Home

Parket bij de Hoge Raad, 03-12-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1245, 18/04055

Parket bij de Hoge Raad, 03-12-2019, ECLI:NL:PHR:2019:1245, 18/04055

Gegevens

Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Datum uitspraak
3 december 2019
Datum publicatie
6 december 2019
ECLI
ECLI:NL:PHR:2019:1245
Zaaknummer
18/04055

Inhoudsindicatie

Conclusie AG. Jeugdzaak. Overtreding Leerplichtwet 1969 wegens niet geregeld schoolbezoek door kwalificatieplichtige jongere. Beroep op vrijstelling wegens ziekte a.b.i. art 11, aanhef en onder d, Lpw. De AG bespreekt o.a. de vraag of het aan de verdachte was om de stelling van haar afwezigheid wegens ziekte in de tenlastegelegde periode aannemelijk te maken en zo nodig met gegevens of bescheiden te onderbouwen. De AG geeft de HR in overweging het cassatieberoep te verwerpen.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL

BIJ DE

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

1. De informatie die Google over de Praktijkschool Zutphen geeft, houdt onder meer in dat de doelgroep uit jongeren van 12 tot 18 jaar bestaat, voor wie het behalen van een diploma in het voorgezet onderwijs of een andere (start)kwalificatie voor de arbeidsmarkt vanwege hun leerproblematiek niet mogelijk is en dat zij haar leerlingen voorbereidt op een reguliere arbeidsplek, in een beschermde werkplek of in combinatie met een vervolgopleiding bij het Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO), waarbij rekening wordt gehouden met ieders individuele mogelijkheden en capaciteiten en waarbij ieders eigen leerroute wordt gevolgd.

2 Ik verwijs daarvoor naar Kamerstukken II 1967/68, 9039 nr. 3 (MvT), p. 15, nr. 4 (VV), p. 8 en nr. 5 (MvA), p. 14. In de praktijk wordt veelal gebruik gemaakt van de Handleiding strafrechtelijke aanpak schoolverzuim, in werking getreden in de maand oktober van 2012 en uitgegeven door het College van procureurs-generaal (zie daarover ook mijn voetnoten 3 en 4). Voorts wijs ik op de Methodische Aanpak Schoolverzuim, vastgesteld (na de tenlastegelegde periode) in maart 2017 en herzien in september 2018 door onder meer het OM, de Raad voor de Kinderbescherming, bureau Halt en het ministerie van Justitie en Veiligheid.

3 Een vraag, die daaraan voorafgaat, maar in deze zaak niet speelt, is of de wet- en regelgeving eist dat de reden voor de afwezigheid moet worden aangegeven. Die vraag wordt door mijn ambtgenoot Knigge besproken in zijn aan HR 19 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:378 voorafgaande conclusie. In dat verband gaat hij in op de verhouding tussen art. 12 Lpw en de Handleiding Strafrechtelijke Aanpakschoolverzuim waarin medewerking aan het bezoek aan een schoolarts verplicht is gesteld. Over die verhouding schrijft Knigge onder meer dat zijns inziens een van het College van procureurs-generaal afkomstige handleiding de wet niet opzij kan zetten, hetgeen betekent dat een beroep op de vrijstelling van art. 11 sub d Lpw niet getoetst dient te worden aan het in die handleiding beschreven stappenplan. Na zijn uiteenzetting ter zake, merkt hij op: “Iets anders is dat de handleiding de jongere of zijn ouders de mogelijkheid biedt om (verdere) opsporing en vervolging te voorkomen door, hoewel de in art. 12 Lpw genoemde termijn niet is nageleefd, te bewijzen dat wel degelijk van ziekte sprake was.” De Hoge Raad deed de klacht af met de aan art. 81, eerste lid, RO ontleende motivering.

4 Zie ook de Handleiding Strafrechtelijk aanpak schoolverzuim, p.16.

5 Voorts verdient hier vermelding de uitspraak in een civiele procedure van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 augustus 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:6713. In die zaak deed appelante een beroep op de uitzonderingsgrond van art. 11, aanhef en onder d, Lpw. Het hof oordeelde dat het ziekmelden niet uitsluit dat de gemeente gebruik mag maken van haar handhavende bevoegdheden (bijv. bezoek aan de schoolarts) om de naleving van de Lpw te waarborgen, dan wel ervoor te zorgen dat het verzuim van appellante niet langer duurt dan noodzakelijk.

Zitting 3 december 2019

CONCLUSIE

E.J. Hofstee

In de zaak

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,

hierna: de verdachte.

1. De verdachte is bij arrest van 4 september 2018 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens “als jongere die kwalificatieplichtig is de verplichting tot geregeld volgen van het onderwijs niet nakomen” veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen jeugddetentie, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.

