Home

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-01-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3, HD 200.077.809-01

Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 07-01-2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:3, HD 200.077.809-01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
7 januari 2014
Datum publicatie
27 oktober 2014
ECLI
ECLI:NL:GHSHE:2014:3
Zaaknummer
HD 200.077.809-01

Inhoudsindicatie

Verdeling ex-echtelieden. Noors huwelijksvermogensrecht. Uitgestelde gemeenschap van goederen.

Uitspraak

Afdeling civiel recht

zaaknummer HD 200.077.809/01

arrest van 7 januari 2014

in de zaak van

[appellante],

wonende te [woonplaats],

appellante in principaal appel,

geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. S.J.C. Vaessen te [plaats 2],

tegen

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde in principaal appel,

appellant in incidenteel appel,

advocaat: mr. L.H. Janssen-Dekkers te Roermond,

als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 22 mei 2012 en 20 augustus 2013 in het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond onder zaaknummer 88313\HA ZA 08-564 gewezen vonnis van 25 augustus 2010.

9 Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenarrest van 20 augustus 2013;

- de memorie na tussenarrest d.d. 17 september 2013 van de man;

- de antwoordmemorie na tussenarrest d.d. 15 oktober 2013 van de vrouw.

Partijen hebben arrest gevraagd.

10 De verdere beoordeling

10.1.

Bij genoemd tussenarrest heeft het hof het voornemen geuit een nader deskundigenonderzoek te gelasten en is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating over het aantal, de deskundigheid en de persoon van de deskundige(n), alsmede over suggesties betreffende de aan de deskundige(n) te stellen vragen. Iedere verdere beslissing werd aangehouden.

10.2.

Beide partijen kunnen zich verenigen met de benoeming van één deskundige. Over de te benoemen makelaar hebben partijen echter geen overeenstemming. De man heeft voorgesteld om een makelaar van de [makelaarskantoor] te [woonplaats] te benoemen. De vrouw heeft Intermakelaars met de vestigingen in [plaats 1] en [plaats 2] voorgesteld om de taxatie van de echtelijke woning te verrichten.

Het hof heeft derhalve zelf een deskundige aangezocht. Het hof zal de in het dictum te noemen deskundige benoemen, die naar het oordeel van het hof beschikt over de in deze kwestie benodigde deskundigheid.

10.3.

Ten aanzien van de door het hof in r.o. 7.11 van het tussenarrest opgenomen vraagstelling heeft de man aangegeven zich te kunnen verenigen met die vraagstelling, met dien verstande dat onder de economische waarde, vrij van gebruik, verstaan wordt de in taxatierapporten meestal gebezigde term: onderhandse verkoop vrij van huur en gebruik.

De vrouw heeft naast de in r.o. 7.11 opgenomen vraag geen andere vragen.

10.4.

De aan de deskundige ter beantwoording voor te leggen vraag luidt derhalve:

Wat was de onderhandse verkoop waarde, vrij van huur en gebruik, van de echtelijke woning met ondergrond en erf, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres 1], kadastraal bekend onder gemeente [woonplaats], sectie [sectieletter] nummer [sectienummer], groot 2 are 86 centiare, op de peildatum 24 juli 2008?

10.5.

Het hof gaat er van uit dat partijen aan het onderzoek van de deskundige alle medewerking zullen verlenen die nodig is. Ook gaat het hof er van uit dat beide partijen aanwezig zullen zijn bij het onderzoek van de deskundige ter plaatse. De deskundige dient eventuele nadere informatie die hij nodig heeft en die geen deel uitmaakt van de processtukken, bij de advocaten op te vragen. De advocaat die informatie verschaft dient een afschrift daarvan toe te zenden aan de advocaat van de wederpartij. De deskundige wordt verzocht de verkregen informatie als bijlage bij het deskundigenbericht te voegen.

10.6.

Zoals het hof al in het tussenarrest heeft overwogen zullen de kosten van de deskundige voorshands gelijkelijk ten laste van partijen worden gebracht. Nu beide partijen op basis van een toevoeging procederen, zal het voorschot van de deskundige voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komen. Na ontvangst van het deskundigenbericht zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld een memorie na deskundigenonderzoek te nemen. De man zal als eerste mogen reageren.

10.7.

In afwachting van het deskundigenbericht wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

11 De uitspraak

Het hof:

bepaalt dat een deskundigenonderzoek wordt verricht naar de in rechtsoverweging 10.4 van dit arrest geformuleerde vraag;

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vraag:

ing. Nico Wolters (Register Makelaar - Taxateur RMT/RT)Makelaarskantoor Wolters 200.[adres 2][adres 2] [vestigingsplaats]telefoonnummer: [telefoonnummers]emailadres: [website];

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige toezendt;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek begint nadat daartoe van de griffier bericht is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek – en ten aanzien van de conceptrapportage – partijen in de gelegenheid stelt opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding wordt gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof en tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat met het onderzoek kan worden begonnen;

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van in totaal € 750,00 inclusief btw, tenzij (één van) partijen binnen veertien dagen na deze uitspraak bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij (die binnen twee dagen hierop kan reageren bij brief aan de griffier van dit hof met afschrift aan de wederpartij) tegen de hoogte van het voorschot bezwaar heeft/hebben gemaakt, in welk geval het hof op het bezwaar/de bezwaren zal beslissen en de hoogte van het voorschot zal bepalen;

bepaalt dat ieder van partijen wordt belast met de helft van genoemd voorschot van € 750,00 inclusief btw, derhalve € 375,00 inclusief btw,

bepaalt dat het voorschot van beide partijen, nu aan beide partijen een toevoeging is verleend, voorlopig ten laste van ’s Rijks kas komt;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

benoemt mr. N.J.M. van Etten tot raadsheer-commissaris, tot wie de deskundige zich, door tussenkomst van de griffier dient te wenden met (procedurele) vragen en verzoeken indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft;

verwijst de zaak naar de rol van 3 juni 2014 voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van de man;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. N.J.M. van Etten, B.A. Meulenbroek en A.E. van Solinge en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 7 januari 2014.