Home

Regeling voertuigen

Geldig van 1 juli 2022 tot 1 januari 2023
Geldig van 1 juli 2022 tot 1 januari 2023

Regeling voertuigen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-07-2022 tot 01-01-2023]

Aanhef

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Afdeling 1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • aanhangwagen: voertuig dat is bestemd om aan een motorvoertuig te worden gekoppeld, met inbegrip van een oplegger; in ieder geval wordt als aanhangwagen aangemerkt een voertuig van de voertuigcategorie O, R of S;

  • aanhangwagen met een stijve dissel: aanhangwagen met één as of één groep assen waarvan de dissel door de constructie ervan een statische belasting van ten hoogste 4.000 kg op het trekkende voertuig overbrengt, die niet voldoet aan de begripsbepaling van ‘middenasaanhangwagen’ en waarvan de koppeling die voor de voertuigcombinatie wordt gebruikt niet bestaat uit een koppelingspen en koppelingsschotel; in ieder geval wordt als aanhangwagen met een stijve dissel aangemerkt een aanhangwagen met carrosserietype DE;

  • achterlicht: licht dat, van de achterzijde gezien, de aanwezigheid van het voertuig kenbaar maakt en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig;

  • achteruitrijlicht: licht dat is bestemd voor het verlichten van de weg achter het voertuig en voor het waarschuwen van de overige weggebruikers dat het voertuig achteruit rijdt of achteruit gaat rijden;

  • aerodynamische voorzieningen en uitrusting: voorzieningen of uitrusting die zijn of is ontworpen om de luchtweerstand van voertuigen te verminderen, met uitzondering van verlengde cabines;

  • afneembare bovenbouw: zonder gebruik van gereedschap van een voertuig afneembare constructie met een vloeroppervlak van ten minste 5 m2, ingericht voor het vervoer van goederen of ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van personen of goederen, niet zijnde een gestandaardiseerde laadstructuur;

  • afsleepas: hulpmiddel bedoeld om één van de assen van een motorvoertuig te dragen;

  • akoestisch voertuigwaarschuwingssysteem: systeem dat door middel van een geluidssignaal verkeersdeelnemers attendeert op de nadering van een hybride elektrisch voertuig of elektrisch aangedreven voertuig;

  • ambulance: voertuig dat hoofdzakelijk bestemd is voor het vervoer van zieken of gewonden en hiertoe een speciale uitrusting heeft; in ieder geval wordt als ambulance aangemerkt een voertuig voor speciale doeleinden van de voertuigcategorie M met subcategorie SC;

  • as: gemeenschappelijke draaiingsas van twee of meer wielen, die door een motor wordt aangedreven dan wel vrij draait en die uit een dan wel meer segmenten bestaat die in hetzelfde vlak loodrecht op de middellijn in lengterichting van het voertuig liggen;

  • asfaltwagen: bedrijfsauto of aanhangwagen die ontworpen en gebouwd is voor het vervoer van asfalt en hiertoe een speciale uitrusting heeft;

  • ashefinrichting: op een voertuig vast aangebrachte inrichting om de belasting op de as of assen naar gelang van de beladingstoestand van het voertuig te verlagen of te verhogen door het optrekken van de wielen van de bodem of het neerlaten van de wielen op de bodem, dan wel zonder het optrekken van de wielen van de bodem, teneinde de slijtage van de banden te verminderen wanneer het voertuig niet volledig beladen is, of het wegrijden van motorvoertuigen of voertuigcombinaties op een gladde bodem te vergemakkelijken door de belasting op de aangedreven as te vergroten;

  • asstel: combinatie van twee of meer assen, evenwijdig gelegen op een onderlinge afstand van minder dan 1,80 m;

  • autonome aanhangwagen: aanhangwagen met carrosserietype DB met ten minste twee assen, waarvan ten minste één as gestuurd is, die is uitgerust met een verticaal beweegbare trekinrichting, en een statische verticale belasting van minder dan 100 kg op het trekkende voertuig overbrengt;

  • BABW: Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

  • bedrijfsauto: voertuig op vier of meer wielen, en ingericht voor:

    1. het vervoer van goederen, of

    2. het uitvoeren van andere werkzaamheden;

    in ieder geval wordt als bedrijfsauto aangemerkt een voertuig van de voertuigcategorie N;

  • belastbare as: as waarvan de belasting kan worden gevarieerd zonder dat de as met behulp van een ashefinrichting wordt opgetrokken;

  • bestuurde as: as die rechtstreeks door middel van de stuurinrichting door de bestuurder kan worden bediend;

  • bestuurd asstel: asstel dat rechtstreeks door middel van de stuurinrichting door de bestuurder kan worden bediend;

  • bochtverlichting: verlichtingsfunctie voor betere verlichting in bochten;

  • bromfiets: voertuig van de voertuigcategorie L met de voertuigclassificatie L1e, L2e of L6e;

  • bromfietsaanhangwagen: niet-zelfaangedreven voertuig op wielen dat is ontworpen en gebouwd om door een bromfiets te worden getrokken;

  • bus: voertuig ingericht voor het vervoer van personen, met meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend; als bus wordt in ieder geval aangemerkt een voertuig van de voertuigcategorie M met de voertuigclassificatie M2 of M3;

  • carrosserietype: carrosserietype als bedoeld in bijlage I bij verordening (EU) 2018/858;

  • CNG-installatie: installatie, bestaande uit een geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van Compressed Natural Gas (CNG);

  • contourmarkering: opvallende markering die dient om de horizontale en verticale dimensie (lengte, breedte en hoogte) van een voertuig aan te geven;

  • dagrijlicht: licht dat voorwaarts gericht is en wordt gebruikt om het voertuig tijdens het overdag rijden beter zichtbaar te maken;

  • dimlicht: licht waarmee de weg vóór het voertuig wordt verlicht zonder dat hierdoor andere weggebruikers worden verblind of gehinderd;

  • dolly: aanhangwagen van de voertuigcategorie O met carrosserietype DA, DB, DC of subcategorie SJ of aanhangwagen van de voertuigcategorie R, bestemd voor:

    1. het koppelen van een oplegger aan een trekkend voertuig waarbij de dolly de voorzijde van een oplegger draagt;

    2. het dragen van de achterzijde van in de lengte ondeelbare lading, indien deze lading het chassis van het voertuig vervangt;

    3. het dragen van één van de assen van een motorvoertuig, de afsleepdolly; of

    4. het koppelen van een ontheffingsplichtige oplegger aan een trekkend voertuig, waarbij de dolly de massa van de lading verdeelt over de achteras dan wel -assen van het trekkend voertuig en de as of assen van de dolly;

  • door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuig: motorvoertuig van de voertuigcategorie M2, M3, N2 of N3 dat geheel of gedeeltelijk wordt aangedreven op basis van een alternatieve brandstof, te herkennen aan de vermelding op de voorgeschreven constructieplaat;

  • draagvermogen: toegelaten maximummassa die de band kan dragen;

  • driewielig motorrijtuig: voertuig van de voertuigcategorie L met de voertuigclassificatie L5e of L7e;

  • eCall-boordsysteem: noodsysteem als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Verordening (EU) 2015/758 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 inzake typegoedkeuringseisen voor de uitrol van het op de 112-dienst gebaseerde eCall-boordsysteem en houdende wijziging van Richtlijn 2007/46/EG (PbEU 2015, L 123);

  • elektrisch aangedreven voertuig: motorvoertuig dat uitsluitend wordt aangedreven door een elektromotor waarvan de tractie-energie wordt geleverd door een in het motorvoertuig geïnstalleerde tractiebatterij;

  • elektrische aandrijflijn: aandrijflijn met elektrische circuit, bestaande uit:

    1. de tractiebatterij;

    2. de elektronische omzetters;

    3. de tractiemotoren;

    4. het laadcircuit;

    5. de kabelset en de connectoren; en

    6. de elektronische hulpapparatuur;

  • emissiebeheersingssysteem: emissiebeheersingssysteem als bedoeld in artikel 3, elfde lid, van verordening (EG) 715/2007;

  • emissievrije bedrijfsauto of bus: motorvoertuig van de voertuigcategorie M2, M3, N2 of N3 zonder interne verbrandingsmotor, of met een interne verbrandingsmotor die minder dan 1 g kooldioxide/kWh uitstoot, te herkennen aan de vermelding op de voorgeschreven constructieplaat;

  • fietsaanhangwagen: niet-zelfaangedreven voertuig op wielen dat is ontworpen en gebouwd om door een fiets te worden getrokken;

  • frontbeschermingsinrichting: afzonderlijke constructie die bedoeld is om het buitenoppervlak boven of onder de tot de originele uitrusting van het voertuig behorende bumper bij een botsing met een object te beschermen, met dien verstande dat hieronder niet worden begrepen constructies met een massa van minder dan 0,5 kg die uitsluitend bedoeld zijn ter bescherming van de lichten;

  • geconditioneerd voertuig: voertuig waarvan de vaste bovenbouw of gestandaardiseerde laadstructuur speciaal is ingericht voor het vervoer van goederen bij een gecontroleerde temperatuur en waarvan de zijwanden, met inbegrip van de isolatie, ten minste 45 mm dik zijn;

  • gedeeltelijke contourmarkering: contourmarkering die de horizontale dimensie (lengte) van een voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn en de verticale dimensie (hoogte) van het voertuig door middel van een markering van de bovenhoeken;

  • gehandicaptenvoertuig: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 m en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km/h bedraagt;

  • gelede bus: bus die bestaat uit twee of meerdere starre delen die scharnierend met elkaar verbonden zijn; de passagiersruimten van elk deel zijn zodanig met elkaar verbonden dat de passagiers zich vrij van het ene naar het andere deel kunnen bewegen; de starre delen zijn permanent met elkaar verbonden zodat deze alleen kunnen worden losgemaakt door ingrepen waarvoor uitrusting benodigd is die men gewoonlijk alleen in een werkplaats aantreft; in ieder geval wordt als gelede bus aangemerkt een voertuig met carrosserietype CC, CD, CG, CH, CK, CL, CO, CP, CS of CT;

