Home

Algemeen militair ambtenarenreglement

Geldig vanaf 1 juli 2024
Geldig vanaf 1 juli 2024

Algemeen militair ambtenarenreglement

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-07-2024]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie, C. L. J. van Lent van 25 mei 1981, nr. PP81/091/1244;

Overwegende, dat het wenselijk is de bepalingen inzake de rechtstoestand van de militaire ambtenaren van de krijgsmacht aan te passen aan de thans dienaangaande bestaande inzichten en opvattingen;

Gelet op artikel 68 van de Grondwet (Stb. 1972, 193), artikel 125 van de Ambtenarenwet 1929 (Stb. 530), artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (Stb. 519) en artikel 2 van de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht (Stb. 1954, 576);

De Raad van State gehoord (advies van 5 oktober 1981, nr. 810923/16);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie, J. van Houwelingen van 18 februari 1982, nr. PP81/094/403;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Betekenis van uitdrukkingen

1.

In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister

    Onze Minister van Defensie;

  2. militair

    de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire Ambtenarenwet 1931;

  3. militair in werkelijke dienst – tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald – de militair die:

    1. is aangesteld bij het beroepspersoneel, tenzij hij op non-activiteit is gesteld of hem buitengewoon verlof van lange duur is verleend;

    2. behoort tot het reservepersoneel en als zodanig feitelijk onder de wapenen is;

  4. officiersrang

    de rang van luitenant ter zee der 3e klasse of van tweede-luitenant of een hogere rang;

  5. operationeel commando:

    de Koninklijke marine, de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee;

  6. militaire inkomsten

    alle beloningen in geld waarop de militair aanspraak kan maken krachtens de voor hem geldende bezoldigingsregeling of bezoldigingsregelingen, en krachtens de ter uitvoering van deze regeling of regelingen gegeven voorschriften;

  7. initiële opleiding

    de opleiding als genoemd in artikel 13, eerste lid;

  8. de commandant operationeel commando

    de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;

  9. hoofd defensieonderdeel

    1. 1°.

      de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;

    2. 2°.

      de commandant operationeel commando voor het desbetreffende commando;

    3. 3°.

      de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;

    4. 4°.

      de commandant van het Commando Dienstencentra, voor zover het betreft het Commando Dienstencentra.

  10. de commandant

    een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris;

  11. doorstroombesluit:

    een besluit, als bedoeld in artikel 31, waarmee de militair wordt medegedeeld dat de loopbaan bij Defensie al dan niet wordt voortgezet;

  12. fase één:

    de periode waarin de aan de aanstelling verbonden verplichting als bedoeld in artikel 12k, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931, juncto artikel 7 van dit besluit, van toepassing is;

  13. fase twee:

    de periode van de datum waarop fase één eindigt tot en met de datum waarop het doorstroombesluit in werking treedt, respectievelijk de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit indien hierin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie niet wordt voortgezet;

  14. fase drie:

    de periode na inwerkingtreding van een doorstroombesluit waarin wordt bepaald dat de loopbaan bij Defensie wordt voortgezet;

  15. effectieve rang:

    het bekleden van een rang anders dan titulair of tijdelijk;

  16. onderofficier:

    de militair ingedeeld bij de Koninklijke marine met de rang van korporaal, sergeant, sergeant-majoor of adjudant-onderofficier, de militair ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, luchtmacht en marechaussee met de rang van sergeant, sergeant der eerste klasse, wachtmeester, wachtmeester der eerste klasse, sergeant-majoor, opperwachtmeester of adjudant-onderofficier;

  17. maximum looptijd:

    het aantal jaren dat een militair maximaal in een bepaalde rang of stand mag doorbrengen;

  18. functie:

    een samenstel van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

  19. functietoewijzing:

    de aanwijzing van een militair voor het vervullen van een functie;

  20. rang:

    een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet titulair toegekend;

  21. functionele chef:

    de functionaris onder wiens directe toezicht en rechtstreekse leiding de toegewezen functie wordt vervuld, dan wel die als zodanig door het hoofd defensieonderdeel is aangewezen;

  22. passende functie

    een functie als bedoeld in artikel 53b;

  23. pensioengerechtigde leeftijd: tenzij in dit besluit anders wordt vermeld, de pensioengerechtigde leeftijd die voor de militair geldt op grond van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet.

