Home

Mijnbouwwet

Geldig vanaf 1 mei 2022
Geldig vanaf 1 mei 2022

Mijnbouwwet

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-05-2022]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het bestaande samenstel van wettelijke regelingen inzake het onderzoek naar en het winnen van delfstoffen te vervangen door een nieuwe regeling, die aan de thans te stellen eisen voldoet, en enige regels te stellen met betrekking tot bepaalde met mijnbouw verwante activiteiten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Definities en algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. delfstoffen: in de ondergrond aanwezige mineralen of substanties van organische oorsprong, in een aldaar langs natuurlijke weg ontstane concentratie of afzetting, in vaste, vloeibare of gasvormige toestand, met uitzondering van brongas, kalksteen, grind, zand, klei, schelpen en mengsels daarvan;

  2. aardwarmte: in de ondergrond aanwezige warmte die aldaar langs natuurlijke weg is ontstaan;

  3. continentaal plat: het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, waarop het Koninkrijk mede overeenkomstig het op 10 december 1982 te Montego-Bay gesloten Verdrag inzake het recht van de zee (Trb. 1983, 83) soevereine rechten heeft en hetwelk is gelegen aan de zeezijde van de in artikel 1, eerste lid, van de Wet grenzen Nederlandse territoriale zee bedoelde lijn;

  4. verkenningsonderzoek: een onderzoek, zonder gebruikmaking van een boorgat, naar de aanwezigheid van delfstoffen of naar de aanwezigheid van aardwarmte, dan wel naar nadere gegevens omtrent delfstoffen of aardwarmte;

  5. opsporen van delfstoffen: onderzoek doen naar de aanwezigheid van delfstoffen, dan wel naar nadere gegevens daaromtrent, met gebruikmaking van een boorgat;

  6. winnen van delfstoffen: het met gebruikmaking van een boorgat, tunnel, schacht of ander ondergronds werk onttrekken van delfstoffen aan de ondergrond anders dan in de vorm van monsters of formatiebeproevingen;

  7. opsporen van aardwarmte: onderzoek doen naar de aanwezigheid van aardwarmte, dan wel naar nadere gegevens daaromtrent, met gebruikmaking van een boorgat;

  8. winnen van aardwarmte: het onttrekken van aardwarmte aan de ondergrond anders dan het onttrekken daarvan in samenhang met het opsporen of het winnen van delfstoffen dan wel met het opslaan van stoffen;

  9. opslaan van stoffen: het brengen of houden van stoffen op een diepte van meer dan 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem, dan wel het terughalen van die stoffen, anders dan het in de ondergrond brengen of houden of daaruit terughalen van stoffen gericht op het onttrekken van aardwarmte aan de ondergrond;

  10. opsporingsvergunning: een vergunning voor het opsporen van delfstoffen;

  11. winningsvergunning: een vergunning voor het winnen van delfstoffen, alsmede voor het opsporen van delfstoffen;

  12. opslagvergunning: een vergunning voor het opslaan van stoffen;

  13. mijnbouwmilieuvergunning: een vergunning als bedoeld in artikel 40, tweede lid;

  14. mijnbouwwerk: een werk dat behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie van werken:

    1. 1°.

      ten behoeve van het opsporen of het winnen van delfstoffen of aardwarmte;

    2. 2°.

      ten behoeve van het opslaan van stoffen;

    3. 3°.

      die samenhangen met de in de onderdelen 1° en 2° bedoelde werken;

  15. mijnbouwinstallatie: een mijnbouwwerk dat verankerd is in of aanwezig is boven de bodem van een oppervlaktewater;

  16. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken en Klimaat;

  17. opsporen van CO2-opslagcomplexen: onderzoek naar opslagcomplexen met gebruikmaking van een boorgat of door het verrichten van proeven met injectie van CO2 om het opslagvoorkomen te karakteriseren;

  18. opsporingsvergunning van CO2-opslagcomplexen: een vergunning voor het opsporen van CO2-opslagcomplexen;

  19. CO2-opslagcomplex: opslagvoorkomen voor CO2 en de omringende geologische gebieden die een weerslag kunnen hebben op de algehele integriteit van de opslag en de veiligheid ervan;

  20. opslagvoorkomen: een voorkomen dat gebruikt wordt voor opslag;

  21. permanent opslaan van CO2: permanent opslaan van CO2 en stoffen die daarmee in directe samenhang worden opgeslagen met uitzondering van opslag van CO2 voor onderzoeks- of ontwikkelingsdoeleinden of voor het beproeven van nieuwe producten en procedés indien de geplande opslagcapaciteit minder is dan 100 kiloton;

  22. zwaar ongeval:

    1. 1°.

