Home

Rechtbank Noord-Nederland, 29-09-2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:4749, 3349275 VV EXPL 14-104

Rechtbank Noord-Nederland, 29-09-2014, ECLI:NL:RBNNE:2014:4749, 3349275 VV EXPL 14-104

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29 september 2014
Datum publicatie
9 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:RBNNE:2014:4749
Zaaknummer
3349275 VV EXPL 14-104

Inhoudsindicatie

status non-concurrentiebeding

Uitspraak

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 3349275 VV EXPL 14-104

Vonnis d.d. 29 september 2014

inzake

de besloten vennootschap Aquaserva Group B.V.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaats],

eiseres in conventie, verweerster in voorwaardelijke reconventie,

hierna Aquaserva te noemen,

gemachtigde mr. C.A.C. Schroeten, advocaat te Utrecht (postbus 8558, 3503 RN),

tegen

[gedaagde],

wonende te[plaats],

gedaagde in conventie, eiser in voorwaardelijke reconventie,

hierna [gedaagde] te noemen,

gemachtigde mr. M. Hoogenboom, advocaat te Rotterdam (Struisenburgstraat 46, 3063 BR).

PROCESGANG

Op de in de inleidende dagvaarding genoemde gronden heeft Aquaserva (zakelijk weergegeven) gevorderd dat de kantonrechter, als voorzieningenrechter, bij wijze van voorlopige voorziening:

  1. [gedaagde] veroordeelt om uiterlijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de werkzaamheden te staken bij CAG Asset Management Nederland (hierna: CAG), Amned en het COA, dan wel enige andere werkzaamheden die strijdig zijn met het met hem overeengekomen concurrentie-/relatiebeding zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst van 30 december 2010, een en ander op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] handelt in strijd met dit verbod;

  2. [gedaagde] veroordeelt tot nakoming van het met hem overeengekomen concurrentie-/relatie-/geheimhoudingsbeding d.d. 30 december 2010 en hem te verbieden met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis tot 1 februari 2015 werkzaamheden, van welke aard dan ook, tegen betaling of om niet, voor of ten behoeve van CAG, Amned, het COA en/of aan haar gelieerde vennootschappen, uit te voeren, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] in strijd handelt met dit verbod;

3. [gedaagde] veroordeelt om uiterlijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis te betalen een voorschot op de direct opeisbare boetes van € 111.500,00 (bestaande uit een direct opeisbare boete van € 10.000,00 en (203 x € 500,00) € 101.100,00 voor elke dag dat [gedaagde] in overtreding is sinds 1 februari 2014 tot en met 21 augustus 2014), dan wel een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, wegens het in strijd met het overeengekomen concurrentiebeding op of na 1 februari 2014 verrichten van werkzaamheden voor CAG, Amned, het COA en/of aan haar gelieerde vennootschappen;

4. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente over het voorschot van € 111.500,00 vanaf de dag van betekening van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

5. [gedaagde] veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een voorschot op de buitengerechtelijke proces- en incassokosten tot aan de dag der dagvaarding begroot op € 1.260,00;

6. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure;

7. althans een voorziening treft, zoveel mogelijk in de lijn en de strekking van de hiervoor gevorderde voorzieningen.

[gedaagde] heeft de vordering in conventie bestreden. In voorwaardelijke reconventie, dus voor zover de conventionele vordering (deels) toewijsbaar zou zijn, vordert [gedaagde] dat de kantonrechter:

  1. primair het non-concurrentiebeding terzijde stelt dan wel opschort, zolang de bodemrechter geen uitspraak heeft gedaan over de vraag of [gedaagde] gebonden is aan het non-concurrentiebeding en die uitspraak van de bodemrechter niet in kracht van gewijsde is gegaan en subsidiair bepaalt dat Aquaserva steeds tegen het einde van iedere kalendermaand een bedrag aan [gedaagde] verschuldigd is, welk bedrag ten minste gelijk is aan het huidige maandsalaris van [gedaagde], te vermeerderen met de boete(s) waarop Aquaserva tegenover [gedaagde] aanspraak maakt, en voorts [gedaagde] toestaat dat hij bedoeld bedrag mag verrekenen met enige geldvordering van Aquaserva op hem;

  2. Aquaserva veroordeelt in de kosten van dit geding, vermeerderd met rente;

  3. Aquaserva veroordeelt tot het betalen van nakosten.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 september 2014. Partijen (Aquaserva vertegenwoordigd door [naam]) en hun gemachtigden zijn ter zitting verschenen, waar zij hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen hebben gezet, mede aan de hand van de door de gemachtigden van Aquaserva opgestelde pleitaantekeningen. Tevens was aanwezig [naam] namens de huidige werkgever van [gedaagde]. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.

Partijen is na de mondelinge behandeling de gelegenheid geboden nader overleg te voeren om tot een minnelijke regeling te komen.

Bij brieven van 15 september 2014 hebben partijen de kantonrechter bericht dat het niet is gelukt een minnelijke regeling te treffen.

Vervolgens is uitspraak bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

1 De feiten

1.1

Tussen partijen staat het volgende vast.

1.2

Aquaserva is een landelijk opererende onderneming die zich toelegt op het verrichten van diensten op het gebied van veilig beheer van technische installaties in gebouwen en woningen. Aquaserva voorziet, zo stelt zij, haar klanten van advies over hoe ze efficiënt met hun installaties kunnen omgaan, met name gericht op water- en energiebesparing.