2. Er bestaat samenhang met de zaak 18/04061. Ook in die zaak zal ik vandaag concluderen.

3. Namens de verdachte is door mr. H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur één middel van cassatie voorgesteld.

4. Het middel klaagt dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat de verdachte niet aan haar verplichting tot geregeld schoolbezoek heeft voldaan, althans dat het desbetreffende verweer door het hof is verworpen op gronden die de verwerping ervan niet kunnen dragen.

5. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:

“zij in de periode van 6 september 2016 tot en met 14 oktober 2016 in de gemeente Zutphen, als jongere die als leerling of deelnemer van een school of instelling, te weten Praktijkonderwijs Zutphen te Zutphen, staat ingeschreven, op grond van artikel 4a van de Leerplichtwet 1969 niet heeft voldaan aan de verplichting het volledige onderwijsprogramma en het volledige programma van de combinatie leren en werken te volgen, dat door die school of instelling wordt aangeboden, terwijl ten aanzien van die jongere de leerplicht, als bedoeld in artikel 2 van genoemde wet was geëindigd en die jongere nog geen startkwalificatie had behaald.”

6. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

Door het hof gebezigde bewijsmiddelen

Voor zover in de hierna opgesomde bewijsmiddelen wordt verwezen naar het stamproces- verbaal wordt hiermee verwezen naar het door verbalisant [verbalisant] , leerplichtambtenaar, in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal, gesloten en ondertekend op 12 december 2016 te Zutphen.

1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal leerplicht (als bijlage pagina 3-10 van het stamproces-verbaal), opgemaakt op 12 december 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant [verbalisant]:

Melding relatief schoolverzuim

Naar aanleiding van een melding van vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim van [betrokkene 1] , adjunct directeur van de Praktijkschool Zutphen, zijnde een school in de zin van artikel 1 van de Leerplichtwet 1969, is er een onderzoek ingesteld naar het schoolverzuim in de periode van 06- 09-2016 tot en met 14-10-2016 van het hieronder genoemde kwalificatie plichtige kind.

Ik, [verbalisant] , leerplichtambtenaar in dienst van de gemeente Zutphen belast met de handhaving van de Leerplichtwet, daartoe aangewezen door burgemeester en wethouders, tevens buitengewoon opsporingsambtenaar (nummer akte van beëdiging nummer [001] ), standplaats Zutphen, heb in verband met ongeoorloofd schoolverzuim na dit onderzoek vastgesteld dat de jongere en ouders verantwoordelijk zijn voor het schoolverzuim. Ik heb de jongere en ouders daarop op 23 november 2016, te Zutphen als verdachten opgeroepen. [verdachte] en haar ouders hebben geen gehoor gegeven aan de oproep. Ik heb [verdachte] en ouders wederom op 5 december 2016 als verdachten opgeroepen. Ook aan deze oproep hebben [verdachte] en ouders geen gehoor gegeven. De moeder van [verdachte] heeft bij beide oproepen per mail laten weten niet in staat zijn te komen vanwege ziekte.

Leerplichtige minderjarige/verdachte

Naam

: [verdachte]

Geboortedatum en plaats

: [geboortedatum] -2000

Adres

: […]

PC/woonplaats:

:[…]

Ouders van leerling/verdachten

Naam moeder

: [betrokkene 2]

Geboortedatum

: [geboortedatum] -1973

Adres

:[…]

PC/woonplaats

:[…]

Vrijstelling

Tevens heb ik vastgesteld dat de leerplicht als bedoeld in artikel 3 van de Leerplichtwet is geëindigd, maar dat de jongere geen startkwalificatie heeft als bedoeld in art. 7.2.2, eerste lid onder b tot en met e, van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs.

Verhoor verdachten

Er is geen gehoor gegeven aan de uitnodigingen voor verhoor op zowel 23-11-2016 en op 05-12- 2016. Op 23 november mailt moeder dat [verdachte] ziek is. Vanuit leerplicht wordt aangeboden om de hoorzitting op het woonadres van [verdachte] te doen indien dit wenselijk is. Hierop komt geen reactie. Er wordt een 2e hoorzitting gepland op 5 december 2016. Moeder laat per mail weten dat zij niet kunnen komen. Ze wijst leerplicht per mail op het feit dat rust voor [verdachte] nu van essentieel belang is, gezien de ernst van de situatie. Ze vraagt rust vanuit leerplicht.

Bijzonderheden schoolloopbaan/hulpverlening/voogd

01-08-2012 tot heden: Praktijkschool Zutphen

[verdachte] is door de Praktijkschool en door leerplicht meerdere keren verwezen naar de schoolarts, [betrokkene 3] , van de GGD. Hier is geen gehoor aan gegeven.

