Home

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Geldig van 11 november 2016 tot 1 april 2017
Geldig van 11 november 2016 tot 1 april 2017

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 11-11-2016 tot 01-04-2017]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is gemeenten een wettelijke taak te geven met betrekking tot schuldhulpverlening;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • college: college van burgemeester en wethouders;

  • inwoner: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen is ingeschreven;

  • Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg;

  • verzoeker: persoon die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening.

Artikel 2. Plan

1.

De gemeenteraad stelt een plan vast dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente.

2.

De gemeenteraad stelt het plan telkens voor een periode van ten hoogste vier jaren vast. Het plan kan tussentijds gewijzigd worden.

3.

Het plan bevat de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren beleid betreffende integrale schuldhulpverlening en het voorkomen dat personen schulden aangaan die ze niet kunnen betalen.

4.

In het plan wordt in ieder geval aangegeven:

  1. welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen;

  2. welke maatregelen de gemeenteraad en het college nemen om de kwaliteit te borgen van de wijze waarop de integrale schuldhulpverlening wordt uitgevoerd;

  3. het maximaal aantal weken dat de gemeente nastreeft met betrekking tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde periode, en

  4. hoe schuldhulpverlening aan gezinnen met inwonende minderjarige kinderen wordt vormgegeven.

5.

In het plan kan de gemeenteraad aangeven onder welke voorwaarden het college de verzoeker verplicht te beschikken over een basisbetaalrekening als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht.

Artikel 3. Verantwoordelijkheid college

1.

Het college is verantwoordelijk voor de schuldhulpverlening aan de inwoners van zijn gemeente en voert daarbij het plan, bedoeld in artikel 2, eerste lid, uit.

2.

Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een persoon al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening.

3.

Het college kan schuldhulpverlening in ieder geval weigeren in geval een persoon fraude heeft gepleegd die financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg heeft en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd.

4.

Een vreemdeling kan voor het verlenen van schuldhulpverlening slechts in aanmerking komen indien hij een ingezetene is die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.

Artikel 4. Wacht- en doorlooptijd

Artikel 5. Moratorium [Nog niet in werking]

Artikel 6. Inlichtingenplicht

Artikel 7. Medewerkingsplicht

Artikel 8. Gegevensuitwisseling

Artikel 9. Informatievoorziening

Artikel 10. Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen

Artikel 11. Wijziging van de Wet op het financieel toezicht

Artikel 12. Evaluatie

Artikel 13. Inwerkingtreding

Artikel 14. Citeertitel