Rechtbank Amsterdam, 14-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2277, NCC 20-014
Rechtbank Amsterdam, 14-04-2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2277, NCC 20-014
Gegevens
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 14 april 2020
- Datum publicatie
- 15 april 2020
- ECLI
- ECLI:NL:RBAMS:2020:2277
- Zaaknummer
- NCC 20-014
Inhoudsindicatie
The issue in this case is whether the parties expressly agreed for proceedings to be in English before the Netherlands Commercial Court (Court in Summary Proceedings). Under Article 30r DCCP, Dutch is the language of the motion on this preliminary issue [an English version of the judgment is provided as a courtesy]. The Court finds that there is a valid NCC clause as agreed by the parties. Article 30r DCCP does not impose any requirement to the effect that an NCC clause is valid only if included in a document signed by the parties. The requirement of an “express” agreement is met where the parties’ agreement in favour of NCC is clearly stated, was made with knowledge of the clause and was not hidden in one party’s general terms and conditions. In the Court’s preliminary analysis at this early stage, a reasonable person in the same circumstances as the motion defendant would have understood the documents to mean that disputes in connection with the Letter of Intent and the Transaction Agreement may be submitted to the NCC CSP. Two aspects of this analysis are that an NCC clause is separate from the main agreement (in which it is included) and that the motion claimant made numerous statements which, on a preliminary basis, warrant the conclusion that there was agreement on the NCC clause. Another important aspect is that the motion claimant consistently uses English to communicate and is based in Amsterdam. It is true that there is a formal requirement to enter into the transaction as a whole (“execute” and “deliver”), and there is an entire agreement clause, but these points have little weight in the analysis of whether there is agreement on the NCC clause. Given the close connection between the Transaction Agreement and the Letter of Intent, the NCC clause applies to disputes in connection with the Letter of Intent. These summary proceedings are within the scope of the NCC clause because the ordinary meaning of the word “pending” in the present circumstances is that an interim measure precedes and is without prejudice to the resolution of the dispute in arbitration.
(Summary in Dutch)
In deze zaak draait het om de vraag of partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen om te procederen bij (de voorzieningenrechter van) de Netherlands Commercial Court. Deze voorvraag moet op basis van artikel 30r Rv in het Nederlands worden behandeld.
Volgens de voorzieningenrechter is tussen partijen een geldig NCC-beding overeengekomen. Uit artikel 30r Rv volgt niet dat een NCC-beding slechts geldig is indien dat beding staat in een door partijen ondertekend document. Aan het “uitdrukkelijkheidsvereiste” is voldaan, indien de keuze van beide partijen voor NCC duidelijk tot uitdrukking is gebracht, welbewust is gemaakt en niet is verborgen in de algemene voorwaarden van één van partijen.
Verweerster in het incident heeft voorshands redelijkerwijs mogen aannemen dat geschillen met betrekking tot de intentieverklaring en de Transaction Agreement konden worden voorgelegd aan de voorzieningenrechter van de NCC. Daarbij is van belang dat een NCC-beding los staat van de hoofdovereenkomst waarin deze is opgenomen en dat eiseres in het incident talrijke uitlatingen heeft gedaan waaruit voorshands overeenstemming over het NCC-beding redelijkerwijs mocht worden afgeleid. Van belang is dat eiseres in het incident steeds in het Engels communiceert en in Amsterdam is gevestigd. Het feit dat voor totstandkoming van de Transaction Agreement een vormvereiste geldt (“execute” en “deliver”), en dat deze overeenkomst een “entire agreement clause” bevat, is niet van belang voor het wel of niet tot stand komen van overeenstemming over het NCC-beding. Vanwege de nauwe verbondenheid van de Transaction Agreement en de intentieverklaring, geldt het NCC-beding ook voor geschillen met betrekking tot de intentieverklaring.
Dit kort geding valt ook binnen de reikwijdte van het NCC-beding, omdat de gangbare betekenis van het woord “pending” in de onderhavige context is dat een voorlopige voorziening voorafgaat aan en niet vooruitloopt op de “resolution of any dispute” in arbitrage.
