Home

Rechtbank Limburg, 09-02-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:1097, C/03/300765 / HA ZA 22-25

Rechtbank Limburg, 09-02-2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:1097, C/03/300765 / HA ZA 22-25

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
9 februari 2022
Datum publicatie
9 maart 2022
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2022:1097
Zaaknummer
C/03/300765 / HA ZA 22-25

Inhoudsindicatie

Oplevering ex.art.7:758 BW.

Uitspraak

vonnis

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

zaaknummer: C/03/300765 / HA ZA 22-25

Vonnis bij vervroeging in het incident van 9 februari 2022

in de zaak

[eiser in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 1] ,

en

[eiseres in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 2] ,

wonend te [woonplaats] ,

eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident,

advocaat mr. A.A. Mukuchian,

tegen

[gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident,

advocaat mr. L. Pander.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

-

de dagvaarding tevens provisionele vordering ex art. 223 Rv met 33 producties;

-

de conclusie van antwoord in het incident met 13 producties;

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten

2.1

De rechtbank gaat in het incident ex art. 223 Rv uit van het volgende.

a. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben op 10 juli 2019 een overeenkomst van aanneming van werk gesloten met [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] waarbij [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] op een perceel grond van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] , [adres] te [plaats] , een woning zou bouwen voor € 351.200,- (productie 1 dagvaarding). Er zijn negen termijnbetalingen overeengekomen die zijn genummerd van nul tot en met acht.

b. Tijdens de bouw zijn door [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] meerwerkopdrachten verstrekt. De overeenkomst houdt in dat oplevering zal plaatsvinden binnen 130 werkdagen na leggen beganegrondvloer. De vloer is op of omstreeks 2 april 2020 gelegd (productie 28 dagvaarding).

c. Bij brief van 17 september 2020 (productie 1 [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] ) aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] deelt [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] mee dat de woning kan worden opgeleverd en dat een dag daarvoor kan worden afgesproken nadat alle openstaande nota’s zijn betaald.

Het huis is nog niet opgeleverd.

d. Volgens het op verzoek van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] opgemaakte rapport van [naam bedrijf] (productie 5 dagvaarding) is onder meer het metselwerk aan de gevel op meerdere onderdelen onvoldoende. Herstel van de in voornoemd rapport gesignaleerde gebreken kost € 50.085,58.

e. Op verzoek van [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] heeft deze rechtbank een deskundige benoemd om onderzoek te doen naar de gestelde gebreken. Deze deskundige, Beeren ( [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] schrijft “Beerens” in nr. 25 antwoord incident) komt in zijn rapport (productie 9 dagvaarding) tot de conclusie dat herstel van de door hem gesignaleerde gebreken € 6.280,- kost. De gevelgebreken zijn hierbij uitgezonderd. Terzake die gevelgebreken rapporteert de deskundige dat het voegwerk niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, dat er sprake is van kleurverschil, dat het voegwerk met wisselende diepte is uitgevoerd en dat de baksteen lichte plekken vertoont. Volgens de fabrikant is dit veroorzaakt door kleiknolletjes die tijdens het maakproces niet voldoende zijn geraakt tijdens het walsen. De deskundige adviseert om het buitenspouwblad in zijn geheel te vervangen, hetgeen volgens hem € 77.333,32 kost.

f. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben onbetaald gelaten de laatste termijnfacturen zeven en acht en twee facturen inzake meerwerk, die allen voor de dag van oplevering hadden moeten zijn betaald. Zij hebben hiermee in totaal € 64.908,24 onbetaald gelaten.

g. [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] hebben beslag gelegd onder [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] waarbij hun totale vordering is begroot op € 338.854,15 (productie 26 dagvaarding).

h. Bij brief van 18 november 2021 (productie 22 dagvaarding) heeft (de gemachtigde van) [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] nogmaals laten weten dat de woning opleveringsklaar is, maar dat [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] eerst nog € 64.908,24 moeten betalen.

3 Het geschil

In de hoofdzaak:

3.1.1 [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] vorderen in de hoofdzaak dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat:

1. voor recht verklaart dat de overeenkomst van aanneming tussen [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] door middel van de aangetekende brief van 23 december 2021 buitengerechtelijk is ontbonden;

II. [gedaagde in de hoofdzaak, gedaagde in het incident] veroordeelt tot betaling aan [eisers in de hoofdzaak, eisers in het incident] van primair € 220.598,24, subsidiair € 201.593,03 en meer subsidiair een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander telkens te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf primair 23 december 2021 en subsidiair de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.

2 Subsidiair: gerechtelijke ontbindingsvorderingen

4 De beoordeling

5 De beslissing