Home

Rechtbank Haarlem, 16-12-2009, BM1635, 15/840096-08

Rechtbank Haarlem, 16-12-2009, BM1635, 15/840096-08

Gegevens

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16 december 2009
Datum publicatie
20 april 2010
ECLI
ECLI:NL:RBHAA:2009:BM1635
Zaaknummer
15/840096-08

Inhoudsindicatie

Gesprekken met verschoningsgerechtigde in dossier: constatering vormverzuim, geen rechtsgevolg ex 359a Sv. Partiele vrijspraak. Aanleiding onderzoek. Airbag methode. Invoer cocaine. Voorbereidingshandelingen. Criminele organisatie: medewerkers bedrijven Schiphol.

(..) In het dossier bevinden zich twee uitgewerkte tapgesprekken waaraan een persoon deelneemt die zich op grond van zijn beroep zou kunnen verschonen. Deze gesprekken hebben plaats gevonden tussen de verschoningsgerechtigde en verdachte en de verschoningsgerechtigde en medeverdachte [medeverdachte 1]. Genoemde gesprekken zijn zonder machtiging van de rechter-commissaris aan het dossier toegevoegd. Daarmee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken.

De rechtbank kan de officier van justitie volgen in zijn standpunt, dat noch uit de inhoud van de telefoongesprekken noch uit de tenaamstelling van de telefoonnummers kon worden afgeleid, dat een verschoningsgerechtigde aan deze gesprekken deelnam. Gesteld noch gebleken is dat verdachte uit genoemd vormverzuim enig nadeel heeft ondervonden. De rechtbank volstaat dan ook, gelet op artikel 359a Sv en op Hoge Raad 23 januari 2001 (NJ 2001, 327) en 30 maart 2004 (NJ 2004, 376), met de constatering dat hier sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, zonder hieraan een van de rechtsgevolgen als bedoeld in 359a Sv te verbinden. Het openbaar ministerie is derhalve ontvankelijk in zijn vervolging.

(..) Naar vaste rechtspraak is van een criminele organisatie onder meer sprake als die organisatie het plegen van misdrijven voor ogen heeft, de deelnemers aan de organisatie van dat oogmerk op de hoogte zijn en hier een aandeel in hebben, ofwel gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Een criminele organisatie dient zich voorts te kenmerken door een zekere bestendigheid of duurzaamheid van het gestructureerde samenwerkingsverband, waarbij niet is vereist dat de verdachte heeft samengewerkt of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.

(..) Dat gesproken kan worden van een gestructureerde organisatie kan worden afgeleid uit de modus operandi. De verdovende middelen waren steeds afkomstig uit Suriname, Brazilië, Equador en Peru en moesten telkens op Schiphol onderschept worden, voordat de koeriers zouden doorvliegen met de AZ naar Italië, waarbij de transferbagage werd afgehandeld door Menzies Aviation, de (voormalig) werkgever van enkele medeverdachten. Voor het verdere vervoer van de airside naar de landside werd gebruik gemaakt van een bedrijfsauto van de Spaanse luchtvaartmaatschappij Iberia, de werkgever van enkele andere medeverdachten.

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken heeft de rechtbank afgeleid, dat verdachte en zijn medeverdachten op de hoogte waren van de invoer van cocaïne in Nederland. De verdachten communiceerden aan de hand van versluierd taalgebruik als zij over vluchtnummers, gereed maken voor (het onderscheppen van) een zending verdovende middelen, een zending verdovende middelen en het niet doorgaan van een zending verdovende middelen spraken.

(..) Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een duurzaam gestructureerd en hiërarchisch samenwerkingsverband tussen de verdachten en met een vaste rolverdeling.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/840096-08

Uitspraakdatum: 16 december 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 23 november 2009 en 2 december 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is na aanpassing van de tenlastelegging op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ten laste gelegd hetgeen in de daartoe gedane vordering aanpassing omschrijving tenlastelegging ex artikel 314a Sv is omschreven. Een kopie van die vordering is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging overweegt de rechtbank als volgt. In het dossier bevinden zich twee uitgewerkte tapgesprekken (dossierpagina 13500 en 13541) waaraan een persoon deelneemt die zich op grond van zijn beroep zou kunnen verschonen. Deze gesprekken hebben plaats gevonden tussen de verschoningsgerechtigde en verdachte en de verschoningsgerechtigde en medeverdachte [medeverdachte 1]. Genoemde gesprekken zijn zonder machtiging van de rechter-commissaris aan het dossier toegevoegd. Daarmee is sprake van een onherstelbaar vormverzuim waarvan de rechtsgevolgen niet uit de wet blijken.

De rechtbank kan de officier van justitie volgen in zijn standpunt, dat noch uit de inhoud van de telefoongesprekken noch uit de tenaamstelling van de telefoonnummers kon worden afgeleid, dat een verschoningsgerechtigde aan deze gesprekken deelnam. Gesteld noch gebleken is dat verdachte uit genoemd vormverzuim enig nadeel heeft ondervonden. De rechtbank volstaat dan ook, gelet op artikel 359a Sv en op Hoge Raad 23 januari 2001 (NJ 2001, 327) en 30 maart 2004 (NJ 2004, 376), met de constatering dat hier sprake is van een onherstelbaar vormverzuim, zonder hieraan een van de rechtsgevolgen als bedoeld in 359a Sv te verbinden. Het openbaar ministerie is derhalve ontvankelijk in zijn vervolging en er zijn geen redenen gebleken voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten, met dien verstande dat ten aanzien feit 1 zaaksdossiers B6, B7 en B8 alleen de voorbereidingshandelingen bewezen kunnen worden en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) jaren, met aftrek van de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Ten aanzien van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen heeft de officier van justitie gevorderd dat de goederen voorkomende op de beslaglijst onder de nummers 17, 18 en 19 worden verbeurd verklaard en alle overige goederen worden teruggegeven aan verdachte.

4. Bewijs

4.1 Overwegingen met betrekking tot feit 1

4.1.1 (Partiële) Vrijspraak

zaaksdossier B4:

Naar het oordeel van de rechtbank en anders dan de officier van justitie heeft betoogd, is niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de invoer van een hoeveelheid cocaïne in Nederland op 6 oktober 2008. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Zaaksdossier B4 handelt over de vermeende invoer van verdovende middelen op 6 oktober 2008 door [naam betrokkene]. Tijdens een controle op genoemde datum van twee stuks bagage op naam van [naam betrokkene] zijn geen verdovende middelen aangetroffen. Blijkens het proces-verbaal van 6 oktober 2008 (dossierpagina 1954 e.v.) heeft de speurhond [naam speurhond] een positieve reactie gegeven op een zwart grijze sporttas van het merk Polo. Deze positieve reactie kan inhouden dat er zich in het bagagestuk eventueel verdovende middelen kunnen bevinden. Uit het relaas van bevinding van 8 oktober 2008 volgt echter dat geen strafbaar feit kon worden vastgesteld tijdens de fysieke controle van genoemde twee stuks bagage.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat aan de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden niet het wettig en overtuigend bewijs kan worden ontleend dat zich in de zwartgrijze sporttas van het merk Polo daadwerkelijk cocaïne heeft bevonden die op 6 oktober 2008 Nederland is ingevoerd.

zaaksdossier B6:

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat niet bewezen kan worden hetgeen verdachte met betrekking tot zaaksdossier B6 ten laste is gelegd, voor zover dit ziet op de invoer van verdovende middelen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank is daarnaast en anders dan de officier van justitie van oordeel, dat verdachte eveneens vrijgesproken dient te worden van de onder zaaksdossier B6 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen.

