Home

NOTULEN#Dinsdag, 11 december 2007

NOTULEN#Dinsdag, 11 december 2007

18.12.2008

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CE 323/21


NOTULEN

(2008/C 323 E/02)

VERLOOP VAN DE VERGADERING

VOORZITTER: Miguel Ángel MARTÍNEZ MARTÍNEZ

Ondervoorzitter

1. Opening van de vergadering

De vergadering wordt om 09.05 uur geopend.

2. Besluit inzake toepassing van de urgentieprocedure

Verzoek om toepassing van de urgentieprocedure (artikel 134 van het Reglement) van de Raad voor:

Voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 21/2004 wat betreft de datum van invoering van de elektronische identificatie van schapen en geiten [COM(2007)0710 — C6-0448/2007 — 2007/0244(CNS)].

Rapporteur: Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf voor de Commissie AGRI (A6-0501/2007)

Het woord wordt gevoerd door Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf (rapporteur), namens de Commissie AGRI.

Het verzoek om urgentverklaring wordt ingewilligd.

Dit punt wordt ingeschreven op de agenda van de vergadering van woensdag 12.12.2007.

Stemming: punt 6.5 van de notulen van 13.12.2007.

3. Debat over gevallen van schending van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat (bekendmaking van de ingediende ontwerpresoluties)

De navolgende leden of fracties hebben overeenkomstig artikel 115 van het Reglement voor de hiernavolgende ontwerpresoluties verzoeken ingediend om het houden van een debat:

I.

OOST-TSJAAD

Ryszard Czarnecki, Adam Bielan, Ewa Tomaszewska, Hanna Foltyn-Kubicka, Eugenijus Maldeikis, Ģirts Valdis Kristovskis en Mieczysław Edmund Janowski, namens de UEN-Fractie, over de recente ongeregeldheden in Oost-Tsjaad en de dringende noodzaak van een militaire operatie EUFOR/Tsjaad/CAR (B6-0527/2007);

Tobias Pflüger, Mary Lou McDonald, Willy Meyer Pleite en Marco Rizzo, namens de GUE/NGLFractie, over de recente ongeregeldheden in Oost-Tsjaad (B6-0529/2007);

Colm Burke, Charles Tannock, Laima Liucija Andrikienė, Bernd Posselt en Eija-Riitta Korhola, over Oost-Tsjaad (B6-0533/2007);

Pasqualina Napoletano, Marie-Arlette Carlotti, Ana Maria Gomes, Alain Hutchinson, Glenys Kinnock en Josep Borrell Fontelles, namens de PSE-Fractie, over de recente ongeregeldheden in Oost-Tsjaad en de dringende noodzaak van een militaire operatie EUFOR/Tsjaad/CAR (B6-0535/2007);

Thierry Cornillet en Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie, over de recente ongeregeldheden in Oost-Tsjaad en de dringende noodzaak van een militaire operatie EUFOR/Tsjaad/CAR (B6-0536/2007);

Raül Romeva i Rueda en Marie Anne Isler Béguin, namens de Verts/ALE-Fractie, over Oost-Tsjaad (B6-0541/2007);

II.

VROUWENRECHTEN IN SAOEDI-ARABIË

Roberta Angelilli, Mogens N.J. Camre, Adam Bielan, Ryszard Czarnecki, Gintaras Didžiokas en Brian Crowley, namens de UEN-Fractie, over vrouwenrechten in Saoedi-Arabië (B6-0526/2007);

Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie, over vrouwenrechten in Saoedi-Arabië (B6-0530/2007);

Avril Doyle, Charles Tannock, Laima Liucija Andrikienë, Bernd Posselt, Eija-Riitta Korhola en Colm Burke, namens de PPE-DE-Fractie, over vrouwenrechten in Saoedi-Arabië (B6-0534/2007);

Marios Matsakis, Karin Riis-Jørgensen en Frédérique Ries, namens de ALDE-Fractie, over vrouwenrechten in Saoedi-Arabië (B6-0537/2007);

Raül Romeva i Rueda, Hiltrud Breyer en Jill Evans, namens de Verts/ALE-Fractie, over Saoedi-Arabië (B6-0539/2007);

Pasqualina Napoletano, Lilli Gruber, Ana Maria Gomes en Elena Valenciano Martínez-Orozco, namens de PSE-Fractie, over vrouwenrechten in Saoedi-Arabië (B6-0540/2007);

III.