2.

Voor de toepassing van dit besluit wordt mede begrepen onder «rang», «stand» of «klasse»: de bij het koninklijk besluit van 20 juni 1956 (Stb. 361) met die rang, stand of klasse gelijkgestelde rang, stand of klasse.

3.

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:

  1. echtgenote of echtgenoot

    1. 1°.

      de geregistreerde partner;

    2. 2°.

      degene die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een bewijs van die aanmelding heeft overlegd aan de commandant;

  2. huwelijk

    1. 1°.

      geregistreerd partnerschap;

    2. 2°.

      het samenleven met de partner die door de militair als zodanig is aangemeld bij de Stichting pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt.

4.

De gelijkstellingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, onder 2° en onderdeel b, onder 2° eindigen op de dag waarop de aanmelding van het partnerpensioen door het Stichting Pensioenfonds ABP wordt doorgehaald. De militair meldt die doorhaling aan de commandant, waarbij hij een afschrift van de mededeling van die doorhaling verstrekt.

5.

Voor de toepassing van de hoofdstukken 5, 7, 8, 9 en 10, alsmede de artikelen 39, tweede lid, onderdelen a, f en g, 44, 49, 126b, 126d tot en met 126f, 130, 134 en 144 tot en met 148, wordt onder «militair» mede begrepen degene die bij het Ministerie van Defensie op grond van artikel 6 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger doorlopend werkzaam te zijn. Deze geestelijk verzorger wordt, in voorkomend geval, mede begrepen onder het beroepspersoneel. De hoofdstukken 4, 5 en 6, alsmede de artikelen 70b, 70d tot en met 70f, 76, 85, 87a, 88, 93, 100, eerste lid, onderdelen b tot en met d en f tot en met k, tweede lid, 109 tot en met 111, 114, 121, eerste lid, onderdelen f en h, derde lid, 127 en 127a van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie zijn op de geestelijk verzorger niet van toepassing.

6.

Voor de toepassing van de hoofdstukken en artikelen, genoemd in het vijfde lid, wordt voor de geestelijk verzorger als genoemd in het vijfde lid in voorkomend geval onder hoofd defensieonderdeel verstaan: de Secretaris-Generaal.

7.

Op degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger niet doorlopend werkzaam te zijn, is het vijfde lid van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat hij in voorkomend geval wordt mede begrepen onder het reservepersoneel.

Artikel 2. Afwijking van dit besluit

Onze Minister kan voorts bijzondere regelen, die afwijken van dit besluit, vaststellen ten aanzien van militairen die tewerkgesteld zijn:

  1. onder leiding of toezicht van een orgaan van de Verenigde Naties;

  2. bij of ten behoeve van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten;

  3. ten behoeve van operaties in het kader van internationale overeenkomsten of andere verplichtingen door Nederland aangegaan.

  4. buiten het Ministerie van Defensie, anders dan in de gevallen, bedoeld onder a, b en c,

met dien verstande dat de bevoegdheid tot afwijken niet geldt met betrekking tot aangelegenheden, geregeld in de hoofdstukken 2, 4, 5 en 6.

Artikel 3. Ter inzage leggen van dit besluit

Artikel 3a. Mandaatverlening

Hoofdstuk 2. Aanstelling

Artikel 4. Wijze van aanstelling

Artikel 4a. Werving en selectie

Artikel 5. Voorwaarden voor aanstelling

Artikel 5a. Leeftijdsgrenzen bij aanstelling

Artikel 6 [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 7. Aan de aanstelling verbonden verplichting

Artikel 8. Rang of stand en klasse bij aanstelling

Artikel 9. Proeftijd

Artikel 10. Bekendmaking van functies

Artikel 11. Tijdelijke aanstelling

Artikel 12. Akte van aanstelling

Artikel 12a. Wijziging van bestemming en indeling

Hoofdstuk 3. Opleiding, functietoewijzing en bevordering alsmede functie- en loopbaanbegeleiding