Zaaksdossier B6 handelt over de vermeende invoer van verdovende middelen op 31 oktober 2008 door de koerier [koerier]. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat daadwerkelijk cocaïne is ingevoerd op deze dag.

Uit de tapgesprekken rond deze datum waar ook verdachte aan heeft deelgenomen, zou afgeleid kunnen worden dat gezocht is naar een koffer. Echter, uit deze gesprekken noch uit andere bewijsmiddelen valt af te leiden dat gesproken wordt over deze specifieke zending van deze specifieke koerier. Bovendien wordt gesproken over iets dat naar Milaan gaat, terwijl is komen vast te staan dat [koerier] die dag op weg was naar Dubai en een vlucht zou nemen die een andere vertrektijd had dan de vlucht naar Milaan die dag. Het voorgaande leidt er toe dat ook niet kan worden bewezen dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft gepleegd ten aanzien van de invoer van verdovende middelen door de koerier [koerier]. Voor een veroordeling hiervoor is vereist, gelet op de wijze van tenlastelegging in de zin van een eendaadse samenloop, dat de ten laste gelegde voorbereidingshandelingen ook zien op de onder zaaksdossier B6 beschreven invoer door koerier [koerier]. Nu ook dit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken.

zaaksdossier B7:

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat niet bewezen kan worden hetgeen verdachte met betrekking tot zaaksdossier B7 ten laste is gelegd, voor zover dit ziet op de invoer van verdovende middelen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank is daarnaast en anders dan de officier van justitie van oordeel, dat verdachte eveneens vrijgesproken dient te worden van de onder zaaksdossier B7 ten laste gelegde voorbereidingshandelingen.

Zaaksdossier B7 handelt over de invoer van 18 kilogram cocaïne op 14 november 2008 door een koerier genaamd [koerier 2]. Als verdachte naar aanleiding van een sms-bericht van medeverdachte [medeverdachte 2] op 8 november 2008 in het systeem heeft gekeken, laat hij [medeverdachte 2] weten dat hij de opgegeven namen niet kan vinden en dat hij wel een naam heeft gevonden die matcht met [koerier 2] en die naar Oslo gaat. Het aanbod van verdachte om die te geven, wordt door [medeverdachte 2] afgewezen. Aan deze afgeluisterde gesprekken kan naar het oordeel van de rechtbank niet het wettig en overtuigend bewijs worden ontleend dat verdachte voorbereidingshandelingen heeft gepleegd ten aanzien van de invoer van verdovende middelen door de koerier [koerier 2]. Voor een veroordeling hiervoor is ook hier vereist, gelet op de wijze van tenlastelegging in de zin van een eendaadse samenloop van een voltooide invoer van cocaïne en de voorbereidingshandelingen die zien op die invoer, dat de voorbereidingshandelingen ook moeten zien op de onder zaaksdossier B7 beschreven invoer door koerier [koerier 2]. Nu dit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen, dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken.

zaaksdossier B8:

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat niet bewezen kan worden hetgeen verdachte met betrekking tot zaaksdossier B8 ten laste is gelegd, voor zover dit ziet op de invoer van verdovende middelen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Zaaksdossier B8 handelt over de vermeende invoer van een onbekende hoeveelheid verdovende middelen op 17 november 2008 door [koerier 3]. Bij aankomst op Schiphol is [koerier 3] aangehouden. Tijdens het onderzoek werden bij haar geen verdovende middelen aangetroffen en is ook niet gebleken, dat in haar handbagage dan wel haar ruimbagage verdovende middelen hebben gezeten.

4.2 Redengevende feiten en omstandigheden, algemeen(1)

4.2.1 Aanleiding tot het onderzoek Socrates

Op 10 april 2008 is middels een proces-verbaal (dossierpagina 15617-15618) van de Criminele Inlichtingen Eenheid (hierna: CIE) informatie ontvangen waaruit volgt dat de Schipholmedewerkers [verdachte], [medeverdachte 3] en [betrokkene 2] betrokken zijn bij de invoer van verdovende middelen op de luchthaven Schiphol door middel van transferkoffers. De verdovende middelen zijn afkomstig vanuit Zuid-Amerika en moeten onderschept worden voordat ze doorgaan met de AZ naar Italië. [verdachte] maakt gebruik van het gsm nummer [gsm].

Uit nader onderzoek is gebleken dat met [verdachte] wordt bedoeld [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1962 te [geboorteplaats], wonende te [adres] en werkzaam bij de KLM te Schiphol als platform medewerker en dat met [medeverdachte 3] wordt bedoeld [medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats], wonende te U[adres] en werkzaam bij Menzies Aviation B.V. te Schiphol. Tevens is uit nader onderzoek gebleken dat met AZ wordt bedoeld de luchtvaartmaatschappij Alitalia.

Naar aanleiding van de hiervoor genoemde CIE-informatie is onderzoek gedaan in het Bedrijfs Processen Systeem (BPS). Daaruit wordt de volgende informatie verkregen. In de periode van augustus 2007 tot en met juni 2008 worden in het BPS 11 incidenten vermeld die overeenkomsten vertonen met de werkwijze zoals omschreven in het proces-verbaal van de CIE. De incidenten hebben betrekking op passagiers met een vlucht vanuit Zuid-Amerika naar Schiphol en een doorvlucht naar Italië en bij wie in de bagage cocaïne wordt aangetroffen. Gelet op deze incidenten ontstaat het vermoeden dat er mogelijk gebruik gemaakt wordt van de zogenaamde “airbag methode”. Bij deze methode wordt het unieke nummer, vermeld op de bagagelabel, doorgegeven aan een handlanger van de organisatie die als medewerker van een afhandelings- of luchtvaartmaatschappij toegang heeft tot de bagage in het ontvangende land, in dit geval iemand die werkzaam is in de D-pier of bagagekelder D van Schiphol, aangezien daar veelal de transitbagage voor Europese bestemmingen wordt afgehandeld. Deze persoon kan aan de hand van het unieke nummer vermeld op de bagagelabel, de koffer met de verdovende middelen onderkennen en onderscheppen en ervoor zorgen dat deze koffer ongecontroleerd de luchthaven verlaat.

