Home

Rechtbank Noord-Holland, 17-10-2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:9459, AWB 13-1710

Rechtbank Noord-Holland, 17-10-2013, ECLI:NL:RBNHO:2013:9459, AWB 13-1710

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17 oktober 2013
Datum publicatie
5 december 2013
ECLI
ECLI:NL:RBNHO:2013:9459
Zaaknummer
AWB 13-1710
Relevante informatie
Algemene wet bestuursrecht [Tekst geldig vanaf 02-08-2022 tot 01-01-2023]

Inhoudsindicatie

Geen afwaardering courante effecten o.g.v. goedkoopmansgebruik.

Uitspraak

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

Zaaknummers: AWB 13/1710 en 13/1711

Uitspraakdatum: 17 oktober 2013

Uitspraak in de gedingen tussen

[X] B.V., statutair gevestigd te [Z], eiseres,

gemachtigde: mr. P.A.N. van de Kimmenade,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Eindhoven, verweerder.

1 Procesverloop

1.1.

Verweerder heeft met dagtekening 15 augustus 2009 aan eiseres voor het jaar 2005 een aanslag (aanslagnummer [NUMMER]) vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 2.863.136.

1.2.

Verweerder heeft met dagtekening 22 augustus 2009 aan eiseres voor het jaar 2006 een aanslag (aanslagnummer [NUMMER]) vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van € 386.300.

1.3.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 maart 2013 het belastbaar bedrag nader vastgesteld op € 2.700.948 en de aanslag 2005 overeenkomstig verminderd en bij beschikking heffingsrente vergoed.

1.4.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 14 februari 2013 de aanslag 2006 gehandhaafd.

1.5.

Eiseres heeft tegen beide uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaken betrekking hebbende stukken overgelegd en verweerschriften ingediend.

1.6.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 september 2013.

Namens eiseres is daar haar gemachtigde verschenen, bijgestaan door mr. drs. M.P.A. Horsmans. Namens verweerder zijn verschenen mr. ing. J.J.M. Hezemans en J. van Dinther.

2 Tussen partijen vaststaande feiten

2.1.

De activiteiten van eiseres bestaan met name uit het beleggen van vermogen, het houden en financieren van deelnemingen en het financieren van haar directeur-aandeelhouder. De bezittingen van eiseres bestonden in 2005 en 2006 met name uit deelnemingen, een effectenportefeuille, een vordering op de aandeelhouder en liquide middelen.

2.2.

Het beheer van de effectenportefeuille was in 2005 en 2006 ondergebracht bij een kantoor dat is gespecialiseerd in vermogens- en effectenbeheer. De effectenportefeuille werd aangehouden bij [A BEDRIJF] Bank.

2.3.

De effectenportefeuille bestond uit vele soorten effecten. In de jaren 2005 en 2006 had eiseres onder andere effecten in het beleggingsfonds [B BEDRIJF] in bezit.

2.4.

Als waarderingsstelsel voor de effecten hanteerde eiseres de waardering tegen kostprijs of de lagere beurskoers.

2.5.

De door eiseres gehouden effecten in [B BEDRIJF] waren beursgenoteerd, te allen tijde direct verhandelbaar, en hadden in 2005 een kostprijs voor eiseres van € 534.584 en in 2006 – na uitbreiding van dit belang – van € 1.037.355, terwijl de beurswaarde van die effecten op balansdatum 31 december 2005 respectievelijk 31 december 2006 € 552.490 respectievelijk € 1.099.885 bedroeg.

2.6.

Op 10 december 2008 is bekend geworden dat het beleggingsfonds [B BEDRIJF] is getroffen door de beleggingsfraude veroorzaakt door [A] en diens onderneming, en dat sprake was van een piramideconstructie.

3 Geschil

3.1.

Het geschil betreft de vraag of het belang in het beleggingsfonds [B BEDRIJF] in 2005 en 2006 door eiseres op grond van goedkoopmansgebruik kan worden afgewaardeerd tot nihil, althans tot een lagere waarde dan de laagste van kostprijs of beurskoers, en zo ja, in hoeverre dan rekening dient te worden gehouden met een mogelijk te ontvangen schadevergoeding.

3.2.

Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar en vermindering van de belastingaanslag 2005 tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 2.166.094, en vermindering van de belastingaanslag 2006 tot een berekend naar een belastbaar bedrag van € 116.201 (negatief).

3.3.

Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van de beroepen.

4 Beoordeling van het geschil

5 Proceskosten

6 Beslissing