Home

Besluit omgevingsrecht

Geldig van 8 juli 2015 tot 9 september 2015
Geldig van 8 juli 2015 tot 9 september 2015

Besluit omgevingsrecht

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 08-07-2015 tot 09-09-2015]
[Regeling ingetrokken per 16-09-2020]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 16 november 2009, nr. BJZ2009046833, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Gelet op de artikelen 1.1, derde lid, 2.1, eerste lid, onder d, 2.1, derde lid, 2.4, tweede en derde lid, 2.8, eerste lid, 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, en derde lid, 2.14, tweede en zesde lid, 2.22, derde en zesde lid, 2.23, tweede lid, 2.24, eerste lid, 2.25, tweede en derde lid, 2.26, derde lid, 2.27, eerste lid, 2.30, tweede lid, 3.1, vierde lid, 3.9, eerste lid, onder b, 3.12, tweede lid, onder a en b, vierde en zesde lid, 3.15, eerste lid, onder b, 5.2, vierde lid, 5.3, eerste lid, 7.1, 7.6 en 8.2, tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer, artikel 40, tweede lid, van de Mijnbouwwet en artikel 41, derde lid, van de Wet geluidhinder;

De Raad van State gehoord (advies van 13 januari 2010, nr. W08.09.0479/IV);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 23 maart 2010, nr. BJZ2010008970, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1.1. Definities

1.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • aanvraag: aanvraag om een omgevingsvergunning;

  • adviseur: bij of krachtens artikel 2.26 van de wet aangewezen bestuursorgaan of andere instantie;

  • BBT-conclusies: document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld overeenkomstig artikel 13, vijfde lid en zevende lid, van de EU-richtlijn industriële emissies;

  • bijlage: bij dit besluit behorende bijlage;

  • de betrokken wetten: de wet, de in artikel 5.1 van de wet genoemde wetten voor zover in die wetten de artikelen 5.3 tot en met 5.9 van de wet van toepassing zijn verklaard, alsmede de EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen en de EG-verordening PRTR;

  • EU-richtlijn industriële emissies: Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (herschikking) (PbEU L 334);

  • gesloten bodemenergiesysteem: installatie waarmee, zonder grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, gebruik wordt gemaakt van de bodem voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door middel van een gesloten circuit van leidingen, met inbegrip van een bijbehorende warmtepomp circulatiepomp en regeneratievoorziening, voor zover aanwezig;

  • landelijke voorziening: landelijke voorziening, bedoeld in artikel 7.6, eerste lid, van de wet;

  • open bodemenergiesysteem: installatie waarmee van de bodem gebruik wordt gemaakt voor de levering van warmte of koude ten behoeve van de verwarming of koeling van ruimten in bouwwerken, door grondwater te onttrekken en na gebruik in de bodem terug te brengen, met inbegrip van bijbehorende bronpompen en warmtewisselaar en, voor zover aanwezig, warmtepomp en regeneratievoorziening;

  • Seveso III-richtlijn: Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PbEU 2012, L 197);

  • wet: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt, behoudens voor zover daarin gesproken wordt van strafrechtelijke handhaving, onder «handhaving» verstaan bestuursrechtelijke handhaving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde.

3.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder onderscheidenlijk afvalstoffen, afvalwater, doelmatig beheer van afvalstoffen, EG-verordening overbrenging van afvalstoffen, EG-verordening PRTR, EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen, emissie, emissiegrenswaarde, hergebruik, inspecteur, kaderrichtlijn water, nuttige toepassing, preparaten, recycling, stoffen en verwijdering, hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer.

Hoofdstuk 2. Aanwijzing van categorieën inrichtingen, vergunningplichtige en vergunningvrije activiteiten en planologische gebruiksactiviteiten en nadere regels over planologische gebruiksactiviteiten

§ 2.1. Aanwijzing van diverse categorieën inrichtingen en gevallen waarin een omgevingsvergunning is vereist

Artikel 2.1. Inrichting

Artikel 2.2. Brandveilig gebruiken van een bouwwerk

Artikel 2.2a. Activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving

Artikel 2.2b

§ 2.2. Aanwijzing van categorieën gevallen waarin geen omgevingsvergunning is vereist

Artikel 2.3. Bouwen en planologische gebruiksactiviteiten

Artikel 2.4. Veranderen van een inrichting

Artikel 2.5. Mijnbouwwerken

Artikel 2.5a. Monumenten

Artikel 2.6. Slopen

§ 2.3. Aanwijzing van categorieën planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een omgevingsvergunning kan worden verleend als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de wet en waarvoor een beoordeling van de gevolgen voor de luchtkwaliteit is vereist

Artikel 2.7. Planologische gebruiksactiviteiten

Artikel 2.8. Luchtkwaliteit

§ 2.4. Nadere regels over planologische gebruiksactiviteiten

Artikel 2.9. Strijdige planologische gebruiksactiviteiten bij bouw bijbehorend bouwwerk

Hoofdstuk 3. Bevoegd gezag

Artikel 3.1. Ruimtelijke ordening

Artikel 3.2. Ruimtelijke ordening

Artikel 3.3. Inrichting en mijnbouwwerk

Artikel 3.3a [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 3.4. Gesloten stortplaats