Naar aanleiding van het voorgaande wordt medio 2008 het onderzoek Socrates gestart en zijn [verdachte] en [medeverdachte 3] als verdachten aangemerkt.

4.2.2 Cocaïne

Niet van alle transporten waarin de rechtbank in het onderstaande tot een bewezenverklaring zal komen, is cocaïne in beslag genomen en is een deskundigenrapport beschikbaar waaruit blijkt dat de inbeslaggenomen stof cocaïne als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I bevat. De rechtbank gaat evenwel op grond van na te noemen omstandigheden er vanuit, dat ook bij de onderstaande bewezenverklaarde transporten en/of voorbereidingshandelingen het om cocaïne gaat:

1. bij de transporten die zijn beschreven in de zaaksdossiers B2, B5, B9 en B10 heeft er wel inbeslagneming plaatsgevonden en is, na deskundig onderzoek, vastgesteld dat het telkens om cocaïne ging;

2. de modus operandi is bij alle transporten vrijwel identiek;

3. in de afgeluisterde gesprekken is het versluierde taalgebruik min of meer hetzelfde;

4. uit de verklaringen van [medeverdachte 4](2) en [medeverdachte 5](3)(4) blijkt dat het ook in andere dan de hiervoor onder 1 opgesomde zaaksdossiers ging om de invoer van cocaïne.

4.2.3 Onderzoek afgeluisterde communicatie

In het onderzoek Socrates zijn diverse telefoonlijnen gekoppeld aan verdachte en zijn medeverdachten als gebruiker. In het geval van verdachte betreft het de telefoonnummers [gsm], [gsm 2], [gsm 3], [gsm 4], [vaste lijn], [gsm 5], [gsm 6] en [gsm 7]. Deze telefoonlijnen zijn met toestemming van de rechter-commissaris in strafzaken van deze rechtbank afgeluisterd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze gesprekken ook daadwerkelijk door de in de processen-verbaal aan het nummer gekoppelde gebruiker gevoerd. Bij de behandeling van hun zaken heeft iedere verdachte verklaard dan wel niet (gemotiveerd) betwist met de aan hem/haar gekoppelde telefoonnummers te hebben gebeld.

4.3 Overwegingen met betrekking tot feit 1 (zaaksdossier B1 tot en met B8 en B10)

4.3.1 Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen.

zaaksdossier B1:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris op 15 september 2009;(5)

• tapgesprekken.(6)

zaaksdossier B2:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 6] van 11 februari 2009;(7)

• tapgesprekken;(8)

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 28 september 2008;(9)

• het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 29 september 2008;(10)

• een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Douane Laboratorium Amsterdam van 2 oktober 2008.(11)

zaaksdossier B3

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris op 15 september 2009;(12)

• tapgesprekken.(13)

zaaksdossier B4:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken;(14)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 6 oktober 2008;(15)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt relaas van bevinding van 8 oktober 2008.(16)

zaaksdossier B5:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris op 15 september 2009;(17)

• tapgesprekken;(18)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 26 oktober 2009;(19)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 26 oktober 2008;(20)

• een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Douane Laboratorium Amsterdam van 5 november 2008.(21)

zaaksdossier B8:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris op 15 september 2009;(22)

• tapgesprekken;(23)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van observeren van 6 november 2008;(24)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 18 november 2008;(25)

• twee in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van bevindingen van 3 februari 2009;(26)(27)

• de in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal van bevindingen van 24 maart 2009;(28)(29)(30)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [koerier 3] van 20 juli 2009.(31)

zaaksdossier B10:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken;(32)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van observeren van 6 november 2008;(33)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van 30 november 2008;(34)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aanhouding en bevindingen van 30 november 2008;(35)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van onderzoek verdovende middelen van 17 december 2008;(36)

• een deskundigenverslag, te weten een rapport van het Douane Laboratorium Amsterdam van 29 december 2008;(37)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 3 februari 2009.(38)

4.4 Overwegingen met betrekking tot feit 2 (zaaksdossier B9)

4.4.1 Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen.

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris op 15 september 2009;(39)

• tapgesprekken;(40)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van 17 december 2008;(41)

• een geschrift, te weten het antwoord op het rechtshulpverzoek aan de autoriteiten van Peru waarin is opgenomen een proces-verbaal van aangifte van de Peruaanse officier van justitie [officier van justitie], verbonden aan het Openbaar Ministerie van Callao (Peru) van 11 december 2008.(42)

4.5 Overwegingen met betrekking tot feit 3 (zaaksdossier B13)

4.5.1 Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen.

incident 1:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken.(43)

incident 2:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken.(44)

incident 3:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken;(45)

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris op 15 september 2009.(46)

incident 4:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken.(47)

incident 5:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken.(48)

incident 6:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken.(49)

incident 7:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• tapgesprekken.(50)

incident 8:

Op 13 januari 2009 is onder verdachte in de BMW met kenteken [kenteken] in een hoesje met een cd-rom een bagagelabel op naam van [betrokkene 3] (1/15 route KL758 – AZ109) in beslag genomen.(51) Verdachte heeft verklaard dat hij een eigen auto heeft, een BMW, waarvan hij het kenteken slechts gedeeltelijk kon noemen (“[gedeelte kenteken].. en de rest weet ik niet meer.”).(52) Verdachte heeft tegenover het onderzoeksteam(53) als ook ter terechtzitting verklaard, dat hij niet weet hoe genoemde bagagelabel in zijn auto is gekomen. Verdachte vermoedt dat iemand een label in zijn auto heeft laten liggen. Namens verdachte is aangevoerd dat verdachte geen betrokkenheid heeft bij dit incident. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

Medeverdachten [medeverdachte 1](54) en [medeverdachte 4](55) hebben over de modus operandi met bagagelabels verklaard. Deze komen erop neer dat gebruikte bagagelabels naar een bron- en doorvoerland van verdovende middelen worden verstuurd. Daar worden deze bagagelabels aan koffers met verdovende middelen bevestigd en de koffers gaan aan boord van het vliegtuig dat naar Schiphol vliegt. Na aankomst worden de koffers in het transport/ bagagesysteem van Schiphol geplaatst. Het systeem is in staat om de bagagelabels te lezen en transporteert de koffers naar de juiste banden. Daar het een gebruikte bagagelabel betreft, komt de koffer met verdovende middelen op een bepaalde bagageband in de bagagekelder terecht die bekend is bij verdachte en zijn medeverdachten.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard bekend te zijn met deze methode en aangegeven dat in het geval er gesproken wordt over ‘tickets’ daarmee bagagelabels bedoeld zijn.

