Home

Rechtbank Limburg, 05-11-2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:9351, 4460268/AZ/15-275 05112015

Rechtbank Limburg, 05-11-2015, ECLI:NL:RBLIM:2015:9351, 4460268/AZ/15-275 05112015

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Datum uitspraak
5 november 2015
Datum publicatie
9 november 2015
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2015:9351
Zaaknummer
4460268/AZ/15-275 05112015

Inhoudsindicatie

De kantonrechter tot het oordeel dat een dringende reden voor ontslag op staande voet ontbreekt en het ontslag niet rechtsgeldig is gegeven. De werkgeefster wordt op grond van artikel 7:672 lid 9 veroordeeld tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, gelijk aan het bedrag van het loon over de opzegtermijn. Tevens wordt de werkgeefster veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding. Daarnaast wordt het verzoek van de werknemer om toekenning van een billijke vergoeding toegewezen. De billijke vergoeding wordt vastgesteld op € 5.000,00.

Uitspraak

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 4460268 AZ VERZ 15-275

Beschikking van de kantonrechter van 5 november 2015

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de werknemer

gemachtigde: mr. M.J.M. Houben

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid THT SLOOP B.V.,

gevestigd te Echt, gemeente Echt-Susteren

verwerende partij

verder te noemen: de werkgeefster

gemachtigde: mr. R.H.M. Wagemans

1 Het procesverloop

1.1.

De werknemer heeft naar aanleiding het door de werkgeefster gegeven ontslag op staande voet een verzoek gedaan om de werkgeefster te veroordelen een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding te betalen, alsmede ten laste van de werkgeefster een billijke vergoeding toe te kennen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW en wettelijke rente vanaf iedere datum van verschuldigdheid. Bij aanvullend verzoek is tevens gevorderd betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het loon van de maand 1 juli tot en met 29 juli 2015 en de afgifte van een bruto-netto salarisspecificatie over de maand juli 2015, afgifte van een bruto-netto specificatie over het vakantiegeld 2014/2015 en het opmaken en betalen van de eindafrekening te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid tot de dag van voldoening en onder gelijktijdige afgifte van de bruto-netto specificatie. De werknemer heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. De werkgeefster heeft een verweerschrift en een aanvullend verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 22 oktober 2015 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben de werknemer en de werkgeefster bij brieven van 15 en 19 oktober 2015 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

De werknemer is met ingang van 1 september 2011 bij de werkgeefster in dienst getreden in de functie van sloper, tegen een salaris van laatstelijk € 2.274,13 bruto per maand, exclusief toeslagen. De arbeidsovereenkomst wordt mede beheerst door de cao Bouwnijverheid. Op 4 juni 2015 is de werknemer door de werkgeefster op non-actief gesteld en op 5 juni 2015 met onmiddellijke ingang ontslagen. De werknemer heeft dit ontslag nadien vernietigd, een en ander met het aanbod zijn werkzaamheden op verzoek dadelijk te hervatten.

2.2.

Over het ontslag op staande voet van 5 juni 2015 is een kort geding gevoerd. Bij vonnis in kort geding van 17 juli 2015 heeft de kantonrechter de werkgeefster veroordeeld tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen partijen op voet van artikel 7:682 Burgerlijk Wetboek (BW). Tevens is de werkgeefster veroordeeld tot betaling aan de werknemer van:

- het de werknemer toekomende loon, tot het netto equivalent van een bedrag van € 2.274,13 bruto per maand, met ingang van juni 2015 en tot het moment van regelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen,

- de werknemer over de periode 2014/2015 toekomende vakantietoeslag ten bedrage van 8% van het brutoloon, zijnde het netto equivalent van een bedrag ad € 2.183,17 bruto,

- de wettelijke verhoging over de beide hierboven genoemde bedragen, gematigd tot 10%,

- de wettelijke rente over de beide hierboven genoemde bedragen, telkens met ingang van de betaalvervaldatum en tot aan de datum van volledige betaling.

2.3.

Voorts heeft de kantonrechter bij beschikking van 17 juli 2015 het verzoek van de werkgever tot – voorwaardelijke – ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen.

2.4.

Daar de werknemer niet in aanmerking kwam voor een uitkering ingevolge de werkloosheidswet heeft hij via een uitzendbureau werkzaamheden verricht bij de Action. Dit is in de voornoemde procedures ook vermeld.

2.5.

Bij door de deurwaarder betekend schrijven van de raadsman van de werkgeefster van 20 juli 2015 is de werknemer opgeroepen om op 21 juli 2015 op de werkplek te verschijnen. De brief is als volgt geformuleerd:

Ik neem aan dat u kennis hebt genomen van de uitspraak van de voorzieningenrechter/ kantonrechter van de Rechtbank Limburg ingevolge welke uitspraak de arbeidsovereenkomst is hersteld zodat ik U hierbij uitdrukkelijk oproep om morgen dinsdag 21 juli 2015 om 07.00 uur te verschijnen op U werkplek aan de Voltaweg 21, 6101 XK Echt.