1.3

[gedaagde] is op 1 juni 2008 bij Aquaserva B.V., welke onderneming inmiddels deel uitmaakt van Aquaserva, in dienst getreden als (junior) technisch adviseur.

De arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 1 februari 2014.

1.4

[gedaagde] is loodgieter en heeft zich gedurende zijn loopbaan gespecialiseerd in legionellapreventie.

1.5

Gedurende zijn dienstverband bij Aquaserva heeft [gedaagde] diverse functies vervuld, waaronder van medio 2010 tot september 2012 de functie van manager advies, maar na laatstgenoemde datum is [gedaagde] teruggetreden uit deze functie en heeft hij tot einde dienstverband (weer) gewerkt als technisch adviseur. In deze functie hield hij zich bezig met de technische advisering van installaties, specifiek op het gebied van de legionellapreventie.

1.6

Tijdens het dienstverband heeft [gedaagde] ook gewerkt voor de – tot voor kort – belangrijkste klant van Aquaserva, het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (hierna: COA).

1.7

[gedaagde] is per 1 februari 2014 in dienst getreden bij Amned, in de functie van projectleider uitvoering. Amned, waarvan Belle Holding mede-aandeelhouder en bestuurder is, houdt zich blijkens het handelsregister bezig met "advies en beheer van gebouwen, met name de bouwkundige en installatietechnische aspecten".

1.8

Op 4 april 2014 heeft het COA na een Europese aanbesteding -waaraan ook Aquaserva deelnam- het perceel legionellapreventie (voorlopig) gegund aan de Combinatie CAG Consult Air Group/ Amned.

1.9

CAG Consult Air Group B.V., waarvan blijkens het handelsregister Belle Holding enig aandeelhouder en bestuurder is, houdt zich bezig met advisering in lucht- en waterkwaliteit en hygiëne in gebouwen.

1.10

Bij brief van 8 augustus 2014 heeft Aquaserva, bij monde van haar directeur

P. Smeulders, onder meer het volgende aan [gedaagde] bericht:

“Recent ben ik er onmiskenbaar van op de hoogte gesteld dat u werkzaamheden verricht via CAG/AMNED bij het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Dit is in strijd met de arbeidsovereenkomst die u op 30 december 2010 met Aquaserva hebt afgesloten, met name artikel 9. Ik leg u dan ook een boete op van € 10.000,- vermeerderd met een bedrag van € 500,- per dag met ingang van 1 februari 2014. Ik verzoek u en voor zover nodig sommeer ik u om onmiddellijk die werkzaamheden te staken.”

1.11

Bij e-mail van 13 augustus 2014 heeft [gedaagde] daarop als volgt gereageerd:

“Op 8 augustus ontving ik een brief waarin ik wordt gewezen op schending van bepalingen uit mijn arbeidsovereenkomst. Ik weet eerlijk gezegd niet wat je bedoelt. Is het mogelijk dat je mij een kopie stuurt van de arbeidsovereenkomst waaraan je refereert.”

1.12

[gedaagde] heeft zijn werkzaamheden bij Amned tot op heden voortgezet.

2 Het standpunt van Aquaserva

Samengevat en zakelijk weergegeven komt het standpunt van Aquaserva op het volgende neer.

Partijen zijn op 30 december 2010 door middel van een arbeidsovereenkomst een non-concurrentie-/relatie-/geheimhoudingsbeding aangegaan. Met de indiensttreding bij CAG/Amned heeft [gedaagde] zowel het non-concurrentie- als het relatiebeding overtreden.

Bij afweging van de wederzijdse belangen dient het belang van Aquaserva zwaarder te wegen dan het belang van [gedaagde]. De vorderingen van Aquaserva moeten daarom worden toegewezen en de voorwaardelijke tegenvordering afgewezen.

3 Het standpunt van [gedaagde]

Het standpunt van [gedaagde] laat zich, zakelijk weergegeven, als volgt samenvatten.

stelt dat hij zich niet kan herinneren dat hij op 30 oktober 2010 een (nieuwe) arbeidsovereenkomst heeft getekend. Hij beschikt slechts over de arbeidsovereenkomst die hij bij aanvang van zijn dienstverband heeft gesloten, waarin slechts een geheimhoudingsbeding is opgenomen. [gedaagde] betwist ook eind 2010 te zijn gewezen op de aard en strekking van de thans aan de orde zijnde (verzwaarde) bedingen. De op de overeenkomst van 31 december 2010 geplaatste handtekening wijkt ook af van de handtekening op het rijbewijs van [gedaagde]. [gedaagde] stelt dan ook dat hij niet kan worden gehouden aan de in de arbeidsovereenkomst van 30 december 2010 opgenomen bedingen, reden waarom de vorderingen van Aquaserva moeten worden afgewezen. Subsidiair betwist hij, mede aan de hand van diverse ontkrachtende verklaringen -van o.m. het COA- op enigerlei wijze bij de aanbestedingsprocedure te zijn betrokken of op andere wijze het bedrijfsdebiet van Aquaserva, voor zover hij daar al over beschikte, in gevaar te hebben gebracht. Door zijn -uitsluitend- technische functie beschikt [gedaagde] ook niet over de daarvoor relevante informatie. Gelet op het belang van het behoud van zijn baan als kostwinner meent [gedaagde] dat van hem niet gevergd kan worden dat hij zijn functie bij Amned, met de ter zitting aangeboden aanpassingen, prijs te geven. Mochten de vorderingen van Aquaserva (deels) worden toegewezen, dan dienen de voorwaardelijke tegenvorderingen eveneens te worden toegewezen.

4 De beoordeling