Home

Gerechtshof Leeuwarden, 15-06-2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:2534, WAHV 200.044.837

Gerechtshof Leeuwarden, 15-06-2010, ECLI:NL:GHLEE:2010:2534, WAHV 200.044.837

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Datum uitspraak
15 juni 2010
Datum publicatie
11 maart 2014
ECLI
ECLI:NL:GHLEE:2010:2534
Zaaknummer
WAHV 200.044.837

Inhoudsindicatie

Proceskostenvergoeding. Is er sprake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand?

Uit informatie van de gemachtigde, gecertificeerd belastingadviseur, blijkt niet dat het verlenen

van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomsten

gerichte taakuitoefening. Het verlenen van rechtsbijstand heeft een meer incidenteel karakter.

Verder is niet gebleken dat de gemachtigde zodanige juridische scholing heeft genoten dat zij

geacht kan worden rechtsbijstand te verlenen. Het verzoek om vergoeding van proceskosten wordt

afgewezen omdat geen sprake is van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Uitspraak

WAHV 200.044.837

15 juni 2010

CJIB 120521739

Gerechtshof te Leeuwarden

Arrest

op het hoger beroep tegen de beslissing

van de kantonrechter van de rechtbank Arnhem

van 18 augustus 2009

betreffende

[naam betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),

gevestigd te [plaats],

voor wie als gemachtigde optreedt[naam gemachtigde], gevestigd te [plaats].

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Arnhem genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het procesverloop

De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.

Bij brief van 17 november 2009, verzonden aan het hof op 19 november 2009, heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking met voormeld CJIB-nummer, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken. Bij brief van 18 november 2009 is de gemachtigde van de betrokkene in kennis gesteld van de intrekking.

Bij brief van 20 november 2009 heeft de griffier van het hof de gemachtigde van de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt gehandhaafd alsmede of de betrokkene aanspraak wenst te maken op vergoeding van proceskosten.

Bij brief van 23 november 2009 heeft de gemachtigde van de betrokkene verzocht om een kostenvergoeding.

De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren. Bij brief van 30 november 2009 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van de reactie van de advocaat-generaal een nadere toelichting op het kostenverzoek in te dienen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

Bij brief van 19 maart 2010 heeft de griffier van het hof de gemachtigde van de betrokkene om nadere informatie verzocht.

De gemachtigde van de betrokkene heeft bij brief van 1 april 2010 gereageerd.

Beoordeling

1.

Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 180,- opgelegd ter zake van "niet voldoende afstand houden, snelheid tot en met 80 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 10 juni 2008 om 14.12 uur op de Prins Mauritssingel te Lent met het voertuig met het kenteken [kenteken].

2.

Nu de advocaat-generaal heeft besloten om voormelde beschikking in te trekken en derhalve is bewerkstelligd, hetgeen de betrokkene met het hoger beroep beoogde te verkrijgen, te weten vernietiging van deze beschikking, heeft de betrokkene geen belang meer bij een uitspraak op het hoger beroep. Derhalve dient het hoger beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard.

3.

De gemachtigde van de betrokkene verzoekt om vergoeding van kosten, die zij gemaakt heeft in beroep, te weten:

- bestuderen stukken 3 uur

- opstellen appelschriftuur 1 uur

- herstel verzuim 0,5 uur,

in totaal 4,5 uren à € 75,- per uur, derhalve € 337,50. Vermeerderd met kleine kosten € 12,50 verzoekt de gemachtigde van de betrokkene in totaal derhalve vergoeding van € 350,-.

4.

Artikel 13, eerste lid, laatste volzin, WAHV verklaart het Besluit proceskosten bestuursrecht van overeenkomstige toepassing. Derhalve dient het hof het kostenverzoek te beoordelen aan de hand van de genoemde regeling.

5.

Ingevolge artikel 1 van het van toepassing zijnde Besluit proceskosten bestuursrecht kan een veroordeling in de kosten uitsluitend betrekking hebben op:

a. kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand,

b. kosten van een getuige of deskundige die door een partij is meegebracht of opgeroepen, dan wel van een deskundige die aan een partij verslag heeft uitgebracht,

c. reis- en verblijfkosten van een partij,

d. verletkosten van een partij,

e. kosten van uittreksels uit de openbare registers, telegrammen, internationale telexen, internationale telefaxen en internationale telefoongesprekken, en

f. kosten van het als gemachtigde optreden van een arts in zaken waarin enig wettelijk voorschrift verplicht tot tussenkomst van een gemachtigde die arts is.

6.

Het hof dient de vraag te beantwoorden of in dit geval sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Desgevraagd heeft de gemachtigde van de betrokkene, in de persoon van [naam], aangegeven dat zij in voorkomende gevallen als gecertificeerd belastingadviseur cliënten bij beroeps- en bezwaarprocedures, veelal van fiscale aard, bijstaat. Ook in andere procedures, voortvloeiend uit administratieve stukken, komt dit voor. Een onderdeel van de beroepsopleiding voor belastingadviseur bestaat uit formeel recht.

7.

Uit deze overgelegde informatie blijkt niet dat het verlenen van rechtsbijstand een vast onderdeel vormt van een duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte, taakuitoefening. Het verlenen van rechtsbijstand heeft een meer incidenteel karakter. Voorts is niet gebleken dat de gemachtigde zodanige juridische scholing heeft genoten dat zij geacht kan worden rechtsbijstand te verlenen. Het hof is derhalve van oordeel dat niet sprake is geweest van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het verzoek om vergoeding zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

Het gerechtshof:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.

Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.