  • gepantserd voertuig: voertuig dat bestemd is om de vervoerde personen of goederen te beschermen door middel van kogelwerende bepantsering; in ieder geval wordt als gepantserd voertuig aangemerkt een voertuig voor speciale doeleinden van de voertuigcategorie M, N of O en carrosserietype SB;

  • gestandaardiseerde laadstructuur: zonder gebruik van gereedschap van een voertuig afneembare laadbak als bedoeld in ISO 668:1995 die uitsluitend is ingericht voor het vervoer van goederen, niet zijnde een lastdrager of een tot het voertuig behorende uitrusting;

  • gestuurde as: as die wordt gestuurd door stuurkrachten, veroorzaakt door richtingverandering vanuit het voertuig zelf of vanuit het trekkend voertuig;

  • gestuurd asstel: asstel dat wordt gestuurd door stuurkrachten, veroorzaakt door richtingverandering vanuit het voertuig zelf of vanuit het trekkend voertuig;

  • gordel: geheel van banden met sluiting, verstelinrichtingen en bevestigingselementen dat in een motorvoertuig kan worden bevestigd en zodanig is ontworpen dat de kans op verwondingen voor de gebruiker bij botsing of plotselinge vertraging van het voertuig wordt verminderd doordat het de bewegingsmogelijkheid van het lichaam van de gebruiker beperkt en dat mede omvat alle onderdelen die energie kunnen opnemen of waarmee de gordel wordt ingetrokken;

  • gordelbevestigingspunten: delen van de voertuigcarrosserie of van de zitplaatsconstructie of andere delen van het voertuig waaraan gordels moeten worden vastgemaakt;

  • groot licht: licht dat de weg vóór het voertuig over een grote afstand verlicht;

  • handwagen met motorvermogen: motorvoertuig dat hoofdzakelijk is bestemd om te worden bestuurd door een voetganger;

  • hefbare as: as die door de ashefinrichting kan worden opgetrokken en neergelaten;

  • hoeklicht: licht dat wordt gebruikt voor aanvullende verlichting van het deel van de weg dat zich bij de voorhoek van het voertuig bevindt, aan de kant waarnaar het voertuig gaat draaien;

  • hoofdgroeven: brede groeven in het middelste gedeelte van het loopvlak van een band, welk gedeelte ongeveer 75% van de breedte van het loopvlak inneemt;

  • hybride elektrisch voertuig: motorvoertuig met ten minste twee verschillende energie-omzetters en ten minste twee verschillende energie-opslagsystemen aan boord ten behoeve van de mechanische aandrijving van het voertuig, waarbij in ieder geval energie wordt geput uit een opslagvoorziening voor elektrische energie of kracht;

  • inrichting voor indirect zicht: inrichting om het aan het voertuig grenzende gebied waar te nemen dat niet rechtstreeks kan worden waargenomen, zijnde een spiegel, een camera-monitor of een andere inrichting die de bestuurder informatie over het indirecte gezichtsveld geeft;

  • inschrijving: inschrijving in het kentekenregister als bedoeld in artikel 47 van de wet;

  • kampeerwagen: voertuig dat voorzien is van een woongedeelte met ten minste de volgende uitrusting die vast in het woongedeelte bevestigd is:

    1. tafel, die eventueel eenvoudig te verwijderen is;

    2. stoelen;

    3. slaapgelegenheid, eventueel door de stoelen om te vormen;

    4. kookvoorzieningen, en

    5. opbergmogelijkheden;

    in ieder geval wordt als kampeerwagen aangemerkt een voertuig voor speciale doeleinden van de voertuigcategorie M met subcategorie SA;

  • kermis- en circusvoertuig: voertuig, niet zijnde een voertuig op rupsbanden, dat uitsluitend wordt gebruikt voor de feitelijke exploitatie van een kermis- of circusbedrijf;

  • kinderbeveiligingssysteem: geheel van onderdelen, eventueel bestaande uit een combinatie van riemen of flexibele componenten met een sluiting, verstelinrichtingen en bevestigingselementen, soms tevens voorzien van een zitje of botsingsscherm, dat kan worden bevestigd aan een motorvoertuig, met het oogmerk de kans op verwonding van de gebruiker bij een botsing of een abrupte vertraging van het voertuig te verminderen doordat het de bewegingsmogelijkheid voor het lichaam van de gebruiker beperkt;

  • klapstoel: extra zitplaats om bij gelegenheid te worden gebruikt en die gewoonlijk is weggeklapt;

  • klimaatregelingssysteem: apparatuur die hoofdzakelijk bestemd is om de luchttemperatuur en de vochtigheid in de passagiersruimte van een voertuig te doen dalen;

  • lading: alle personen, dieren, goederen, lastdragers, alsmede zonder gebruik van gereedschap van het voertuig los te nemen laad- en losinrichtingen en voertuiguitrustingen, het reservewiel alsmede verwisselbare gedragen uitrustingsstukken daaronder niet begrepen;

  • landbouw- of bosbouwaanhangwagen: voertuig van de voertuigcategorie R, zijnde een in de landbouw of bosbouw gebruikte aanhangwagen die voornamelijk is bestemd om door een landbouw- of bosbouwtrekker te worden getrokken en voornamelijk is bedoeld voor het vervoeren van ladingen of het bewerken van materialen, waarbij de verhouding tussen de totale technisch toelaatbare massa in beladen toestand en de massa in onbeladen toestand van dit voertuig gelijk is aan of groter is dan 3,0;

  • landbouw- of bosbouwtrekker: voertuig van de voertuigcategorie T of C;

  • lastdrager: afneembare of uitschuifbare constructie die is bestemd voor het vervoer van goederen, met inbegrip van hulpmiddelen, en die:

    1. aan de bumper, op de trekhaak of op het dak van een personenauto, bedrijfsauto, bus of driewielig motorrijtuig is aangebracht, dan wel is geïntegreerd in de achterzijde van het voertuig;

    2. aan de achterzijde, op de trekdriehoek of trekboom van een (middenas) aanhangwagen met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg is aangebracht, of

    3. uitsluitend voor het vervoer van glas, plaatmateriaal of soortgelijke goederen aan één of beide zijkanten van een bedrijfsauto of aanhangwagen met een technisch toegestane maximummassa van niet meer dan 3.500 kg is aangebracht;

  • licht: inrichting voor het verlichten van de weg of het geven van een lichtsignaal aan andere weggebruikers, waaronder begrepen de achterkentekenplaatverlichting en retroreflectoren;

  • ligplaats: voorgeschreven ruimte om een persoon liggend in een bus, of op een draagbaar in een personenauto te vervoeren;

  • lijkwagen: voertuig dat hoofdzakelijk bestemd is voor het vervoer van overledenen en hiertoe een speciale uitrusting heeft; in ieder geval wordt als lijkwagen aangemerkt een voertuig voor speciale doeleinden van de voertuigcategorie M en met carrosserietype SD;

  • lijnmarkering: opvallende markering die dient om de horizontale dimensie (lengte en breedte) van een voertuig aan te geven door middel van een doorlopende lijn;

  • LNG-installatie: installatie, bestaande uit een geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van Liquefied Natural Gas (LNG);

  • loopvlak: deel van de band dat, gemeten symmetrisch ten opzichte van het midden, 50 mm minder bedraagt dan de breedte in de maataanduiding van de band;

  • LPG-installatie: installatie, bestaande uit een geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van Liquefied Petroleum Gas (LPG);

  • luchtband: band waarin zich in normale, bedrijfsvaardige toestand gas bevindt onder een hogere spanning dan de atmosferische;

  • manoeuvreerlicht: licht aan de zijkant van een motorvoertuig, dat wordt gebruikt voor aanvullende verlichting tijdens langzame manoeuvres;

  • markeringslicht: licht dat op het breedste punt van het voertuig zo hoog mogelijk is aangebracht, waardoor duidelijk de totale breedte van het voertuig wordt aangegeven. Dit licht is bestemd om voor bepaalde voertuigen en aanhangwagens de breedte- en achterlichten aan te vullen door in het bijzonder de aandacht te vestigen op de omvang;

  • massa in rijklare toestand voor motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines: massa van het onbeladen voertuig, klaar voor normaal gebruik, met inbegrip van de massa van de bestuurder (75 kg), de standaarduitrusting volgens de specificaties van de fabrikant, koelvloeistof, smeermiddelen, brandstof en gereedschap; optionele accessoires niet inbegrepen;

  • massa in rijklare toestand voor voertuigen van de voertuigcategorie M en N: massa van het voertuig met de brandstoftank of brandstoftanks gevuld tot ten minste 90% van zijn of hun inhoud, met inbegrip van de massa van de bestuurder (75 kg), brandstof en vloeistoffen, voorzien van de standaarduitrusting volgens de specificaties van de fabrikant en, als het voertuig daarmee is uitgerust, de massa van de carrosserie, de cabine, de koppeling, reservewielen en het gereedschap;

  • massa in rijklare toestand voor voertuigen van de voertuigcategorie O: massa van het voertuig, met inbegrip van de brandstof en vloeistoffen, voorzien van de standaarduitrusting volgens de specificaties van de fabrikant, en, als de aanhangwagen daarmee is uitgerust, de massa van de carrosserie, extra koppelingen, reservewielen en het gereedschap;

  • massa ledig voertuig voor voertuigen van de voertuigcategorieën M en N: massa van het voertuig in rijklare toestand verminderd met 100 kg;

  • massa ledig voertuig voor voertuigen van de voertuigcategorie O: massa van het voertuig in rijklare toestand;

  • massa ledig voertuig voor voertuigen van de voertuigcategorie L:

    1. massa van het voertuig zoals vermeld in de goedkeuring; of

    2. indien niet vermeld in de goedkeuring, massa van het voertuig in rijklare toestand, verminderd met:

      1. 1°.

        7 kg voor voertuigen met de voertuigclassificatie L1e, L2e, L3e, L4e of L6e;

      2. 2°.

