikel 147w
Artikel 147x
Artikel 147y
Artikel 147z
Artikel 147aa
Artikel 147bb
Artikel 147cc
Artikel 147dd
§ 10.3.2.3. Regels voor bewaarders
Artikel 147ee
Artikel 147ff
Artikel 147gg
Artikel 147hh
Artikel 147ii
Artikel 147jj
Artikel 147kk
Artikel 147ll

Afdeling 10.4. Verzekeringen

Artikel 148

Artikel 149

Hoofdstuk 11. Aanvullende regels betreffende bemiddelen

Afdeling 11.1. Krediet

Artikel 149a [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 149b [Vervallen per 01-07-2013]

Artikel 150 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 151 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 152

Artikel 153

Artikel 154

Artikel 155

Artikel 156

Artikel 157

Artikel 158

Afdeling 11.2. Verzekeringen en hypothecair krediet

Artikel 159

Artikel 160

Hoofdstuk 12. Aanvullende regels betreffende herverzekeringsbemiddelen

Artikel 161

Hoofdstuk 12a. Aanvullende regels betreffende afwikkelondernemingen

Artikel 161a

Artikel 161b

Artikel 161c

Artikel 161d

Artikel 161e

Hoofdstuk 13. Aanvullende regels betreffende optreden als clearinginstelling

Artikel 162

Hoofdstuk 14. Aanvullende regels betreffende verlenen van beleggingsdiensten en verrichten van beleggingsactiviteiten

§ 14.1. Algemeen

Artikel 163

Artikel 164

Artikel 164a [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 164b [Vervallen per 03-01-2018]

Artikel 165

Artikel 165a

Artikel 165b

Artikel 165c

Artikel 165d

Artikel 165e

Artikel 165f

Artikel 165g

Artikel 166

Artikel 167

Artikel 167a

Artikel 168

Artikel 168a

Artikel 168aa

Artikel 168ab

Artikel 168ac

Hoofdstuk 14a. Premiepensioeninstellingen

Artikel 168b

Artikel 168c

Hoofdstuk 15. Slotbepalingen

Artikel 168d

Artikel 169

Artikel 170

Artikel 171

Artikel 171a [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 172

Artikel 173 [Vervallen per 22-07-2013]

Artikel 173a

Artikel 174 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 175

Artikel 176

Artikel 176a

Artikel 177

Artikel 177a

Artikel 178

Bijlage A. inhoudende de basisvergelijking en aanvullende hypothesen voor consumptief krediet, bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

Bijlage B. Basisvergelijking en aanvullende hypothesen voor hypothecair krediet als bedoeld in de definitie van jaarlijks kostenpercentage in artikel 1

Bijlage C. behorend bij artikel 13

Bijlage D. Standaardinformatie inzake consumptief krediet

Bijlage E. Consumptief kredietinformatie voor geoorloofde debetstand op een rekening

Bijlage F. Standaardinformatie inzake effectenkrediet

Bijlage G [Vervallen per 15-03-2016]

Bijlage H. behorend bij artikel 117

Bijlage I. behorende bij de artikelen 118, eerste lid en 115X, eerste lid

Bijlage J. behorend bij de artikelen 147b, vijfde lid , 147c en 147ll

Bijlage K. Europees gestandaardiseerd informatieblad hypothecair krediet (ESIS)