Home

Rechtbank Limburg, 05-12-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:11720, C03/246452/HA ZA 18-90

Rechtbank Limburg, 05-12-2018, ECLI:NL:RBLIM:2018:11720, C03/246452/HA ZA 18-90

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
5 december 2018
Datum publicatie
1 mei 2019
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2018:11720
Zaaknummer
C03/246452/HA ZA 18-90

Inhoudsindicatie

Verdeling huwelijksgoederengemeenschap na overlijden ex-echtgenoot.

Uitspraak

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer / rolnummer: C/03/246452 / HA ZA 18-90

Vonnis van 5 december 2018

in de zaak van

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

wonend te [woonplaats 1] ,

in haar hoedanigheid van executeur inzake de nalatenschap van

[erflater]

alsook als enige erfgename,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat mr. C.C.B. Breij,

tegen

[gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ,

wonend te [woonplaats 2] ,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.L.J.M. Wilhelmus.

Voornoemde personen zullen hierna [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] , [erflater] en [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 29 augustus 2018,

-

de akte van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ,

-

de akte van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald, waarvan de uitspraak is bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

de woning aan de [adres] te [woonplaats 1]

2.1.

Partijen hebben zich beiden bij akte uitgelaten over het voornemen van de rechtbank een taxateur te benoemen. Zij hebben daarbij niet eenstemmig een te benoemen taxateur naar voren gebracht, maar ieder afzonderlijk hun voorkeur uitgesproken en zich uitgelaten over de voor hen acceptabele hoogte van de kosten van die taxatie. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] acht een prijs tussen de € 400,00 en € 500,00 acceptabel. [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] is van mening dat de kosten van de taxateur niet meer dan €550,00 dienen te bedragen.

2.2.

De rechtbank zal daarom de hierna onder de beslissing vermelde deskundige benoemen en de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vaststellen op het in de beslissing vermelde bedrag.

2.3.

De rechtbank ziet in de omstandigheden van het geding aanleiding om het voorschot op de kosten van de deskundige gelijkelijk over partijen te verdelen. Omdat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] met een toevoeging procedeert, zal echter aan haar geen voorschot worden opgelegd (het voorschot wordt voorlopig in debet gesteld). Derhalve zal alleen [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] haar helft van het voorschot moeten betalen. Het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak te Utrecht (LDCR) zal aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een nota voor de door haar verschuldigde helft van het voorschot doen toekomen.

2.4.

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.5.

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

2.6.

Partijen dienen in hun conclusies na deskundigenbericht (gemotiveerd en zoveel mogelijk met stukken onderbouwd) aan te geven of zij de woning al dan niet tegen de door de deskundige getaxeerde waarde wensen over te nemen en of zij daartoe financieel in staat zijn. Mocht geen van partijen de woning wensen over te nemen of daartoe financieel in staat zijn, dan zal de rechtbank bepalen dat de woning aan een derde moet worden verkocht.

overige schulden en baten

2.7.

De hierna te noemen schulden en baten met de daarbij door partijen opgegeven saldi per 19 juli 2017 behoren tot de gemeenschap.

-

de rekening op naam van [erflater] bij de SNS Bank met rekeningnummer [rekeningnummer 1] met een saldo op 19 juli 2017 van € 3.272,96,

-

de rekening op naam van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij de SNS Bank met rekeningnummer [rekeningnummer 2] met een saldo op 19 juli 2017 van € 113,78,

-

de rekening op naam van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij de SNS Bank met rekeningnummer [rekeningnummer 3] met een saldo op 19 juli 2017 van € 316,57,

-

de rekening op naam van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] bij de SNS Bank met rekeningnummer [rekeningnummer 4] met een saldo op 19 juli 2017 van 1.341,16.

2.8.

De saldi op voornoemde rekeningen zullen bij helfte worden verdeeld wat betekent dat aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] een bedrag van € 885,76 toekomt en aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een bedrag van € 1.636,48 zodat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] aan [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] een bedrag van (€ 1.636,48 -/- € 885,76 =) € 750,72 dient te voldoen.

2.9.

Volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is het niet meer dan redelijk dat hetgeen aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] toekomt op grond van een verdeling bij helfte dient te worden weggestreept tegen (de waarde van) de overlijdensrisicoverzekering die zonder medeweten van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is opgezegd.

2.10.

De rechtbank oordeelt daarover als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat er in het verleden sprake was van een overlijdensrisicoverzekering. Echter, volgens [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft [erflater] deze jaren geleden stopgezet. Het enkele feit dat [erflater] de overlijdensrisicoverzekering zonder medeweten en/of instemming van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] jaren geleden heeft beëindigd, betekent niet dat thans afgeweken zou moeten worden van een verdeling bij helfte, dan wel dat hetgeen [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zou toekomen, dient te worden weggestreept tegen (de waarde van) de overlijdensrisicoverzekering. Dit volgt uit artikel 1:111 lid 1 BW, waarin is bepaald dat het zonder toestemming van de echtgenoot verrichten van een rechtshandeling (zoals het opzeggen van een verzekering) enkel leidt tot een schadevergoedingsplicht indien de gemeenschap is benadeeld (dat is iets anders dan de vraag of [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] is benadeeld) én indien die rechtshandeling is verricht na aanvang van het geding of binnen zes maanden daarvoor, en dat is niet zo.

2.11.

