Home

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Geldig vanaf 1 januari 2022
Geldig vanaf 1 januari 2022

Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2022]

Aanhef

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen voor het als uiterste middel verlenen van verplichte zorg op maat aan personen met een psychische stoornis, die aansluiten bij ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg en internationale ontwikkelingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1:1

1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. a.

    Onze Minister: Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

  2. b.

    accommodatie: bouwkundige voorziening of een deel van een bouwkundige voorziening met het daarbij behorende terrein van een zorgaanbieder waar zorg wordt verleend;

  3. c.

    advocaat: advocaat als bedoeld in artikel 9a van de Advocatenwet;

  4. d.

    bestuur van de raad voor rechtsbijstand: bestuur van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in hoofdstuk II van de Wet op de rechtsbijstand;

  5. e.

    crisismaatregel: door de burgemeester opgelegde maatregel als bedoeld in artikel 7:1 om verplichte zorg te verlenen;

  6. f.

    criteria voor verplichte zorg: criteria als bedoeld in artikel 3:3;

  7. g.

    doel van verplichte zorg: doel als bedoeld in artikel 3:4;

  8. h.

    familievertrouwenspersoon: familievertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 12:1;

  9. i.

    geneesheer-directeur: arts als bedoeld in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, aangewezen door en in dienst van de zorgaanbieder en verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken op het terrein van zorg en de verlening van verplichte zorg;

  10. j.

    gezinsvoogdijwerker: medewerker van een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, belast met het uitvoeren van de ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 255 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de voorlopige ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel van 257 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

  11. k.

    huisregels: huisregels als bedoeld in artikel 8:15;

  12. i.

    inspectie: Inspectie gezondheidszorg en jeugd;

  13. m.

    klachtencommissie: klachtencommissie als bedoeld in artikel 10:1;

  14. n.

    klachtprocedure: klachtprocedure als bedoeld in artikel 10:3;

  15. o.

    machtiging tot voorzetting van de crisismaatregel: rechterlijke machtiging om de crisismaatregel voort te zetten;

  16. p.
  17. q.

    patiëntenvertrouwenspersoon: patiëntenvertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 11:1;

  18. r.

    regio: regio als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s;

  19. s.

    tenuitvoerlegging: er voor zorg dragen dat de zorgaanbieder kan beginnen met de uitvoering van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging;

  20. t.

    verplichte zorg: zorg als bedoeld in artikel 3:1 en artikel 3:2, tweede lid;

  21. u.

    vertegenwoordiger: vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 1:3;

  22. v.

    zorg: zorg als bedoeld in artikel 3:2, eerste lid;

  23. w.

    zorgaanbieder: een rechtspersoon die bedrijfsmatig of beroepsmatig zorg als bedoeld in artikel 3:2 verleent, een organisatorisch verband van natuurlijke personen die bedrijfsmatig of beroepsmatig zorg als bedoeld in artikel 3:2 verlenen of doen verlenen, of een natuurlijk persoon die bedrijfsmatig zorg als bedoeld in artikel 3:2 doet verlenen;

  24. x.

    zorgkaart: zorgkaart als bedoeld in artikel 5:12;

  25. y.

    zorgmachtiging: rechterlijke machtiging om verplichte zorg te verlenen;

  26. z.

    zorgplan: zorgplan als bedoeld in artikel 5:13 of artikel 9:4;

  27. aa.

    zorgverantwoordelijke: degene die een geregistreerd beroep uitoefent als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg en die behoort tot een bij regeling van Onze Minister aangewezen categorie van deskundigen, verantwoordelijk voor de zorg;

  28. bb.

    zorgverlener: een natuurlijke persoon die beroepsmatig zorg verleent.

2.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder «ernstig nadeel» verstaan, het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

  1. levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;

  2. bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt;

  3. de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

  4. de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

3.

Een op grond van deze wet voor betrokkene afgegeven zorgmachtiging tot opname in een accommodatie schorst een eerdere voor deze persoon afgegeven rechterlijke machtiging op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten zodra betrokkene is opgenomen in een accommodatie. De schorsing eindigt op het moment dat de zorgmachtiging vervalt.

