Home

Rechtbank Rotterdam, 27-07-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7890, C/10/588181 / HA ZA 19-1190

Rechtbank Rotterdam, 27-07-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:7890, C/10/588181 / HA ZA 19-1190

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27 juli 2021
Datum publicatie
16 augustus 2021
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2021:7890
Zaaknummer
C/10/588181 / HA ZA 19-1190

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak ex art. 30p Rv. Engels verzekeringsrecht. Verzekerden spreken hun verzekeraar aan wegens een ‘total loss’ van hun schip, de “GUDRI”. De verzekeraars weigeren uitkering, onder meer omdat de verzekerden niet hebben voldaan aan een warranty onder de verzekering. Section 33 Marine Insurance Act 1906 (MIA).

Uitspraak

proces-verbaal en vonnis

Team handel en haven

Zittingsplaats Rotterdam

zaaknummer / rolnummer: C/10/588181 / HA ZA 19-1190

Proces-verbaal van mondelinge behandeling, gehouden op 27 juli 2021, en van mondelinge uitspraak ex artikel 30p Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

GUDRI SHIPPING & TRADING CORP.,

gevestigd te Panama City, Panama,

eiseres,

advocaat mr. T. Bezmalinovic te Rotterdam,

tegen

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

BRACHT DECKERS EN MACKELBERT N.V. (B.D.M. N.V.),

gevestigd te Antwerpen, België,

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

STARSTONE INSURANCE SERVICES LIMITED (under the “authority” of Syndicate 1301),

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

3. de vennootschap naar het vennootschapsrecht van de Europese Unie

AMLIN INSURANCE SE,

gevestigd te Amstelveen,

4. de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

BALOISE BELGIUM N.V.,

gevestigd te Beesd, België,

5. de vennootschap naar het vennootschapsrecht van de Europese Unie

XL INSURANCE COMPANY SE,

gevestigd te Amsterdam,

6. de naamloze vennootschap

AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te ‘s-Gravenhage,

7. de naamloze vennootschap

HDI-GEERLING VERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

8. de naamloze vennootschap

DE NEDERLANDEN VAN NU SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Diemen,

9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DUPI UNDERWRITING AGENCIES B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden,

advocaat mr. P.A. den Haan te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Gudri Shipping en BDM c.s. genoemd worden.

[weergave van hetgeen zich heeft afgespeeld ter zitting voorafgaande aan de mondelinge uitspraak; redactie rechtspraak.nl]

1. De gronden van de beslissing

1.1.

In deze internationale zaak is de rechtbank bevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Gudri Shipping.

1.2.

BDM c.s. zijn verzekeraars. Gudri Shipping vordert een verklaring voor recht dat de schade als gevolg van de “total loss” van haar schip de [naam schip] ten gevolge van een incident op 5 november 2013 volledig is gedekt onder de “policy of marine insurance no. 631.269.001” d.d. 8 oktober 2013 en veroordeling van BDM c.s. tot schadeloosstelling van Gudri Shipping. BDM c.s. voeren onder meer een aantal verzekeringsrechtelijke verweren. Deze verweren dienen beoordeeld te worden aan de hand van Engels (verzekerings)recht.

1.3.

Op grond van section 33(3) van de Engelse Marine Insurance Act 1906 (MIA) is de verzekeraar niet aansprakelijk onder de verzekering, zolang de verzekerde niet voldaan heeft aan een warranty onder de verzekering:

(3) A warranty, as above defined, is a condition which must be exactly complied with, whether it be material to the risk or not. If it be not so complied with, then, subject to any express provision in the policy, the insurer is discharged from liability as from the date of the breach of warranty, but without prejudice to any liability incurred by him before that date.

Gudri Shipping heeft ter zitting niet betwist dat een wijziging van de classificatie als zodanig dient te worden aangemerkt. De sanctie op het wijzigen van de classificatiemaatschappij (en ook het ontbreken van “class LR” voor de verzekerde) is neergelegd in clause 4 van de van toepassing zijnde ITCH, dat – aangehaald voor zover relevant – als volgt luidt:

4. TERMINATION

This Clause 4 shall prevail notwithstanding any provisions whether written typed or printed in this insurance therewith:

Unless the Underwriters agree to the contrary in writing, this insurance shall terminate automatically at the time of

4.1

change of the Classification Society of the vessel, or change, suspense, discontinuance, withdrawal or expiry of her Class therein, provided that if the Vessel is at sea such automatic termination shall be deferred until arrival at her next port. However where such change, suspension, discontinuance or withdrawal of her Class has resulted from loss or damage covered by Clause 6 of this insurance or which would be covered by an insurance of the Vessel subject to current Institute War and Strikes Clauses Hulls-Time such automatic termination shall only operate should the Vessel sail from her next port without the prior approval of the Classification Society.

1.4.

Voor de onderhavige zaak is de volgende tijdlijn van belang:

* 17 september 2012 – 30 september 2014: looptijd verzekering (prod. 1 BDM c.s.)

* juli 2013: volgens COC (Condition of Class) moet een survey plaatsvinden, zodat de [naam schip] haar classificatie bij LR kan behouden, waar niet aan wordt voldaan (prod. 4 BDM c.s.);

* 15 juli 2013: de [naam schip] verkrijgt klasse van Panama Shipping Registrar Inc. (hierna ook: PSR) (prod. 2 BDM c.s.);

* 1 augustus 2013: schorsing classificatie van LR (prod. 3 BDM c.s.), maar uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat dit pas na het incident aan Gudri Shipping is medegedeeld;

* 1 oktober 2013: verlenging verzekeringspolis (prod. 1 BDM c.s.);

* 5 november 2013: kapseizen van de [naam schip].

1.5.

De vraag of een retrospective suspension of class naar Engels recht toelaatbaar is, kan in het midden blijven, evenals de vraag of Gudri Shipping zich schuldig heeft gemaakt aan non-disclosure of material facts en/of misrepresentation. Immers, tussen partijen staat vast dat de [naam schip] na de verkrijging van klasse van PSR op 1 augustus 2013 nog meerdere havens heeft aangedaan, zodat er geen sprake is van aansprakelijkheid op grond van section 33 MIA. BDM c.s. hebben dan ook terecht dekking geweigerd voor de schade van Gudri Shipping als gevolg van het kapseizen van de [naam schip].

1.6.

De vorderingen van Gudri Shipping zullen dan ook worden afgewezen.

1.7.

Gudri Shipping wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten aan de zijde van BDM c.s. worden tot aan deze uitspraak begroot op:

-

griffierecht € 639,00

-

salaris advocaat € 7.998,00 (2 punten in liquidatietarief VIII)

-

totaal € 8.637,00.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met ingang van veertien dagen na dagtekening van dit proces-verbaal (vonnis).

2. De beslissing

De rechtbank,

2.1.

wijst de vorderingen af;

2.2.

veroordeelt Gudri Shipping in de proceskosten, aan de zijde van BDM c.s. tot op heden begroot op € 8.637,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na dagtekening van dit proces-verbaal (vonnis) tot aan de voldoening;

2.3.

veroordeelt Gudri Shipping in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Agro niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;

2.4.

verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat door de rechter en de griffier is ondertekend.