Home

Besluit periodieke registratie Wet BIG

Geldig vanaf 1 december 2022
Geldig vanaf 1 december 2022

Besluit periodieke registratie Wet BIG

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-12-2022]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 juli 2008, kenmerk DWJZ/SWW-2864601;

Gelet op de artikelen 8, 94 en 111 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

De Raad van State gehoord (advies van 5 november 2008, nummer W13.08.0345/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 november 2008, kenmerk DWJZ/SWW-2894566;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

  1. de wet: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

  2. het register: het register, genoemd in artikel 3 van de wet.

Artikel 2

1.

Voor de toepassing van artikel 8, eerste lid, van de wet worden de volgende registers aangewezen:

  1. het register van verpleegkundigen;

  2. het register van fysiotherapeuten;

  3. het register van verloskundigen;

  4. het register van artsen;

  5. het register van tandartsen;

  6. het register van apothekers;

  7. het register van psychotherapeuten;

  8. het register van gezondheidszorgpsychologen;

  9. het register van physician assistants.

2.

De inschrijving in een register als bedoeld in het eerste lid, wordt doorgehaald indien na de desbetreffende in artikel 8, tweede lid, van de wet bedoelde datum een periode van vijf jaren is verstreken.

3.

Uiterlijk zes maanden voor het verstrijken van de periode, genoemd in het tweede lid, stelt Onze Minister de geregistreerde schriftelijk op de hoogte van het naderen van het einde van deze periode. Hierbij wordt de geregistreerde erop attent gemaakt dat diens registratie in het register zal worden doorgehaald, tenzij voor het verstrijken van de periode, genoemd in het tweede lid, een aanvraag tot herregistratie is ingediend waarop nog niet is beslist.

4.

Personen van wie de registratie in het register is doorgehaald vanwege het niet voldoen aan de eisen, genoemd in artikel 8, tweede lid, onderdelen b of c, van de wet en die niet zijn doorgehaald op grond van de artikelen 7, onderdelen c, d of e, of 42, tweede lid, van de wet, aan wie geen ontzegging van het recht wederom in het register te worden ingeschreven als bedoeld in artikel 48, vierde lid, van de wet is opgelegd of die niet zijn geschorst op grond van artikel 48, eerste lid, onderdeel d, van de wet mogen hun gewezen titel onder de toevoeging van «niet praktiserend» blijven gebruiken.

5.

Wanneer de inschrijving van een specialist wordt doorgehaald uit een specialistenregister waarvoor een regeling geldt als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de wet nadat de periode van vijf jaren, bedoeld in artikel 2, tweede lid, is verstreken, dan wordt die periode verlengd tot vier maanden na de datum van doorhaling van de inschrijving uit het specialistenregister. De termijn van zes maanden, bedoeld in het derde lid, wordt in dat geval verkort tot twee maanden.

Artikel 3

1.

De in artikel 8, tweede lid, onderdeel c, van de wet bedoelde werkzaamheden worden in de in artikel 2 bedoelde periode verricht gedurende minimaal 2080 uren waarbij het de ingeschrevene vrijstaat de werkzaamheden naar eigen inzicht te spreiden over die periode. In afwijking van de eerste volzin, geldt voor de ingeschrevenen in een register als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder g of h, een periode van minimaal 3120 uren. In de gevallen bedoeld in artikel 2, vijfde lid, wordt bij de toepassing van de eerste en tweede zin, uitgegaan van een periode van vijf jaar die eindigt op het tijdstip waarop de inschrijving in het register moet worden doorgehaald.

2.

Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld inzake de werkzaamheden die meetellen bij de berekening van het aantal uren waarbinnen werkzaamheden zijn verricht op het terrein van het desbetreffende beroep.

3.

Voor het vaststellen van het aantal uren waarin de werkzaamheden zijn verricht, worden de uren meegerekend waarop de ingeschrevene op grond van een arbeidsovereenkomst dan wel een aanstellingsbesluit werkzaamheden zou hebben verricht, maar deze niet heeft verricht vanwege:

  1. ziekte, doch dit per jaar tot een maximum van zesmaal de in de arbeidsovereenkomst overeengekomen dan wel in het aanstellingsbesluit vastgestelde arbeidstijd per week;

  2. betaald verlof in verband met vakantie zoals vastgelegd in de arbeidsovereenkomst dan wel in het aanstellingsbesluit;

  3. zwangerschaps- en bevallingsverlof;

  4. adoptieverlof;

  5. een algemeen erkende feestdag;

  6. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg;

  7. de uren besteed aan buitengewoon verlof, indien deze worden opgenomen voor invulling van werkzaamheden die overeenkomen met werkzaamheden die worden verricht binnen het desbetreffende beroep.

4.

Voor het vaststellen van het aantal uren waarin de werkzaamheden zijn verricht door een ingeschrevene, die niet in loondienst werkzaam is, worden de uren meegerekend waarop de ingeschrevene gewoon is werkzaamheden te verrichten maar deze niet heeft verricht vanwege:

  1. ziekte, doch dit per jaar tot een maximum van zesmaal het aantal uren dat de ingeschrevene gewoon is per week werkzaamheden te verrichten;

  2. vakantie, doch dit per jaar tot een maximum van zesmaal het aantal uren dat de ingeschrevene gewoon is per week werkzaamheden te verrichten;

  3. zwangerschaps- en bevallingsverlof;

  4. adoptieverlof;

  5. een algemeen erkende feestdag;

  6. zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg;

  7. de uren besteed aan buitengewoon verlof, indien deze worden opgenomen voor invulling van werkzaamheden die overeenkomen met werkzaamheden die worden verricht binnen het desbetreffende beroep.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7a

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10