Home

Rechtbank Rotterdam, 29-05-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6050, 7444900 CV EXPL 19-454

Rechtbank Rotterdam, 29-05-2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6050, 7444900 CV EXPL 19-454

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29 mei 2020
Datum publicatie
10 juli 2020
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2020:6050
Zaaknummer
7444900 CV EXPL 19-454

Inhoudsindicatie

effectenlease, schending zorgplicht, advisering tussenpersoon

Uitspraak

zaaknummer: 7444900 CV EXPL 19-454

uitspraak: 29 mei 2020

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[eiser 1] en [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers,

gemachtigde: mr. G. van Dijk,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Dexia Nederland B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.R. van Staveren.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser 1] c.s.’ en ‘Dexia’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding;

  2. de conclusie van antwoord;

  3. de conclusie van repliek;

  4. de conclusie van dupliek;

  5. akte uitlaten producties zijdens [eiser 1] c.s.;

  6. de overgelegde producties.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.2

[eiser 1] c.s. heeft in juni 1998 een aandelenleaseovereenkomst met nummer [nummer 1] (Maximaal Rendement Effect) gesloten met Dexia. In het kader van die overeenkomst heeft [eiser 1] c.s. € 9.885,27 aan Dexia betaald. [eiser 1] c.s. heeft in totaal € 2.199,17 van Dexia ontvangen. Er is een restschuld van € 2.374,52.

2.3

[eiser 1] heeft op 28 augustus 2001 aandelenleaseovereenkomsten met nummers [nummer 2] (4 = 10 Effect) en [nummer 3] (4 = 10 Effect) gesloten met Dexia. In het kader van die overeenkomsten heeft [eiser 1] in totaal € 4.167,96 aan Dexia betaald. [eiser 1] heeft in totaal € 523,24 van Dexia ontvangen. Er is een restschuld van € 6.564,42.

2.4

[eiser 1] heeft in december 2001 een aandelenleaseovereenkomst met nummer [nummer 4] (Overwaarde Effect) gesloten met Dexia. In het kader van die overeenkomst heeft [eiser 1] € 22.905,60 aan Dexia betaald. [eiser 1] heeft € 5.214,70 van Dexia ontvangen.

3. Het geschil

3.1

[eiser 1] c.s. vordert om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. voor recht te verklaren dat Dexia jegens [eiser 1] c.s. onrechtmatig heeft gehandeld en/of dat zij jegens [eiser 1] c.s. toerekenbaar is tekortgeschoten;

II. Dexia te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser 1] c.s. te betalen al hetgeen [eiser 1] c.s. aan Dexia heeft betaald onder de litigieuze overeenkomsten, te vermeerderen met de wettelijke rente telkens vanaf de dag van de door [eiser 1] c.s. gedane betalingen tot aan de dag van algehele voldoening;

III. voor recht te verklaren dat [eiser 1] c.s. de door Dexia gevorderde restschulden niet verschuldigd is;

IV. voor recht te verklaren dat Dexia aansprakelijk is voor de door [eiser 1] c.s. geleden hypotheekschade, bestaande uit de afsluitkosten, de notariskosten, de taxatiekosten en de betaalde hypotheekrente voor het gedeelte van de hypotheek dat gebruikt is om de inleg in de aandelenleaseovereenkomsten te betalen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente telkens vanaf de dag van de door [eiser 1] c.s. gedane betalingen tot aan de dag van algehele voldoening;

V. Dexia te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten conform rapport Voorwerk II;

VI. Dexia te veroordelen in de proceskosten.

3.2

Aan de vordering legt [eiser 1] c.s. het volgende ten grondslag. Dexia heeft bij het aangaan van de overeenkomsten niet voldaan aan haar zorgplicht. Zij heeft onvoldoende gewaarschuwd voor het risico van een restschuld en zij heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de financiële positie van [eiser 1] c.s. teneinde te kunnen vaststellen of [eiser 1] c.s. de lasten uit de overeenkomsten kon betalen. Dexia heeft samengewerkt met een tussenpersoon die cliënten adviseerde, terwijl die tussenpersoon niet over de vereiste vergunning beschikte. Dexia wist, althans behoorde te weten dat er door de tussenpersoon was geadviseerd. Dexia heeft daarom onrechtmatig tegenover [eiser 1] c.s. gehandeld en is gehouden de door [eiser 1] c.s. geleden schade te vergoeden.

3.3

Dexia weerspreekt niet dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Zij voert als verweer dat de schade mede is veroorzaakt door de eigen schuld van [eiser 1] c.s. als bedoeld in artikel 6:101 BW. De schade dient daarom overeenkomstig de zogenaamde hof-formule voor 1/3e deel door [eiser 1] c.s. zelf te worden gedragen.

4. De beoordeling

5. De beslissing