Home

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-10-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:5657, C/02/8504597 MB VERZ 20-148

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-10-2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:5657, C/02/8504597 MB VERZ 20-148

Gegevens

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20 oktober 2020
Datum publicatie
19 november 2020
ECLI
ECLI:NL:RBZWB:2020:5657
Zaaknummer
C/02/8504597 MB VERZ 20-148

Inhoudsindicatie

“Parkeervergunningsplicht geldt ook bij binnen de parkeervergunningszone parkeren buiten de vakken. Tussenbeslissing over bebording langs gereden route.”

Uitspraak

Cluster I Civiele kantonzaken

Breda

zaak/rolnr.: 8504597 MB VERZ 20-148

CJIB-nummer: 223989289

uitspraak: 20 oktober 2020

Op de in het openbaar gehouden zitting van 6 oktober 2020 is mr. Hindriks, kantonrechter, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroep dat is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie met bovengenoemd CJIB-nummer. Het beroepschrift is ingediend door:

naam: : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [postcode-woonplaats] , nader ook te noemen: betrokkene,

gemachtigde : I.N.D.J. Rissema, werkzaam bij Bezwaartegenverkeersboetes.nl

adres : Verlengde Poolseweg 16

woonplaats : 4818 CL Breda.

--------------------

De gemachtigde van betrokkene is ter zitting verschenen in persoon.

Namens de officier van justitie is verschenen mr. Van der Teen, LL.B., werkzaam bij het CVOM te Utrecht, (hierna: zittingsvertegenwoordiger).

Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden, welke aantekeningen deel uitmaken van het dossier.

Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen in het beroepschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld. Daarbij heeft hij verzocht een dwangsom toe te kennen. Ter zitting heeft de gemachtigde van betrokkene medegedeeld de gronden van het beroep te handhaven en hier nog aan toegevoegd dat primair de gedraging gezien artikel 24 lid 4 van het RVV 1990 niet kan worden vastgesteld omdat zich daar waar betrokkene parkeerde, geen parkeervak bevond. Subsidiair voert betrokkene aan dat er geen bord E9 geplaatst is.

De zittingsvertegenwoordiger heeft meegedeeld de beslissing waarvan beroep is ingesteld, alsmede de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven. Voor het geval de kantonrechter toekomt aan beoordeling van de subsidiaire grondslag wil de zittingsvertegenwoordiger in de gelegenheid worden gesteld nader in te gaan op de bebording nu de gereden route pas op de zitting bekend is gemaakt.

1 De beoordeling

De kantonrechter heeft op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Het beroep is ontvankelijk omdat het tijdig is ingesteld en er zekerheid is gesteld voor de betaling van de sanctie.

De primaire grond van betrokkene komt erop neer dat hij aanvoert dat, als er al een bord E9 is geplaatst, dat bord alleen geldt voor de aangeduide parkeervakken en niet voor het deel van de straat waar hij parkeerde. Volgens betrokkene is daarom geen sprake van overtreding van artikel 24 lid 4 RVV, dat bepaalt dat indien een parkeergelegenheid, aangeduid met (…) verkeersbord E9 (…), is voorzien van parkeervakken, slechts in die vakken mag worden geparkeerd.

De kantonrechter overweegt dat het feitelijk klopt dat de auto van betrokkene niet in een parkeervak stond geparkeerd. In plaats daarvan stond zijn auto aan de rechterzijde van de weg waar aan de linkerzijde van de weg insteekparkeervakken zijn gemaakt. Als de door de gemachtigde van betrokkene bepleite uitleg van artikel 24 lid 4 RVV 1990 wordt gevolgd, is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een onbedoelde uitholling van dat artikel. De aanwezige parkeergelegenheid aan het Nonnenveld betreft immers het parkeren in de parkeervakken. Van die aanwezige parkeergelegenheid mag vervolgens alleen gebruik worden gemaakt door vergunninghouders. Vast staat dat betrokkene niet beschikt(e) over de vereiste vergunning, zodat de primaire grond niet slaagt.

Wat betreft de subsidiaire grond dat een bord E9 ontbreekt, zal de kantonrechter de behandeling van de zaak aanhouden teneinde de zittingsvertegenwoordiger in de gelegenheid te stellen binnen 8 weken na verzending van deze tussenbeschikking een aanvullend proces-verbaal toe te sturen waarin wordt ingegaan op de E9-bebording op de door betrokkene gereden route van Wilhelminasingel naar Vierwindenstraat naar Keizerstraat naar Nonnenveld.

Na ontvangst van het aanvullende proces-verbaal zullen betrokkene en zijn gemachtigde opnieuw worden uitgenodigd om hierop ter zitting te reageren.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

2 De beslissing

stelt de zittingsvertegenwoordiger in de gelegenheid binnen 8 weken na verzending van deze tussenbeschikking een aanvullend proces-verbaal toe te sturen waarin wordt ingegaan op de E9-bebording op de door betrokkene gereden route;

houdt iedere verdere beslissing aan.

de griffier, de kantonrechter,