        100 kg voor voertuigen met de voertuigclassificatie L5e of L7e;

  • massa in rijklare toestand voor voertuigen van de voertuigcategorie L: massa van het voertuig als bedoeld in artikel 5 van verordening (EU) 168/2013;

  • massa in rijklare toestand voor voertuigen van de voertuigcategorieën T, C, R en S: onbeladen massa in rijklare toestand van het voertuig als bedoeld in artikel 2 van verordening (EU) 2015/208;

  • massieve band: band zonder luchtkamers, geheel vervaardigd van een elastisch materiaal;

  • mechanische koppelinrichting: alle onderdelen en inrichtingen op onderstellen, dragende gedeelten van de carrosserie en het chassis van voertuigen waarmee het trekkend voertuig en het getrokken voertuig met elkaar kunnen worden verbonden; tevens behoren hiertoe vaste of demontabele onderdelen voor de bevestiging, afstelling of het gebruik van deze koppelinrichtingen;

  • meeneemheftruck: motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine, zonder laadruimte, uitgerust met een hefinrichting waarvan het zwaartepunt van de te heffen last tussen de wielen en achter de vooras ligt en dat zelfstandig voor laad- en losactiviteiten kan worden ingezet;

  • metalen band: band waarvan het loopvlak geheel van vormvast materiaal is vervaardigd;

  • middenasaanhangwagen: aanhangwagen waarvan de as of assen, indien gelijkmatig belast, zich dicht bij het zwaartepunt van het voertuig bevindt respectievelijk bevinden, zodat een statische verticale belasting van ten hoogste 10% van de met de technisch toegestane maximummassa van de aanhangwagen overeenkomende belasting of van 1.000 kg, waarbij de lichtste belasting van toepassing is, wordt overgebracht op het trekkende voertuig; in ieder geval wordt als middenasaanhangwagen aangemerkt een voertuig met carrosserietype DC;

  • minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

  • mistachterlicht: licht dat het voertuig bij dichte mist aan de achterzijde beter waarneembaar maakt;

  • mistvoorlicht: licht dat dient voor een betere verlichting van de weg bij mist of een soortgelijke toestand van verminderd zicht;

  • mobiele kraan: voertuig voor speciale doeleinden van de voertuigcategorie N met de voertuigclassificatie N3 en met carrosserietype SF dat niet is ingericht voor het vervoer van goederen, maar is voorzien van een kraan waarvan het hefmoment ten minste 400 kNm bedraagt;

  • mobiele machine: motorvoertuig dat speciaal is ontworpen en gebouwd voor het uitvoeren van werkzaamheden en niet is bedoeld voor personen- of goederenvervoer over de weg;

  • mobiliteitshandicap: eigenschap die het gebruik van het openbaar vervoer bemoeilijkt, bijvoorbeeld als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke of geestelijke handicap, meereizende kinderen of meegevoerde goederen;

  • motorfiets: voertuig van de voertuigcategorie L met de voertuigclassificatie L3e of L4e;

  • motorfietsaanhangwagen: niet-zelfaangedreven voertuig op wielen dat is ontworpen en gebouwd om door een motorfiets te worden getrokken;

  • motorrijtuig met beperkte snelheid: motorvoertuig met een maximumconstructiesnelheid van niet meer dan:

    1. 25 km/h, niet ingericht voor het vervoer van personen en;

      1. 1°.

        ingericht voor het bij op korte afstand van elkaar gelegen plaatsen afleveren of ophalen van goederen; of

      2. 2°.

        voorzien van een stuurwiel en een trekinrichting, dat uitsluitend wordt gebruikt in de periode van 1 juli tot en met 30 november, een combinatie vormt met één of meer aanhangwagens die zijn ingericht voor het dragen van voorraadkisten of -kratten, en als samenstel, inclusief lading of uitrusting, niet breder is dan 1,3 m;

    2. 45 km/h,

      1. 1°.

        niet ingericht voor het vervoer van personen en wel ingericht voor het uitvoeren van werkzaamheden buiten wegen, aan wegen of aan werken op, in, langs en boven wegen;

      2. 2°.

        voorzien van niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend, dat een combinatie vormt met één of meer aanhangwagens die zijn ingericht voor het vervoer van personen;

  • motorvoertuig: motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;

  • noodstopsignaal: signaal om andere weggebruikers die zich achter het voertuig bevinden kenbaar te maken dat het voertuig sterk vertraagt en dat wordt gegeven door de gelijktijdige werking van alle remlichten of richtingaanwijzers;

  • ondeelbare lading: lading die ten behoeve van het vervoer over de weg niet in twee of meer ladingen kan worden gesplitst zonder dat zulks overmatige kosten of risico van schade meebrengt;

  • oplegger: aanhangwagen die ontworpen is om aan een opleggertrekkend voertuig of aan een dolly te worden gekoppeld en die op het trekkende voertuig of de dolly een aanzienlijke statische verticale belasting overbrengt; in ieder geval wordt als oplegger aangemerkt een voertuig met carrosserietype DA;

  • opleggertrekker: motorvoertuig dat hoofdzakelijk is ontworpen en gebouwd voor het trekken van opleggers; in ieder geval wordt als opleggertrekker aangemerkt een voertuig met carrosserietype BC;

  • opspatafscherming: inrichting die bestemd is om de verstuiving van water dat door de banden van een rijdend voertuig wordt opgeworpen, te beperken;

  • opvallende markering: markering die dient om een voertuig meer zichtbaarheid te geven door weerkaatsing van het licht afkomstig van een niet tot het voertuig behorende lichtbron, waarbij de waarnemer zich nabij deze lichtbron bevindt;

  • origineel emissiebeheersingssysteem: emissiebeheerssysteem dat onder de voor het betrokken voertuig verleende typegoedkeuring valt, bedoeld in artikel 3, twaalfde lid, van verordening (EG) 715/2007;

  • overig voertuig voor speciale doeleinden: voertuig van de voertuigcategorie M, N of O voor speciale doeleinden met carrosserietype SG niet zijnde een aanhangwagen voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen, motorvoertuig voor het vervoer van uitzonderlijke ladingen, multifunctionele werktuigdrager of andere voertuigsoort genoemd in artikel 1.1a;

  • ov-auto: personenauto bestemd voor het verrichten van openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000;

  • parkeerlicht: licht dat is bestemd om de aanwezigheid van een geparkeerd voertuig aan te geven;

  • pendelas: samenstel van twee of meer assen in één lijn loodrecht op de lengte-as van het voertuig zodanig ingericht dat de belasting op alle wielen gelijkmatig verdeeld wordt overgebracht op het wegdek. Een samenstel van wielen op één wielnaaf wordt aangemerkt als één wiel;

  • personenauto: voertuig op vier of meer wielen, ingericht voor het vervoer van personen, met niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet meegerekend; in ieder geval wordt als personenauto aangemerkt een voertuig van de voertuigcategorie M met de voertuigclassificatie M1;

  • remlicht: licht dat wordt gebruikt om de weggebruikers die zich achter het voertuig bevinden kenbaar te maken dat de longitudinale beweging van het voertuig opzettelijk wordt vertraagd;

  • retroreflector: inrichting die is bestemd om de aanwezigheid van een voertuig kenbaar te maken door weerkaatsing van het licht afkomstig van een niet tot dat voertuig behorende lichtbron, waarbij de waarnemer zich nabij deze lichten bevindt;

  • richtingaanwijzer: licht dat is bestemd om andere weggebruikers kenbaar te maken dat de bestuurder het voornemen heeft naar links of naar rechts van richting te veranderen;

  • rijdend werktuig: bedrijfsauto die is ingericht voor het uitvoeren van in hoofdzaak andere werkzaamheden dan het vervoer van goederen of personen;

  • RVV 1990: Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

  • samenstel van voertuigen: trekkend voertuig met een of meer aanhangwagens;

  • schadevoertuig: voertuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel u, van de wet. Hieronder wordt in ieder geval verstaan een voertuig:

    1. waarvan de dragende carrosseriedelen ernstig zijn vervormd;

    2. waarvan de langsbalken van het chassis ernstig zijn vervormd;

    3. waarvan één of meer deurstijlen ernstig zijn vervormd;

    4. waarvan het dak is verwijderd of de deur- of raamstijlen zijn doorgeknipt;

    5. waarvan één of meer wielophangingen ernstig zijn vervormd in combinatie met één van de overige punten;

    6. met ernstige brand- of waterschade, of

    7. waarvan het frame ernstig is beschadigd;

  • semi-dieplader: open voertuig van de voertuigcategorie O met de voertuigclassificatie O3 of O4 waarvan het grotendeels verlaagde laadvlak zich in onbeladen toestand meer dan 0,70 m maar niet meer dan 1,10 m boven het wegdek bevindt, gemeten vanaf het wegdek tot aan de bovenkant van het laadvlak;

  • seriehybride voertuig: hybride elektrisch voertuig waarvan alleen de elektrische motor mechanisch met de wielen verbonden is;

  • staaklicht: licht aan de achterzijde van het voertuig dat voor de bestuurder de lengte van het voertuig kenbaar maakt;

  • stadslicht: licht dat, van de voorzijde gezien, de aanwezigheid van het voertuig kenbaar maakt en een aanwijzing is voor de breedte van het voertuig;

  • stoel: complete structuur met bekleding, al dan niet geïntegreerd in de carrosseriestructuur van het voertuig, die bestemd is om zitplaats te bieden aan één persoon;

  • subcategorie: subcategorie als bedoeld in bijlage I, deel A, bij verordening (EU) 2018/858;

  • taxi: personenauto bestemd voor taxivervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000;

  • technisch toegestane maximummassa: door de fabrikant voor een voertuig op basis van de bouwkenmerken en de door het ontwerp bepaalde prestaties ervan vastgestelde maximummassa; de technisch toegestane maximummassa van een aanhangwagen of een oplegger omvat de statische massa die in aangekoppelde toestand op het trekkende voertuig wordt overgebracht;

  • terreinvoertuig: voertuig van de voertuigcategorie M of N met specifieke technische kenmerken waardoor het buiten de normale wegen kan worden gebruikt;

  • T-100 bus: bus die blijkens het kentekenregister is goedgekeurd voor een maximumsnelheid van 100 km/h;

  • verlengde cabine: aerodynamische vormgeving aan de voorzijde van een voertuig van de voertuigcategorie N2 en N3, te herkennen aan de vermelding op de voorgeschreven constructieplaat;

