Home

Rechtbank Leeuwarden, 06-07-2004, AP8088, 17/086012-04 VEV

Rechtbank Leeuwarden, 06-07-2004, AP8088, 17/086012-04 VEV

Gegevens

Instantie
Rechtbank Leeuwarden
Datum uitspraak
6 juli 2004
Datum publicatie
6 juli 2004
ECLI
ECLI:NL:RBLEE:2004:AP8088
Zaaknummer
17/086012-04 VEV
Relevante informatie
Wetboek van Strafrecht [Tekst geldig vanaf 01-07-2022]

Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid, vrijheidsberoving, jeugdige persoon, veroordeling

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden

Sector strafrecht

VERKORT VONNIS

Uitspraak: 6 juli 2004

Parketnummer: 17/086012-04

VONNIS van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres verdachte].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 22 juni 2004.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen.

TELASTELEGGING

Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.

In de telastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Op schriftelijke vordering van de officier van justitie ter terechtzitting is de telastelegging gewijzigd, zoals in die vordering staat omschreven. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van die vordering is aan dit vonnis gehecht. De inhoud daarvan moet als hier ingevoegd worden beschouwd.

BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht het primair telastegelegde bewezen, met dien verstande dat:

[hoofddader] in de periode van 25 augustus 2003 tot en met 27 augustus 2003, te Oldeberkoop, in de gemeente Ooststellingwerf en te Ryptsjerk, in de gemeente Tytsjerksteradiel en te Echt, in de gemeente Echt en te Roermond, in de gemeente Roermond en te Tweede Exloërmond, in de gemeente Borger-Odoorn en te Venlo, in de gemeente Venlo en te Susteren, in de gemeente Susteren en elders in Nederland en in de Bondsrepubliek Duitsland,

opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer], wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, immers heeft die [hoofddader], met dat opzet onder meer

- zich gekleed als een soort politieman en bij die [slachtoffer] de indruk gewekt dat hij van de "verkeersbrigade" was en in die hoedanigheid die op de weg fietsende [slachtoffer] een zelfgemaakt stopbordje getoond en aldus die [slachtoffer] tot stoppen gedwongen en vervolgens die [slachtoffer] op autoritaire/dwingende wijze en met stemverheffing medegedeeld dat zij haar fiets tegen een boom moest zetten en in de door hem, bestuurde auto moest plaats nemen en vervolgens

- in die auto de mond en de ogen van die [slachtoffer] met tape afgeplakt en vervolgens

- nadat hij enige tijd met die [slachtoffer] in de auto had gereden, die [slachtoffer] uit voornoemde auto gehaald en in de kofferbak van een tweede auto geplaatst en

- vervolgens toen op enig moment de tape losliet, de ogen en een deel van het hoofd van die [slachtoffer] met verband omzwachteld en

- met die tweede auto waarin die [slachtoffer] zich onder meer in

de kofferbak bevond door Nederland en door Duitsland gereden en die tweede auto gedurende avonden en nachten in een garagebox geparkeerd alwaar die [slachtoffer] in deze auto moest overnachten en die [slachtoffer] persoonlijk begeleid en geleid en bewaakt als die [slachtoffer] uit deze auto kwam om onder meer - in opdracht van hem - telefonisch contact te zoeken met haar ouders en om te plassen en om te eten en aldus die [slachtoffer] tegen haar wil gedurende lange tijd opgesloten en afgezonderd van haar familie en verhinderd zich vrijelijk te bewegen en te gaan en te staan waar zij wilde en haar persoonlijke bewegingsvrijheid ingeperkt,

met het oogmerk anderen, te weten haar ouders genaamd [ouders], te dwingen iets te doen te weten het betalen van losgeld aan hem [hoofddader] ten bedrage van tweehonderdduizend euro, hebbende die [hoofddader] met voormeld oogmerk,

- gedurende vorenomschreven periode telefonisch contact gezocht en gehad met voornoemde [ouders], met onder meer de mededeling: "Wir haben ein Kind" en "Wir wollen 200.000. Dann sehen sie das Kind in zwei Tagen", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

-bij het plegen van welk vorengenoemd misdrijf verdachte, in de periode van 26 augustus 2003 tot en met 27 augustus 2003, te Mussel en bij Musselkanaal in de gemeente Stadskanaal, opzettelijk behulpzaam is geweest, hebbende verdachte in vorengenoemde periode te weten op 26 augustus 2003 telefonisch contact gehad met [hoofddader] uit welk contact verdachte wist dat die [hoofddader] had te maken met en bezig was met de gijzeling van [slachtoffer] en dat die [hoofddader] wist waar die [slachtoffer] verbleef, tijdens welk telefonisch contact gesproken is over het verdienen en delen van een geldbedrag en dat er nader contact zou volgen en vervolgens nadat die [hoofddader] op 27 augustus 2003 bij zijn verdachtes woning was gekomen en nadat die [hoofddader] aan hem verdachte had gevraagd of hij een plek wist waar die [slachtoffer] rustig kon plassen die [hoofddader], gebracht naar en gewezen op een plaats, waar die [slachtoffer] kon gaan plassen en vervolgens kort daarna, opnieuw contact heeft gehad met die [hoofddader] en nadat is gesproken over het opstrijken van tipgeld, die [hoofddader] de weg richting de Bondsrepubliek Duitsland, Oberhausen, heeft gewezen, en vervolgens door middel van een handgebaar die [hoofddader] heeft gewezen op het feit dat hij, [hoofddader], de verkeerde richting uit ging.

De verdachte zal van het meer of anders telastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

KWALIFICATIE

Het bewezene levert op het misdrijf:

primair:

medeplichtigheid aan gijzeling.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

STRAFMOTIVERING

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

- de aard en de ernst van het gepleegde feit;

- de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister;

- de vordering van de officier van justitie tot veroordeling van verdachte terzake het primair telastegelegde tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden;

- het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan gijzeling van het 11-jarige meisje [slachtoffer]. De rechtbank rekent het verdachte in hoge mate aan dat hij niet alleen in de gelegenheid is geweest om - zonder gevaar voor eigen leven of gezondheid - een einde te maken aan de uiterst benarde positie waarin het jonge slachtoffer verkeerde maar, zoals bewezen verklaard, zelfs de hoofddader heeft geholpen zijn misdadige actie verder voort te zetten. Kinderen vormen een kwetsbare groep in onze samenleving en zij behoren zich voor hun opvoeding en vorming veilig te weten ten opzichte van volwassenen. Op iedere volwassene rust de onvoorwaardelijke plicht om ten behoeve van kinderen daar waar mogelijk in te grijpen en voor ze op te komen waar hun veiligheid en welzijn gevaar lopen. Verdachte gaf daarentegen als verklaring voor zijn handelwijze dat hij zijn vriend - de hoofddader - niet wilde verraden. Deze afweging in het nadeel van het gegijzelde en nog betrekkelijk jonge meisje, acht de rechtbank volstrekt verwerpelijk. De rechtbank is derhalve van oordeel dat aan verdachte een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf dient te worden opgelegd zoals hierna te bepalen.

TOEPASSING VAN WETSARTIKELEN

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 48, 282a van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT

RECHTDOENDE:

Verklaart het primair telastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. Dölle, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. G.A.M. van Dijk, rechters, bijgestaan door H. Pool, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2004. Mr. Van Dijk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.