Paragraaf 1. Opleidingen

Artikel 13. Initiële opleidingen

Artikel 14. Functieopleidingen

Artikel 15. Loopbaanopleidingen

Artikel 16. Opleidingen in het kader van de persoonlijke ontwikkeling

Artikel 16a. Verbreding van de loopbaan

Artikel 16bis. Individuele opleidingsaanspraak

Artikel 16b. Vrijstellen van een opleiding of delen daarvan

Artikel 16c. Aanvraag voorschot

Artikel 16d. Ontheffing van een opleiding

Artikel 16e. Terugbetalingsverplichting opleidingskosten

Paragraaf 2. Functietoewijzing

Artikel 17. Functietoewijzing en ontheffing uit de functie

Artikel 18. Belangstellingsregistratie

Artikel 19. Opbouw van kennis en ervaring

Artikel 20. Beslissing tot functietoewijzing

Artikel 21. Bekendmaking van functietoewijzing

Artikel 22. Waarneming

Artikel 23. Ontheffing van de functie-eisen

Paragraaf 3. Bevordering

Artikel 24. Bevordering

Artikel 24a. Bevordering bij functiewaardering

Artikel 24b. Bevorderingen tijdens opleiding en in verband met ervaringsopbouw

Artikel 24c. Akte van bevordering

Artikel 25. Overgangsbeleid bevordering tot sergeant bij de Koninklijke Marine

Artikel 26. Behoud toegekende effectieve rang

Paragraaf 4. Functie- en loopbaanbegeleiding

Artikel 27. Informatie tijdens de loopbaan

Artikel 28. Functioneringsgesprek

Artikel 28a. Loopbaangesprek

Artikel 28b. Beoordeling

Artikel 28c. Ambtsberichten

Hoofdstuk 4. Doorstroom naar fase drie

Artikel 29. Maximum aantal militairen in een bepaalde rang

Artikel 29a. Soldaten

Artikel 29b. Korporaals en overeenkomstige rangen

Artikel 29c. Onderofficieren en officieren

Artikel 30. Doorstroom naar fase drie

Artikel 31. Besluit inzake doorstroom naar fase drie

Artikel 31a. Begeleiding naar de civiele arbeidsmarkt

Artikel 32 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 33 [Vervallen per 04-09-1998]

Hoofdstuk 5. Schorsing

Artikel 34. Gevallen waarin schorsing plaatsvindt

Artikel 35. Wijze waarop schorsing plaatsvindt

Artikel 36. Opheffing van de schorsing

Artikel 37 [Vervallen per 23-06-2004]

Hoofdstuk 6. Ontslag

Artikel 38. Bevoegdheid tot het verlenen van ontslag

Artikel 39. Ontslaggronden

Artikel 39a. Overgangsbepaling ontslagleeftijd

Artikel 39b. Leeftijdsontslag voor militairen met de rang van kapitein ter zee, kolonel of een hogere rang en universitair geschoolde kapitein-luitenants ter zee en luitenant-kolonels

Artikel 39c. Verlaging van de ontslagleeftijd wegens arbeid als militair onder bepaalde omstandigheden

Artikel 39d

Artikel 40. Ontslag bij aanvaarding van het ambt van minister of staatssecretaris

Artikel 41. Aanduiding van het ontslag

Artikel 42. Ontslag wegens overtolligheid van personeel

Artikel 43. Ontslag wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid

Artikel 44. Ontslag wegens blijvende geestelijke of lichamelijke ongeschiktheid

Artikel 45. Ontslag wegens onvoldoende waarborg voor getrouwe plichtsvervulling

Artikel 46 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 47. Datum van ingang van het ontslag

Artikel 48. Intrekking van reeds verleend ontslag

Artikel 49. Ontslag tijdens verblijf buiten Nederland

Artikel 50 [Vervallen per 23-05-2003]

Artikel 51. Getuigschrift

Artikel 52 [Vervallen per 12-06-1991]