  • verlicht transparant: verlichting op een voertuig die uitsluitend informatie biedt over de bestemming of het gebruik van het voertuig, dan wel aanwijzingen weergeeft voor het overige wegverkeer;

  • verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk: inrichting die is ontworpen om door een voertuig te worden gedragen en waarmee aan het voertuig een extra functie wordt gegeven;

  • verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk: voertuig van de voertuigcategorie S, zijnde een in de landbouw of bosbouw gebruikte aanhangwagen die is ontworpen om getrokken te worden door een landbouw- of bosbouwtrekker en die de landbouw- of bosbouwtrekker een andere of extra functie geeft, van een vast gemonteerd werktuig is voorzien of is ontworpen om materiaal te bewerken, en die een laadplatform kan omvatten dat is ontworpen en gebouwd om de voor deze doeleinden benodigde gereedschappen en hulpstukken te dragen en om het tijdens het werk geproduceerde of benodigde materiaal tijdelijk op te slaan, en waarbij de verhouding tussen de totale technisch toegestane maximummassa in beladen toestand en de massa in onbeladen toestand van dit voertuig kleiner is dan 3,0;

  • verwisselbaar uitrustingsstuk: verwisselbaar gedragen uitrustingsstuk of verwisselbaar getrokken uitrustingsstuk;

  • voertuig van de voertuigcategorie C: voertuig als bedoeld in artikel 4, negende lid, van verordening (EU) 167/2013;

  • voertuig van de voertuigcategorie L: voertuig als bedoeld in artikel 4 van verordening (EU) 168/2013;

  • voertuig van de voertuigcategorie M: voertuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2018/858;

  • voertuig van de voertuigcategorie N: voertuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) 2018/858;

  • voertuig van de voertuigcategorie O: voertuig als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, van verordening (EU) 2018/858;

  • voertuig van de voertuigcategorie R: voertuig als bedoeld in artikel 4, tiende tot en met veertiende lid, van verordening (EU) 167/2013;

  • voertuig van de voertuigcategorie S: voertuig als bedoeld in artikel 4, vijftiende tot en met zeventiende lid, van verordening (EU) 167/2013;

  • voertuig van de voertuigcategorie T: voertuig als bedoeld in artikel 4, eerste tot en met achtste lid, van verordening (EU) 167/2013;

  • voertuig voor speciale doeleinden: voertuig van de voertuigcategorie M, N, of O met specifieke technische kenmerken om een functie te vervullen waarvoor speciale voorzieningen of uitrustingen vereist zijn;

  • volledige contourmarkering: contourmarkering die de omtrek (lengte, breedte en hoogte) van een voertuig aangeeft door middel van een doorlopende lijn;

  • voor rolstoelen toegankelijk voertuig: voertuig dat specifiek gebouwd of verbouwd is ten behoeve van een of meer personen die in hun rolstoel zitten, wanneer het voertuig op de weg rijdt; in ieder geval wordt als voor rolstoelen toegankelijk voertuig aangemerkt een voertuig voor speciale doeleinden van de voertuigcategorie M met voertuigclassificatie M1 en subcategorie SH;

  • waarschuwingsknipperlicht: gelijktijdige werking van alle richtingaanwijzers, bestemd om aan te geven dat het voertuig tijdelijk een bijzonder gevaar oplevert voor andere weggebruikers;

  • wagen: voertuig, met uitzondering van een motorvoertuig, aanhangwagen, niet-gemotoriseerd gehandicaptenvoertuig, fiets en zijspanwagen, doch met inbegrip van een handwagen met motorvermogen;

  • waterstofinstallatie: installatie, bestaande uit een geheel van gemonteerde onderdelen dat het mogelijk maakt om als brandstof voor de voortstuwingsmotor gebruik te maken van waterstof;

  • werklicht: licht dat is bestemd voor het verlichten van een plaats waar werkzaamheden worden verricht;

  • wet: Wegenverkeerswet 1994;

  • wielbasis:

    1. ten aanzien van vóór 1 april 1983 in gebruik genomen voertuigen: de horizontaal, evenwijdig aan het middenlangsvlak van het voertuig gemeten afstand tussen het hart van de eerste as, van het eerste samenstel van assen of van de koppelingspen en het hart van de laatste as of het hart van het laatste samenstel van assen;

    2. ten aanzien van na 31 maart 1983 in gebruik genomen voertuigen, niet zijnde opleggers of na 28 april 2009 in gebruik genomen middenasaanhangwagens: de horizontaal, evenwijdig aan het middenlangsvlak van het voertuig gemeten afstand tussen het hart van de eerste en het hart van de laatste as van het voertuig;

    3. ten aanzien van na 31 maart 1983 in gebruik genomen opleggers of na 28 april 2009 in gebruik genomen middenasaanhangwagens: de horizontaal, evenwijdig aan het middenlangsvlak van het voertuig gemeten afstand tussen de verticale hartlijn van de koppeling en het hart van de laatste as;

  • zelfsturende as: as die wordt gestuurd doordat, door de wrijving van de banden op het wegdek, de wielen zelfstandig een zodanige stand innemen dat zij de cirkelbaan van het voertuig volgen;

  • zelfsturend asstel: asstel dat wordt gestuurd doordat, door de wrijving van de banden op het wegdek, de wielen zelfstandig een zodanige stand innemen dat zij de cirkelbaan van het voertuig volgen;

  • zijmarkeringslicht: licht dat, van de zijkant gezien, de aanwezigheid van het voertuig kenbaar maakt;

  • zijspanwagen: voertuig, al dan niet afneembaar verbonden aan de zijkant van een fiets, bromfiets of motorfiets;

  • zitbank: constructie die plaats biedt aan ten minste twee volwassenen;

  • zitplaats: constructie, inclusief bekleding, die al dan niet een integrerend deel vormt van de constructie van het voertuig, die plaats biedt aan een volwassen persoon, met dien verstande dat de zitplaats zowel een afzonderlijke zitplaats kan zijn als een gedeelte van een bank dat plaats biedt aan één persoon en die afhankelijk van de richting als volgt wordt aangeduid:

    1. naar voren gerichte zitplaats: zitplaats die kan worden gebruikt terwijl het voertuig in beweging is en die zodanig naar de voorkant van het voertuig is gericht dat het middenlangsvlak van de zitplaats een hoek van minder dan + 10° of – 10° vormt met het middenlangsvlak van het voertuig;

    2. naar achteren gerichte zitplaats: zitplaats die kan worden gebruikt terwijl het voertuig in beweging is en die zodanig naar de achterkant van het voertuig is gericht dat het middenlangsvlak van de zitplaats een hoek van minder dan + 10° of – 10° vormt met het middenlangsvlak van het voertuig;

    3. zijdelings gerichte zitplaats: zitplaats die, gelet op haar gerichtheid ten opzichte van het middenlangsvlak van het voertuig, niet voldoet aan de onderdelen a en b.

Artikel 1.1a

Afdeling 1a. Aanvulling grondslagen

Artikel 1.1b

Afdeling 2. Besluiten van volkenrechtelijke organisaties of van één of meer instellingen van de Europese Unie

Artikel 1.2

Artikel 1.2a [Vervallen per 01-05-2018]

Artikel 1.3

Artikel 1.4 [Vervallen per 19-12-2020]

Afdeling 3. [Vervallen per 01-05-2018]

§ 1. [Vervallen per 01-05-2018]

Artikel 1.5 [Vervallen per 01-05-2018]
Artikel 1.6 [Vervallen per 01-05-2018]
Artikel 1.7 [Vervallen per 01-05-2018]
Artikel 1.8 [Vervallen per 01-05-2018]
Artikel 1.9 [Vervallen per 01-05-2018]
Artikel 1.10 [Vervallen per 01-05-2018]

Hoofdstuk 2. Voertuigidentificatienummer en datum eerste toelating

Artikel 2.1

Artikel 2.2

Hoofdstuk 3. Nadere regels in verband met de goedkeuringen bedoeld in hoofdstuk III van de Wegenverkeerswet 1994

Afdeling 1. Nationale goedkeuringen voertuigen categorieën M, N en O

Artikel 3.1.1

Artikel 3.1.2

Artikel 3.1.3

Artikel 3.1.3a

Artikel 3.1.4

Artikel 3.1.5

Afdeling 2. Nationale goedkeuringen personenauto’s, bedrijfsauto’s en bussen met een maximumconstructiesnelheid van ten hoogste 25 km/h

Artikel 3.2.1

Artikel 3.2.2

Afdeling 3. Nationale goedkeuringen voertuigen categorieën L

Artikel 3.3.1

Artikel 3.3.2

Artikel 3.3.3

Afdeling 5. Nationale goedkeuringen voertuigen categorieën T, C, R en S

Artikel 3.5.1

Artikel 3.5.2

Artikel 3.5.3

Artikel 3.5.4

Afdeling 6. Nationale goedkeuringen mobiele machines

Artikel 3.6.1

Artikel 3.6.2

Artikel 3.6.3

Artikel 3.6.4

Afdeling 7. Voorlopige nationale individuele goedkeuringen bij nieuwe technologieën of nieuwe concepten

Artikel 3.7.1

Artikel 3.7.2

Artikel 3.7.3

Afdeling 8. Nationale goedkeuringen voor systemen, onderdelen, technische eenheden, voertuigdelen, uitrustingsstukken, en voorzieningen ter bescherming van inzittenden van voertuigen en kwetsbare weggebruikers

Artikel 3.8.1

Artikel 3.8.2

Artikel 3.8.3

Afdeling 9. Taken en bevoegdheden in verband met goedkeuringen door de Dienst Wegverkeer

Artikel 3.9.1

Artikel 3.9.2

Artikel 3.9.3

Afdeling 10. Uitzonderingen als bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van de wet , op de goedkeuringsverplichting, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet

Artikel 3.10.1

Artikel 3.10.2

Afdeling 11. Op de markt aanbieden, registreren of in gebruik nemen van voertuigen uit restantvoorraad

Artikel 3.11.1

Artikel 3.11.2

Afdeling 12. Uit de handel nemen of terugroepen

Artikel 3.12.1

Hoofdstuk 4. Aanwijzing artikelen uit EU-verordeningen als bedoeld in artikel 29 en 31 van de wet waarvoor inbreuken erop tot sancties aanleiding geven

Artikel 4.1

Artikel 4.2

Artikel 4.3

Artikel 4.4

Hoofdstuk 5. Permanente eisen

Afdeling 1. Algemeen

Artikel 5.1.1

Artikel 5.1.2

Artikel 5.1.3

Artikel 5.1.4

Artikel 5.1.4a

Artikel 5.1.5

Artikel 5.1.6

Afdeling 1a. Vaststelling kenmerken voertuigen

Artikel 5.1a.1

Artikel 5.1a.2

Artikel 5.1a.3

Artikel 5.1a.4

Artikel 5.1a.5

Afdeling 1b. Algemene bepalingen wijze van keuren

Artikel 5.1b.1

Artikel 5.1b.2

Artikel 5.1b.3

Artikel 5.1b.4

Afdeling 2. Personenauto’s

Artikel 5.2.0

Afdeling 2. Personenauto’s

§ 0. Algemeen

Artikel 5.2.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.2.3
Artikel 5.2.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.2.6
Artikel 5.2.7

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.2.9
Artikel 5.2.10
Artikel 5.2.10a
Artikel 5.2.10b
Artikel 5.2.11
Artikel 5.2.11a
Artikel 5.2.12
Artikel 5.2.12a
Artikel 5.2.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.2.15
Artikel 5.2.16

§ 5. Assen

Artikel 5.2.18
Artikel 5.2.19
Artikel 5.2.20
Artikel 5.2.21
Artikel 5.2.22
Artikel 5.2.23
Artikel 5.2.24
Artikel 5.2.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.2.27
Artikel 5.2.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.2.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.2.31
Artikel 5.2.32
Artikel 5.2.38
Artikel 5.2.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.2.41
Artikel 5.2.42
Artikel 5.2.43
Artikel 5.2.44
Artikel 5.2.45
Artikel 5.2.46
Artikel 5.2.47
Artikel 5.2.47a
Artikel 5.2.48
Artikel 5.2.49a
Artikel 5.2.50

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.2.51
Artikel 5.2.51a
Artikel 5.2.53
Artikel 5.2.55
Artikel 5.2.56
Artikel 5.2.57
Artikel 5.2.57a
Artikel 5.2.59
Artikel 5.2.59a
Artikel 5.2.59b
Artikel 5.2.61
Artikel 5.2.62
Artikel 5.2.64
Artikel 5.2.65

§ 11. Verbinding tussen personenauto en aanhangwagen

Artikel 5.2.66
Artikel 5.2.67

§ 12. Diversen

Artikel 5.2.71
Artikel 5.2.72

§ 13. Aanvullende eisen taxi’s

Artikel 5.2.73
Artikel 5.2.74
Artikel 5.2.75
Artikel 5.2.76
Artikel 5.2.77 [Vervallen per 01-01-2018]
Artikel 5.2.78
Artikel 5.2.79

Afdeling 3. Bedrijfsauto’s

Artikel 5.3.0

Afdeling 3. Bedrijfsauto’s

§ 0. Algemeen

Artikel 5.3.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.3.3
Artikel 5.3.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.3.6
Artikel 5.3.7

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.3.9
Artikel 5.3.10
Artikel 5.3.10a
Artikel 5.3.10b
Artikel 5.3.11
Artikel 5.3.11a
Artikel 5.3.12
Artikel 5.3.12a
Artikel 5.3.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.3.15
Artikel 5.3.16

§ 5. Assen

Artikel 5.3.18
Artikel 5.3.19
Artikel 5.3.20
Artikel 5.3.21
Artikel 5.3.22
Artikel 5.3.23
Artikel 5.3.24
Artikel 5.3.25
Artikel 5.3.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.3.27
Artikel 5.3.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.3.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.3.31
Artikel 5.3.32
Artikel 5.3.33
Artikel 5.3.34
Artikel 5.3.35
Artikel 5.3.36
Artikel 5.3.37
Artikel 5.3.38
Artikel 5.3.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.3.41
Artikel 5.3.42
Artikel 5.3.43
Artikel 5.3.44
Artikel 5.3.45
Artikel 5.3.46
Artikel 5.3.47
Artikel 5.3.47a
Artikel 5.3.48
Artikel 5.3.49
Artikel 5.3.49a
Artikel 5.3.50

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.3.51
Artikel 5.3.51a
Artikel 5.3.53
Artikel 5.3.55
Artikel 5.3.56
Artikel 5.3.57
Artikel 5.3.57a
Artikel 5.3.59
Artikel 5.3.59a
Artikel 5.3.59b
Artikel 5.3.61
Artikel 5.3.62
Artikel 5.3.64
Artikel 5.3.65

§ 11. Verbinding tussen bedrijfsauto en aanhangwagen

Artikel 5.3.66
Artikel 5.3.67
Artikel 5.3.68
Artikel 5.3.69

§ 12. Diversen

Artikel 5.3.71
Artikel 5.3.72

Afdeling 3a. Bussen

Artikel 5.3a.0

Afdeling 3a. Bussen

§ 0. Algemeen

Artikel 5.3a.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.3a.3
Artikel 5.3a.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.3a.6
Artikel 5.3a.7

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.3a.9
Artikel 5.3a.10
Artikel 5.3a.10a
Artikel 5.3a.10b
Artikel 5.3a.11
Artikel 5.3a.11a
Artikel 5.3a.12
Artikel 5.3a.12a
Artikel 5.3a.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.3a.15
Artikel 5.3a.16

§ 5. Assen

Artikel 5.3a.18
Artikel 5.3a.19
Artikel 5.3a.20
Artikel 5.3a.21
Artikel 5.3a.22
Artikel 5.3a.23
Artikel 5.3a.24
Artikel 5.3a.25
Artikel 5.3a.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.3a.27
Artikel 5.3a.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.3a.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.3a.31
Artikel 5.3a.32
Artikel 5.3a.33
Artikel 5.3a.34
Artikel 5.3a.35
Artikel 5.3a.36
Artikel 5.3a.37
Artikel 5.3a.38
Artikel 5.3a.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.3a.41
Artikel 5.3a.42
Artikel 5.3a.43
Artikel 5.3a.44
Artikel 5.3a.45
Artikel 5.3a.46
Artikel 5.3a.47
Artikel 5.3a.48
Artikel 5.3a.49

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.3a.51
Artikel 5.3a.51a
Artikel 5.3a.53
Artikel 5.3a.55
Artikel 5.3a.56
Artikel 5.3a.57
Artikel 5.3a.57a
Artikel 5.3a.59
Artikel 5.3a.59a
Artikel 5.3a.59b
Artikel 5.3a.61
Artikel 5.3a.62
Artikel 5.3a.64
Artikel 5.3a.65

§ 11. Verbinding tussen bus en aanhangwagen

Artikel 5.3a.66
Artikel 5.3a.67
Artikel 5.3a.68

§ 12. Diversen

Artikel 5.3a.71
Artikel 5.3a.72

Afdeling 4. Motorfietsen

Artikel 5.4.0

Afdeling 4. Motorfietsen

§ 0. Algemeen

Artikel 5.4.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.4.3
Artikel 5.4.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.4.6

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.4.9
Artikel 5.4.10
Artikel 5.4.10a
Artikel 5.4.11
Artikel 5.4.12
Artikel 5.4.12a
Artikel 5.4.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.4.15
Artikel 5.4.16

§ 5. Assen

Artikel 5.4.18
Artikel 5.4.20
Artikel 5.4.21
Artikel 5.4.24

§ 6. Ophanging

Artikel 5.4.27
Artikel 5.4.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.4.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.4.31
Artikel 5.4.38

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.4.41
Artikel 5.4.45
Artikel 5.4.46
Artikel 5.4.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.4.51
Artikel 5.4.51a
Artikel 5.4.52
Artikel 5.4.52a [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel 5.4.53
Artikel 5.4.54
Artikel 5.4.55
Artikel 5.4.56
Artikel 5.4.57
Artikel 5.4.57a
Artikel 5.4.58
Artikel 5.4.58a [Vervallen per 01-01-2010]
Artikel 5.4.59
Artikel 5.4.59a
Artikel 5.4.59b
Artikel 5.4.62
Artikel 5.4.64
Artikel 5.4.65

§ 11. Verbinding tussen motorfiets en aanhangwagen

Artikel 5.4.66

§ 12. Diversen

Artikel 5.4.71

Afdeling 5. Driewielige motorrijtuigen

Artikel 5.5.0

Afdeling 5. Driewielige motorrijtuigen

§ 0. Algemeen

Artikel 5.5.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.5.3
Artikel 5.5.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.5.6
Artikel 5.5.7

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.5.9
Artikel 5.5.10
Artikel 5.5.10a
Artikel 5.5.10b
Artikel 5.5.11
Artikel 5.5.11a
Artikel 5.5.12
Artikel 5.5.12a
Artikel 5.5.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.5.15
Artikel 5.5.16

§ 5. Assen

Artikel 5.5.18
Artikel 5.5.19
Artikel 5.5.20
Artikel 5.5.21
Artikel 5.5.24
Artikel 5.5.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.5.27
Artikel 5.5.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.5.29
Artikel 5.5.30

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.5.31
Artikel 5.5.32
Artikel 5.5.38
Artikel 5.5.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.5.41
Artikel 5.5.42
Artikel 5.5.43
Artikel 5.5.44
Artikel 5.5.45
Artikel 5.5.46
Artikel 5.5.47
Artikel 5.5.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.5.51
Artikel 5.5.51a
Artikel 5.5.53
Artikel 5.5.55
Artikel 5.5.56
Artikel 5.5.57
Artikel 5.5.57a
Artikel 5.5.59
Artikel 5.5.59a
Artikel 5.5.59b
Artikel 5.5.61
Artikel 5.5.62
Artikel 5.5.64
Artikel 5.5.65

§ 11. Verbinding tussen driewielig motorrijtuig en aanhangwagen

Artikel 5.5.66

§ 12. Diversen

Artikel 5.5.71
Artikel 5.5.72

Afdeling 6. Bromfietsen

Artikel 5.6.0

Afdeling 6. Bromfietsen

§ 0. Algemeen

Artikel 5.6.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.6.3
Artikel 5.6.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.6.6