Op 3 september 2008 belt [bijnaam medeverdachte 2] (de rechtbank begrijpt: medeverdachte [medeverdachte 2]) naar [medeverdachte 3]. [bijnaam medeverdachte 2] vraagt naar tickets.(56)

Op 16 december 2008 heeft verdachte telefonisch contact met medeverdachte [medeverdachte 3] die aangeeft dat hij nog vijf kaartjes voor die wedstrijd van twee uur heeft en vraagt of verdachte die nog nodig heeft. Verdachte antwoordt: “Alles is ook goed. Dat is ook goed.”(57)

Op 17 september 2008 heeft verdachte telefonisch contact met NN-man[man 1]. Deze NNman geeft aan dat anderen tags/labels kunnen regelen/trekken en vraagt aan verdachte wat voor een aansluiting hij wil hebben. Verdachte geeft aan: “… de een nul negen (109)”.(58)

Op 22 september 2008 belt [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 5] en vraagt om tien tickets, 5 van ‘dit’en 5 van ‘dat’ en vraagt aan [medeverdachte 5] of hij dat kan regelen.(59)

De rechtbank stelt vast dat in de hiervoor genoemde afgeluisterde telefoongesprekken door medeverdachten in versluierde taal wordt gesproken en dat met tickets en kaartjes gebruikte bagagelabels worden bedoeld. Op grond de inhoud van deze telefoongesprekken en in aanmerking nemend dat verdachte in het bezit was van een gebruikte bagagelabel acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 1 juni 2008 tot en met 13 januari 2009 tezamen en in vereniging met anderen bagagelabels voorhanden heeft gehad en daarmee voorbereidingshandelingen heeft verricht gericht op de opzettelijke invoer van cocaïne in Nederland.

4.6 Overwegingen met betrekking tot feit 4 (zaaksdossier B14)

4.6.1 Redengevende feiten en omstandigheden

Naar vaste rechtspraak is van een criminele organisatie onder meer sprake als die organisatie het plegen van misdrijven voor ogen heeft, de deelnemers aan de organisatie van dat oogmerk op de hoogte zijn en hier een aandeel in hebben, ofwel gedragingen ondersteunen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van die organisatie. Een criminele organisatie dient zich voorts te kenmerken door een zekere bestendigheid of duurzaamheid van het gestructureerde samenwerkingsverband, waarbij niet is vereist dat de verdachte heeft samengewerkt of bekend was met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie of dat de samenstelling van het samenwerkingsverband steeds dezelfde is.

Op grond van na te noemen feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en zijn medeverdachten [medeverdachte 4], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben deelgenomen aan een criminele organisatie.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen.

In de onderlinge contacten tussen verdachte en genoemde medeverdachten is veelvuldig en op georganiseerde wijze gebruik gemaakt van mobiele telefoons. Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een criminele organisatie is met name van belang dat er via mobiele telefoons frequent contact tussen verdachte en zijn opdrachtgevers is geweest.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij opdrachten kreeg van medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] om bagage te onderscheppen. Ten aanzien van zaaksdossier B2 en B4 heeft verdachte ter terechtzitting verklaard, dat hij informatie over de koerier van een van de contactpersonen van [medeverdachte 2] heeft ontvangen. Deze verklaring vindt bevestiging in de sms-contacten van verdachte met NN-man [man 2](60) en NN-man [man 3].(61) Verdachte heeft voorts in zaaksdossier B2 telefonisch contact met [medeverdachte 2] over de koerier die Schiphol heeft verlaten terwijl deze zich moet melden voor zijn vervolgvlucht.(62)(63) In zaaksdossier B4 heeft verdachte eveneens telefonisch contact met [medeverdachte 2] over de koerier die de geplande vervolgvlucht moet nemen.(64) In beide zaaksdossiers is dit laatste voor verdachte van belang in verband met de uit te printen passagierslijst, waarmee verdachte tegenover de organisatie het bewijs kon leveren dat de verdovende middelen waren onderschept door de Douane/ Koninklijke Marechaussee en niet waren gestolen door verdachte en/of zijn medeverdachten.

Ter terechtzitting heeft verdachte ten aanzien van de zaaksdossiers B3, B5, B8, B9 en B10 verklaard, dat hij informatie over koffers en/of koeriers van [medeverdachte 4] heeft ontvangen. Deze verklaring vindt onder meer bevestiging in telefonisch contact van verdachte met [medeverdachte 4] in zaaksdossier B3(65) , in sms-contact in zaaksdossier B5(66) , in een observatie(67) en aansluitend een sms-bericht van verdachte aan zijn eigen mobiele telefoonnummer in zaaksdossier B8(68) en B10(69) en telefonisch contact met [medeverdachte 4] in zaaksdossier B9(70).

Voor de beoordeling van de vraag of sprake is van een criminele organisatie is voorts van belang dat er via mobiele telefoons frequent contact is geweest tussen verdachte en de medeverdachten in verband met het feitelijk onderscheppen van koffers en deze van de airside naar de landside te (laten) vervoeren. Gebleken is dat verdachte veelvuldig telefonische contacten en sms-contacten heeft onderhouden onder meer in zaaksdossier B1 met medeverdachten [medeverdachte 7](71) en [medeverdachte 4](72)(73), met medeverdachte [medeverdachte 3] in zaaksdossier B2(74) , B3(75) , B4(76) , B5(77) , B8(78) , B9(79) en B10(80) , met medeverdachte [medeverdachte 1] in zaaksdossier B2(81) en B3(82), met medeverdachte [medeverdachte 6] in zaaksdossier B2(83), B3(84) en B4(85), met medeverdachte [medeverdachte 8] in zaaksdossier B8(86), B10(87) en over [medeverdachte 8] in zaaksdossier B9(88) . Deze contacten hadden steeds tot doel toegang te krijgen tot locaties om computersystemen te raadplegen dan wel onderschepte koffers tijdelijk weg te zetten, het doorgeven van informatie over te onderscheppen koffers, het navragen of en het doorgeven dat koffers zijn onderschept, het doorgeven dat koffers door de Douane/de Koninklijke Marechaussee in beslag zijn genomen, het maken van afspraken over het overdragen en verder vervoeren van onderschepte koffers, het aanleveren van passagierslijsten en het maken van afspraken over het uitbetalen van verdachte en zijn medeverdachten.

Dat gesproken kan worden van een gestructureerde organisatie kan worden afgeleid uit de modus operandi zoals onder 4.2.1 reeds overwogen. De verdovende middelen waren steeds afkomstig uit Suriname (B2), Brazilië (B3 en B5), Equador (B4 en B10) en Peru (B8 en B9) en moesten telkens op Schiphol onderschept worden, voordat de koeriers zouden doorvliegen met de AZ naar Italië, waarbij de transferbagage werd afgehandeld door Menzies Aviation, de werkgever van medeverdachten [medeverdachte 3], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 6] en voormalig werkgever van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5]. Voor het verdere vervoer van de airside naar de landside werd gebruik gemaakt van een bedrijfsauto van de Spaanse luchtvaartmaatschappij Iberia, de werkgever van medeverdachten [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8].