Indien U niet tijdig of niet mocht verschijnen, deel ik u reeds nu langs deze weg uitdrukkelijk mede dat het niet verschijnen door cliënten zal worden beschouwd als werkweigering, welke weigering zal opleveren een dringende reden voor ontslag op staande voet, welk ontslag op staande voet dan ook zal worden gegeven indien U morgenochtend niet op het aangegeven tijdstip op de werkplek verschijnt.

2.6.

De werknemer heeft zich in de avond van 20 juli 2015 ziek gemeld bij de werkgeefster. Bij faxbrief van 20 juli 2015 aan de raadsman van de werkgeefster heeft de raadsvrouw van de werknemer bevestigd dat haar cliënt zich ziek heeft gemeld bij de werkgeefster en dat de werknemer zich tot zijn huisarts zal wenden. Tevens heeft zij verzocht de werknemer te laten zien door de bedrijfsarts.

2.7.

De bedrijfsarts heeft de werknemer vervolgens beoordeeld en heeft bij schrijven van 28 juli 2015 advies uitgebracht. De bedrijfsarts acht de werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Gezien de werkgerelateerde problematiek acht hij gedeeltelijke werkhervatting in eigen werk nog niet reëel. Daarom adviseert hij een interventieperiode van 1,5 week waarin een start gemaakt dient te worden met mediation.

2.8.

Bij brief van 29 juli 2015 is de werknemer door de werkgeefster opnieuw op staande voet ontslagen. Aan dit ontslag is ten grondslag gelegd dat de werkgeefster heeft vastgesteld dat de werknemer na zijn ziekmelding werkzaam is geweest bij de Action, hetgeen volgens de werkgeefster betekent dat de werknemer zich in strijd met de waarheid heeft ziekgemeld, aldus bedrog heeft gepleegd en bij de werkzaamheden waartoe hij in staat was bij de werkgeefster niet tijdig is verschenen, zodat ook sprake is van werkweigering. Gezien deze gedragingen van de werknemer kan van de werkgeefster redelijkerwijs niet gevergd worden dat zij de arbeidsovereenkomst laat voortbestaan, aldus de brief van de werkgeefster.

3 Het verzoek

3.1.

De werknemer heeft een verzoek gedaan de werkgeefster te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een transitievergoeding. Volgens de werknemer is de werkgever op grond van artikel 7:672 lid 9 BW een vergoeding wegens onregelmatige opzegging verschuldigd, gelijk aan het loon over de opzegtermijn te vermeerderen met 8% vakantietoeslag, te weten € 2.456,06. De werknemer stelt verder dat de werkgever op grond van artikel 7:673 lid 1 BW een transitievergoeding verschuldigd is van € 2.865,00.

3.2.

De werknemer heeft daarnaast ook een verzoek gedaan om ten laste van de werkgever een billijke vergoeding toe te kennen van € 20.000,00, op grond van artikel 7:681 lid 1 BW. Volgens de werknemer moet een billijke vergoeding worden toegekend, omdat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet.

3.3.

In dat kader heeft de werknemer het volgende aangevoerd. De werkgeefster is volstrekt ten onrechte overgegaan tot een ontslag op staande voet. De werknemer heeft zich niet in strijd met de waarheid ziekgemeld. Er is weldegelijk sprake van arbeidsongeschiktheid. Bovendien heeft hij geen werkzaamheden meer verricht voor de Action na 20 juli 2015 en evenmin elders werkzaamheden verricht. Er is aldus geen sprake van een dringende reden om tot een gerechtvaardigd ontslag op staande voet te komen.

3.3.1.

Onder verwijzing naar de uitspraak van het Hof ’s Hertogenbosch d.d. 20 augustus 2013, ECLI:2013:359 stelt de werknemer voorts dat het wettelijk uitgangspunt bij kwesties rondom arbeidsongeschiktheid is, dat wanneer de werknemer aangeeft dat er sprake is van een arbeidsconflict en zich met daarmee verband houdende klachten meldt bij de bedrijfsarts, het aan de werkgever is om initiatief te nemen om de verhoudingen weer te normaliseren. Het gegeven bevel tot werkhervatting van de werkgeefster is in strijd met het goed werkgeverschap, aldus de werknemer.

3.3.2.

Aangezien de verhouding tussen werknemer en werkgeefster ernstig verstoord is en ziekmakend is, heeft de werknemer er voor gekozen om een vergoeding te verzoeken in plaats van loondoorbetaling/ziektegeld te vragen. Daarbij is van belang het ernstige verwijt dat in deze zaak aan de werkgever te maken is.

3.4.

Bij aanvullend verzoek is tevens gevorderd de betaling van de wettelijke verhoging van 50% over het loon van de maand 1 juli tot en met 29 juli 2015 en de afgifte van een bruto-netto salarisspecificatie over de maand juli 2015, afgifte van een bruto-netto specificatie over het vakantiegeld 2014/2015 en het opmaken en betalen van de eindafrekening te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf de dag van verschuldigdheid tot de dag van voldoening en onder gelijktijdige afgifte van de bruto-netto specificatie. Daartoe heeft hij gesteld dat deze nog niet zijn ontvangen.

3.5.

De werknemer heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. De werknemer stelt daartoe dat hij vanwege het ontslag en gebrek aan inkomsten in financiële problemen is geraakt.

4 Het verweer

5 De beoordeling

6 De beslissing