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.6.8
Artikel 5.6.9
Artikel 5.6.10
Artikel 5.6.10a
Artikel 5.6.11
Artikel 5.6.12
Artikel 5.6.12a
Artikel 5.6.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.6.15
Artikel 5.6.16

§ 5. Assen

Artikel 5.6.18
Artikel 5.6.19
Artikel 5.6.20
Artikel 5.6.24

§ 6. Ophanging

Artikel 5.6.27
Artikel 5.6.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.6.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.6.31
Artikel 5.6.38
Artikel 5.6.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.6.41
Artikel 5.6.42
Artikel 5.6.43
Artikel 5.6.45
Artikel 5.6.46
Artikel 5.6.47
Artikel 5.6.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.6.51
Artikel 5.6.52
Artikel 5.6.53
Artikel 5.6.55
Artikel 5.6.57
Artikel 5.6.57a
Artikel 5.6.58
Artikel 5.6.59
Artikel 5.6.59a
Artikel 5.6.64
Artikel 5.6.65

§ 11. Verbinding tussen bromfiets en aanhangwagen

Artikel 5.6.66

§ 12. Diversen

Artikel 5.6.71
Artikel 5.6.71a

§ 13. Eisen met betrekking tot bromfietsen die door de minister op grond van artikel 20b van de wet zijn aangewezen

Artikel 5.6.72
Artikel 5.6.73
Artikel 5.6.74
Artikel 5.6.75
Artikel 5.6.76
Artikel 5.6.77
Artikel 5.6.78
Artikel 5.6.79
Artikel 5.6.80
Artikel 5.6.81
Artikel 5.6.82
Artikel 5.6.83
Artikel 5.6.84
Artikel 5.6.85
Artikel 5.6.86
Artikel 5.6.87
Artikel 5.6.88
Artikel 5.6.89
Artikel 5.6.90
Artikel 5.6.91
Artikel 5.6.92
Artikel 5.6.93
Artikel 5.6.94
Artikel 5.6.95
Artikel 5.6.96
Artikel 5.6.97
Artikel 5.6.98
Artikel 5.6.99

Afdeling 7. Motorrijtuigen met beperkte snelheid

Artikel 5.7.0

Afdeling 7. Motorrijtuigen met beperkte snelheid

§ 0. Algemeen

Artikel 5.7.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.7.3
Artikel 5.7.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.7.6
Artikel 5.7.7

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.7.8
Artikel 5.7.9
Artikel 5.7.10
Artikel 5.7.10a
Artikel 5.7.10b
Artikel 5.7.11
Artikel 5.7.12
Artikel 5.7.12a
Artikel 5.7.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.7.14
Artikel 5.7.16

§ 5. Assen

Artikel 5.7.18
Artikel 5.7.19
Artikel 5.7.20
Artikel 5.7.24
Artikel 5.7.25
Artikel 5.7.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.7.27
Artikel 5.7.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.7.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.7.31
Artikel 5.7.38
Artikel 5.7.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.7.41 [Vervallen per 01-04-2017]
Artikel 5.7.42
Artikel 5.7.43
Artikel 5.7.45
Artikel 5.7.46
Artikel 5.7.47
Artikel 5.7.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.7.51
Artikel 5.7.53
Artikel 5.7.54 [Vervallen per 01-04-2017]
Artikel 5.7.55
Artikel 5.7.56
Artikel 5.7.57
Artikel 5.7.57a
Artikel 5.7.59
Artikel 5.7.59a
Artikel 5.7.59b
Artikel 5.7.60 [Vervallen per 01-04-2017]
Artikel 5.7.61
Artikel 5.7.62
Artikel 5.7.64
Artikel 5.7.65

§ 11. Verbinding tussen motorrijtuig met beperkte snelheid en aanhangwagen

Artikel 5.7.66

§ 12. Diversen

Artikel 5.7.71
Artikel 5.7.72
Artikel 5.7.73

Afdeling 7a. Mobiele machines

Artikel 5.7a.0

Afdeling 7a. Mobiele machines

§ 0. Algemeen

Artikel 5.7a.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.7a.3
Artikel 5.7a.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.7a.6
Artikel 5.7a.7

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.7a.8
Artikel 5.7a.9
Artikel 5.7a.10
Artikel 5.7a.10a
Artikel 5.7a.10b
Artikel 5.7a.11
Artikel 5.7a.11a
Artikel 5.7a.12
Artikel 5.7a.12a
Artikel 5.7a.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.7a.14
Artikel 5.7a.15
Artikel 5.7a.16

§ 5. Assen

Artikel 5.7a.18
Artikel 5.7a.19
Artikel 5.7a.20
Artikel 5.7a.24
Artikel 5.7a.25
Artikel 5.7a.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.7a.27
Artikel 5.7a.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.7a.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.7a.31
Artikel 5.7a.32
Artikel 5.7a.33
Artikel 5.7a.34
Artikel 5.7a.36
Artikel 5.7a.38
Artikel 5.7a.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.7a.41
Artikel 5.7a.42
Artikel 5.7a.43
Artikel 5.7a.45
Artikel 5.7a.46
Artikel 5.7a.47
Artikel 5.7a.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.7a.51
Artikel 5.7a.53
Artikel 5.7a.55
Artikel 5.7a.56
Artikel 5.7a.57
Artikel 5.7a.57a
Artikel 5.7a.59
Artikel 5.7a.59a
Artikel 5.7a.59b
Artikel 5.7a.61
Artikel 5.7a.62
Artikel 5.7a.64
Artikel 5.7a.65

§ 11. Verbinding tussen mobiele machine en aanhangwagen

Artikel 5.7a.66
Artikel 5.7a.67
Artikel 5.7a.68
Artikel 5.7a.69
Artikel 5.7a.70

§ 12. Diversen

Artikel 5.7a.71
Artikel 5.7a.72
Artikel 5.7a.73

Afdeling 8. Landbouw- of bosbouwtrekkers

Artikel 5.8.0

Afdeling 8. Landbouw- of bosbouwtrekkers

§ 0. Algemeen

Artikel 5.8.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.8.3
Artikel 5.8.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.8.6
Artikel 5.8.7

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.8.8
Artikel 5.8.9
Artikel 5.8.10
Artikel 5.8.10a
Artikel 5.8.10b
Artikel 5.8.11
Artikel 5.8.11a
Artikel 5.8.12
Artikel 5.8.12a
Artikel 5.8.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.8.14
Artikel 5.8.15
Artikel 5.8.16

§ 5. Assen

Artikel 5.8.18
Artikel 5.8.19
Artikel 5.8.20
Artikel 5.8.24
Artikel 5.8.25
Artikel 5.8.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.8.27
Artikel 5.8.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.8.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.8.31
Artikel 5.8.32
Artikel 5.8.33
Artikel 5.8.34
Artikel 5.8.36
Artikel 5.8.37
Artikel 5.8.38
Artikel 5.8.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.8.41
Artikel 5.8.42
Artikel 5.8.43
Artikel 5.8.45
Artikel 5.8.46
Artikel 5.8.47
Artikel 5.8.48
Artikel 5.8.49

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.8.51
Artikel 5.8.53
Artikel 5.8.55
Artikel 5.8.56
Artikel 5.8.57
Artikel 5.8.57a
Artikel 5.8.59
Artikel 5.8.59a
Artikel 5.8.59b
Artikel 5.8.61
Artikel 5.8.62
Artikel 5.8.64
Artikel 5.8.65

§ 11. Verbinding tussen landbouw- of bosbouwtrekker en aanhangwagen

Artikel 5.8.66
Artikel 5.8.67
Artikel 5.8.68
Artikel 5.8.69
Artikel 5.8.70

§ 12. Diversen

Artikel 5.8.71
Artikel 5.8.72

Afdeling 9. Fietsen

Artikel 5.9.0

Afdeling 9. Fietsen

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.9.3

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.9.6
Artikel 5.9.12

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.9.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.9.38
Artikel 5.9.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.9.46
Artikel 5.9.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.9.51
Artikel 5.9.52
Artikel 5.9.54
Artikel 5.9.55
Artikel 5.9.57
Artikel 5.9.57a
Artikel 5.9.60
Artikel 5.9.65

§ 12. Diversen

Artikel 5.9.71

Afdeling 10. Gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, alsmede gehandicaptenvoertuigen uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie

Artikel 5.10.0

Afdeling 10. Gehandicaptenvoertuigen voorzien van een gesloten carrosserie, alsmede gehandicaptenvoertuigen uitgerust met een verbrandingsmotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie

§ 0. Algemeen

Artikel 5.10.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.10.3
Artikel 5.10.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.10.6

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.10.8
Artikel 5.10.9
Artikel 5.10.11
Artikel 5.10.12
Artikel 5.10.12a
Artikel 5.10.13

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.10.14
Artikel 5.10.16
Artikel 5.10.17

§ 5. Assen

Artikel 5.10.18
Artikel 5.10.19
Artikel 5.10.20
Artikel 5.10.24
Artikel 5.10.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.10.27
Artikel 5.10.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.10.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.10.31
Artikel 5.10.32
Artikel 5.10.38
Artikel 5.10.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.10.41
Artikel 5.10.42
Artikel 5.10.43
Artikel 5.10.44
Artikel 5.10.45
Artikel 5.10.46
Artikel 5.10.47
Artikel 5.10.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.10.51
Artikel 5.10.53
Artikel 5.10.54
Artikel 5.10.55
Artikel 5.10.56
Artikel 5.10.57
Artikel 5.10.59
Artikel 5.10.59a
Artikel 5.10.59b
Artikel 5.10.60
Artikel 5.10.62
Artikel 5.10.64
Artikel 5.10.65

§ 12. Diversen

Artikel 5.10.71
Artikel 5.10.72

Afdeling 11. Gehandicaptenvoertuigen uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie

Artikel 5.11.0

Afdeling 11. Gehandicaptenvoertuigen uitgerust met een elektromotor en niet voorzien van een gesloten carrosserie

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.11.3

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.11.6

§ 3. Motor, brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.11.8
Artikel 5.11.9
Artikel 5.11.12
Artikel 5.11.12a