GERECHTIGHEID VOOR TROOSTVROUWEN

Jean Lambert, Raül Romeva i Rueda en Hiltrud Breyer, namens de Verts/ALE-Fractie, over troostvrouwen (B6-0525/2007);

Eva-Britt Svensson, namens de GUE/NGL-Fractie, over troostvrouwen (B6-0528/2007);

Konrad Szymañski, Wojciech Roszkowski, Ryszard Czarnecki, Ewa Tomaszewska en Brian Crowley, namens de UEN-Fractie, over troostvrouwen (B6-0531/2007);

Sophia in 't Veld en Marios Matsakis, namens de ALDE-Fractie, over troostvrouwen (B6-0538/2007).

De spreektijd zal worden verdeeld overeenkomstig artikel 142 van het Reglement.

4. Wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2008 (ingediende ontwerpresoluties)

Het debat heeft op 13.11.2007 plaatsgevonden (punt 4 van de notulen van 13.11.2007).

Hartmut Nassauer en Joseph Daul, namens de PPE-DE-Fractie, over het wetgevings- en werkprogramma 2008 (B6-0500/2007);

Pierre Jonckheer, Monica Frassoni en Daniel Cohn-Bendit, namens de Verts/ALE-Fractie, over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2008 (B6-0501/2007);

Martin Schulz en Hannes Swoboda, namens de PSE-Fractie, over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2008 (B6-0502/2007);

Silvana Koch-Mehrin, Diana Wallis en Graham Watson, namens de ALDE-Fractie, over het wetgevingsen werkprogramma van de Commissie voor 2008 (B6-0504/2007);

Brian Crowley, Cristiana Muscardini, Adam Bielan, Guntars Krasts, Gintaras Didžiokas, Roberta Angelilli, Janusz Wojciechowski, Ryszard Czarnecki, Konrad Szymański, Mieczysław Edmund Janowski en Mario Borghezio, namens de UEN-Fractie, over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2008 (B6-0506/2007);

Francis Wurtz, namens de GUE/NGL-Fractie, over het wetgevings- en werkprogramma van de Commissie voor 2008 (B6-0508/2007).

Stemming: punt 6.1 van de notulen van 12.12.2007.

5. Economische partnerschapsovereenkomsten (ingediende ontwerpresoluties)

Het debat heeft op 28.11.2007 plaatsgevonden (punt 17 van de notulen van 28.11.2007).

Ontwerpresoluties ingediend overeenkomstig artikel 103, lid 2 van het Reglement, tot besluit van het debat:

Robert Sturdy en Maria Martens, namens de PPE-DE-Fractie, over economische partnerschapsovereenkomsten (B6-0497/2007)

Harlem Désir en Pasqualina Napoletano, namens de PSE-Fractie, Helmuth Markov, Vittorio Agnoletto, Luisa Morgantini, Jens Holm, Gabriele Zimmer en Miguel Portas, namens de GUE/NGL-Fractie, Frithjof Schmidt, Marie-Hélène Aubert, Carl Schlyter en Raül Romeva i Rueda, namens de Verts/ALE-Fractie, over economische partnerschapsovereenkomsten (B6-0498/2007)

Gianluca Susta, Thierry Cornillet en Danutė Budreikaitė, namens de ALDE-Fractie over economische partnerschapsovereenkomsten (B6-0499/2007);

Cristiana Muscardini, Ryszard Czarnecki, Adam Bielan en Janusz Wojciechowski, namens de UENFractie, over economische partnerschapsovereenkomsten (B6-0511/2007).

Deze ontwerpresoluties vervangen ontwerpresoluties B6-0486/2007, B6-0488/2007, B6-0489/2007 en B6-0491/2007 die zijn ingetrokken.