Artikel 53. Ontslag van rechtswege

Hoofdstuk 6a. Rechten en verplichtingen bij wijziging personeelsbestand

§ 1. Rechten en verplichtingen bij het vervallen dan wel het niet toewijzen van een functie

Artikel 53a. Begripsbepalingen

Artikel 53b. Passende functie

Artikel 53c. Aanwijzing als herplaatsingskandidaat

Artikel 53d. Herplaatsingsonderzoek

Artikel 53e. Verplichtingen van de herplaatsingskandidaat

Artikel 53f. Voorzieningen in verband met dreigende overtolligheid en gedurende het herplaatsingsonderzoek

§ 2. Samenstelling personeelsbestand

Artikel 53g. Voorzieningen ter regulering van de instroom, doorstroom en uitstroom

Hoofdstuk 7. Werk- en rusttijden

Paragraaf 1. Algemene bepalingen inzake werk- en rusttijden

Artikel 54 [Vervallen per 25-07-2001]

Artikel 54a. Begripsbepalingen

Artikel 54b. Vaststelling werk- en rusttijden

Artikel 54c. Bekendstelling werk- en rusttijden

Artikel 54d. Tijdelijke verlenging van de arbeidsduur

Artikel 54e. Tijdelijke verkorting van de arbeidsduur

Artikel 54f. Opname van spaaruren

Artikel 54fa

Artikel 54g. Spaaruren en ontslag

Artikel 54h. Registratie werk- en rusttijden

Artikel 54i. Gelijkstelling met arbeidsduur

Artikel 54j. Gelijkstelling met de zondag

Artikel 54k. Gezondheidsproblemen bij nachtdiensten

Paragraaf 2. Toepassingsbereik

Artikel 55 [Vervallen per 25-07-2001]

Artikel 55a. Algemene uitzonderingsbepalingen

Artikel 55b. Opleidingen

Artikel 55c. Inzet brandweer

Artikel 55d. Leidinggevenden en hoger personeel

Artikel 55e. Internationaal tewerkgesteld

Artikel 55f. Medisch specialisten

Paragraaf 3. Arbeidsduur en verlengde arbeidsduur

Artikel 56 [Vervallen per 25-07-2001]

Artikel 56a. Arbeidsduur

Artikel 56b. Verlengde arbeidsduur

Artikel 56c. Arbeidsduur jeugdige militair

Paragraaf 4. Dagelijkse en wekelijkse rusttijd

Artikel 56d. Dagelijkse onafgebroken rusttijd

Artikel 56e. Wekelijkse onafgebroken rusttijd

Paragraaf 5. Aanvullende bepalingen bij nachtdienst

Artikel 56f. Arbeidsduur nachtdienst

Artikel 56g. Verlengde arbeidsduur nachtdienst

Artikel 56h. Onafgebroken rusttijd nachtdienst

Artikel 56i. Aantal nachtdiensten die eindigen vóór of op 02.00 uur

Artikel 56j. Aantal nachtdiensten die eindigen ná 02.00 uur

Artikel 56k. Afwijking aantal nachtdiensten

Artikel 56l. Rusttijd na reeks nachtdiensten

Artikel 56m. Referentieperiode

Paragraaf 6. Afwijkende bepalingen inzake arbeidsduur en rusttijd

Artikel 56n. Noodzakelijke werkzaamheden

Artikel 56o. Overdracht van werkzaamheden of diensten

Paragraaf 7. Pauzeregeling

Artikel 56p. Pauze

Artikel 56q. Consignatie tijdens pauze

Artikel 56r. Afwijking pauzeverplichting

Paragraaf 8. Werk- en rusttijden op bepaalde dagen

Artikel 57 [Vervallen per 25-07-2001]

Artikel 57a. Werk- en rusttijden op bepaalde dagen

Artikel 57b. Arbeidsduur voorafgaand aan feest- of gedenkdagen

Artikel 57c. Arbeidsduur op feest- of gedenkdagen

Paragraaf 9. Consignatie en bijzondere vormen van consignatie

Artikel 58 [Vervallen per 25-07-2001]