§ 4. Krachtoverbrenging

Artikel 5.11.17

§ 5. Assen

Artikel 5.11.18
Artikel 5.11.20
Artikel 5.11.24

§ 6. Ophanging

Artikel 5.11.27
Artikel 5.11.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.11.29

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.11.31
Artikel 5.11.32
Artikel 5.11.38
Artikel 5.11.39

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.11.46
Artikel 5.11.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.11.51
Artikel 5.11.54
Artikel 5.11.55
Artikel 5.11.57
Artikel 5.11.59
Artikel 5.11.59a
Artikel 5.11.64
Artikel 5.11.65

§ 12. Diversen

Artikel 5.11.71

Afdeling 12. Aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg

Artikel 5.12.0

Afdeling 12. Aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg

§ 0. Algemeen

Artikel 5.12.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.12.3
Artikel 5.12.4
Artikel 5.12.5

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.12.6
Artikel 5.12.7

§ 3. Brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.12.9
Artikel 5.12.11a

§ 5. Assen

Artikel 5.12.18
Artikel 5.12.19
Artikel 5.12.20
Artikel 5.12.21
Artikel 5.12.24
Artikel 5.12.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.12.27
Artikel 5.12.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.12.29
Artikel 5.12.30

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.12.31
Artikel 5.12.31a
Artikel 5.12.32. remvloeistofreservoir
Artikel 5.12.35
Artikel 5.12.36
Artikel 5.12.38
Artikel 5.12.39
Artikel 5.12.39a
Artikel 5.12.40

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.12.41
Artikel 5.12.48
Artikel 5.12.49

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.12.51
Artikel 5.12.53
Artikel 5.12.55
Artikel 5.12.57
Artikel 5.12.57a
Artikel 5.12.59
Artikel 5.12.59a
Artikel 5.12.61
Artikel 5.12.64
Artikel 5.12.65

§ 11. Verbinding tussen trekkend motorvoertuig en aanhangwagen

Artikel 5.12.66
Artikel 5.12.67
Artikel 5.12.68
Artikel 5.12.69
Artikel 5.12.70

Afdeling 13. Aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg

Artikel 5.13.0

Afdeling 13. Aanhangwagens van de voertuigcategorie O met een toegestane maximummassa van niet meer dan 750 kg

§ 0. Algemeen

Artikel 5.13.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.13.3
Artikel 5.13.4
Artikel 5.13.5

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.13.6

§ 3. Brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.13.9

§ 5. Assen

Artikel 5.13.18
Artikel 5.13.20
Artikel 5.13.24

§ 6. Ophanging

Artikel 5.13.27
Artikel 5.13.28

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.13.31

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.13.41
Artikel 5.13.48
Artikel 5.13.50

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.13.51
Artikel 5.13.53
Artikel 5.13.54
Artikel 5.13.55
Artikel 5.13.57
Artikel 5.13.57a
Artikel 5.13.59
Artikel 5.13.59a
Artikel 5.13.60
Artikel 5.13.64
Artikel 5.13.65

§ 11. Verbinding tussen trekkend motorvoertuig en aanhangwagen

Artikel 5.13.66
Artikel 5.13.67

Afdeling 14. Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken

Artikel 5.14.0

Afdeling 14. Landbouw- of bosbouwaanhangwagens en verwisselbare getrokken uitrustingsstukken

§ 0. Algemeen

Artikel 5.14.1

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.14.3
Artikel 5.14.4
Artikel 5.14.5

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.14.6
Artikel 5.14.7

§ 3. Brandstofsystemen en milieu

Artikel 5.14.9

§ 5. Assen

Artikel 5.14.18
Artikel 5.14.19
Artikel 5.14.20
Artikel 5.14.24
Artikel 5.14.26

§ 6. Ophanging

Artikel 5.14.27
Artikel 5.14.28

§ 7. Stuurinrichting

Artikel 5.14.29
Artikel 5.14.30

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.14.31
Artikel 5.14.35
Artikel 5.14.36
Artikel 5.14.38
Artikel 5.14.40

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.14.41
Artikel 5.14.48
Artikel 5.14.49

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.14.51
Artikel 5.14.53
Artikel 5.14.55
Artikel 5.14.57
Artikel 5.14.57a
Artikel 5.14.59
Artikel 5.14.59a
Artikel 5.14.61
Artikel 5.14.64
Artikel 5.14.65

§ 11. Verbinding tussen trekkend motorvoertuig en aanhangwagen

Artikel 5.14.66
Artikel 5.14.67
Artikel 5.14.68
Artikel 5.14.69
Artikel 5.14.70

Afdeling 15. Motorfietsaanhangwagens en bromfietsaanhangwagens

Artikel 5.15.0

Afdeling 15. Motorfietsaanhangwagens en bromfietsaanhangwagens

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.15.2
Artikel 5.15.3
Artikel 5.15.4
Artikel 5.15.5

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.15.6

§ 5. Assen

Artikel 5.15.18
Artikel 5.15.20
Artikel 5.15.24

§ 6. Ophanging

Artikel 5.15.27

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.15.41
Artikel 5.15.48
Artikel 5.15.50

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.15.51
Artikel 5.15.53
Artikel 5.15.54
Artikel 5.15.55
Artikel 5.15.57
Artikel 5.15.57a
Artikel 5.15.59
Artikel 5.15.59a
Artikel 5.15.60
Artikel 5.15.64
Artikel 5.15.65

§ 11. Verbinding tussen trekkend motorvoertuig en aanhangwagen

Artikel 5.15.66
Artikel 5.15.67
Artikel 5.15.70

Afdeling 16. Fietsaanhangwagens

Artikel 5.16.0

Afdeling 16. Fietsaanhangwagens

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.16.6

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.16.51
Artikel 5.16.54
Artikel 5.16.55
Artikel 5.16.57
Artikel 5.16.59
Artikel 5.16.64
Artikel 5.16.65

Afdeling 17. Wagens

Artikel 5.17.0

Afdeling 17. Wagens

§ 1. Algemene bouwwijze van het voertuig

Artikel 5.17.3
Artikel 5.17.4

§ 2. Afmetingen en massa’s

Artikel 5.17.6
Artikel 5.17.7
Artikel 5.17.24

§ 6. Ophanging

Artikel 5.17.27

§ 8. Reminrichting

Artikel 5.17.40

§ 9. Carrosserie

Artikel 5.17.48

§ 10. Lichten, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.17.51
Artikel 5.17.54
Artikel 5.17.55
Artikel 5.17.57
Artikel 5.17.59
Artikel 5.17.59a
Artikel 5.17.64
Artikel 5.17.65

Afdeling 18. Gebruikseisen

§ 0. Algemeen

Artikel 5.18.0
Artikel 5.18.1
Artikel 5.18.2
Artikel 5.18.3
Artikel 5.18.4
Artikel 5.18.5
Artikel 5.18.6
Artikel 5.18.7
Artikel 5.18.7a
Artikel 5.18.8
Artikel 5.18.9
Artikel 5.18.10

§ 1. Afmetingen, massa’s en lasten

A. Personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen, driewielige motorrijtuigen, dolly’s of aanhangwagens van de voertuigcategorie O en samenstellen hiervan
Artikel 5.18.11
Artikel 5.18.12
Artikel 5.18.12a
Artikel 5.18.13
Artikel 5.18.14
Artikel 5.18.15
Artikel 5.18.16
Artikel 5.18.17a
Artikel 5.18.17b
Artikel 5.18.17c
Artikel 5.18.17d
Artikel 5.18.17e
Artikel 5.18.17f
Artikel 5.18.17g
Artikel 5.18.17h
Artikel 5.18.18
Artikel 5.18.18a
B. Motorfietsen en motorfietsaanhangwagens
Artikel 5.18.19
C. Landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines, alsmede daardoor voortbewogen landbouw- of bosbouwaanhangwagens, verwisselbare getrokken uitrustingsstukken en aanhangwagens van de voertuigcategorie O
Artikel 5.18.20
Artikel 5.18.21
Artikel 5.18.21a
Artikel 5.18.22
Artikel 5.18.23
Artikel 5.18.24
Artikel 5.18.25
Artikel 5.18.25a
Artikel 5.18.25b
Artikel 5.18.25c
Artikel 5.18.25d
Artikel 5.18.25da
Artikel 5.18.25db
Artikel 5.18.25e
D. Bromfietsen en bromfietsaanhangwagens
Artikel 5.18.26
Artikel 5.18.27
E. Fietsen en fietsaanhangwagens
Artikel 5.18.28
Artikel 5.18.29
F. Gehandicaptenvoertuigen en wagens
Artikel 5.18.30
G. Middenasaanhangwagens en aanhangwagens met een stijve dissel van de voertuigcategorie O
Artikel 5.18.31

§ 2. Ophanging personenauto’s, bedrijfsauto’s, bussen, driewielige motorrijtuigen, landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid en mobiele machines

Artikel 5.18.32
Artikel 5.18.32a0

§ 2a. Sneeuwkettingen

Artikel 5.18.32a

§ 3. Reminrichting

A. Aanhangwagens van de voertuigcategorie O
Artikel 5.18.33
B. Alle categorieën samenstellen van voertuigen
Artikel 5.18.34
Artikel 5.18.35
Artikel 5.18.35a
Artikel 5.18.36

§ 4. Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

Artikel 5.18.36a [Vervallen per 01-01-2012]
Artikel 5.18.36b [Vervallen per 01-04-2017]
Artikel 5.18.36c
Artikel 5.18.36d

§ 4. Verlichting, lichtsignalen en retroreflecterende voorzieningen

A. Personenauto's, bedrijfsauto’s, bussen, driewielige motorrijtuigen en daardoor voortbewogen aanhangwagens
Artikel 5.18.37
B. Aanhangwagens, verwisselbare gedragen uitrustingsstukken en lastdragers
Artikel 5.18.38
Artikel 5.18.38a
C. Gehandicaptenvoertuigen
Artikel 5.18.43
Artikel 5.18.44
Artikel 5.18.45
D. Fietsaanhangwagens achter fietsen op twee wielen
Artikel 5.18.46
Artikel 5.18.47
Artikel 5.18.48
Artikel 5.18.49
E. Wagens
Artikel 5.18.50
Artikel 5.18.51
Artikel 5.18.52
Artikel 5.18.53

