Home

Rechtbank Rotterdam, 13-08-2014, ECLI:NL:RBROT:2014:6672, C-10-442266 - HA ZA 14-71

Rechtbank Rotterdam, 13-08-2014, ECLI:NL:RBROT:2014:6672, C-10-442266 - HA ZA 14-71

Gegevens

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13 augustus 2014
Datum publicatie
21 augustus 2014
ECLI
ECLI:NL:RBROT:2014:6672
Zaaknummer
C-10-442266 - HA ZA 14-71
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 01-07-2022], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 01-07-2022]

Inhoudsindicatie

Vordering tot vergoeding 'shockschade' na confrontatie met aanrijding (goede) kennis. Vereisten Kindertaxi-arrest. Nauwe affectieve relatie vereist? Ernst ongeval.

Uitspraak

vonnis

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/10/442266 / HA ZA 14-71

Vonnis van 13 augustus 2014

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. W. Munten te ‘s-Hertogenbosch,

tegen

1. de naamloze vennootschap

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [gedaagde2],

wonende te [woonplaats2],

gedaagden,

advocaat mr. W.L. Stolk te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser], Allianz en [gedaagde2] genoemd worden. Gedaagden zullen tevens gezamenlijk Allianz c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 23 april 2014;

-

het proces-verbaal van comparitie van 16 juli 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 10 juni 2012 was [eiser] bij zijn ouders, die wonen te [woonplaats3]. Op enig moment liep [eiser] naar buiten om kennissen van zijn ouders, de heer en mevrouw [persoon1], die bij zijn ouders langs zouden komen, te begroeten. Toen de heer [persoon1] (hierna: [persoon1]) met in zijn handen twee kooien met duiven naar [eiser] toegelopen kwam, werd hij aangereden door [gedaagde2], die in de door hem bestuurde Volkswagen Polo achteruit reed op de oprit van de woning van de ouders van [eiser]. Later bleek [eiser] dat [persoon1] toen hij met zijn vrouw op weg was naar de ouders van [eiser], met [gedaagde2] onenigheid had gehad. Toen [gedaagde2] bij een tankstation was gestopt had [persoon1] datzelfde gedaan, waarna [persoon1] [gedaagde2] een aantal malen had gestompt. Daarop was [gedaagde2] [persoon1] achternagereden naar de woning van de ouders van [eiser].

2.2.

[eiser] zag de aanrijding op de oprit van zijn ouders voor zijn ogen gebeuren. Toen [persoon1] op de grond terecht was gekomen zat zijn hoofd onder het bloed. Het ooglid onder zijn linkeroog was gescheurd en hij had schaafwonden aan armen en benen. Aanvankelijk bewoog hij niet. [persoon1] is daarop met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Daar is de sluitspier van zijn oog hersteld en is een wond aan zijn wenkbrauw gehecht.

[persoon1] is nadien nog diverse malen aan zijn oog en been geopereerd. Hij heeft nog steeds oog- en beenklachten: er blijft vocht in zijn oog staan en de bloeduitstortingen in zijn been zijn gaan verkalken.

2.3.

[gedaagde2] is door de rechtbank Gelderland bij vonnis van 1 juli 2013 wegens het plegen van zware mishandeling van [persoon1] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. [gedaagde2] heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

2.4.

Allianz is de WAM-verzekeraar van de Volkswagen Polo waarmee [gedaagde2] [persoon1] heeft aangereden. Zij heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval jegens [persoon1] erkend.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] stelt dat [gedaagde2] door het aanrijden van [persoon1] ook jegens hem onrechtmatig heeft gehandeld, nu [eiser] is geconfronteerd met de aanrijding en de ernstige gevolgen daarvan. Hij stelt er aanvankelijk vanuit te zijn gegaan dat [persoon1] dood was en in een hevige emotionele shock terechtgekomen te zijn, waardoor bij hem psychisch letsel is ontstaan. Er is sprake van een posttraumatisch stresssyndroom. [eiser] lijdt aan slaapproblemen, herbeleving, nachtmerries, vermoeidheid, prikkelbaarheid en concentratieproblemen. Ten gevolge daarvan heeft hij zijn werkzaamheden en zijn huishoudelijke taken niet althans slechts gedeeltelijk kunnen uitvoeren en is dat nog steeds het geval, aldus [eiser].

3.2.

[eiser] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad

-

voor recht verklaart dat [gedaagde2] een onrechtmatige daad heeft gepleegd jegens [eiser];

-

Allianz en [gedaagde2] hoofdelijk veroordeelt om aan [eiser] te betalen de door hem geleden en nog te lijden schade die het gevolg is van de onrechtmatige daad van [gedaagde2], te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, nader op te maken bij staat;

-

Allianz en [gedaagde2] hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten.

3.3.

Allianz c.s. voert verweer en concludeert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk verklaart althans deze aan hem ontzegt, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten, bij niet-betaling binnen veertien dagen na het wijzen van het vonnis te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing