Home

Vraag en antwoord

Vraag en antwoord

Hoe lang blijft de RToD geldig?

De technische commissie die de RToD heeft opgesteld, heeft destijds besloten de RToD per 1 januari 2006 niet meer te onderhouden. Dit betekent dat er geen aanvullingen en correcties meer zullen verschijnen. De RToD veroudert daarmee langzaam maar zeker, immers, de nieuwste inzichten over lastechnieken, inspectietechnieken en dergelijke zullen niet meer in de RToD terechtkomen. De RToD bevat voorlopig nog bruikbare ontwerpaspecten voor nieuwe drukvaten en installaties, maar niet voldoende om de eisen van de Richtlijn drukapparatuur (PED) af te dekken. De verwachting is dan ook dat in Nederland het gebruik van de RToD als ontwerpcode de komende jaren vervangen zal worden door het gebruik van Europese normen (NEN-EN 13445-serie voor drukvaten, NEN-EN 13480-serie voor industriële leidingen, enz.) of het gebruik van mondiaal toegepaste codes zoals ASME. Alleen voor de geharmoniseerde Europese normen mag zonder meer worden aangenomen dat daarmee aan de essentiële eisen van de PED wordt voldaan; deze geven het zogenaamde "vermoeden van overeenstemming", als de referenties van die normen in het Publicatieblad van de EU hebben gestaan. Voor alle andere ontwerpcodes moet de fabrikant aantonen dat de essentiële eisen hiermee worden afgedekt.

Wordt de volledige RToD omgezet naar de Praktijkregels voor drukapparatuur?

Nee, de Praktijkregels voor drukapparatuur richten zich met name op de ingebruikneming en de gebruiksfase van drukapparatuur, omdat dit een uitwerking betreft van nationale (Nederlandse) wetgeving. De ontwerp- en constructie-eisen voor nieuwe apparatuur vallen nu immers onder Europese wetgeving. De uitwerking van deze eisen vindt plaats in Europese normen zoals de NEN-EN 13445-serie. Daarom heeft de technische commissie besloten om in Nederland geen nationale ontwerpcode te blijven onderhouden. Zoals gezegd richten de Praktijkregels voor drukapparatuur zich met name tot de gebruikers van deze apparatuur, maar ook voor ingenieursbureaus en fabrikanten is het natuurlijk belangrijk om te weten aan welke eisen de gebruikers (hun klanten) moeten voldoen. Hiermee kan dan rekening worden gehouden in het ontwerp en bij het opstellen van het technisch dossier en de gebruiksaanwijzing.

Waarom is men gestopt met de RToD en begonnen met de Praktijkregels?

De regelgeving voor drukapparatuur in Nederland is de afgelopen jaren ingrijpend gewijzigd. Eerst is de Europese Richtlijn Drukapparatuur in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd, in het Warenwetbesluit drukapparatuur. Dit betrof uitsluitend de eisen voor nieuwe apparatuur. Vervolgens is voor de ingebruikneming en gebruiksfase nieuwe wetgeving opgesteld die aansluit bij deze Europese richtlijn. Ten slotte is er een nieuwe Uitvoeringsregeling drukapparatuur van kracht geworden. Om op detailniveau invulling te geven aan de nieuwe wettelijke eisen voor met name de gebruikers van drukapparatuur zijn nu de Praktijkregels voor drukapparatuur geïntroduceerd.

Vraag en antwoord "passend onderzoek"

In PRD 2.3 "Periodieke herbeoordeling", versie 3 van mei 2011, worden voorwaarden gegeven om "passend onderzoek" te mogen toepassen voor het bepalen van de inwendige conditie van drukapparatuur. Hieronder zijn antwoorden gegeven op een tiental vragen die leven voor dit onderwerp.

Is het mogelijk om met een maximale termijn van 6 jaar passend onderzoek te doen?

Ja, zie PRD 2.3 hoofdstuk 6 in relatie met paragraaf 7.5 tabel 1 en bijlage 11 paragraaf 7. Het genoemde passend onderzoek moet gezien worden als een alternatief onderzoek, wat kan worden uitgevoerd als is voldaan aan de eisen uit PRD 2.3 bijlage 11.

Geldt dat ook als dit inhoudt dat het drukapparaat bij elke periodiek niet open hoeft voor visueel inwendig onderzoek?

Ja, zie PRD 2.3 bijlage 11 paragraaf 7 punt 2.

Is passend onderzoek te combineren met termijnverlenging? Bijvoorbeeld als een passend onderzoek het uitvoeren van wanddiktemetingen inhoudt, deze uit te voeren om de 12 jaar?

Kan passend onderzoek ook worden toegepast op delen van een drukapparaat, bijvoorbeeld een ruimte van een warmtewisselaar?

Is de AKI verplicht om deel te nemen aan de teamsessies genoemd in PRD 2.3 bijlage 11 en 12?

Is de gebruiker ‘vrij’ om te kiezen welke AKI passend onderzoek beoordeelt?

Wat zijn de eisen ten aanzien van de methodiek die gebruikt wordt als basis voor passend onderzoek?

Waarom gelden de eisen voor RBI en passend onderzoek voor wat betreft methodiek en team niet voor termijnverlenging?

Welke NDO-methoden zijn goedgekeurd in relatie tot de faalmechanismen?

Is de gebruiker vrij om ook zogenaamde niet-standaardonderzoeken in te zetten?

Is het nodig een IvG te hebben om passend onderzoek te mogen uitvoeren?

Wat wordt bedoeld met 5 jaar ervaring met de betrokken installatie in PRD 2.3 bijlage 11 paragraaf 3 en 4?

Persproef bij installatieleidingen met TSA aangebracht op lassen

Vraag: Diverse ontwerpcodes of inspectieplannen eisen dat lassen vrij zijn van niet-metallieke lagen (organische coatings) bij de hydrostatische persproef. Dit leidt in de praktijk vaak tot de interpretatie dat lassen niet mogen zijn voorzien van TSA (‘Thermal Spray Aluminium’) bij de persproef. In diverse ontwerpcodes, waaronder de RToD, wordt geen uitspraak gedaan over de toelaatbaarheid van metallieke lagen (zoals TSA) bij het afpersen. Vandaar dat er in het werkveld onduidelijkheid bestaat, wat ook vaak leidt tot het niet toestaan van TSA-lagen voor het afpersen. Is dit correct?

Vraag en antwoord geschiktheid onderzoeksmethoden

Vraag 1: Waarom staan in bijlage 1 van katern 3.1 geen faalmechanismen genoemd in relatie tot de geschiktheid van onderzoeksmethoden?

Vraag 2: Hoe kan worden bepaald welke onderzoektechnieken het meest geschikt zijn als er (in het verleden) afwijkingen zijn vastgesteld?