Home

Rechtbank Dordrecht, 14-09-2011, BT7072, 88232 - HA ZA 10-2612

Rechtbank Dordrecht, 14-09-2011, BT7072, 88232 - HA ZA 10-2612

Gegevens

Instantie
Rechtbank Dordrecht
Datum uitspraak
14 september 2011
Datum publicatie
10 oktober 2011
ECLI
ECLI:NL:RBDOR:2011:BT7072
Zaaknummer
88232 - HA ZA 10-2612
Relevante informatie
Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 01-07-2022], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 01-07-2022], Burgerlijk Wetboek Boek 6 [Tekst geldig vanaf 01-07-2022]

Inhoudsindicatie

Aannemer aansprakelijk voor onrechtmatige daad in verband met onzorgvuldig handelen van onderaannemer rond sloopwerkzaamheden, waarbij met name van belang is dat er geen nader onderzoek en overleg met bewoners van een naast gelegen pand (dat schade ondervond) heeft plaatsgevonden inzake eventueel te verwachten schade, terwijl de sloopwerkzaamheden uiteindelijk ook nog ingrijpender werden dan aanvankelijk de bedoeling was.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK DORDRECHT

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 88232 / HA ZA 10-2612

Vonnis van 14 september 2011

in de zaak van

1. [Eiser 1]

wonende te Dordrecht,

2. [Eiser 2]

wonende te Dordrecht,

eisers,

advocaat mr. D.M. Uithol,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOUWBEDRIJF [X] B.V.,

gevestigd te Waalwijk,

gedaagde,

advocaat mr. W.F. Schovers.

Partijen zullen hierna [eisers] en [Bouwbedrijf X] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 9 februari 2011 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van comparitie van 19 mei 2011 en de daarin genoemde stukken;

- de akte van [Bouwbedrijf X] met productie;

- de akte van [eisers] met productie.

2. De feiten

2.1. [eisers] zijn eigenaren van het woonhuis gelegen aan [adres] te Dordrecht. [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1]) is eigenaar van de daarnaast gelegen panden aan [adressen]. [betrokkene 1] is directeur van [Bouwbedrijf X].

2.2. Omstreeks eind september 2009 / begin oktober 2009 heeft de firma [A] (hierna: [firma A]) in opdracht van [Bouwbedrijf X] sloopwerkzaamheden verricht in de panden aan [adressen]. [Bouwbedrijf X] heeft op haar beurt de opdracht tot de sloop ontvangen van [betrokkene 1].

2.3. Tijdens de sloop heeft [Bouwbedrijf X] bepaald dat de gehele begane vloer moest worden verwijderd. [firma A] heeft vervolgens meer gesloopt dan de bedoeling was.

3. Het geschil

3.1. [eisers] vorderen de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

- samengevat -

a. voor recht te verklaren dat [Bouwbedrijf X] aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade en gehouden is tot vergoeding daarvan;

b. [Bouwbedrijf X] te veroordelen om aan [eisers] te voldoen een bedrag van EUR 2.990,99 uit hoofde van schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 oktober 2009;

c. [Bouwbedrijf X] te veroordelen om aan [eisers] te voldoen een bedrag van EUR 1.523,20 (inclusief BTW) uit hoofde van expertisekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

d. [Bouwbedrijf X] te veroordelen om aan [eisers] te voldoen een bedrag van EUR 714,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding;

e. [Bouwbedrijf X] te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten van EUR 131,00, met bepaling dat indien de proceskosten niet binnen veertien dagen na datum betekening vonnis aan [eisers] zijn voldaan, [Bouwbedrijf X] daarover de wettelijke rente verschuldigd is vanaf veertien dagen na datum betekening vonnis.

3.2. [eisers] hebben aan hun vorderingen het volgende ten grondslag gelegd.

[firma A] heeft een onrechtmatige daad gepleegd, omdat [firma A] bij de uitvoering van de sloopwerkzaamheden onzorgvuldig heeft gehandeld. [firma A] heeft namelijk met grof materieel gesloopt, zonder vooraf en tijdens het werk voldoende maatregelen te nemen om schade te voorkomen. Tevens heeft [Bouwbedrijf X] geen bouwkundige vooropname uitgevoerd. [eisers] hebben hierdoor schade geleden. [Bouwbedrijf X] is als opdrachtgever hiervoor aansprakelijk. De schade is in ieder geval op 16 oktober 2009 geconstateerd. Teneinde de oorzaak en omvang van de schade in kaart te brengen, is door [eisers] een deskundige ingeschakeld. De deskundige heeft de schade begroot op EUR 2.990,99.