Huidige melding

Schooljaar: 2016-2017

Periode: 22-08-2016 tot 12-12-2016

Interventie leerplicht: direct in het nieuwe schooljaar wordt [verdachte] en ouders uitgenodigd door leerplicht.

Moeder komt alleen op dit gesprek, ze geeft aan dat [verdachte] ziek is. Moeder wil niet aangeven waarom [verdachte] ziek is, ze geeft aan dat dit privé is en dat leerplicht dat niet hoort te vragen. Leerplicht dringt er op aan dat [verdachte] naar de schoolarts gaat of dat de schoolarts contact op mag nemen met de huisarts. Dit is de enige manier voor leerplicht om te onderzoeken of het verzuim van [verdachte] ongeoorloofd dan wel geoorloofd is. Moeder zegt toe mij uiterlijk aan het eind van de week te laten weten of zij [verdachte] hier voor kan motiveren.

Moeder mailt leerplicht met het bericht dat [verdachte] in gesprek wil met leerplicht. In deze mail wordt tevens aangeven dat [verdachte] eist van school dat zij door moet naar het MBO, ondanks een negatief advies van school. Zij vragen aan leerplicht om zo spoedig mogelijk met de praktijkschool in gesprek te gaan om dit voor hen te regelen.

Leerplicht belt met de praktijkschool over de overstap van deze school naar het MBO. De school geeft aan dat zij bereid zijn om met [verdachte] en moeder in gesprek te gaan. Leerplicht mailt dit naar moeder en geeft tevens aan dat moeder [verdachte] zou motiveren om een afspraak met de GGD arts te maken.

Moeder geeft aan dat zij graag eerst de situ- atie met leerplicht te willen bespreken voordat zij in gesprek gaat met school. Er wordt een afspraak gemaakt op 29 augustus. In dit gesprek vertelt [verdachte] over haar wens om naar het MBO te gaan. Zij vertelt dat zij zich gediscrimineerd voelt op de praktijkschool en dat het eigenlijk de schuld is van haar mentor dat zij haar arm heeft gebroken. Zij was erg overstuur van de mededeling dat zij niet naar het MBO mocht en is daarom van de fiets gevallen. Op de vraag van leerplicht hoe het nu met haar gezondheid gaat, grijpt moeder in. Hierover mag leerplicht geen vraag stellen, dit is privé.

Leerplicht en de praktijkschool overleggen over de impasse. Indien er, ondanks het negatieve advies van de praktijkschool, toch toestemming gegeven zal worden om [verdachte] naar het MBO te laten gaan, kan dit de schoolgang bevorderen. Er wordt contact gezocht met het MBO en [verdachte] wordt uitgenodigd voor een intake gesprek.

Moeder geeft in een mail aan blij te zijn dat [verdachte] naar het MBO kan en dankt leerplicht voor de inzet hierin. [verdachte] wordt op het eerste intakegesprek op het MBO echter ziek gemeld door moeder.

Ook een tweede afspraak wordt afgezegd. Op 25 september laat moeder per mail weten dat [verdachte] afziet om naar het MBO te gaan, het wordt haar te zwaar gezien haar beper- king.

Interventie leerplicht: Leerplicht informeert bij de juriste van Ingrado hoe om te gaan met ziektemelding zonder dat er onderzoek gedaan kan worden door een schoolarts. De praktijkschool gaat het registeren van de ziektemeldingen omzetten in vermoedelijk ongeoorloofd verzuim naar aanleiding van dit advies.

De praktijkschool stuurt regelmatig mails naar moeder om [verdachte] uit te nodigen om weer op school te komen. Moeder en [betrokkene 1] , adjunct-directeur, hebben op 6 okto- ber gezamenlijk een gesprek over de broer van [verdachte] . In dit gesprek wordt ook besloten dat moeder [verdachte] zal motiveren om naar een dokter te gaan. [verdachte] blijft afwezig, moeder blijft haar ziekmelden.

Leerplicht informeert bij de politie, bij veilig thuis en bij stichting Perspectief of er signalen zijn waaruit moet blijken dat er zorgen zijn rondom het gezin […] .

Reden hiervoor is dat [verdachte] al langere tijd niet gezien is op school (vanaf mei

2016). Leerplicht doet nog een laatste poging om [verdachte] door een schoolarts te laten zien alvorens een proces verbaal op te maken.

[verdachte] wordt 22 november uitgenodigd voor een afspraak met de schoolarts.

Moeder laat dezelfde dag per mail weten niet te komen. [verdachte] en ouders worden uitgenodigd voor een hoorzitting in verband met het opmaken van een proces verbaal door leerplicht op 23 november. Zij melden zich af. Leerplicht biedt aan om de hoorzitting thuis af te nemen. Hierop komt geen reactie. [verdachte] en ouders worden opnieuw uitgenodigd voor een hoorzitting op 5 december.