Zoals onder 4.2.2 reeds overwogen, gaat de rechtbank op grond van de aldaar genoemde feiten en omstandigheden er vanuit, dat bij de bewezenverklaarde transporten en/of de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen het steeds om cocaïne gaat.

Uit de afgeluisterde telefoongesprekken heeft de rechtbank afgeleid, dat verdachte en zijn medeverdachten op de hoogte waren van de invoer van cocaïne in Nederland.

De verdachten communiceerden aan de hand van versluierd taalgebruik als zij over vluchtnummers, gereed maken voor (het onderscheppen van) een zending verdovende middelen, een zending verdovende middelen en het niet doorgaan van een zending verdovende middelen spraken.(89)(90)

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is geweest van een duurzaam gestructureerd en hiërarchisch samenwerkingsverband tussen de verdachten en met een vaste rolverdeling.

4.7 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

Feit 1

hij op meer tijdstippen in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 30 november 2008, te weten op

- 01 augustus 2008 (zaaksdossier B1) en

- 28 september 2008 (zaaksdossier B2) en

- 28 september 2008 (zaaksdossier B3) en

- 25 oktober 2008 (zaaksdossier B5) en

- 30 november 2008 (zaaksdossier B10),

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, meermalen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, telkens een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I;

en

hij op meer tijdstippen in de periode 1 augustus 2008 tot en met 30 november 2008 te weten op de dagen

- 01 augustus 2008 (zaaksdossier B1) en

- 25 september 2008 t/m 28 september 2008 (zaaksdossier B2) en

- 26 september 2008 t/m 28 september 2008 (zaaksdossier B3) en

- 01 oktober 2008 t/m 6 oktober 2008 (zaaksdossier B4) en

- 21 oktober 2008 t/m 25 oktober 2008 (zaaksdossier B5) en

- 05 november 2008 t/m 17 november 2008 (zaaksdossier B8) en

- 2 november 2008 t/m 30 november 2008 (zaaksdossier B10),

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen, telkens tezamen en in vereniging met anderen,

telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren en binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en

- anderen getracht heeft te bewegen om die feiten mede te plegen en

- voorwerpen en vervoermiddelen en gelden voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten

immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens):

- meermalen met elkaar en/of met een contactpersoon van opdrachtgevers telefonisch contact gelegd en onderhouden en

- meermalen afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en

- meermalen ontmoetingen gehad en gearrangeerd (op de luchthaven Schiphol en/of in Amsterdam en/of elders in NL) om afspraken te maken en informatie door te geven en

- meermalen telefonisch informatie verstrekt en/of instructies gegeven en/of informatie en/of instructies ontvangen ten behoeve van invoer van een of meer zending(en) of transport(en) verdovende middelen en

- meermalen vlucht- en/of bagage- en/of reizigersgegevens doorgegeven en/of ontvangen en

- meermalen zich beschikbaar gehouden voor het ophalen en/of vervoeren en/of opzoeken van informatie over een of meer koffers inhoudende verdovende middelen en

- meermalen een of meer koffer(s) inhoudende verdovende middelen gezocht en/of laten zoeken en/of

- meermalen telefonisch dienstroosters en/of werktijden doorgegeven en/of ontvangen en

- meermalen informatie betreffende vluchten en/of passagiers en/of bagage opgezocht en/of laten (op)zoeken in een geautomatiseerd systeem en

- meermalen geld ontvangen en/of gegeven;

Feit 2

(zaaksdossier B9)

hij in de periode van 26 november 2008 tot en met 29 november 2008, te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Peru, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland te brengen ongeveer 15.000 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- bagage inhoudende (15000 gram) cocaïne ingecheckt voor een vlucht van Peru

naar Nederland) en/of

- met elkaar en/of met een contactpersoon van opdrachtgever telefonisch contact gelegd en/of onderhouden en/of

- afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of

- ontmoetingen gehad en gearrangeerd op de luchthaven Schiphol en/of in Amsterdam en/of elders in NL om afspraken te maken en/of informatie door te geven en/of

- meermalen telefonisch informatie verstrekt en/of instructies gegeven en/of informatie en/of instructies ontvangen ten behoeve van invoer van een zending verdovende middelen en/of

- vlucht- en/of bagage- en/of reizigergegevens doorgegeven en/of ontvangen en/of

- zich beschikbaar gehouden voor het ophalen en/of vervoeren en/of opzoeken van informatie over een of meer koffer(s) inhoudende verdovende middelen en/of

- informatie betreffende vluchten en/of passagier en/of bagage opgezocht en/of laten (op)zoeken in een geautomatiseerd systeem;

Feit 3

(zaaksdossier B13)

hij op meer tijdstippen in de periode 1 juni 2008 tot en met 21 januari 2009, te weten op de dagen:

- 17 september 2008 tot en met 18 september 2008 (incident 1) en

- 22 september 2008 (incident 2) en

- 09 oktober 2008 tot en met 18 oktober 2008 (incident 3) en

- 18 oktober 2008 tot en met 19 oktober 2008 (incident 4) en

- 05 november 2008 tot en met 10 november 2008 (incident 5) en

- 08 november 2008 tot en met 15 november 2008 (incident 6) en

- 21 december 2008 tot en met 27 december 2008 (incident 7) en

- 01 juni 2008 tot en met 21 januari 2009 (incident 8),

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, meermalen telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk afleveren, verstrekken, vervoeren, of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

- zich en anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en

- anderen getracht heeft te bewegen om die feiten mede te plegen en

- voorwerpen en vervoermiddelen en gelden voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten

immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens):

- (meermalen) met elkaar en/of met (een)(contactpersoon van) opdrachtgever(s)

(telefonisch) contact gelegd en/of onderhouden en/of

- meermalen afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en

- meermalen ontmoetingen gehad en gearrangeerd op de luchthaven Schiphol en/of in Amsterdam en/of elders in NL) om afspraken te maken en informatie door te geven en

- meermalen telefonisch informatie verstrekt en/of instructie(s) gegeven en/of informatie en/of instructie(s) ontvangen ten behoeve van invoer van een of meer zending(en) of transport(en) verdovende middelen en

- meermalen vlucht- en/of bagage- en/of reizigersgegevens doorgegeven en/of ontvangen en

- meermalen zich beschikbaar gehouden voor het ophalen en/of vervoeren en/of opzoeken van informatie over een of meer koffer(s) inhoudende verdovende middelen en

- meermalen een of meer koffer(s) inhoudende verdovende middelen gezocht en/of laten zoeken en