Artikel 58a. Consignatie

Artikel 58b. Aanwezigheidsdienst

Artikel 58c. Aanwezigheidsdienst brandweer

Artikel 58d. Piket

Paragraaf 10. Bijzondere bepalingen voor continu- en ploegendienst

Artikel 59 [Vervallen per 25-07-2001]

Artikel 59a. Continu- en ploegendienst

Artikel 59b. Arbeidsduur op zaterdag en zondag

Artikel 59c. Onafgebroken rusttijd continu- en ploegendienst

Artikel 59d. Pauze continu- en ploegendienst

Artikel 59e. Doorstaan in continu- en ploegendienst

Paragraaf 11. Bijzondere bepalingen voor vrouwelijke militairen

Artikel 59f. Werk- en rusttijden tijdens de zwangerschap

Artikel 59g. Bevalling

Artikel 59h. Werk- en rusttijden na de bevalling

Artikel 59i. Voedingsrecht

Paragraaf 12. Overige bepalingen

Artikel 60 [Vervallen per 25-07-2001]

Artikel 60a. Herleiding werktijd

Artikel 60b. Beperking van de bewegingsvrijheid

Artikel 60c. Vergoeding van extra beslaglegging

Artikel 60d. Toepasselijkheid verlofbepalingen

Hoofdstuk 8. Verlof

§ 1. Algemene bepalingen inzake verlof

Artikel 61. Begripsbepalingen

Artikel 62. Bevoegdheid tot het verlenen van verlof

Artikel 63. Verlenen van verlof

Artikel 64. Dagen die niet als verlof worden aangemerkt

Artikel 65. Intrekken of beëindiging van verleend of aangevangen verlof

Artikel 66. Verlof buiten het land van plaatsing

Artikel 67. Vergoeding van schade ten gevolge van het niet doorgaan of beëindigen van verlof

Artikel 67a. Afronding

§ 2. Vakantieverlof voor militairen die zijn ingedeeld bij de Koninklijke marine

Artikel 68. Aanspraak op vakantieverlof over een vol kalenderjaar

Artikel 69. Aanspraak op vakantieverlof over een deel van een kalenderjaar

Artikel 70. Verandering van het aantal uren vakantieverlof

Artikel 71. Niet verleend vakantieverlof

Artikel 71a. Vakantieverlof en ontslag

Artikel 72 [Vervallen per 04-09-1998]

§ 3. Vakantieverlof voor militairen die zijn ingedeeld bij de Koninklijke landmacht, de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marechaussee

Artikel 73. Aanspraak op vakantieverlof over een vol kalenderjaar

Artikel 74. Aanspraak op vakantieverlof over een deel van een kalenderjaar

Artikel 75. Verandering van het aantal uren vakantieverlof

Artikel 76. Verlenen van vakantieverlof

Artikel 77. Vakantieverlof op aanvraag

Artikel 78. Beperking vakantieverlof op aanvraag

Artikel 79. Verlenen van vakantieverlof niet-op-aanvraag

Artikel 80. Niet verleend vakantieverlof

Artikel 80a. Teveel verleend vakantieverlof

Artikel 80b. Vakantieverlof en ontslag

Paragraaf 3a. Afwijkende verlofbepalingen

Artikel 81. Bepalingen van algemene aard

Artikel 82 [Vervallen per 04-09-1998]

§ 4. Inschepings- en ontschepingsverlof

Artikel 83. Aanspraak op inschepingsverlof

Artikel 84. Aanspraak op ontschepingsverlof

Paragraaf 4a. Buitengewoon verlof

Artikel 85. Aanspraak op buitengewoon verlof

Artikel 86. Buitengewoon verlof in andere gevallen

Artikel 87. Buitengewoon verlof van lange duur

Paragraaf 4b. Buitengewoon verlof in het kader van arbeid en zorg

Artikel 87a. Buitengewoon verlof bij calamiteiten en zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden

Artikel 87b. Kort durend zorgverlof

Artikel 87c. Langer durend zorgverlof

Artikel 87d. Ouderschapsverlof

Artikel 87e. Aanvullend geboorteverlof

§ 5. Bijzondere bepalingen

Artikel 88. Verlofverlening aan militairen, werkzaam in continu- of ploegendienst

