Home

Hoge Raad, 06-02-2015, ECLI:NL:HR:2015:232, 14/02362

Hoge Raad, 06-02-2015, ECLI:NL:HR:2015:232, 14/02362

Inhoudsindicatie

Kinderalimentatie. Verzoek tot wijziging eerder vastgestelde bijdrage en tot terugbetaling teveel betaalde kinderalimentatie. Verzuim om op verzoek tot terugbetaling te beslissen; schending art. 23 Rv. Beoordeling of terugbetaling in redelijkheid van de onderhoudsgerechtigde kan worden verlangd; maatstaf HR 25 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:1001, NJ 2014/225. Hof heeft niet kenbaar onderzocht of aan die maatstaf is voldaan.

Uitspraak

6 februari 2015

Eerste Kamer

14/02362

LZ/EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de man],wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. B.J. van Dorp,

t e g e n

[de vrouw],wonende te [woonplaats],

VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.E.M.G. Peletier.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/03/171053/FA RK 12-488 van de rechtbank Limburg van 26 maart 2013;

b. de beschikking in de zaak HV 200.129.687/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 februari 2014.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. De vrouw heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot vernietiging en verwijzing.

De advocaten van partijen hebben ieder bij brief van 5 december 2014 op die conclusie gereageerd.

3 Uitgangspunten in cassatie

3.1

In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan.

( i) De man en de vrouw hebben een affectieve relatie met elkaar gehad die in maart 2004 is verbroken. Uit deze relatie is op [geboortedatum] 2001 een dochter geboren: [de dochter] (hierna: [de dochter]).

(ii) De man heeft [de dochter] erkend. [de dochter] heeft haar hoofdverblijf bij de vrouw.

(iii) De man is bij beschikking van de rechtbank Maastricht van 30 januari 2007 veroordeeld – voor zover in cassatie van belang – om aan de vrouw met ingang van 1 januari 2007 een bedrag van € 873,09 per maand te voldoen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [de dochter].

(iv) Ingevolge de wettelijke indexering beloopt de bijdrage voor [de dochter] met ingang van 1 januari 2013 een bedrag van € 985,78 per maand.

( v) De man en de vrouw zijn het erover eens geworden dat de behoefte van [de dochter] € 800,-- per maand bedraagt. Per 1 januari 2013 is dit geïndexeerd € 824,18 per maand.

3.2.1

In het onderhavige geding heeft de man verzocht de hiervoor in 3.1 onder (iii) genoemde beschikking van 30 januari 2007 te wijzigen en de onderhoudsbijdrage van de man ten behoeve van [de dochter] met ingang van 1 januari 2011 op nihil te bepalen, althans op een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank juist acht, en voorts de vrouw te veroordelen de door de man te veel betaalde kinderalimentatie aan hem terug te betalen.

3.2.2

De rechtbank heeft het verzoek van de man afgewezen.

3.3

Het hof heeft het verzoek van de man toegewezen en de hiervoor in 3.1 onder (iii) genoemde beschikking van 30 januari 2007 aldus gewijzigd dat de man aan de vrouw aan kinderalimentatie voor [de dochter] verschuldigd is:

- een bedrag van € 474,-- per maand in de periode van 1 januari 2011 tot 1 april 2011;

- een bedrag van € 396,-- per maand in de periode van 1 april 2011 tot 1 mei 2013;

- een bedrag van € 474,-- per maand in de periode van 1 mei 2013 tot 1 december 2013;

- een bedrag van € 391,-- per maand in de periode vanaf 1 december 2013.

Voorts heeft het hof zijn beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte afgewezen.

4 Beoordeling van het middel in het principale beroep

5 Beoordeling van het middel in het incidentele beroep

6 Beslissing