4.

Een op grond van deze wet voor betrokkene afgegeven zorgmachtiging tot opname in een accommodatie schorst een eerdere voor deze persoon afgegeven rechterlijke machtiging op grond van hoofdstuk 6 van de Jeugdwet zodra betrokkene is opgenomen in een accommodatie. De schorsing eindigt op het moment dat de zorgmachtiging vervalt. Bij toepassing van deze bepaling is artikel 6.1.12, derde lid, van de Jeugdwet niet van toepassing.

Artikel 1:2

1.

De zorgaanbieder die verplichte zorg verleent, verstrekt Onze Minister, ter opneming in een openbaar register, een opgave van de:

  1. naam of een andere aanduiding van de locatie, alsmede het adres en het vestigingsnummer als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 ervan;

  2. aanduiding of de locatie een accommodatie is;

  3. naam, het adres, de rechtsvorm en het Handelsregisternummer van de zorgaanbieder;

  4. vormen van verplichte zorg die worden verleend.

2.

De verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, gelden niet ten aanzien van een zorgaanbieder die uitsluitend verplichte zorg verleent ter uitvoering van een crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging waarvoor een andere zorgaanbieder op grond van artikel 8:7 verantwoordelijk is of een rijksinstelling voor de verlening van forensische zorg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel j, van de Wet forensische zorg.

3.

De zorgaanbieder draagt zorg voor de naleving van bouwkundige eisen die bij algemene maatregel van bestuur kunnen worden gesteld aan de accommodatie, tenzij deze behoort tot een instelling als bedoeld in de Wet forensische zorg.

Artikel 1:3

Artikel 1:4

Artikel 1:5

Artikel 1:6

Artikel 1:7

Artikel 1:8

Hoofdstuk 2. Algemene uitgangspunten

Artikel 2:1

Artikel 2:2

Artikel 2:3

Artikel 2:4

Hoofdstuk 3. Criteria voor en doelen van verplichte zorg

Artikel 3:1

Artikel 3:2

Artikel 3:3

Artikel 3:4

Hoofdstuk 4. De zelfbindingsverklaring

Artikel 4:1

Artikel 4:2

Artikel 4:3

Hoofdstuk 5. Voorbereiden zorgmachtiging

Paragraaf 1. Melding en aanvraag voorbereiding zorgmachtiging

Artikel 5:1

Artikel 5:2

Artikel 5:3

Paragraaf 2. Voorbereiding zorgmachtiging

Artikel 5:4

Artikel 5:5

Artikel 5:6

Paragraaf 3. De medische verklaring

Artikel 5:7

Artikel 5:8

Artikel 5:9

Artikel 5:10

Artikel 5:11

Paragraaf 4. De zorgkaart en het zorgplan

Artikel 5:12

Artikel 5:13

Artikel 5:14

Artikel 5:15

Paragraaf 5. Beslissing officier van justitie

Artikel 5:16

Artikel 5:17

Artikel 5:18

Paragraaf 6. De toepassing van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg .

Artikel 5:19

Hoofdstuk 6. Zorgmachtiging

Artikel 6:1

Artikel 6:2

Artikel 6:3

Artikel 6:4

Artikel 6:5

Artikel 6:6

Hoofdstuk 7. Crisismaatregel, machtiging tot voortzetting daarvan en aansluitend verzoek voor een zorgmachtiging

Paragraaf 1. Crisismaatregel door de burgemeester

Artikel 7:1

Artikel 7:2

Paragraaf 2. Tijdelijke verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel

Artikel 7:3

Paragraaf 3. Geldigheidsduur

Artikel 7:4

Artikel 7:5

Paragraaf 4. Beroep

Artikel 7:6

Paragraaf 5. Verlenging crisismaatregel

Artikel 7:7

Artikel 7:8

Artikel 7:9

Artikel 7:10

Paragraaf 6. Verzoek zorgmachtiging aansluitend op verlenging crisismaatregel

Artikel 7:11

Hoofdstuk 8. Rechten en plichten bij de tenuitvoerlegging en uitvoering van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel en zorgmachtiging.