Artikel 89 [Vervallen per 04-09-1998]

Hoofdstuk 9. Aanspraken en verplichtingen in verband met de gezondheidszorg

Paragraaf 1. Ziektekostenstelsel

Artikel 90. Ziektekostenverzekering

Artikel 90a. Uitvoering van de ziektekostenverzekering

Artikel 90b. Aanspraken reservisten en tijdelijk aangestelde militairen

Artikel 90c [Vervallen per 16-08-2006]

Artikel 91. Geneeskundige verzorging

Artikel 91a. Ziekte of een gebrek verband houdende met de uitoefening van de dienst

Paragraaf 2. Rechten en verplichtingen in geval van ziekte

Artikel 92. Maatregelen ter bescherming van de gezondheid

Artikel 93. Verplichtingen in geval van ziekte

Artikel 94. Verplichtingen van de commandant

Artikel 94a. Verplichtingen van de militair in geval van ongeschiktheid tot dienstverrichting als gevolg van ziekte

Artikel 95. Diensthervatting na ziekte

Artikel 96. Infectieziekten

Paragraaf 3. Geneeskundig of tandheelkundig onderzoek

Artikel 97. Periodiek geneeskundig of tandheelkundig onderzoek

Artikel 98. Incidenteel geneeskundig of tandheelkundig onderzoek

Artikel 99. Geneeskundig of tandheelkundig onderzoek op verzoek van de commandant

Artikel 100. Vrijstelling van werkzaamheden of diensten op grond van uitslag geneeskundig of tandheelkundig onderzoek

Artikel 101. Kennisgeving geneeskundig of tandheelkundig onderzoek

Artikel 102. Verplichting tot medewerking aan een onderzoek

Artikel 103. Uitslag geneeskundig of tandheelkundig onderzoek

Artikel 104. Hernieuwd geneeskundig of tandheelkundig onderzoek

Artikel 105. Geneeskundig onderzoek in verband met vermoedelijke blijvende ongeschiktheid

Hoofdstuk 10. Andere voorzieningen van materiële aard

Artikel 106. Begripsbepalingen

Artikel 107 [Vervallen per 01-07-2009]

Artikel 108. Huisvesting van rijkswege

Artikel 109. Voeding van rijkswege

Artikel 110. Vergoeding ter zake van huisvestings- of voedingskosten

Artikel 111. Vervoer voor rekening van het rijk en tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten

Artikel 112. Uitkering ter zake van inkomstenderving van niet in werkelijke dienst verblijvende militairen en gewezen militairen

Artikel 113. Tegemoetkoming in reis- en verblijfkosten van naaste betrekkingen ingeval van ziekte of overlijden van de militair

Artikel 113a. Berichtgeving aan een militair in het buitenland

Artikel 114. Voortijdige terugkeer of overkomst in verband met omstandigheden in het gezin

Artikel 114a. Bijdrage in de kosten van kinderopvang

Artikel 115. Schadeloosstelling

Artikel 116 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 117. Verstrekking in natura en tegemoetkoming in kosten van kleding en andere goederen

Artikel 118. Aanspraken bij overlijden

Artikel 118a. Uitkering bij overlijden

Artikel 118b. Uitkering bij vermissing

Artikel 119. Bemiddeling bij procedure en vergoeding van proceskosten bij vermissing

Artikel 120. Doorbetaling van bezoldiging bij arbeidsongeschiktheid na ontslag

Artikel 120a. Samenloop van doorbetaling van bezoldiging na ontslag en uitkering op grond van een wettelijke of bovenwettelijke werknemersverzekering

Artikel 121 [Vervallen per 01-01-1998]

Artikel 122 [Vervallen per 01-05-1992]

Artikel 123 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 124. Bijzondere uitkering ter zake van derving van inkomsten uit arbeid

