Home

Ziektewet

Geldig vanaf 1 januari 2024
Geldig vanaf 1 januari 2024

Ziektewet

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2024]

Aanhef

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:

Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is aan arbeiders een geldelijke uitkeering bij ziekte te verzekeren, en bepalingen te maken omtrent de voorziening tegen ziekte van arbeiders;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Eerste afdeling. Algemene bepalingen

§ 1. Algemeen

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  2. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

  3. lichamen: rechtspersonen, maat- en vennootschappen, samenwerkingsvormen zonder rechtspersoonlijkheid die met verenigingen maatschappelijk gelijk kunnen worden gesteld, ondernemingen van publiekrechtelijke rechtspersonen en doelvermogens;

  4. vreemdeling: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Vreemdelingenwet 2000;

  5. onbetaald verlof: een tussen werkgever en werknemer voor een gedeelte of het geheel van de arbeidstijd overeengekomen verlof, waarin de werknemer geen arbeid jegens de werkgever verricht;

  6. rechtens zijn vrijheid is ontnomen: rechtens zijn vrijheid is ontnomen, behoudens de gevallen, bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten en in artikel 2.3 van de Wet forensische zorg;

  7. justitiële inrichting: een penitentiaire inrichting, een instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden, of een inrichting als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

  8. eigenrisicodrager: de werkgever aan wie de toestemming is verleend, bedoeld in artikel 40, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet financiering sociale verzekeringen;

  9. overheidswerkgever: de werkgever, bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen;

  10. continentaal plat: de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voor zover deze grenst aan de territoriale zee van Nederland;

  11. vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel: een bij onherroepelijk geworden vonnis opgelegde vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht;

  12. minimumloon: het minimumloon, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag of, indien het een persoon jonger dan 21 jaar betreft, het op grond van de artikelen 7, derde lid, en 8, derde lid, van die wet voor zijn leeftijd geldende minimumloon;

  13. uitreiziger: persoon ten aanzien van wie op grond van een melding van de opsporingsdiensten of inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gericht aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, is gebleken dat het gegronde vermoeden bestaat dat deze persoon zich buiten Nederland bevindt met het doel om zich aan te sluiten bij een organisatie die is geplaatst op de lijst van organisaties, bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap.

  14. bedrijfsarts: de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;

  15. arbodienst: arbodienst: een dienst als bedoeld in artikel 14a, tweede en derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.

2.

Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt gelijkgesteld met:

  1. echtgenoot: geregistreerde partner;

  2. echtgenoten: geregistreerde partners;

  3. gehuwd: als partner geregistreerd.

3.

Voor de toepassing van deze wet en van de tot haar uitvoering genomen besluiten wordt:

  1. als gehuwd of als echtgenoot mede aangemerkt de ongehuwde meerderjarige die met een andere ongehuwde meerderjarige een gezamenlijke huishouding voert, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad;

  2. als ongehuwd mede aangemerkt degene die duurzaam gescheiden leeft van de persoon met wie hij gehuwd is.

4.

Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

5.

Een gezamenlijke huishouding wordt in ieder geval aanwezig geacht indien de betrokkenen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning en:

  1. zij met elkaar gehuwd zijn geweest of eerder voor de toepassing van deze wet daarmee gelijk zijn gesteld;

  2. uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de ander;

  3. zij zich wederzijds verplicht hebben tot een bijdrage aan de huishouding krachtens een geldend samenlevingscontract; of

  4. zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding, bedoeld in het vierde lid.

6.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld welke registraties, en gedurende welk tijdvak, in aanmerking worden genomen voor de toepassing van het vijfde lid, onderdeel d.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ten aanzien van hetgeen wordt verstaan onder het blijk geven zorg te dragen voor een ander, zoals bedoeld in het vierde lid.

8.

Onder bloedverwant in de eerste graad als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, wordt mede verstaan een meerderjarig aangehuwd kind of een meerderjarig voormalig pleegkind van de ongehuwde meerderjarige.

9.

Onder voormalig pleegkind als bedoeld in het achtste lid wordt verstaan een pleegkind voor wie de ongehuwde meerderjarige een pleegvergoeding ontving of ontvangt op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, of kinderbijslag ontving op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.

Artikel 2

Artikel 2a [Vervallen per 01-03-2003]

Artikel 2b [Vervallen per 01-01-2001]

§ 2. De werknemer

Artikel 3

Artikel 3a

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6a [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 8a

Artikel 8b

Artikel 8c

§ 3. De werkgever

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 11a [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 12

Artikel 13

§ 4. Het loon

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17 [Vervallen per 01-01-1987]

Artikel 18 [Vervallen per 01-01-1954]

Tweede afdeling. Van de verzekering van uitkering van ziekengeld

Artikel 19

Artikel 19aa

Artikel 19ab

Artikel 19a

Artikel 19b

Artikel 19c

Artikel 19d

Artikel 19e

Hoofdstuk I. Van de verzekerden

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22 [Vervallen per 01-07-1967]