Stemming: punt 6.2 van de notulen van 12.12.2007.

6. Ingekomen stukken

De volgende stukken zijn ontvangen:

1)

van Raad en Commissie:

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de installatie van de verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen op twee- of driewielige motorvoertuigen (gecodificeerde versie) (COM(2007)0768 — C6-0449/2007 — 2007/0270(COD))

verwezen naar:

ten principale: JURI

Voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de bescherming van kwetsbare mariene ecosystemen op volle zee tegen de nadelige effecten van bodemvistuig (COM(2007)0605 — C6-0453/2007 — 2007/0224(CNS))

verwezen naar:

ten principale: PECH

advies: ENVI

Voorstel voor een verordening van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen (COM(2007)0602 — C6-0454/2007 — 2007/0223(CNS))

verwezen naar:

ten principale: PECH

advies: DEVE, ENVI, INTA

Voorstel voor een besluit van de Raad en de Commissie betreffende de sluiting van de stabilisatieen associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds (11568/2007 — C6-0463/2007 — 2007/0123(AVC))

verwezen naar:

ten principale: AFET

advies: INTA

Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) voor wetshandhavingsdoeleinden (COM(2007)0654 — C6-0465/2007 — 2007/0237(CNS))

verwezen naar:

ten principale: LIBE

advies: AFET, TRAN

Voorstel voor een kaderbesluit van de Raad tot wijziging van Kaderbesluit 2002/475/JBZ inzake terrorismebestrijding (COM(2007)0650 — C6-0466/2007 — 2007/0236(CNS))

verwezen naar:

ten principale: LIBE

advies: AFET, JURI

2)

van de parlementaire commissies:

2.1)

verslagen:

*** I Verslag over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de gemeenschappelijke visuminstructies aan de diplomatieke en consulaire beroepsposten in verband met de invoering van biometrische identificatiemiddelen, met inbegrip van bepalingen over de organisatie van de inontvangstneming en de behandeling van visumaanvragen (COM(2006)0269 — C6-0166/2006 — 2006/0088(COD)) — Commissie LIBE

Rapporteur: Baroness Sarah Ludford (A6-0459/2007)

Verslag over het 23ste jaarlijks verslag van de Commissie over de controle op de toepassing van het Gemeenschapsrecht (2005) (2006/2271(INI)) — Commissie JURI

Rapporteur: Monica Frassoni (A6-0462/2007)

*** Aanbeveling betreffende het voorstel voor een besluit van de Raad en de Commissie betreffende de sluiting van de stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds (11568/2007 — C6-0463/2007 — 2007/0123(AVC)) — Commissie AFET

Rapporteur: Marcello Vernola (A6-0498/2007)

Verslag over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad over het gebruik van het flexibiliteitsinstrument (COM(2007)0786 — C6-0450/2007 — 2007/2273(ACI)) — Commissie BUDG

Rapporteur: Reimer Böge (A6-0499/2007)

Verslag over het gewijzigde voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer ten aanzien van het meerjarig financieel kader (COM(2007)0783 — C6-0321/2007 — 2007/2213(ACI)) — Commissie BUDG

Rapporteur: Reimer Böge (A6-0500/2007)

* Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 21/2004 wat betreft de datum van invoering van de elektronische identificatie van schapen en geiten (COM(2007)0710 — C6-0448/2007 — 2007/0244(CNS)) — Commissie AGRI

Rapporteur: Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf (A6-0501/2007)

3)

van de leden:

3.1)

ontwerpresoluties (artikel 113 van het Reglement):

Jana Bobošíková. Ontwerpresolutie over de noodzaak van ratificatie van het Hervormingsverdrag van Lissabon via een referendum (B6-0430/2007)

verwezen naar:

ten principale: AFCO

7. Gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt * (debat)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt en tot wijziging van een aantal verordeningen [COM(2007)0372 — C6-0254/2007 — 2007/0138(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Giuseppe Castiglione (A6-0477/2007)

Het woord wordt gevoerd door Mariann Fischer Boel (lid van de Commissie).