3.3. De betwistingen van [Bouwbedrijf X] strekken tot afwijzing van de vorderingen van [eisers] met veroordeling van [eisers] in de kosten van de procedure. [Bouwbedrijf X] voert aan dat de sloop is uitgevoerd met standaard materieel. Voorts is [Bouwbedrijf X] niet verzocht vooraf aanvullende maatregelen te treffen. Ook was volgens [Bouwbedrijf X] geen noodzaak voor een voorafgaande bouwkundige opname en een voorafgaand overleg met [eisers] Op het moment dat met de sloop werd begonnen, was immers geen schade te verwachten. Vervolgens voert [Bouwbedrijf X] aan dat het gestelde schadebedrag niet klopt en niet is onderbouwd. Bovendien kan de vermeende schade nooit het gevolg zijn geweest van de werkzaamheden van [firma A]. Mocht er toch schade zijn veroorzaakt, dan is [Bouwbedrijf X] daarvoor niet aansprakelijk.

4. De beoordeling

4.1. Bij de vraag welke mate van zorgvuldigheid een partij die sloopwerkzaamheden verricht, in acht moet nemen, wordt betekenis toegekend aan de mogelijkheid overleg te voeren met omwonenden. Een dergelijk overleg kan er toe dienen om op de hoogte te raken van mogelijke risico’s. Tevens kan dan gezamenlijk bepaald worden welke maatregelen ter voorkoming van schade moeten worden genomen. Los hiervan rust op de slopende partij de algemene verplichting haar activiteiten (voor en tijdens de sloop) op mogelijke schadelijke effecten te beoordelen. Wanneer deze effecten niet zijn uitgesloten, dient deze partij een onderzoek in te stellen. Uit het verweer van [Bouwbedrijf X] volgt dat geen overleg en nader onderzoek heeft plaatsgevonden, omdat zij van mening was dat, voordat de sloop begon, geen schade viel te verwachten. Vast staat echter dat de sloopwerkzaamheden van [firma A] verder gingen dan de bedoeling was. [firma A] had er in dat licht niet zonder meer van uit mogen gaan dat schade zou uitblijven. Aangevoerd noch gebleken is dat een nieuwe beoordeling van risico’s heeft plaatsgevonden. Gelet hierop heeft [firma A] onvoldoende zorgvuldig gehandeld en heeft zij een onrechtmatige daad gepleegd.

4.2. [eisers] beroepen zich op artikel 6:171 van het Burgerlijk Wetboek. Zij achten [Bouwbedrijf X] op grond van dit artikel aansprakelijk, nu deze [firma A] de opdracht heeft gegeven tot de sloopwerkzaamheden. [Bouwbedrijf X] merkt op dat, mocht worden vastgesteld dat de sloop toch schade heeft veroorzaakt, [firma A] aansprakelijk is. Deze heeft immers de feitelijke werkzaamheden verricht.

4.3. Ingevolge artikel 6:171 van het Burgerlijk Wetboek is de opdrachtgever aansprakelijk voor fouten van niet-ondergeschikten, die zij begaan ter uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever. Vast staat dat aannemer [Bouwbedrijf X] de sloopwerkzaamheden heeft uitbesteed aan onderaannemer [firma A]. Gelet hierop, is [Bouwbedrijf X] aansprakelijk voor de onrechtmatige daad van [firma A].

4.4. [eisers] stellen dat er scheuren in wanden van hun woning zijn ontstaan door gebonk tegen de muren en trillingen in de woning, als gevolg van de onrechtmatige daad. Uit het deskundigenonderzoek volgt dat zeer aannemelijk is dat de scheurvorming is ontstaan door trillingen, opgewekt door sloopwerkzaamheden. Voorts blijkt uit het rapport dat de scheuren niet zijn veroorzaakt door krimp.

4.5. [Bouwbedrijf X] betwist het verband tussen de sloop en de scheurvorming en voert daartoe - samengevat - het volgende aan.

- [firma A] heeft alleen op 5 oktober 2009 aan de kant van de woning van [eisers] gesloopt. [eisers] hebben echter pas op 16 oktober 2009 foto’s van de scheuren gemaakt. Dit betekent dat er elf dagen waren verstreken voordat de scheuren zichtbaar werden;

- het deskundigenrapport is gebaseerd op onjuiste stellingen en suggesties en is onvoldoende gespecificeerd. Bovendien is [Bouwbedrijf X] niet betrokken geweest bij de totstandkoming van het rapport;

- de scheuren waren al voor de sloopwerkzaamheden aanwezig. De scheuren in de slaapkamer zijn zogenaamde krimpscheuren. De scheur in de keuken is veroorzaakt door paalrot. Bovendien zijn de scheuren niet door en door. Daarnaast is opvallend dat er alleen scheuren in de binnenmuren zijn geconstateerd. Indien de trillingen zo heftig waren geweest, dan zouden ook scheuren in de buitenmuren zichtbaar moeten zijn geworden.