Artikel 23 [Vervallen per 01-07-1967]

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-1954]

Artikel 25 [Vervallen per 01-07-1967]

Artikel 26 [Vervallen per 01-07-1967]

Artikel 26a [Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 27 [Vervallen per 01-07-1967]

Artikel 28

Hoofdstuk II. Van het ziekengeld

Artikel 29

Artikel 29a

Artikel 29b

Artikel 29c

Artikel 29d

Artikel 29e

Artikel 29f

Artikel 29g

Artikel 29h

Artikel 30

Artikel 30aa

Artikel 30a

Artikel 30b

Artikel 31

Artikel 32 [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 32a [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 33

Artikel 33a

Artikel 33b

Artikel 34

Artikel 34a

Artikel 35

Artikel 36

Artikel 37

Artikel 38

Artikel 38a

Artikel 38aa

Artikel 38ab

Artikel 38b

Artikel 39

Artikel 39a

Artikel 39b

Artikel 39c

Artikel 39d [Vervallen per 01-03-1996]

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 42

Artikel 43

Artikel 44 [Vervallen per 01-01-2011]

Artikel 45

Artikel 45a

Artikel 45b [Vervallen per 01-07-2009]

Artikel 45c [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 45d [Vervallen per 01-07-2009]

Artikel 45e [Vervallen per 01-07-2009]

Artikel 45f [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 45g

Artikel 45h [Vervallen per 01-01-2017]

Artikel 45i

Artikel 45j

Artikel 46

Artikel 47 [Vervallen per 01-07-2009]

Artikel 47a

Artikel 48

Artikel 49

Artikel 50

Artikel 51

Artikel 52

Artikel 52a

Artikel 52b

Artikel 52c

Artikel 52d

Hoofdstuk IIA. Reïntegratie-instrumenten

Artikel 52e. Proefplaatsing

Artikel 52f. Nadere regels m.b.t. aanvraag proefplaatsing

Hoofdstuk III. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen

Artikel 53

Artikel 54

Artikel 55

Artikel 56 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 57 [Vervallen per 01-01-1994]

Artikel 58 [Vervallen per 29-12-1995]

Artikel 59

Artikel 60

Artikel 61

Artikel 62

Hoofdstuk IIIA. Eigenrisicodragen door de werkgever

Artikel 63 [Vervallen per 01-01-2006]

Artikel 63a

Artikel 63b

Artikel 63c

Artikel 63d

Hoofdstuk IIIb. Verhaal ziekengeld aan AOW-gerechtigde werknemer

Artikel 63e

Artikel 63f

Artikel 63g

Hoofdstuk IV. De vrijwillige verzekering

Artikel 64

Artikel 65

Artikel 66

Artikel 67 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 67a

Artikel 68

Artikel 69

Artikel 70

Artikel 71

Artikel 72

Derde afdeling. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht en het beroep in cassatie

§ 1. Algemeen

Artikel 72a

Artikel 72b [Vervallen per 23-11-2018]

Artikel 72c

Artikel 72d [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 73

Artikel 73a

Artikel 73b

Artikel 74

§ 2. Medische besluiten

Artikel 75

Artikel 75a [Vervallen per 01-01-2022]

Artikel 75b

Artikel 75c

Artikel 75d

Artikel 75e

Artikel 75f

Artikel 75g

§ 3. Geschillen van geneeskundige aard

Artikel 75j

Artikel 75k

Artikel 75l

§ 4. Beroep in cassatie

Artikel 75m

Vierde afdeling. Aanspraak op bezoldiging en reïntegratieverplichtingen overheidspersoneel

Artikel 76

Artikel 76a

Artikel 76b

Artikel 76c

Artikel 76d

Artikel 76e

Vijfde afdeling. Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Hoofdstuk I. Strafbepalingen

Artikel 77

Artikel 78 [Vervallen per 01-03-1996]

Artikel 79 [Vervallen per 01-07-2000]

Artikel 80 [Vervallen per 01-07-2000]

Artikel 81 [Vervallen per 01-07-2009]

Artikel 82 [Vervallen per 30-04-1988]

Artikel 83

Artikel 84 [Vervallen per 01-07-1967]

Hoofdstuk II. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 85

Artikel 86 [Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 86a

Artikel 86b

Artikel 86c [Vervallen per 01-01-2021]

Artikel 86d

Artikel 86e

Artikel 87

Artikel 87a

Artikel 87b [Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 87c

Artikel 88

Artikel 89

Artikel 90

Artikel 91

Artikel 91a [Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 92

Artikel 93

Artikel 94

Artikel 95 [Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 96 [Vervallen per 01-01-2018]

Artikel 97

Artikel 98 [Vervallen per 01-07-2014]

Artikel 99 [Vervallen per 01-03-2015]

Artikel 100

Artikel 101

Artikel 102

Artikel 103

Artikel 104

Artikel 105

Artikel 106

Artikel 107

Artikel 108