Artikel 3.5. Gevallen waarin het bevoegd gezag wijzigt

Hoofdstuk 4. De aanvraag

§ 4.1. Wijze waarop een aanvraag wordt ingediend

Artikel 4.1. Aanvraag

Artikel 4.2. Schriftelijke aanvraag

Artikel 4.3. Elektronische aanvraag

§ 4.2. Gegevens en bescheiden

Artikel 4.4. Algemeen

Artikel 4.5. Gefaseerde aanvraag

Artikel 4.6. Inrichtingen waarop BRZO van toepassing is

Artikel 4.7. Uitgestelde gegevensverstrekking

§ 4.3. Gegevens bij de overgang van een omgevingsvergunning

Artikel 4.8. Melding

§ 4.4. Heffen van rechten

Artikel 4.9. Rechten

Artikel 4.10. (vrijstelling heffing rechten voor aanvraag omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de wet )

Hoofdstuk 5. De inhoud van de omgevingsvergunning

§ 5.1. Regels met betrekking tot bouwen en archeologische monumentenzorg

Artikel 5.1. Bouwen

Artikel 5.2. Archeologische monumentenzorg

§ 5.2. Regels met betrekking tot inrichtingen en mijnbouwwerken

§ 5.2.1. Aan een vergunning te verbinden voorschriften

Artikel 5.3. Begripsbepaling
Artikel 5.4. Bepalen van de beste beschikbare technieken
Artikel 5.4a. Geologische opslag van kooldioxide
Artikel 5.5. Doelvoorschriften
Artikel 5.6. Technische maatregelen
Artikel 5.7. Overige voorschriften
Artikel 5.8. Nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen
Artikel 5.9. Afwijkende geldingsduur voorschriften
Artikel 5.10. Actualisatieplicht
Artikel 5.11. Relatie BRZO – bedrijven – natuurgebieden

§ 5.2.2. Verbod om bepaalde voorschriften aan een omgevingsvergunning te verbinden

Artikel 5.12. Broeikasgasemissies of energiegebruik
Artikel 5.12a. energieverbruik
Artikel 5.13. Overbrenging van afval naar of uit de provincie
Artikel 5.13a

§ 5.2.2a. Gronden tot verlening of weigering

Artikel 5.13b. Weigeringsgronden omgevingsvergunning voor activiteiten als bedoeld in artikel 2.2a

§ 5.2.3. Voorschriften ter uitvoering van een verdrag

Artikel 5.14

§ 5.3. Voorschriften ten aanzien van activiteiten in provinciale milieuverordeningen

Artikel 5.15

§ 5.4. Aanwijzing van categorieën gevallen waarin:

Artikel 5.16. Bouwen

Artikel 5.17 [Vervallen per 01-11-2014]

Artikel 5.18. Planologische gebruiksactiviteiten

Artikel 5.19 [Vervallen per 01-11-2014]

§ 5.5. Regels met betrekking tot planologische gebruiksactiviteiten

Artikel 5.20. Inhoud en ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 6. Advies, verklaring van geen bedenkingen en bijzondere bestuurlijke verplichtingen

§ 6.1. Advies over de aanvraag

Artikel 6.1. B&W of GS

Artikel 6.2. Welstand

Artikel 6.3. Inrichting of mijnbouwwerk

Artikel 6.4. Monumenten

§ 6.2. Verklaring van geen bedenkingen

Artikel 6.5. Afwijken bestemmingsplan of beheersverordening

Artikel 6.6. Afwijken van regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid , of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening

Artikel 6.7 [Vervallen per 01-01-2014]

Artikel 6.8. Opslaan afvalstoffen of gevaarlijke stoffen

Artikel 6.9. Inrichting tevens mijnbouwwerk

Artikel 6.10

§ 6.3. Bijzondere gevallen van bestuurlijke verplichtingen

Artikel 6.11. Aanvraag

Artikel 6.12. Toezenden ontwerpbesluit

Artikel 6.13. Toezenden afschrift beschikking

Artikel 6.14. Publicatie Staatscourant

Artikel 6.15. BRZO-inrichting

Artikel 6.16. Samenvatting van de risicoanalyse

Artikel 6.17. Veiligheidsrapport

Artikel 6.18. Overlegverplichting planologische gebruiksactiviteiten

§ 6.4. Bijzondere procedurevoorschriften

Artikel 6.19

Hoofdstuk 7. Handhaving

Artikel 7.1. Definitie bestuursorgaan

Artikel 7.2. Handhavingsbeleid

Artikel 7.3. Uitvoeringsprogramma

Artikel 7.4. Uitvoeringsorganisatie

Artikel 7.5. Borging van de middelen

Artikel 7.6. Monitoring

Artikel 7.7. Rapportage

Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 8.1. Tijdstip inwerkingtreding

Artikel 8.2. Citeertitel

Bijlage I. Behorende bij de artikelen 2.1 , 3.3 , 6.3 , 6.7 en 6.16

Bijlage II. Behorende bij de artikelen 2.3 , 2.5a en 2.7

Bijlage III. Behorende bij artikel 6.3, tweede lid