      een incident met daarbij een explosie, brand of verlies van controle over de boorput of lekkage van olie, gas of gevaarlijke stoffen, waarbij sprake is van of een aanzienlijke kans bestaat op slachtoffers of ernstig lichamelijk letsel,

    2. 2°.

      een incident dat tot ernstige schade aan het mijnbouwwerk of de verbonden infrastructuur leidt, waarbij sprake is van of een aanzienlijke kans bestaat op slachtoffers of ernstig lichamelijk letsel,

    3. 3°.

      een incident leidend tot de dood of tot ernstige verwondingen van vijf of meer personen, die aanwezig zijn op het mijnbouwwerk waar het gevaar zijn oorsprong vindt of die betrokken zijn bij een olie- of gasactiviteit in verband met het mijnbouwwerk of de verbonden infrastructuur of

    4. 4°.

      een zwaar milieuincident dat voortvloeit uit de incidenten als bedoeld onder a, b en c en dat leidt of naar verwachting zal leiden tot aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu, als bedoeld in richtlijn 2004/35/EG;

  23. kennisgeving: een schriftelijke aankondiging van een voorgenomen activiteit;

  24. exploitant: een houder van een vergunning voor het opsporen of winnen van koolwaterstoffen of indien er meerdere houders van de vergunning zijn, één van de vergunninghouders die overeenkomstig artikel 22, vijfde lid, is aangewezen om de feitelijke werkzaamheden te verrichten of daartoe opdracht te verlenen;

  25. boorgatactiviteit: elke activiteit, met inbegrip van het opschorten daarvan, met betrekking tot een boorgat waarbij per ongeluk stoffen kunnen vrijkomen, wat mogelijk tot een zwaar ongeval kan leiden, waarbij het in ieder geval gaat om:

    1. 1°.

      het boren van een boorgat ten behoeve van de opsporing of winning van koolwaterstoffen,

    2. 2°.

      het herstellen of aanpassen van een boorgat of

    3. 3°.

      het definitief verlaten van een boorgat;

  26. gecombineerde activiteit:

    1. 1°.

      een activiteit die wordt uitgevoerd vanaf een mijnbouwwerk samen met één of meerdere andere mijnbouwwerken ten behoeve van aan het andere mijnbouwwerk gerelateerde doeleinden, waarbij de risico’s voor de veiligheid van personen of de bescherming van het milieu op één of alle mijnbouwwerken aanzienlijk wordt beïnvloed of

    2. 2°.

      het gelijktijdig uitvoeren van werkzaamheden;

  27. onafhankelijke verificatie: een beoordeling en bevestiging van de geldigheid van bepaalde schriftelijke verklaringen, door een entiteit of organisatorisch onderdeel van de vergunninghouder of eigenaar van een mijnbouwwerk die niet onder de controle of invloed valt van de entiteit die of het organisatorisch onderdeel dat de verklaringen gebruikt;

  28. productie-installatie: een mijnbouwwerk dat gebruikt wordt voor het winnen of bewerken van koolwaterstoffen, met uitzondering van inrichtingen waarvoor het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 geldt, of een pijpleiding, met uitzondering van pijpleidingen waarvoor het Besluit externe veiligheid buisleidingen geldt;

  29. niet-productie-installatie: een mijnbouwwerk niet zijnde een productie-installatie en niet zijnde een mijnbouwwerk bestemd voor het winnen van zout of aardwarmte of voor het opslaan van stoffen;

  30. richtlijn 2013/30/EU: richtlijn 2013/30/EU van het Europees parlement en de Raad van 12 juni 2013 betreffende de veiligheid van offshore olie- en gasactiviteiten en tot wijziging van richtlijn 2004/35/EG (PbEU 2013, L 178);

  31. richtlijn 2008/56/EG: richtlijn 2008/56/EG van het Europees parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PbEU 2008, L 164);

  32. essentiële wijziging: wezenlijke verandering die de kern betreffen;

  33. pijpleiding:

    1. 1°.

      leiding die twee of meer mijnbouwwerken met elkaar verbindt ten behoeve van het vervoer van stoffen, te rekenen vanaf de eerste isolatieafsluiter van het mijnbouwwerk;

    2. 2°.

      andere leiding dan bedoeld onder 1°, aan te wijzen door Onze Minister, die een mijnbouwwerk verbindt met een ander werk ten behoeve van het vervoer van stoffen te rekenen vanaf de eerste isolatieafsluiter van het mijnbouwwerk;

  34. risicobeoordeling: wetenschappelijke of anderszins geobjectiveerde beoordeling, die bestaat uit een gevareninventarisatie, gevarenkarakterisatie, blootstellingschatting en risicokarakterisatie;

  35. beheerder: natuurlijke persoon of rechtspersoon voor wiens rekening en risico een pijpleiding of kabel wordt aangelegd, gebruikt dan wel in stand gehouden;

  36. buiten werking: een situatie, waarin een mijnbouwwerk, kabel of pijpleiding, bestemd voor het opsporen of winnen van delfstoffen of aardwarmte dan wel het opslaan van stoffen of het opsporen van CO2-opslagcomplexen niet meer als zodanig in werking is;

  37. buiten gebruik stellen van een boorgat: het permanent afsluiten van een boorgat;

  38. kabel: leiding voor het vervoer van elektriciteit of elektronische signalen die:

    1. 1°.

      twee of meer mijnbouwwerken verbindt of

    2. 2°.

      tussen een mijnbouwwerk en een ander werk ligt en door Onze Minister is aangewezen.