Moeder laat per mail weten niet te komen.

Leerplicht maakt proces-verbaal op.

[verdachte] wordt nog steeds ziek gemeld door moeder.

2. Het als bijlage bij het stamproces-verbaal gevoegde schriftelijke bescheid (pagina ’s 12-13), inhoudende ‘Aanwezigheidsregistratie detail’ (betrekking hebbende op [verdachte] , voor zover inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Dag

Datum

Lesuur

Omschrijving

vanaf t/m

Klas: 5A

Leerling:

[verdachte]

(…)

Di

06-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Wo

07-09-

2016

1

6

Ongeoorloofd

Do

08-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Vr

09-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Ma

12-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Di

13-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Wo

14-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Do

15-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Vr

16-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Ma

19-09-

2016

1

6

Ongeoorloofd

Di

20-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Wo

21-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Do

22-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Vr

23-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Ma

26-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Di

27-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Wo

28-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Do

29-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Vr

30-09-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Ma

03-10-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Di

04-10-

2016

1

7

Ongeoorloofd

Wo

05-10-

2016

1

6

Ongeoorloofd

Do

06-10-

2016

1

7

Ongeoorloofd

Vr

07-10-

2016

1

5

Ongeoorloofd

Ma

10-10-

2016

1

8

Ongeoorloofd

Di

11-10-

2016

1

7

Ongeoorloofd

Wo

12-10-

2016

1

6

Ongeoorloofd

Do

13-10-

2016

1

7

Ongeoorloofd

Vr

14-10-

2016

1

5

Ongeoorloofd

Aantal keer afwezig:

36

Uren afwezig: 267”

7. Het hof heeft het in het middel bedoelde verweer als volgt samengevat en verworpen:

“Overweging met betrekking tot het bewijs

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het haar tenlastegelegde, nu verdachte verontschuldigbaar afwezig is geweest op school en er geen sprake was van ongeoorloofd ziekteverzuim.

Het hof is van oordeel dat het door de raadsman gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof stelt vast dat verdachte in de periode van 6 september 2016 tot en met 14 oktober 2016 niet naar de school is geweest waar zij stond ingeschreven. In zoverre is het feit bewezen. Vraag is of verdachte vrijgesteld was van de verplichting naar school te gaan wegens ziekte, als bedoeld in artikel 11 van de Leerplichtwet.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte geoorloofd afwezig is geweest van school ten tijde van de tenlastegelegde periode. Bij het proces- verbaal leerplicht bevindt zich een verzuimoverzicht. Een enkele afmelding vanwege ‘ziekte’ door haar moeder is niet zomaar voldoende voor geoorloofde afwezigheid. Door verdachte is op geen enkele manier openheid van zaken gegeven, zodat niet duidelijk is geworden waarom zij afwezig was. Er werd gesteld dat dit een privé aangelegenheid was en verder werd de deur dicht gehouden. Als een ziekte zou zijn vastgesteld zou dat een reden kunnen zijn geweest voor Bureau leerplicht om een vrijstelling voor het volgen van onderwijs af te geven op grond van artikel 11 van de Leerplichtwet. Een onderzoek naar de ziekte van verdachte is onmogelijk gebleken doordat niet werd meegewerkt met de diverse instanties. Dat recentelijk de psychische stoornis PTSS bij verdachte zou zijn vastgesteld, doet aan het voorgaande oordeel niet af.”

8. De voor de beoordeling van het middel relevante bepalingen uit de Leerplichtwet 1969 (verder ook: Lpw) luid(d)en als volgt:

Artikel 2 Verantwoordelijke personen

[…]

3 De jongere die de leeftijd van 12 jaren heeft bereikt, is verplicht overeenkomstig de bepalingen van deze wet de school waaraan hij als leerling staat ingeschreven, geregeld te bezoeken, onverminderd het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 3 Begin en einde van de verplichting tot inschrijving

Artikel 4. Begin en einde van de verplichting tot geregeld schoolbezoek

§ 2a. Kwalificatieplicht Artikel 4a. Inschrijving

Artikel 4b. Begin en einde verplichting tot inschrijving

Artikel 4c. De invulling van de verplichting tot geregeld schoolbezoek

Artikel 11. Gronden voor vrijstelling van geregeld schoolbezoek

Artikel 12. Ziekte van leerling

Artikel 13b. Kennisgeving bij beroep op vrijstelling

Artikel 26. Strafbedreiging verantwoordelijke personen

“Diagnose volgens DSM-5

Onderzoeks-/behandelvoorstel