Paragraaf 1. Tenuitvoerlegging en uitvoering van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting crisismaatregel en zorgmachtiging

Artikel 8:1

Artikel 8:2

Paragraaf 2. Uitvoering van de crisismaatregel, machtiging tot voortzetting crisismaatregel en zorgmachtiging

Artikel 8:3

Artikel 8:4

Artikel 8:5

Artikel 8:6

Artikel 8:7

Artikel 8:8

Artikel 8:9

Artikel 8:10

Paragraaf 3. Tijdelijke verplichte zorg in noodsituaties

Artikel 8:11

Artikel 8:12

Artikel 8:13

Paragraaf 4. Veiligheidsonderzoek en huisregels

Artikel 8:14

Artikel 8:15

Paragraaf 5. Overplaatsing, tijdelijke onderbreking en beëindiging

Artikel 8:16

Artikel 8:17

Artikel 8:18

Artikel 8:19

Artikel 8:20

Artikel 8:21

Paragraaf 6. Gegevensverwerking

Artikel 8:22

Artikel 8:23

Artikel 8:24

Artikel 8:25

Artikel 8:26

Artikel 8:27

Artikel 8:27a

Artikel 8:28

Artikel 8:29

Artikel 8:30

Artikel 8:31

Artikel 8:32

Artikel 8:33

Artikel 8:34

Hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen ten aanzien van personen met een strafrechtelijke titel

Paragraaf 1. Personen met een strafrechtelijke titel die worden geplaatst in een accommodatie

Artikel 9:1

Artikel 9:2

Artikel 9:3

Artikel 9:4

Artikel 9:5

Artikel 9:6

Artikel 9:7

Artikel 9:8

Artikel 9:9

Artikel 9:10

Paragraaf 2. Vaststellen identiteit forensische patiënten

Artikel 9:11

Hoofdstuk 10. Klachtenprocedure en schadevergoeding

Paragraaf 1. Instelling en taakomschrijving van de klachtencommissie

Artikel 10:1

Artikel 10:2

Paragraaf 2. De klachtprocedure

Artikel 10:3

Artikel 10:4

Artikel 10:5

Artikel 10:6

Paragraaf 3. Beroep

Artikel 10:7

Artikel 10:8

Artikel 10:9

Artikel 10:10

Paragraaf 4. Schadevergoeding

Artikel 10:11

Artikel 10:12

Paragraaf 5. Geheimhouding

Artikel 10:13

Hoofdstuk 11. Patiëntenvertrouwenspersoon

Artikel 11:1

Artikel 11:2

Artikel 11:3

Artikel 11:4

Artikel 11:5

Hoofdstuk 12. Familievertrouwenspersoon

Artikel 12:1

Artikel 12:2

Artikel 12:3

Artikel 12:4

Hoofdstuk 13. Toezicht en handhaving

Paragraaf 1. Toezicht

Artikel 13:1

Artikel 13:2

Artikel 13:3

Artikel 13:3a

Paragraaf 2. Bestuursrechtelijke handhaving

Artikel 13:4

Paragraaf 3. Strafrechtelijke handhaving

Artikel 13:5

Artikel 13:6

Hoofdstuk 14. Aanpassing andere wetgeving

Artikel 14:1

Artikel 14:2

Artikel 14:3

Artikel 14:4

Artikel 14:5

Artikel 14:6

Artikel 14:7

Artikel 14:8

Artikel 14:9

Artikel 14:10

Artikel 14:11

Artikel 14:12

Artikel 14:12a

Artikel 14:13

Artikel 14:14

Artikel 14:15

Artikel 14:16

Artikel 14:17

Artikel 14:18

Artikel 14:19

Artikel 14:20

Artikel 14:21

Artikel 14:22

Artikel 14:23

Artikel 14:24

Artikel 14:25

Artikel 14:26

Artikel 14:27

Artikel 14:28

Artikel 14:29

Hoofdstuk 15. Overgangsbepalingen

Artikel 15:1

Artikel 15:2

Hoofdstuk 16. Slotbepalingen

Artikel 16:1

Artikel 16:2

Artikel 16:3

Artikel 16:4