4.6. De opmerking van [Bouwbedrijf X] dat er elf dagen waren verstreken voordat de scheuren zichtbaar werden, gaat niet op. Dit punt valt niet te rijmen met het standpunt van [Bouwbedrijf X] dat de scheuren al voor de sloop aanwezig waren.

4.7. Hetgeen [Bouwbedrijf X] aanvoert ten aanzien van het deskundigenrapport, is onvoldoende gemotiveerd. Het rapport bevat genoeg informatie en de conclusies zijn afdoende onderbouwd. Voorts heeft [Bouwbedrijf X] erkend dat hij gelegenheid heeft gekregen om het onderzoek van de deskundige bij te wonen.

4.8. Hetgeen [Bouwbedrijf X] aanvoert met betrekking tot de oorzaak van de scheurvorming, wordt afgewezen. De stellingen van [eisers] ten aanzien van het causale verband tussen de sloop en de scheuren worden ondersteund door het rapport van de deskundige. De deskundige heeft inspecties uitgevoerd in het pand van [eisers] en in het pand van [betrokkene 1]. Daartegenover staat de betwisting van [Bouwbedrijf X]. [Bouwbedrijf X] noemt andere oorzaken voor de scheuren, echter zij heeft deze niet onderbouwd.

4.9. Gezien bovenstaande rechtsoverwegingen zal de vordering onder a. worden toegewezen.

4.10. De door [eisers] ingeschakelde deskundige heeft de herstelkosten van de schade (onder aftrek van verbeteringen in het onderhoud) begroot op totaal EUR 2.990,99. [Bouwbedrijf X] voert aan dat het bedrag niet met stukken is onderbouwd. Bovendien is het schadebedrag niet reëel en is deze opgesteld door een niet-deskundige. [Bouwbedrijf X] heeft deze standpunten echter onvoldoende gemotiveerd. In dat licht zal de vordering onder b. worden toegewezen.

4.11. De gevorderde wettelijke rente over het bedrag van EUR 2.990,99, alsmede de ingangsdatum, zullen als niet weersproken worden toegewezen.

4.12. Nu vast staat dat [Bouwbedrijf X] aansprakelijk is voor de onrechtmatige daad van [firma A], geldt ten aanzien van de expertisekosten dat deze toewijsbaar zijn, aangezien [eisers] ter vaststelling van de schade en van de aansprakelijkheid, deze kosten noodzakelijkerwijs heeft moeten maken. Nu de expertisekosten zijn onderbouwd en de vordering ook overigens niet onredelijk voorkomt, zal de vordering onder c. worden toegewezen.

4.13. De gevorderde wettelijke rente over de expertisekosten, alsmede de ingangsdatum, zullen als niet weersproken worden toegewezen.

4.14. De vordering onder d. zal worden afgewezen. [eisers] hebben niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat daadwerkelijk buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt en evenmin dat de buitengerechtelijke verrichtingen meer omvatten dan die waarvoor de in artikel 237 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

4.15. [Bouwbedrijf X] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 87,93

- griffierecht 314,00

- salaris advocaat 960,00 (2,5 punten × tarief I à EUR 384,00)

totaal EUR 1.361,93

4.16. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten, alsmede de ingangsdatum, zullen als niet weersproken worden toegewezen.

4.17. De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook op de navolgende wijze worden toegewezen.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. verklaart voor recht dat [Bouwbedrijf X] aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade en gehouden is tot vergoeding daarvan;

5.2. veroordeelt [Bouwbedrijf X] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisers] te voldoen een bedrag van EUR 2.990,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

16 oktober 2009 tot de dag van volledige betaling;

5.3. veroordeelt [Bouwbedrijf X] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisers] te voldoen een bedrag van EUR 1.523,20 (inclusief BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juli 2010 tot de dag van volledige betaling;

5.4. veroordeelt [Bouwbedrijf X] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op EUR 1.361,93, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de dag van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

5.5. veroordeelt [Bouwbedrijf X] in de kosten die na dit vonnis zullen ontstaan, aan de zijde van [eisers] begroot op EUR 131,00 aan salaris advocaat;

5.6. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.D. Rentema en in het openbaar uitgesproken op 14 september 2011.(