Artikel 125. Uitkering bij overlijden

Hoofdstuk 11a. Integriteit

Artikel 126a. Afleggen eed of belofte

Artikel 126b. Nevenbetrekkingen en nevenwerkzaamheden

Artikel 126c

Artikel 126d. Geen vergoedingen, beloningen, steekpenningen

Artikel 126e. Deelname aan aannemingen en leveringen

Artikel 126f. Deelneming aan vennootschappen, stichtingen of verenigingen

Hoofdstuk 11b. Andere rechten en verplichtingen

Artikel 127 [Vervallen per 27-08-1999]

Artikel 128 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 129 [Vervallen per 01-09-1998]

Artikel 130. Onderscheidingen, buitengewone bevordering en toekennen van een titulaire rang

Artikel 130a [Vervallen per 29-03-1996]

Artikel 131 [Vervallen per 01-02-2011]

Artikel 131a [Vervallen per 01-02-2011]

Artikel 132 [Vervallen per 18-02-2000]

Artikel 133. Non-activiteit

Artikel 134. Kleding

Artikel 135 [Vervallen per 11-05-2005]

Artikel 136 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 137 [Vervallen per 10-03-2006]

Artikel 138. Verplichte sportbeoefening

Artikel 139. Bereikbaarheidsplicht

Artikel 140 [Vervallen per 01-02-2011]

Artikel 141 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 142. Onderzoek aan kleding dan wel lichaam

Artikel 143. Verplichting tot wonen binnen een bepaalde afstand van de plaats van tewerkstelling

Artikel 144. Ambts- of dienstwoning

Artikel 145. Schadeverhaal

Artikel 146. Verplichting tot aanzuivering van een tekort

Artikel 147. Vastleggen van gegevens en kennisgeven van ongevallen

Artikel 148. Kennisgeving van ongevallen waarbij een derde is betrokken

Artikel 149 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 150 [Vervallen per 10-03-2006]

Artikel 151 [Vervallen per 10-03-2006]

Artikel 152 [Vervallen per 10-03-2006]

Artikel 153 [Vervallen per 10-03-2006]

Artikel 153a. Afwijking van dit hoofdstuk

Hoofdstuk 11c. Het melden van een vermoeden van een misstand

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

Artikel 153b

Artikel 153c [Vervallen per 13-07-2023]

Paragraaf 2. Procedure voor het melden van een vermoeden van een misstand

Artikel 153d

Artikel 153e

Artikel 153f

Artikel 153g [Vervallen per 13-07-2023]

Artikel 153h

Artikel 153i [Vervallen per 13-07-2023]

Artikel 153j

Artikel 153k

Artikel 153l [Vervallen per 13-07-2023]

Artikel 153m

Paragraaf 3. Financiële tegemoetkoming

Artikel 153n

Artikel 153o

Artikel 153p

Artikel 153q

Artikel 153r

Artikel 153s

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Paragraaf 1. : Overgangsbepalingen in verband met de introductie van het flexibel personeelssysteem

Artikel 154. status militairen die voor onbepaalde tijd zijn aangesteld bij het beroepspersoneel

Artikel 154a. status militairen die voor een bepaalde tijd zijn aangesteld bij het beroepspersoneel

Artikel 154b. ontslaggrond

Artikel 154c. Premie

Artikel 154d. Andere percentages

Artikel 154e. Uitbetaling van de premie

Artikel 154f. Burgerberoepsopleiding

Artikel 154g. Cursusfaciliteiten

Artikel 154h. Studietoelagen

Artikel 154i. Familiebezoek

Artikel 154j. Status militairen die voor onbepaalde tijd zijn aangesteld bij het reservepersoneel

Artikel 154k. Status militairen die voor een bepaalde tijd zijn aangesteld bij het reservepersoneel

Paragraaf 2. : Overige bepalingen

Artikel 155 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 156 [Vervallen per 01-01-2008]

Artikel 157 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 158 [Vervallen per 11-10-1984]

Artikel 159 [Vervallen per 01-01-1990]

Artikel 160 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 161. Toepasselijkheid van de Algemene termijnenwet

Artikel 161a

Artikel 162 [Vervallen per 04-09-1998]

Artikel 163. Citeertitel

Artikel 164. Inwerkingtreding