§ 5. Verbinding tussen voertuigen

A. Alle categorieën samenstellen van voertuigen
Artikel 5.18.54
B. Samenstellen van personenauto, bedrijfsauto, bus, driewielig motorrijtuig, landbouw- of bosbouwtrekker, motorrijtuig met beperkte snelheid of mobiele machine en aanhangwagen
Artikel 5.18.55
Artikel 5.18.56
Artikel 5.18.57
Artikel 5.18.57a
C. Samenstellen van motorfiets of bromfiets en motorfietsaanhangwagen en bromfietsaanhangwagen
Artikel 5.18.58
D. Samenstellen van fiets en fietsaanhangwagen
Artikel 5.18.59

§ 6. Diversen

Artikel 5.18.60
Artikel 5.18.61
Artikel 5.18.62

Hoofdstuk 6. Wijziging in de goedkeuring van voertuigen

§ 1. Algemeen

Artikel 6.1

Artikel 6.1a

Artikel 6.2

§ 2. Eisen wijziging in de constructie

Artikel 6.3

Artikel 6.4

Artikel 6.5

Artikel 6.6

Artikel 6.7

Artikel 6.8

Artikel 6.9

Artikel 6.10

Hoofdstuk 7. Schadevoertuigen

Artikel 7.0

Artikel 7.1

Hoofdstuk 8. Meetmiddelen

Afdeling 1. Algemeen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 8.1.1
Artikel 8.1.2

§ 2. Voorschriften met betrekking tot de keuring van meetmiddelen

§ 2.1. Keuringen en van toepassing zijnde eisen
Artikel 8.1.3
Artikel 8.1.4
Artikel 8.1.4a
Artikel 8.1.5
Artikel 8.1.6
Artikel 8.1.7
§ 2.2. Certificaten
Artikel 8.1.8
Artikel 8.1.9
Artikel 8.1.10
Artikel 8.1.11 [Vervallen per 01-01-2020]
§ 2.3. Verzegeling en goedkeuringsmerken
Artikel 8.1.12

Afdeling 2. Aanwijzing en erkenning instellingen

§ 1. Keuringsinstellingen

Artikel 8.2.1
Artikel 8.2.2

§ 2. Onderzoeksgerechtigden

Artikel 8.2.3
Artikel 8.2.4
Artikel 8.2.5
Artikel 8.2.6
Artikel 8.2.7
Artikel 8.2.8
Artikel 8.2.9
Artikel 8.2.10

§ 3. Instellingen voor het certificeren van kalibratiegas

Artikel 8.2.11
Artikel 8.2.12
Artikel 8.2.13
Artikel 8.2.14
Artikel 8.2.15
Artikel 8.2.16

Afdeling 3. Algemene eisen gesteld aan meetmiddelen

§ 1. Algemene eisen gesteld aan alle meetmiddelen

Artikel 8.3.1
Artikel 8.3.2
Artikel 8.3.3
Artikel 8.3.4
Artikel 8.3.5
Artikel 8.3.6

§ 2. Algemene eisen gesteld aan elektronische meetmiddelen

Artikel 8.3.7
Artikel 8.3.8 [Vervallen per 01-01-2020]
Artikel 8.3.9
Artikel 8.3.10
Artikel 8.3.10a

§ 3. Algemene eisen gesteld aan hulpinrichtingen

Artikel 8.3.11
Artikel 8.3.12

§ 4. Bijzondere eisen gesteld aan hulpinrichtingen

Artikel 8.3.13
Artikel 8.3.14

Afdeling 4. Specifieke eisen gesteld aan meetmiddelen

§ 1. Roetmeters

§ 1.1. Algemeen
Artikel 8.4.1
Artikel 8.4.2
§ 1.2. Technische eisen
§ 1.2.1. Controle-inrichtingen
Artikel 8.4.3
§ 1.2.2. Maximale fout
Artikel 8.4.4
§ 1.2.3. Optisch systeem
Artikel 8.4.5
§ 1.2.4. Temperatuuraspecten
Artikel 8.4.6
§ 1.2.5. Monsternamesysteem
Artikel 8.4.7
§ 1.2.6. Functiestanden
Artikel 8.4.8
§ 1.2.7. Aanwijsinrichting
Artikel 8.4.9
§ 1.2.8. Registratie-inrichting
Artikel 8.4.10
§ 1.2.9. Toerental- en olietemperatuurmeting
Artikel 8.4.11
§ 1.2.10. Meetprogramma
Artikel 8.4.12
Artikel 8.4.12a

§ 2. Toerentellers

§ 2.1. Algemeen
Artikel 8.4.13
Artikel 8.4.14
§ 2.2. Technische eisen
Artikel 8.4.15
Artikel 8.4.16
Artikel 8.4.17

§ 3. Olietemperatuurmeters

§ 3.1. Algemeen
Artikel 8.4.18
Artikel 8.4.19
§ 3.2. Technische eisen
Artikel 8.4.20
Artikel 8.4.21
Artikel 8.4.22
Artikel 8.4.23

§ 4. Manometers

§ 4.1. Algemeen
Artikel 8.4.24
Artikel 8.4.25
§ 4.2. Technische eisen
Artikel 8.4.26

§ 5. Pedaalkrachtmeters

§ 5.1. Algemeen
Artikel 8.4.27
§ 5.2. Technische eisen
Artikel 8.4.28

§ 6. Remvertragingsmeters

§ 6.1. Algemeen
Artikel 8.4.29
Artikel 8.4.30
§ 6.2. Technische eisen
Artikel 8.4.31
Artikel 8.4.32
Artikel 8.4.33
Artikel 8.4.34
Artikel 8.4.35
Artikel 8.4.36
Artikel 8.4.37
Artikel 8.4.38
Artikel 8.4.39
Artikel 8.4.40
Artikel 8.4.41

§ 7. Rollenremtestbanken

§ 7.1. Algemeen
Artikel 8.4.42
Artikel 8.4.43
Artikel 8.4.44
§ 7.2. Technische eisen
§ 7.2.1. Controle-inrichting
Artikel 8.4.45
Artikel 8.4.46
§ 7.2.2. De maximale fout
Artikel 8.4.47
§ 7.2.2. De maximale fout
§ 7.2.2.1. De maximale fout bij statische meting
Artikel 8.4.48
Artikel 8.4.49
Artikel 8.4.50
§ 7.2.2.2. De maximale fout van de dynamische meting
Artikel 8.4.51
§ 7.2.3. Uitvoering
Artikel 8.4.52
Artikel 8.4.53
Artikel 8.4.54
Artikel 8.4.55
Artikel 8.4.56
Artikel 8.4.57
§ 7.2.4. Gepresenteerde meetwaarden
Artikel 8.4.58
Artikel 8.4.59
Artikel 8.4.59a
Artikel 8.4.59b
§ 7.2.5. Aanwijsinrichting
Artikel 8.4.60
Artikel 8.4.61
Artikel 8.4.62
Artikel 8.4.63
§ 7.2.6. Niet-geëxtrapoleerde resulterende meetwaarde
Artikel 8.4.64
Artikel 8.4.65
Artikel 8.4.66
§ 7.2.7. Eisen aan de extrapolatie-inrichting
Artikel 8.4.67
Artikel 8.4.68
Artikel 8.4.69
Artikel 8.4.70
§ 7.2.8. Registratie-inrichting
Artikel 8.4.71
§ 7.2.9. Overgangsmaatregelen
Artikel 8.4.72
Artikel 8.4.73

§ 8. Platenremtestbanken

§ 8.1. Algemeen
Artikel 8.4.74
Artikel 8.4.74a
§ 8.2. Technische eisen
§ 8.2.1. Controle-inrichting
Artikel 8.4.75
§ 8.2.2. De maximale fout
Artikel 8.4.75a
Artikel 8.4.75b
§ 8.2.3. Uitvoering
Artikel 8.4.75c
Artikel 8.4.75d
Artikel 8.4.75e
§ 8.2.4. Overgangsmaatregelen
Artikel 8.4.76

§ 9. Deeltjestellers

§ 9.1. Algemeen
Artikel 8.4.77
Artikel 8.4.78
Artikel 8.4.79
§ 9.2. Metrologische eisen gesteld aan deeltjestellers
Artikel 8.4.80
Artikel 8.4.81
Artikel 8.4.82
Artikel 8.4.83
Artikel 8.4.84
§ 9.3. Technische eisen
§ 9.3.1. Constructie
Artikel 8.4.85
Artikel 8.4.86
§ 9.3.2. Meetprogramma
Artikel 8.4.86a
§ 9.3.3. Beveiligingen
Artikel 8.4.87
§ 9.4. Justeringen
Artikel 8.4.88
§ 9.5. [Vervallen per 01-01-2020]
Artikel 8.4.89 [Vervallen per 01-01-2020]

§ 10. Bromfietsrollentestbank

§ 10.1. Algemeen
Artikel 8.4.90
§ 10.2. Technische eisen
Artikel 8.4.91
§ 10.3. De maximale fout
Artikel 8.4.92
Artikel 8.4.93
Artikel 8.4.94
Artikel 8.4.95
§ 10.4. Uitvoering
Artikel 8.4.96
Artikel 8.4.97
Artikel 8.4.98
§ 10.5. Gepresenteerde meetwaarden
Artikel 8.4.99
Artikel 8.4.100
§ 10.6. Aanwijsinrichting
Artikel 8.4.101
§ 10.7. Resulterende meetwaarde
Artikel 8.4.102
§ 10.8. Registratie-inrichting
Artikel 8.4.103
§ 10.9. Overige
Artikel 8.4.104
Artikel 8.4.105

§ 11. Geluidsniveaumeter

§ 11.1. Algemeen
Artikel 8.4.106
Artikel 8.4.107
§ 11.2. Technische eisen
Artikel 8.4.108
Artikel 8.4.109 [Vervallen per 01-04-2017]

§ 12. Koplamptestapparaten

Artikel 8.4.110

Hoofdstuk 9. Ontheffingen

§ 1. Ontheffingen

Artikel 9.1

§ 2. Aanvraag ontheffing

Artikel 9.2

§ 3. Beschikking inzake ontheffing