Giuseppe Castiglione leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Elisabeth Jeggle, namens de PPE-DE-Fractie, Katerina Batzeli, namens de PSEFractie, Jorgo Chatzimarkakis, namens de ALDE-Fractie, Sergio Berlato, namens de UEN-Fractie, Friedrich- Wilhelm Graefe zu Baringdorf, namens de Verts/ALE-Fractie, Vincenzo Aita, namens de GUE/NGL-Fractie, Vladimír Železný, namens de IND/DEM-Fractie, Peter Baco, niet-ingeschrevene, Esther Herranz García, Luis Manuel Capoulas Santos, Donato Tommaso Veraldi, Andrzej Tomasz Zapałowski, Marie-Hélène Aubert, Ilda Figueiredo, Jean-Claude Martinez, Agnes Schierhuber, Rosa Miguélez Ramos, Anne Laperrouze, Mikel Irujo Amezaga, Diamanto Manolakou en Dimitar Stoyanov.

VOORZITTER: Luisa MORGANTINI

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Ioannis Gklavakis, Vincenzo Lavarra, Olle Schmidt, Adamos Adamou, Struan Stevenson, Gilles Savary, Astrid Lulling, Bogdan Golik, Béla Glattfelder, Csaba Sándor Tabajdi, Czesław Adam Siekierski, Christa Prets, Oldřich Vlasák, Gábor Harangozó, Zita Pleštinská, Christine De Veyrac en Mariann Fischer Boel.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 3.11 van de notulen van 12.12.2007.

8. Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) * (debat)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) [COM(2007)0484 — C6-0283/2007 — 2007/0177(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Jan Mulder (A6-0470/2007)

Het woord wordt gevoerd door Mariann Fischer Boel (lid van de Commissie).

Jan Mulder leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Mairead McGuinness, namens de PPE-DE-Fractie, Bernadette Bourzai, namens de PSE-Fractie, Nathalie Griesbeck, namens de ALDE-Fractie, Janusz Wojciechowski, namens de UEN-Fractie, Friedrich-Wilhelm Graefe zu Baringdorf, namens de Verts/ALE-Fractie, Jacky Hénin, namens de GUE/NGL-Fractie, Jeffrey Titford, namens de IND/DEM-Fractie, Jim Allister, niet-ingeschrevene, James Nicholson, Francesco Ferrari, Seán Ó Neachtain, Maria Petre, Czesław Adam Siekierski en Mariann Fischer Boel.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 9.21 van de notulen van 11.12.2007.

(In afwachting van de stemmingen wordt de vergadering om 11.25 uur onderbroken en om 11.30 uur hervat.)

VOORZITTER: Martine ROURE

Ondervoorzitter

9. Stemmingen

Nadere bijzonderheden betreffende de uitslagen van de stemmingen (amendementen, aparte stemmingen, stemmingen in onderdelen, ...) zijn opgenomen in de bijlage „Stemmingsuitslagen” bij de notulen.

9.1. Wijziging van de overeenkomst EG/Marokko inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van een protocol tot wijziging van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie [COM(2007)0497 — C6-0329/2007 — 2007/0183(CNS)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Paolo Costa (A6-0457/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 1)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0578)

9.2. Wijziging van de overeenkomsten met Georgië, Libanon, de Maldiven, Moldavië, Singapore en Uruguay inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van protocollen tot wijziging van de Overeenkomsten inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Gemeenschap en de

regering van Georgië,

de Republiek Libanon,

de Republiek der Maldiven,

de Republiek Moldavië,

de regering van de Republiek Singapore en de

Republiek ten oosten van de Uruguay

teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië tot de Europese Unie [COM(2007)0366 — C6-0265/2007 — 2007/0125(CNS)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Paolo Costa (A6-0456/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 2)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0579)

9.3. Aanpassing van bijlage VIII bij de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een besluit van de Raad tot aanpassing van bijlage VIII bij de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië [COM(2007)0594 — C6-0405/2007 — 2007/0217(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Neil Parish (A6-0455/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 3)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0580)

9.4. Controle bij de uitvoer van landbouwproducten die in aanmerking komen voor restituties of andere bedragen * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 386/90 inzake de controle bij de uitvoer van landbouwproducten die in aanmerking komen voor restituties of andere bedragen [COM(2007)0489 — C6-0282/2007 — 2007/0178(CNS)] — Commissie begrotingscontrole.