Ter zake de beleggingsverzekering bij Zicht stelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat zij in 2016 heeft verzocht om deze verzekering tot uitkering te laten komen gelet op het bereiken van haar pensioengerechtigde leeftijd. Vanaf 1 juni 2017 ontvangt zij daarom voor een periode van vijf jaar maandelijks een bedrag van € 123,21 als aanvulling op haar pensioen. Van een verdeling van de Zichtpolis kan volgens [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dan ook geen sprake meer zijn.

2.12.

Naar het oordeel van de rechtbank behoort de beleggingsverzekering bij Zicht tot de gemeenschap en dient ook deze verzekering, dan wel de uitkeringen die uit deze verzekering worden gedaan, bij helfte te worden verdeeld. De rechtbank zal daarom [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] wederom bevelen inzicht te verschaffen in de waarde van deze verzekering op 19 juli 2017, alsmede een overzicht over te leggen van de reeds gedane en nog te ontvangen uitkeringen aan en door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] .

2.13.

Met betrekking tot de vervallen rente ter zake de vordering op [naam] stelt [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] dat enkel de vervallen rente tot 19 juli 2017 voor verdeling in aanmerking komt. [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] laat na dit standpunt nader te motiveren en/of te onderbouwen. Zoals uit het tussenvonnis van 29 augustus 2018 blijkt, dient de huwelijksgoederengemeenschap nog verdeeld te worden en dient voor de peildatum van de waardering van de te verdelen goederen uit te worden gegaan van de datum van het eindvonnis. Dat betekent dat ook de vervallen rente van na 19 juli 2017 verdeeld dient te worden.

2.14.

Derhalve zal de vordering op [naam] van € 27.250,00 bij helfte verdeeld dienen te worden, alsmede de rente tot de dag van verdeling (de datum van het te zijner tijd te wijzen eindvonnis). [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] heeft zich echter niet uitgelaten over de rente, reden waarom zij hiertoe nogmaals in de gelegenheid zal worden gesteld.

2.15.

[eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft verder bij akte nog twee bij de verdeling te betrekken posten aangedragen (aanslag IB/PVV 2016 en 2016). [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] moet zich hierover nog uitlaten.

3 De beslissing

in conventie en in reconventie

De rechtbank

de akte

3.1.

verwijst de zaak naar de rol van 16 januari 2019 voor akte aan de zijde van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] waarin zij:

-

door middel van onderbouwde stukken inzicht zal verschaffen in de beleggingsverzekering bij Zicht, inhoudende de waarde van deze verzekering op 19 juli 2017, alsmede een overzicht van de reeds gedane en nog te ontvangen uitkeringen aan en door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] (zie 2.12.)

-

opgaaf zal doen van de vervallen rente ter zake de vordering op [naam] (zie 2.14.)

-

zich zal uitlaten over de aanslagen IB/PVV 2016 en 2017 (zie 2.15.),

het deskundigenbericht

3.2.

beveelt een onderzoek (geen geveltaxatie) door de deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

  1. op welke vrije verkoopwaarde, vrij van huur en/of gebruiksrechten ter zake, naar peildatum per datum van dit vonnis, taxeert u het woonhuis staande en gelegen te [woonplaats 1] , aan de [adres] ?

  2. zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

3.3.

benoemt tot deskundige:

F.M.J. Creusen, werkzaam bij Creusen Taxaties,

correspondentie- en bezoekadres: Repenhof 46, 6241 DA Bunde,

telefoon: 06-51966766,

emailadres: info@creusentaxaties.nl,

het voorschot

3.4.

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 600,00 (incl. btw en verschotten). De rechtbank acht dit voorschot redelijk gelet op de geringe mate waarin het bedrag afwijkt van de door partijen naar voren gebrachte en voor hen acceptabele bedragen,

3.5.

bepaalt dat [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] de helft van het voorschot dient over te maken binnen twee weken na datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

3.6.

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

3.7.

legt aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] geen voorschot op (voorlopig in debet gesteld),

het onderzoek

3.8.

bepaalt dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,

3.9.

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,

3.10.

wijst de deskundige erop dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad

deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te

verkrijgen bij de griffie),

- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van

het voorschot dient aan te vangen,

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met

de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,

- de deskundige partijen bij een onderzoek van een object ter plaatse gelegenheid dient te

bieden dit onderzoek bij te wonen; indien slechts één partij, althans niet alle partijen, bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig is of zijn, de deskundige dit onderzoek niet mag uitvoeren, tenzij alle partijen zijn uitgenodigd om bij dat onderzoek aanwezig te zijn, en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,

- indien partijen bij het onderzoek van objecten ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het

rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt en welke verzoeken zij hebben gedaan, en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd,

3.11.

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien hij daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,

het schriftelijk rapport

3.12.

draagt de deskundige op om uiterlijk 6 maart 2019 een schriftelijk en

ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging

van een gespecificeerde declaratie,

3.13.

wijst de deskundige er op dat:

- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is

gebaseerd,

- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de

gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,

3.14.

bepaalt dat partijen binnen vier weken dienen te reageren op het conceptrapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het conceptrapport te reageren,

overige bepalingen

3.15.

verstaat dat de zaak na ontvangst van het definitieve deskundigenrapport ter griffie op de rol zal worden geplaatst teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een conclusie na deskundigenrapport te nemen, waarbij partijen in elk geval dienen in te gaan op hetgeen onder r.o. 2.6. is overwogen,

3.16.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. Drenth en is in het openbaar uitgesproken.

RJ