Home

Rechtbank Amsterdam, 26-10-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6125, 8319305 CV EXPL 20-2710

Rechtbank Amsterdam, 26-10-2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:6125, 8319305 CV EXPL 20-2710

Gegevens

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
26 oktober 2021
Datum publicatie
29 oktober 2021
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2021:6125
Zaaknummer
8319305 CV EXPL 20-2710

Inhoudsindicatie

De huurder van een appartement boven een vertaalbureau heeft recht op 20 procent huurkorting vanaf 1 oktober 2018 zolang de woningcorporatie de geluidsoverlast niet heeft laten verhelpen.

Uitspraak

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 8319305 CV EXPL 20-2710

vonnis van: 26 oktober 2021

I n z a k e

gevestigd te Amsterdam

eiseres in conventie, verweerster in reconventie

nader te noemen: Lieven De Key

gemachtigde: mr. B. van den Berg

t e g e n

wonende te [woonplaats]

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie

nader te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

Op 22 december 2020 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft een deskundigenonderzoek plaatsgevonden en heeft de deskundige op 25 mei 2021 zijn rapport met bijlagen en gespecificeerde eindnota ingediend. Hierop hebben partijen schriftelijk gereageerd.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

In conventie en in reconventie

Deskundigenbericht

  1. De deskundige heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarbij de lucht- en contactgeluidisolatie is gemeten van de vloerconstructie tussen de huurwoning van [gedaagde] (hierna: het gehuurde) en de vloer van de daaronder gelegen bedrijfsruimte waar een vertaalbureau is gevestigd (hierna: de bedrijfsruimte). In het rapport staat dat de slaapkamer in het gehuurde boven het trappenhuis ligt en dat [gedaagde] heeft laten weten daar geen geluidshinder vanuit de bedrijfsruimte te ondervinden. Die kwestie kan dan ook verder onbesproken blijven.

  2. In antwoord op de vraag of aan de hand van de lucht- en/of contactgeluidsmeting(en) kan worden vastgesteld of er sprake is van geluidsoverlast in het gehuurde afkomstig van de bedrijfsruimte heeft de deskundige toegelicht dat voor een zo objectief mogelijke beoordeling van de meetresultaten aansluiting moet worden gezocht bij norm NEN 1070. Aan de hand daarvan kan een kwaliteitsklasse worden toegekend aan de vastgestelde isolaties. Op basis van de meetresultaten concludeert de deskundige dat het aannemelijk is dat spraak vanuit het vertaalbureau goed hoorbaar is en bij stemverhoging mogelijk ook verstaanbaar. Contactgeluiden zoals lopen over de vloer zullen niet storend waarneembaar zijn. Hoewel de normen zoals neergelegd in het Gebrekenboek van de Huurcommissie versie 2010 onder Categorie C nummer 7 (hierna: het Gebrekenboek) niet worden overschreden, blijkt uit het meetonderzoek dat de luchtgeluidsisolatie van de scheidingsconstructie slecht tot zeer slecht is. In de naad tussen de betonvloer en de wand/gevel is door de deskundige waargenomen dat een schuimvulling is toegepast die onvoldoende akoestisch dicht is. Ook door openingen van de later op het beton aangebrachte stalen profielplaten wordt de geluidsisolatie beperkt. Uit een door Lieven de Key aan de deskundige ter beschikking gestelde foto blijkt dat er in 2016 een verlaagd plafond aanwezig was in de kantoorruimte. Dit verlaagde plafond is weggehaald. Tussen de balken bevinden zich op een aantal plekken geluidsabsorberende elementen, maar deze zijn volgens de deskundige niet afdoende.

3. In antwoord op de vraag welke aanpassingen nodig zijn om de overlast binnen de gestelde norm te krijgen adviseert de deskundige twee opties: een verlaagd plafond onder of tussen de balken aangebracht op de wijze als in het rapport beschreven (trillinggeïsoleerd met mineraalwoldeken). Verder adviseert de deskundige de naden rondom het plafond af te dichten met een elastisch blijvende kit. Een plafond onder de balken zal akoestisch het meest effectief zijn.

Reactie partijen deskundigenbericht

4. In reactie op het deskundigenbericht stelt Lieven de Key dat de norm uit het Gebrekenboek (NEN 5077) de juridische norm is waaraan getoetst moet worden.

5. [gedaagde] voert aan dat uit het rapport blijkt dat de geluidsisolatie niet voldoet aan de ‘NEN 1070 norm’ die volgens het Gebrekenboek van toepassing is voor woningen gebouwd vóór 1992. Er is een groot verschil met de ‘NEN 5077 norm’, hetgeen de deskundige desgevraagd heeft bevestigd. Aan wanden (-10dB) worden in vergelijking met vloeren/plafonds (-25dB) zwaardere (isolatie)eisen gesteld, hetgeen volgens de deskundige onterecht is. Ook voor haar huurwoning zouden de criteria uit het toen geldende Bouwbesluit moeten gelden, hetgeen zij als huurder ook mag verwachten. [gedaagde] benadrukt dat alleen in de bedrijfsruimte tijdens de renovatie de op het plafond aangebrachte isolerende gipsplaten en brandwerend materiaal zijn verwijderd. Bij de andere bedrijfsruimtes in het complex zijn deze nog aanwezig. Herstel zoals door de deskundige als oplossing aangedragen is veruit de beste akoestische oplossing, aldus [gedaagde] .

Beoordeling

BESLISSING