- meermalen telefonisch dienstrooster(s) en/of werktijden doorgegeven en/of ontvangen en

- meermalen informatie betreffende vluchten en/of passagiers en/of bagage opgezocht en/of laten (op)zoeken in een geautomatiseerd systeem en

- meermalen een of meer gebruikte en/of gekopieerde bagagelabel(s) voorhanden gehad en/of verstrekt en/of ontvangen;

Feit 4

(zaaksdossier B14)

hij in de periode van 1 juni 2008 tot en met 21 januari 2009 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie werd gevormd door een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, waartoe hij, verdachte en zijn mededaders en andere personen behoorden, welke organisatie het oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en/of 10a eerste lid van de Opiumwet, te weten

- het telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van telkens een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I en

- het telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van telkens een hoeveelheid cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen,

* zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en/of

* een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten mede te plegen en

* voorwerpen en vervoermiddelen en gelden voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

de eendaadse samenloop van

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

en

medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet door

- anderen trachten te bewegen om dat feit mede te plegen;

- zich of anderen gelegenheid of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;

- voorwerpen, vervoermiddelen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 2:

medeplegen van een poging tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, aanhef en onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 3:

medeplegen van het voorbereiden of bevorderen van een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet door

- anderen trachten te bewegen om dat feit mede te plegen;

- zich of anderen gelegenheid of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;

- voorwerpen, vervoermiddelen en gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd.

Ten aanzien van feit 4:

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10, vierde en vijfde lid en/of artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met anderen met grote regelmaat in georganiseerd verband schuldig gemaakt aan het meermalen via Schiphol invoeren van enkele tientallen kilo’s cocaïne en/of voorbereidingshandelingen gericht op die invoer, een poging tot invoer van 15 kilogram cocaïne, het meermalen verrichten van voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van verdovende middelen en het met anderen deelnemen aan een criminele organisatie die eveneens tot doel had op georganiseerde wijze cocaïne in te voeren.

Verdachte onderhield contacten met opdrachtgevende medeverdachten hier in Nederland als ook met betrokkenen in het buitenland en vormde aldus een onmisbare schakel bij de bewezen verklaarde feiten. Hieruit leidt de rechtbank af dat verdachte binnen de organisatie een hogere positie bekleedde. Verdachte ontving rechtstreeks informatie over koeriers en stuurde medeverdachten aan in het onderscheppen van bagage met cocaïne en het verder vervoeren ervan. De rechtbank neemt het verdachte in het bijzonder kwalijk dat hij koeriers, waarvan de bagage door de overheid in beslag was genomen, onder druk liet zetten om hun vervolgvlucht te maken in de wetenschap dat zij als dan zouden worden aangehouden, vervolgd en veroordeeld tot langdurige gevangenisstraffen. Verdachte deed dit enkel om zichzelf en zijn medeverdachten tegenover de opdrachtgevers vrij te kunnen pleiten van diefstal van de betreffende verdovende middelen. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan en weegt dit in strafverzwarende zin mee bij de op te leggen straf.

Aldus heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheden waren van dien aard dat deze bestemd moeten zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof.

Verdachte heeft zich enkel laten leiden door het oogmerk van snel en eenvoudig financieel gewin ten koste van anderen. Daarbij heeft hij op ernstige wijze misbruik gemaakt van zijn bevoegdheid tot toegang van beveiligde delen van de luchthaven Schiphol. Met zijn handelen heeft verdachte de integriteit van de luchthaven Schiphol in diskrediet gebracht alsook zijn werkgever KLM in grote verlegenheid gebracht.

Hoewel verdachte op één enkel onderdeel van de tenlastelegging wordt vrijgesproken ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om de door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf te matigen, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd aanzienlijk hoger dient uit te vallen dan de straf die de koeriers van de transporten doorgaans krijgen opgelegd. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat van de straf die verdachte opgelegd dient te krijgen een sterk generaal preventief effect dient uit te gaan.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

8.1 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de op de beslaglijst voorkomende voorwerpen onder de nummers 17, 18 en 19 dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van die voorwerpen die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

8.2 Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de op de beslaglijst voorkomende voorwerpen onder de nummers 24, 25, 58, 111, 112, 123 tot en met 140, 148 en 156 dienen te worden teruggegeven aan verdachte. Uit het onderzoek op de terechtzitting is niet gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van die voorwerpen die aan verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 33, 33a, 45, 47, 55 lid 1 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

artikelen 2, 10, 10a en 11a van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 met betrekking tot zaaksdossier

B6 en zaaksdossier B7 ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.7 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van tien (10) jaren

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

17 1.00 STK Label

KLM bagage 0074KL123107

route kl758 ams-az 109

18 1.00 STK Sticker

KLM koffer 0074KL123107

kl758 ams-az109

19 1.00 STK Sticker Kl:meerkl.

MENZIES AVIATIO

kenteken 41-jb-nv

Gelast de teruggave aan verdachte van:

24 Geld Nederlands

5x 100 euro

25 1.00 STK Sticker Kl:meerkl.

omlabelen bagage van menzies aviation

58 1.00 STK Sleutelbos Kl:meerkl.

In een etui van Louis vuitton gevonden

111. 1.00 STK Sleutel

AUDI autosl.

aangetroffen in de bruine tas

112 1.00 STK Sleutelbos

aangetroffen in bruine tas, 3 sleutels

123 Geld buitenlands

2 x 50 pond aangetroffen in zwarte portemonn

124 Geld buitenlands

1x 10 maleisie geld

125 Geld buitenlands

1 x 5 geld uit maleisie

126 Geld buitenlands

7 x 1 geld uit maleisie aangetr. in zwarte p

127 Geld buitenlands

1 x 10 dollar

128 Geld buitenlands

5 x 1 dollar

129 Geld buitenlands

1 x 50000 geld uit iran

130 Geld buitenlands

1 x 20000 geld uit iran

131 Geld buitenlands

3 x 10000 geld uit iran

132 Geld buitenlands

2 x 2000 geld uit iran

133 Geld buitenlands

1 x 500 geld uit iran

134 Geld buitenlands

1 x 200 geld uit iran

135 Geld buitenlands

1 x 20 geld uit iran

136 Geld buitenlands

1 x 100 geld uit iran

137 Geld buitenlands

1 x 1 geld uit saoediarabie

138 Geld buitenlands

1 x 5 uit verenigde arabis

139 Geld buitenlands

1 x 1 qatar

140 Geld buitenlands

25 x muntgeld, divers v oa gb, uae en usd

148 1.00 STK Telefoontoestel Kl:paars

NOKIA n95

zonder batterij en incl vodafone simkaart

156 2.00 STK Sleutelbos Kl:meerkl.

Cancel -

kenteken 41-jb-nv 1 bos met 5 sleutels en ha

Voetnoten:

1) De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

2) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris op 15 september 2009 (dossierpagina 23041 e.v.).

3) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 5] afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee op 11 februari 2009 te 10.39 uur, C8.4.7, dossierpagina 10943 e.v..

4) Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 5] afgelegd bij de Koninklijke Marechaussee op 17 februari 2009 te 09.20 uur, C8.4.8, dossierpagina 10957 e.v..

5) Dossierpagina 23041 e.v..

6) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 1 augustus 2008, 06.40, 11.06, 11.28, 11.34, 11.36 en 14.55, respectievelijk B1.1.1, B1.1.2, B1.1.4, B1.1.5 en B1.1.9, dossierpagina’s 68, 69, 71 en 72.

7) Dossierpagina 11239 ev..

8) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 25 september 2008, 21.12, B2.1.1, dossierpagina 379, en d.d. 28 september 2008, 01.07, 01.09, 09.20, 10.59, 12.45 en 18.42, respectievelijk B2.1.12 en B2.1.14, B2.1.18, B2.1.24, B2.1.37 en B2.1.54, dossierpagina’s 392, 394, 398, 404, 422 en 448.

9) Dossierpagina 489 e.v..

10) Dossierpagina 500 e.v..

11) Dossierpagina 482 e.v..

12) Dossierpagina 23041 e.v..

13) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 28 september 2008, 00.37, 00.45, 01.09, 14.33, 15.20 en 21.07, respectievelijk B3.1.3, B3.1.4, B3.1.5, B3.1.31, B3.1.33 en B3.1.35, dossierpagina’s 1088-9, 1090, 1091, 1120, 1125-6 en 1128.

14) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 5 oktober 2008, 16.24, 19.32, 21.00, 21.13, 22.11, 22.15, 23.37, respectievelijk B4.1.6, B4.1.7, B4.1.15, B4.1.19, B4.1.23, B4.1.24, dossierpagina’s 1844, 1845, 1853, 1857, 1861-2 en 1863, en d.d. 6 oktober 2008, 11.58 en 13.53, respectievelijk B4.1.35 en B4.1.53, dossierpagina’s 1877 en 1895.

15) Dossierpagina 1954 e.v..

16) Dossierpagina 1956 e.v..

17) Dossierpagina 23041 e.v..

18) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 24 oktober 2008, 14.14, 22.36, 22.38 en 23.35, respectievelijk B5.1.6, B5.1.16, B5.1.17 en B5.1.25, dossierpagina’s 2372, 2382, 2383 en 2391, en d.d. 27 oktober 2008, 14.04, B5.1.53, dossierpagina 2423.

19) Dossierpagina 2471 e.v..

20) Dossierpagina 2508 e.v..

21) Dossierpagina 2656.

22) Dossierpagina 23041 e.v..

23) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 5 november 2008, 22.49, B8.1.5, dossierpagina 3693, d.d. 11 november 2008, 17.26 en 17.28, respectievelijk B8.1.16 en B8.1.17, dossierpagina’s 3706 en 3707, en d.d. 14 november 2008, 10.27, B8.1.21, dossierpagina 3713.

24) Dossierpagina 3929 e.v..

25) Dossierpagina 3754 e.v..

26) Dossierpagina 3770.

27) Dossierpagina 3772.

28) Dossierpagina 3743 e.v..

29) Dossierpagina 3774 e.v..

30) Dossierpagina 3777 e.v..

31) Dossierpagina 22936 e.v..

32) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 5 november 2008, 22.49, B10.1.10, dossierpagina 4161, en d.d. 7 november 2008, 15.54, 15.59 en 16.54, B10.1.16, B10.1.17 en B10.1.18, dossierpagina’s 4168, 4169-4170 en 4171-2.

33) Dossierpagina 3929 e.v..

34) Dossierpagina 4239 e.v..

35) Dossierpagina 4241 e.v..

36) Dossierpagina 4289 e.v..

37) Dossierpagina 4329 e.v..

38) Dossierpagina 4331 e.v..

39) Dossierpagina 23041 e.v..

40) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 27 november 2008, 18.37, B9.1.2, dossierpagina 3959), d.d. 28 november 2008, 12.35 en 13.56, respectievelijk B9.1.3 en B9.1.5, dossierpagina’s 3960-1 en 3963, d.d. 29 november 2008, 11.54, 14.15, 15.06, respectievelijk B9.1.8, B9.1.11 en B9.1.12, dossierpagina’s 3966, 3969 en 3970, en d.d. 2 december 2008, 22.33, B9.1.13, dossierpagina 3971-2.

41) Dossierpagina 3986 e.v..

42) Dossierpagina 22954 e.v..

43) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 17 september 2008, 17.54, 18.27, 19.22, 19.40, 20.28, 20.33, 20.37, 20.51, 20.54, 20.56, 22.27, 22.30, respectievelijk B13.1.1, B13.1.5, B13.1.7, B13.1.8, B13.1.14, B13.1.15, B13.1.16, B13.1.17, B13.1.18, B13.1.19, B13.1.20, B13.1.22, dossierpagina’s 5196-7, 5201-2, 5204, 5205, 5211, 5212, 5213, 5214, 5215-6, 5217, 5218 en 5220, en d.d. 18 september 2008, 06.24, 09.35, 09.37, 09.39, respectievelijk B13.1.24, B13.1.25, B13.1.26, B13.1.27, dossierpagina’s 5222, 5223, 5224 en 5225.

44) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 23 september 2008, 18.00, 18.02, 18.04, 18.05, 22.57, 23.28, respectievelijk B13.1.29, B13.1.30, B13.1.31, B13.1.32 B13.1.33, B13.1.34, dossierpagina’s 5227, 5228, 5229, 5230, 5231, 5232, en d.d. 24 september 2008, 08.31, 08.46, 10.24, 14.05 en 15.47, respectievelijk B13.1.34a, B13.1.34b, B13.1.34c, B13.1.34d en B13.1.34e, dossierpagina’s 5233, 5234-5, 5236, 5237 en 5238.

45) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 9 oktober 2008, 17.51, B13.1.35, dossierpagina 5239-40, d.d. 11 oktober 2009, 11.04, B13.1.36, dossierpagina 5241, d.d. 13 oktober 2008, 16.06, B13.1.38, dossierpagina 5243, d.d. 14 oktober 2008, 15.24, B13.1.39, dossierpagina 5244, d.d. 15 oktober 2008, 22.48, B13.1.40, dossierpagina 5245, d.d. 17 oktober 2008, 18.47 en 19.06, respectievelijk B13.1.41 en B13.1.43, dossierpagina’s 5246 en 5248), en d.d. 18 oktober 2008, 00.01, 06.20, 08.16 en 08.20, respectievelijk B13.1.44, B13.1.45, B13.1.46 en B13.1.47, dossierpagina’s 5249, 5250, 5251 en 5252.