Uitspraak
(ENGLISH VERSION BELOW)
Netherlands Commercial Court
NCC District Court – Court in Summary Proceedings Zaaknummer: NCC 20/014 (C/13/681900)
Vonnis van 14 april 2020
in de zaak van
[X]
hierna: [X]
gevestigd te New York (New York, Verenigde Staten) eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident
advocaten: mrs. A.F.J.A. Leijten, O.J.W. Schotel en M.F. van Schendel te Amsterdam en
TENNOR HOLDING B.V.
hierna: Tennor gevestigd te Amsterdam
gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident
advocaten: mrs. S.C.M. van Thiel, R.E.E. van Dekken en C.L. Kruse te Amsterdam
Inhoudsopgave
-
Samenvatting
-
Procesverloop
-
Feiten
-
De vorderingen in de hoofdzaak en in het incident
-
Beoordeling
-
Beslissing Handtekeningenpagina’s
In verband met de spoedeisendheid van de zaak is op 14 april 2020 om 11:00 uur vonnis gewezen (de beslissing). Het onderstaande vormt hiervan de nadere schriftelijke uitwerking (die is opgemaakt op dezelfde datum om 16:00 uur).
1 Samenvatting
Het gaat in deze zaak om een (voorgenomen, al dan niet tot stand gekomen) transactie tussen partijen (hierna: de transactie). De transactie komt erop neer dat [X] aandelen verkoopt en levert aan Tennor en dat Tennor de prijs (€ 169 miljoen) betaalt. [X] vordert primair dat partijen de transactie uitvoeren omdat zij een daartoe strekkende overeenkomst hebben gesloten, met een NCC-beding, waarin partijen een keuze hebben vastgelegd voor geschilbeslechting door de voorzieningenrechter (Court in Summary Proceedings, CSP) van de Netherlands Commercial Court (NCC). [X] vordert subsidiair dat Tennor de fee (€ 30 miljoen) betaalt op grond van de intentieverklaring (LOI), omdat Tennor de transactie niet
heeft uitgevoerd. Tennor stelt dat geen overeenkomst is gesloten. Tennor betwist het gestelde NCC-beding. In dit incident vraagt Tennor de aandacht voor de vraag of (voorshands moet worden aangenomen dat) een geldig NCC-beding tot stand is gekomen. De voorzieningenrechter oordeelt dat het NCC-beding in dit geval geldig is. De voorzieningenrechter wijst de incidentele vordering daarom af.
2 Procesverloop
[X] heeft de dagvaarding medio maart 2020 betekend. De voorzieningenrechter heeft na overleg met de advocaten, in een conference call, een plan van behandeling gemaakt. Tennor heeft haar incidentele conclusie genomen. [X] heeft geantwoord. De voorzieningenrechter heeft het incident ter zitting (via videoconferencing) behandeld en bepaald dat heden vonnis wordt gewezen in het incident. Het incident is behandeld in het Nederlands en de voorzieningenrechter beslist eerst over het incident (art. 30r lid 2 en lid 4 Rv en art. 6.2 procesreglement NCC; hierna NCC Rules).
3 Feiten
Partijen hebben uitvoerig overleg gevoerd over de transactie. De transactie komt erop neer dat [X] aandelen verkoopt en levert aan Tennor en dat Tennor de prijs betaalt.
Enkele fases en punten in het overleg zijn als volgt:
a. Tennor heeft het eerste indicatieve bod uitgebracht in september 2018 en het tweede bod in juli 2019 (met als bijlage een Term Sheet), steeds met het voorbehoud “subject to contract”.
b. De oprichter en voorzitter van de Raad van Commissarissen van Tennor ([oprichter van Tennor]) heeft de transactie in september 2019 gepresenteerd aan de “board”. Dit is via een adviseur medegedeeld aan [X].
c. Tennor heeft in november 2019 financiële informatie verstrekt aan [X] in verband met haar ruimte om de beoogde prijs te betalen. Tennor heeft in november 2019 een “accounting issue” gemeld waardoor “closing” nog niet kon plaatsvinden.
d. Tennor heeft bij e-mail van 14 november 2019 van haar raadsman een door haar ondertekende intentieverklaring (LOI) gestuurd en daarbij medegedeeld dat “the actual signing and closing would then occur on 18th February 2020. In the light of the above, the Transaction Agreement is now final from our perspective and reflects the content our client is prepared to agree on. Please find, therefore, the executed Cover Letter of Intent as an offer for your countersignature.”
e. Tennor heeft bij e-mail van 26 december 2019 van haar raadsman met betrekking tot de intentieverklaring medegedeeld: “Happy to confirm also for Tennor that drafts are final from our perspective.”
