Home

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-08-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6521, 200.156.384/01

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-08-2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6521, 200.156.384/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Datum uitspraak
20 augustus 2015
Datum publicatie
9 september 2015
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2015:6521
Zaaknummer
200.156.384/01

Inhoudsindicatie

Relatie tussen ouders en jongmeerderjarige ernstig verstoord. Geen matiging van de onderhoudsbijdrage. Onderhoudsplicht weegt zwaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.156.384/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland C/19/103326/ FA RK 14-301)

beschikking van de familiekamer van 20 augustus 2015

inzake

[de jongmeerderjarige] ,

wonende te [A] ,

verzoeker in hoger beroep,

verder te noemen: [de jongmeerderjarige] ,

advocaat: mr. H.M. Hemmes-Boer, kantoorhoudend te Coevorden,

tegen

[de ouders] ,

wonende te [B] ,

verweerders in hoger beroep,

verder te noemen: de ouders,

advocaat: mr. V.S.A.W. Wegter, kantoorhoudend te Assen.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, van 25 juni 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 19 september 2014;

- het verweerschrift, ingekomen op 13 november 2014;

- een journaalbericht namens mr. Hemmes-Boer van 30 december 2014 met bijlagen, ingekomen op 31 december 2014.

2.2

De mondelinge behandeling heeft op 19 januari 2015 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Ter zitting is de beslissing op de zaak voor vier maanden aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen om te trachten na overleg met de behandelaar van [de jongmeerderjarige] en onder leiding van een mediator tot herstel van contacten tussen hen te komen en met elkaar tot een overeenstemming te komen over een door de ouders te betalen onderhoudsbijdrage voor [de jongmeerderjarige] . Het hof heeft partijen verzocht om na ommekomst van die termijn te berichten over de stand van zaken en op welke punten al dan niet overeenstemming is bereikt en heeft aangegeven dat het hof daarna voor zover nog nodig in beginsel zonder nadere mondelinge behandeling zal beslissen.

2.3

Bij brief van 2 februari 2015 met bijlagen heeft mr. Hemmes-Boer het hof verzocht om uitspraak te doen omdat de psycholoog de toenadering tussen [de jongmeerderjarige] en de ouders op dit moment niet adviseert en contactherstel vooralsnog niet haalbaar is.

2.4

Bij journaalbericht van 12 februari 2015 heeft mr. Wegter verzocht om nog schriftelijk te mogen reageren op de stukken die [de jongmeerderjarige] na de mondelinge behandeling heeft ingebracht. Het hof heeft mr. Wegter in de gelegenheid gesteld om te reageren op de brief van 2 februari 2015 van mr. Hemmes-Boer. Dat heeft mr. Wegter gedaan in een brief van 27 februari 2015. Daarin heeft mr. Wegter verzocht de zaak aan te houden en partijen te instrueren zich tot een mediator te wenden.

2.5

Omdat [de jongmeerderjarige] heeft verzocht om een uitspraak en gelet op de door hem ingebrachte brief van zijn GZ-psycholoog [C] die toenadering op dit moment niet adviseert, zal het hof het verzoek van mr. Wegter niet inwilligen. Het hof zal partijen niet verwijzen naar mediation, maar thans een beslissing geven op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting van 19 januari 2015. Dat laat overigens onverlet dat het partijen vrij staat om alsnog in onderling overleg tot andersluidende afspraken te komen, en daarbij al dan niet een mediator in te schakelen.

3 De vaststaande feiten

3.1

De ouders zijn de moeder en stiefvader van [de jongmeerderjarige] , die geboren is [in] 1995. [de jongmeerderjarige] woont thans bij de ouders van zijn vriendin.

3.2

[de jongmeerderjarige] heeft op 7 februari 2014 een verzoekschrift ingediend waarin hij heeft verzocht te bepalen dat zijn ouders met ingang van 28 november 2013 dan wel per datum van de indiening van het verzoekschrift, een bijdrage dienen te voldoen in de kosten van zijn levensonderhoud en studie van € 412,- per maand, dan wel een bedrag dat de rechtbank juist acht.

3.3

De rechtbank heeft in de bestreden beschikking die bijdrage op nihil gesteld. [de jongmeerderjarige] is tegen die beschikking in hoger beroep gekomen en heeft verzocht de beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de ouders met ingang van de datum van indiening van het inleidend verzoekschrift een bijdrage dienen te voldoen in zijn kosten van levensonderhoud en studie van € 412,- per maand, dan wel een zodanige bijdrage en met ingang van een dusdanige datum als het hof juist acht.

4 De motivering van de beslissing

5 De slotsom

6 De beslissing