46) Dossierpagina 23041 e.v..

47) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 18 oktober 2008, 19.39 (B13.1.50, dossierpagina 5255-6) en d.d. 19 oktober 2008, 15.39 en 17.00 (B13.1.51 en B13.1.52, dossierpagina’s 5257 en 5258).

48) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 5 november 2008, 16.13 en 17.52, B13.1.53 en B13.1.54, dossierpagina’s 5259-60 en 5261, d.d. 6 november 2008, 12.06, B13.1.55, dossierpagina 5262, d.d. 7 november 2008, 15.28, 15.41, 15.55, 19.22, 20.05, B13.1.56, B13.1.57, B13.1.58, B13.1.59 en B13.1.60, dossierpagina’s 5263, 5264, 5265, 5266 en 5267, d.d. 8 november 2008, 12.06 en 17.54, B13.1.61 en B13.1.62, dossierpagina’s 5268 en 5269, d.d. 9 november 2008, 08.05, 08.08, 08.42, 08.46, 09.45, 09.53, 09.56, 11.21, 12.03, 12.30, 12.42, 13.18, 13.59, 14.50, 17.50 en 18.20, respectievelijk B13.1.63, B13.1.64, B13.1.65, B13.1.66, B13.1.67, B13.1.68, B13.1.69, B13.1.70, B13.1.71, B13.1.72, B13.1.73, B13.1.74, B13.1.75, B13.1.76, B13.1.77 en B13.1.78, dossierpagina’s 5270, 5271, 5272, 5273, 5274, 5275, 5276, 5277, 5278, 5279, 5280, 5281, 5282, 5283, 5284 en 5285, en d.d. 10 november 2008, 15.33, B13.1.79, dossierpagina 5286.

49) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 11 november 2008, 18.41, 19.01, 19.03, 19.04, 19.11 en 20.42, respectievelijk B13.1.91, B13.1.92, B13.1.93, B13.1.94, B13.1.95 en B13.1.96, dossierpagina’s 5300-1, 5302, 5303, 5304, 5305 en 5306, d.d. 13 november 2008, 10.42 11.28 en 21.37, respectievelijk B13.1.105, B13.1.106 en B13.1.108, dossierpagina’s 5315, 5316-7 en 5319, d.d. 14 november 2008, 23.02, B13.1.116, dossierpagina 5327, d.d. 15 november 2008, 00.09, 01.22, 06.18, 06.21, 06.23, 06.29, 06.34 11.43, 12.20, 14.32, 14.40, 15.00, 16.51, respectievelijk B13.1.121, B13.1.122, B13.1.123, B13.1.124, B13.1.125, B13.1.126, B13.1.127, B13.1.128, B13.1.129, B13.1.131, B1.13.132, B13.1.133 en B13.1.135, dossierpagina’s 5332, 5333, 5334, 5335-6, 5337, 5338, 5339, 5340, 5341, 5343, 5344, 5245 en 5347.

50) Geschriften zijnde tapgesprekken d.d. 21 december 2008, 17.37, B13.1.139, dossierpagina 5351, d.d. 22 december 2008, 09.40 en 17.21, B13.1.142 en B13.1.143, dossierpagina’s 5354 en 5355-6, en 25 december 2008, 13.52, B13.1.144, dossierpagina 5357.

51) Proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 januari 2009, E1.81, dossierpagina 16008 e.v..

52) Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 21 januari 2009, C1.4.1, dossierpagina 9131..

53) Proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 29 januari 2009, C1.4.4, dossierpagina 9196.

54) Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 1] d.d.10 februari 2009, B13.3.1, dossierpagina 5533.

55) Proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 4] afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 15 september 2009, I 47, dossierpagina 23045.

56) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 3 september 2008, 14.47, B13.1.148, dossierpagina 5361.

57) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 16 december 2008, 19.48, B13.1.146, dossierpagina 5359.

58) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 17 september 2008, 17.54, B13.1.153, dossierpagina 5367.

59) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 22 september 2008, 22.04, B13.1.155, dossierpagina 5371.

60) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 01.07, B2.1.12, dossierpagina 392.

61) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 5 oktober 2008, 21.00, B4.1.15, dossierpagina 1853.

62) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 15.48, B2.1.49, dossierpagina 441-2.

63) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 18.42, B2.1.54, dossierpagina 448.

64) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 6 oktober, 14.11, B4.1.56, dossierpagina 1899.

65) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 00.37, B3.1.3, dossierpagina 1088-9.

66) Een geschrift zijnde een smsbericht d.d. 27 oktober 2008, 14.04. B5.1.53, dossierpagina 2423.

67) Proces-verbaal van observeren d.d. 6 november 2008, B8.4.1, dossierpagina 3929 e.v..

68) Een geschrift zijnde een smsbericht d.d. 5 november 2008, 22.49, B8.1.5, dossierpagina 3693.

69) Een geschrift zijnde een smsbericht d.d. 5 november 2008, 22.49, B10.1.10, dossierpagina 4161.

70) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 29 november 2008, 14.15, B9.1.11, dossierpagina 3969.

71) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 1 augustus 2008, 11.06, B1.1.2, dossierpagina 69.

72) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 1 augustus 2008, 14.55, B1.1.9, dossierpagina 76.

73) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 21.07, B3.1.35, dossierpagina 1128.

74) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 09.20, B2.1.18, dossierpagina 398.

75) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 14.33, B3.1.31, dossierpagina 1120.

76) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 6 oktober 2008, 11.45, B4.1.32, dossierpagina 1874.

77) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 27 oktober 2008, 14.06, B5.1.54, dossierpagina 2424.

78) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 13 november 2008, 11.28, B8.1.19, dossierpagina 3709.

79) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 29 november 2008, 14.15, B9.1.11, dossierpagina 3969.

80) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 7 november 2008, 20.05, B10.1.20, dossierpagina 4174.

81) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 15.20, B2.1.47, dossierpagina 438-9.

82) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 15.20, B3.1.33, dossierpagina 1125.

83) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 20.07, B2.1.55, dossierpagina 449.

84) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 september 2008, 14.19, B3.1.29, dossierpagina 1118.

85) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 6 oktober 2008, 17.47, B4.1.59, dossierpagina 1902-3.

86) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 14 november 2008, 13.32, B8.1.22, dossierpagina 3714-5.

87) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 6 november 2008, 12.06, B10.1.13, dossierpagina 4165.

88) Een geschrift zijnde een tapgesprek d.d. 28 november 2008, 13.56, B9.1.5, dossierpagina 3963.

89) Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 mei 2009, E1.445, dossierpagina 17808 e.v..

90) Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juni 2009, I.5, dossierpagina 22738.

11. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr.drs. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,

mrs. M. Hoendervoogt en T. van Muijden, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. A.P. de Klerk en W. van den Bergh,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 december 2009.