Artikel 2

1.

Deze wet is mede van toepassing op het continentaal plat.

2.

Deze wet, met uitzondering van artikel 51, is met betrekking tot delfstoffen slechts van toepassing, voorzover de delfstoffen op een diepte van meer dan 100 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem aanwezig zijn.

3.

Deze wet is met betrekking tot aardwarmte slechts van toepassing, voorzover de aardwarmte op een diepte van meer dan 500 meter beneden de oppervlakte van de aardbodem aanwezig is.

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5a

Hoofdstuk 2. Vergunningen voor opsporen en winnen van delfstoffen en aardwarmte

§ 2.1. Algemene bepalingen

Artikel 6

Artikel 6a

Artikel 7

Artikel 7a

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 9a

Artikel 10

§ 2.2. Beperkingen en voorschriften

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

§ 2.3. Procedure

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

§ 2.4. Wijziging, overgang en intrekking

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

§ 2.5. Bijzondere bepalingen

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 24a

Hoofdstuk 3. Vergunningen voor het opslaan van stoffen en voor het opsporen van CO 2 -opslagcomplexen

§ 3.1. Algemene bepalingen

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 26a

Artikel 26b

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 31a

§ 3.2. Aanvullende bepalingen omtrent het permanent opslaan van CO 2

Artikel 31b

Artikel 31c

Artikel 31d

Artikel 31e

Artikel 31f

Artikel 31g

Artikel 31h

Artikel 31i

Artikel 31j

Artikel 31k

Artikel 31l

Artikel 31m

Artikel 31n

Artikel 31o

Artikel 32

Hoofdstuk 3a. Gebiedsverkleining

Artikel 32a

Artikel 32b

Artikel 32c

Hoofdstuk 4. De zorg voor een goede uitvoering van activiteiten

§ 4.1. Algemene verplichtingen

Artikel 33

Artikel 33a

Artikel 34

Artikel 35

Artikel 36

Artikel 37 [Vervallen per 01-07-2005]

Artikel 38 [Vervallen per 01-10-2010]

Artikel 39

Artikel 39a

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 42

Artikel 43

Artikel 44

Artikel 44a

Artikel 44b

Artikel 44c

Artikel 45

§ 4.1a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

Artikel 45a

§ 4.1a. Verplichtingen bij de opsporing en winning van koolwaterstoffen

§ 4.1a.1.1. Rapport inzake grote gevaren voor een productie-installatie

Artikel 45b
Artikel 45c
Artikel 45d
Artikel 45e

§ 4.1a.1.2. Rapport inzake grote gevaren voor een niet-productie-installatie

Artikel 45f
Artikel 45g
Artikel 45h
Artikel 45i

§ 4.1a.1.3. Overige documenten

Artikel 45j
Artikel 45k
Artikel 45l

§ 4.1a.2. Kennisgevingen

Artikel 45m
Artikel 45n
Artikel 45o
Artikel 45p
Artikel 45q

§ 4.2. Financiële zekerheid

Artikel 46

Artikel 47

Artikel 48

§ 4.3. Verdere regels

Artikel 49

Artikel 50

Artikel 51

Artikel 52

Hoofdstuk 4a. Bijzondere regels voor het Groningenveld

Artikel 52a

Artikel 52b

Artikel 52c

Artikel 52d

Artikel 52e

Artikel 52f

Artikel 52g

Artikel 52h

Artikel 52i

Hoofdstuk 5. Financiële bepalingen

Afdeling 5.1.1. Afdrachten in verband met het opsporen en winnen van koolwaterstoffen

§ 5.1.1.1. Algemeen

Artikel 53
Artikel 54
Artikel 55

§ 5.1.1.2. Oppervlakterecht

Artikel 56
Artikel 57
Artikel 58
Artikel 59

§ 5.1.1.3. Cijns

Artikel 60
Artikel 61
Artikel 62
Artikel 63
Artikel 64

§ 5.1.1.4. Winstaandeel

Artikel 65
Artikel 66
Artikel 67
Artikel 68
Artikel 68a
Artikel 68b
Artikel 69
Artikel 70