f. De intentieverklaring is enkele dagen later ondertekend door partijen. De strekking van de intentieverklaring is dat partijen voornemens zijn de transactie aan te gaan, maar ieder voor zich de vrijhoud behoudt om ervan af te zien. Indien een partij ervan afziet (of de transactie niet uiterlijk 18 februari 2020 aangaat, later verlengd naar 2 maart 2020), betaalt die partij een fee aan de wederpartij, aldus de intentieverklaring. In de intentieverklaring staat niets over
geschillenbeslechting. Wel is Nederlands recht van toepassing verklaard. In de intentieverklaring wordt verwezen naar de Transaction Agreement (waarin de beoogde transactie werd vastgelegd):
“We [X], [haar CEO], [haar mede-aandeelhouder] (and certain affiliates), and Tennor Holding B.V. ("Tennor") have discussed whether [X] may sell and transfer to Tennor or a fully owned subsidiary of Tennor all of the outstanding shares of [onderneming gelieerd aan gedaagde in het incident] and 50% of the outstanding membership interests in Global Champions Tour USA LLC ("GCT LLC"). In the light of this, [X], [haar CEO] and Tennor declare their non-binding intention to execute the transaction agreement as attached hereto as Anne[X] 1 on the 18th of February 2020 (the "Transaction Agreement") (...).”
g. De bestuurder van Tennor ([oprichter van Tennor]) heeft in een persbericht laten weten: “I look forward to working with [mede-aandeelhouder] to help build on the success of this fantastic global sports property. [Mede- aandeelhouder] has been the pioneering figure at the top level of show jumping for many years and I am delighted that Tennor will be part of that continuing journey and the exciting opportunities ahead.”
h. Partijen hebben de intentie uitgesproken medio februari 2019 te “closen”, maar de raadsman van Tennor heeft medio februari 2019 bij e-mail laten weten dat een paar weken uitstel nodig was omdat de vennootschap die zou kopen nog niet opgericht was (“AcquiCo is simply not operable”). De raadsman van Tennor heeft daaraan toegevoegd: “there is no reason why the transaction agreement could not be signed prior to the 2nd of March”. De woorden “subject to contract” komen in deze e-mail niet voor.
i. De raadsman van Tennor heeft bij e-mails van 2 maart 2020 laten weten: “The proposed changes are fine. If [raadsman van mede-aandeelhouder] is also fine, we would distribute the executed version” en (na een e-mail van [raadsman van mede-aandeelhouder]) “Will revert with the signature pages in a few minutes”. De woorden “subject to contract” komen in deze e-mails niet voor.
In de Transaction Agreement staat een arbitraal beding, met de bepaling dat partijen “pending” geschillenbeslechting in arbitrage de voorzieningenrechter (CSP) van de NCC mogen adiëren voor een voorlopige voorziening:
“This Transaction Agreement and the transactions contemplated by this Transaction Agreement are governed by and shall be construed in accordance with the laws of The Netherlands. All disputes arising out of or in connection with this Transaction Agreement shall be referred to and finally and exclusively adjudicated and settled under the rules of the Netherlands Arbitration Institute as applicable at the time of submission of the request for arbitration (the "Rules"). The Rules are incorporated by reference into this Section 14. The arbitral tribunal shall consist of three (3) arbitrators. In appointing the arbitrators, the list procedure as provided for in the Rules shall apply. The place of arbitration shall be Amsterdam and the arbitration shall be conducted in the English language only. Notwithstanding the foregoing, (i) any Party may apply to the Amsterdam District Court following proceedings in English before the Chamber for International Commercial Matters in the Court in Summary Proceedings ("CSP") for preliminary injunctive relief or similar interim measures necessary to preserve its rights pending resolution of any dispute arising out of or in connection with this Transaction Agreement through arbitration as contemplated above (with any appeals against CSP judgments being submitted to the Amsterdam Court of Appeal's Chamber for International Commercial Matters ("Netherlands Commercial Court of Appeal" or "NCCA")) and (ii) any Party may apply to any other court to the extent necessary to enforce against a Party hereto a judgment obtained pursuant to arbitration, the CSP and/or NCCA in conformity with the preceding provisions of this Section 14.”
[X] heeft de Transaction Agreement ondertekend en aan Tennor ter hand gesteld. Tennor heeft de Transaction Agreement niet ondertekend.
Partijen communiceren met elkaar steeds in het Engels. De raadsman van Tennor voor de transactie in de hiervoor omschreven correspondentie was een partner van White & Case Duitsland.