Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7721, 200.300.281/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 06-09-2022, ECLI:NL:GHARL:2022:7721, 200.300.281/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
6 september 2022
Datum publicatie
8 september 2022
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:7721
Zaaknummer
200.300.281/01

Inhoudsindicatie

Verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv. De derde-beslagene heeft een onjuiste verklaring afgelegd en wordt veroordeeld tot voldoening van de schuld van de geëxecuteerde aan de beslaglegger.

De beslissingen in het vonnis van de rechtbank ten aanzien van de veroordeling in de proceskosten worden verbeterd gelezen, omdat er sprake is van een kennelijke vergissing.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden, afdeling civiel

zaaknummer gerechtshof 200.300.281/01

zaaknummer rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, 230456

arrest van 6 september 2022

in de zaak van

1 [eiser1] ,

die woont in [woonplaats1] (Spanje),

eiser in principaal hoger beroep,

geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

bij de rechtbank gedaagde,

hierna [eiser1] ,

advocaat mr. F.M. van Hasselt te Deventer,

2. BOTAQUALUS HOLDING LIMITED,

gevestigd in Londen, Verenigd Koninkrijk,

geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

bij de rechtbank gedaagde,

hierna Botaqualus,niet verschenen,

3. de coöperatie

COOPERATIEVE REAL ESTATE INVESTEMENT TRUST IX U.A. in liquidatie,

gevestigd in Amsterdam,

geïntimeerde in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

bij de rechtbank gedaagde (niet verschenen),

hierna Coöp Reit, niet verschenen, de drie partijen zullen hierna gezamenlijk [eisers] worden genoemd,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF,

domicilie kiezende in Amsterdam,

geïntimeerde in principaal hoger beroep,

appellante in voorwaardelijk incidenteel hoger beroep,

bij de rechtbank eiseres,

hierna de ontvanger,

vertegenwoordigd door mr. E.E. Schipper te Amsterdam.

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1

Aanvankelijk hebben [eisers] een appeldagvaarding uitgebracht, die niet tijdig is aangebracht. Vervolgens heeft [eiser1] uitsluitend voor zichzelf een herstelexploot uitgebracht waarmee hij hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis dat de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle op 6 januari 2021 heeft gewezen. De Ontvanger heeft daarop toestemming van de rolrechter verkregen ex artikel 118 Rv om Botaqualus en Coöp Reit te zijner tijd op te roepen voor een door de ontvanger in te stellen voorwaardelijk incidenteel appel.

1.2

Het procesverloop in hoger beroep blijkt aldus uit:

-

de dagvaarding in hoger beroep van [eisers] van 6 april 2021

-

het herstelexploot/hernieuwde oproeping van [eiser1] van 27 juli 2021

-

de memorie van grieven van [eiser1] van 7 december 2021

-

de oproepingsexploten ex artikel 118 Rv van de ontvanger van 17 januari 2022

-

de memorie van antwoord in principaal hoger beroep tevens memorie van grieven in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de ontvanger van 15 februari 2022

-

de verstekverlening aan Botaqualus en Coöp Reit van 15 februari 2022

-

de memorie van antwoord van [eiser1] in het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep

1.3

Hierna hebben partijen het hof gevraagd opnieuw arrest te wijzen.

2 De kern van de zaak

2.1

Deze zaak betreft een verklaringsprocedure ex artikel 477a Rv. [eiser1] heeft een schuld aan de belastingdienst, waarvoor de ontvanger derdenbeslag heeft gelegd onder Botaqualus, een aan [eiser1] gelieerde rechtspersoon. Volgens de ontvanger heeft [eiser1] een vordering van € 965.000,- op Botaqualus. Botaqualus heeft verklaard dat [eiser1] geen vordering op haar heeft. De rechtbank heeft geoordeeld dat Botaqualus als derde-beslagene een onjuiste verklaring heeft afgelegd en heeft Botaqualus daarom veroordeeld tot voldoening van de schuld van [eiser1] aan de ontvanger.

2.2

De ontvanger heeft bij de rechtbank verkort weergegeven gevorderd:

Primair voor recht te verklaren en vast te stellen dat de ontvanger uit hoofde van het onder Botaqualus ten laste van [eiser1] gelegde executoriale beslag een bedrag van € 965.000,-toekomt, en Botaqualus te veroordelen tot betaling en afgifte van dat bedrag vermeerderd met de wettelijke rente, de beslagkosten en de proceskosten.

Subsidiair onder meer voor recht te verklaren dat [eiser1] en Coöp REIT jegens de ontvanger onrechtmatig hebben gehandeld en hen te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van € 970.000,-.

2.3

De rechtbank heeft de primaire vorderingen toegewezen. De bedoeling van het principaal hoger beroep is dat de toegewezen vorderingen alsnog worden afgewezen. In het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep vordert de ontvanger voor het geval zijn primaire vorderingen alsnog worden afgewezen dat zijn subsidiaire vorderingen worden toegewezen.

3 Het oordeel van het hof

4 De beslissing