§ 5.1.1.5. Heffing en invordering

Artikel 71
Artikel 72
Artikel 73
Artikel 74

Afdeling 5.1.2. Afdrachten aan de provincie

Artikel 75

Artikel 76

Artikel 77

Artikel 78

Artikel 79

Artikel 80

Afdeling 5.2. Deelneming in opsporing en winning van koolwaterstoffen en andere taken en activiteiten van de aangewezen vennootschap

§ 5.2.1. Algemeen

Artikel 81
Artikel 82
Artikel 83
Artikel 84
Artikel 85
Artikel 86

§ 5.2.2. Deelneming in opsporingswerkzaamheden

Artikel 87
Artikel 88
Artikel 89
Artikel 90
Artikel 91
Artikel 92

§ 5.2.3. Deelneming in mijnbouwwerkzaamheden

Artikel 93
Artikel 94
Artikel 95
Artikel 96
Artikel 97
Artikel 97a
Artikel 97b

§ 5.2.4. Financiële zekerheid verwijderen of hergebruiken mijnbouwwerken

Artikel 97c
Artikel 97d
Artikel 97e

Afdeling 5.3. Afdrachten in verband met andere vergunningen dan die tot het opsporen en het winnen van koolwaterstoffen

Artikel 98

Artikel 99 [Vervallen per 08-08-2008]

Artikel 100

Artikel 101

Afdeling 5.4. Het stellen van zekerheid

Artikel 102

Afdeling 5.5. Uitvoeringsregels

Artikel 103

Afdeling 5.6. Wetenschappelijk onderzoek

Artikel 104

Hoofdstuk 6. Adviseurs

§ 6.1. De Mijnraad

Artikel 105

Artikel 106

Artikel 107

Artikel 108

Artikel 109

Artikel 110

Artikel 111

Artikel 112

§ 6.2. De Technische commissie bodembeweging

Artikel 113

Artikel 114

Artikel 115

Artikel 116

Artikel 117

Artikel 118

Artikel 119

Artikel 120

Artikel 121

Artikel 122

§ 6.3. Overige adviseurs

Artikel 122a

Hoofdstuk 7. Rapportage

Artikel 123

Artikel 124

Artikel 125

Hoofdstuk 8. Toezicht, handhaving en retributies

§ 8.1. Het Staatstoezicht op de mijnen

Artikel 126

Artikel 127

Artikel 128

Artikel 128a

Artikel 129

Artikel 130

§ 8.2. Toezicht in bepaalde gevallen

Artikel 131

Artikel 131a

§ 8.3. Handhaving

Artikel 132

§ 8.4. Retributie

Artikel 133

Hoofdstuk 9. Waarborgfonds mijnbouwschade

§ 9.1. Algemene bepalingen

Artikel 134

Artikel 135

Artikel 136

§ 9.2. Schadevergoeding bij insolventie

Artikel 137

Artikel 138

Artikel 139

§ 9.3. Voorschotten

Artikel 140

Artikel 141

Hoofdstuk 9a. Coördinatie van de aanleg of uitbreiding van mijnbouwwerken en pijpleidingen ten behoeve van de winning van koolwaterstoffen en de opslag van stoffen

Artikel 141a

Artikel 141b

Artikel 141c

Hoofdstuk 10. Rechtsbescherming

Artikel 142

Hoofdstuk 11. Overgangsbepalingen

Artikel 143

Artikel 144

Artikel 145

Artikel 146

Artikel 147

Artikel 148

Artikel 149

Artikel 150

Artikel 151

Artikel 152

Artikel 153

Artikel 154

Artikel 155

Artikel 156

Artikel 157

Artikel 158

Artikel 159

Artikel 160

Artikel 161

Artikel 162

Artikel 163

Artikel 164

Artikel 165

Artikel 166

Artikel 167

Artikel 167a

Artikel 167b

Artikel 167c

Artikel 167d

Artikel 167e

Hoofdstuk 12. Intrekking en wijziging van enige wetten

§ 12.1. Ministerie van Economische Zaken

Artikel 168

Artikel 169

Artikel 170

Artikel 171

§ 12.2. Ministerie van Verkeer en Waterstaat

Artikel 172

Artikel 173

Artikel 174

Artikel 175

§ 12.3. Ministerie van Justitie

Artikel 176

Artikel 177

Artikel 178

Artikel 179

§ 12.4. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Artikel 180

Artikel 181

Artikel 182

Artikel 183

§ 12.5. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Artikel 184

Artikel 185

Artikel 186

Artikel 187

Artikel 188

Hoofdstuk 13. Slotbepalingen

Artikel 189 [Vervallen per 01-08-2008]

Artikel 190

Artikel 191

Artikel 192

Artikel 193

Bijlage bij de artikelen 31d , 41 , 45b , 45e , 46 , 54 , 134 , 135 , 142 en 145