Rapporteur: Herbert Bösch (A6-0478/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 4)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0581)

9.5. Sleepinrichting en achteruitrijinrichting van landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen (gecodificeerde versie) *** I (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sleepinrichting en de achteruitrijinrichting van landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen (gecodificeerde versie) [COM(2007)0319 — C6-0175/2007 — 2007/0117(COD)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Hans-Peter Mayer (A6-0474/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 5)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0582)

9.6. Niet-automatische weegwerktuigen (gecodificeerde versie) *** I (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende niet-automatische weegwerktuigen (gecodificeerde versie) [COM(2007)0446 — C6-0241/2007 — 2007/0164(COD)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Hans-Peter Mayer (A6-0473/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 6)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0583)

9.7. Maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders (gecodificeerde versie) * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening (Euratom) van de Raad tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar (gecodificeerde versie) [COM(2007)0302 — C6-0205/2007 — 2007/0103(CNS)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Hans-Peter Mayer (A6-0475/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 7)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0584)

9.8. Minimumnormen ter bescherming van kalveren (gecodificeerde versie) * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (gecodificeerde versie) [COM(2006)0258 — C6-0200/2006 — 2006/0097(CNS)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Francesco Enrico Speroni (A6-0476/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 8)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0585)

9.9. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (herschikking) * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (herschikking) [COM(2007)0031 — C6-0093/2007 — 2007/0014(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Ioannis Gklavakis (A6-0480/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 9)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Ioannis Gklavakis (rapporteur) legt overeenkomstig artikel 131, lid 4 van het Reglement een verklaring af.

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0586)

9.10. Tijdelijke bepalingen inzake btw-tarieven * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft enkele tijdelijke bepalingen inzake btw-tarieven [COM(2007)0381 — C6-0253/2007 — 2007/0136(CNS)] — Commissie economische en monetaire zaken.

Rapporteur: Ieke van den Burg (A6-0469/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 10)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Pervenche Berès (voorzitter van de Commissie ECON) legt overeenkomstig artikel 131, lid 4 van het Reglement een verklaring af.

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0587)

9.11. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen [COM(2007)0243 — C6-0172/2007 — 2007/0088(CNS)] — Commissie industrie, onderzoek en energie.

Rapporteur: Gianni De Michelis (A6-0484/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 11)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0588)

9.12. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC [COM(2007)0356 — C6-0275/2007 — 2007/0122(CNS)] — Commissie industrie, onderzoek en energie.

Rapporteur: Nikolaos Vakalis (A6-0486/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 12)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0589)

9.13. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen [COM(2007)0241 — C6-0171/2007 — 2007/0089(CNS)] — Commissie industrie, onderzoek en energie.

Rapporteur: Françoise Grossetête (A6-0479/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 13)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0590)

9.14. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky * (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky [COM(2007)0315 — C6-0226/2007 — 2007/0118(CNS)] — Commissie industrie, onderzoek en energie.

Rapporteur: Lena Ek (A6-0483/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 14)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE, AMENDEMENTEN en ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0591)

9.15. Groenboek: Diplomatieke en consulaire bescherming van EU-burgers in derde landen (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag Groenboek: Diplomatieke en consulaire bescherming van EU-burgers in derde landen [2007/2196(INI)] — Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.

Rapporteur: Ioannis Varvitsiotis (A6-0454/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 15)

ONTWERPRESOLUTIE

Ioannis Varvitsiotis (rapporteur) legt overeenkomstig artikel 131, lid 4 van het Reglement een verklaring af.

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0592)

9.16. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007 (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Verslag over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, Afdeling III — Commissie [15715/2007 — C6-0434/2007 — 2007/2237(BUD)] — Begrotingscommissie.

Rapporteur: James Elles (A6-0493/2007)

(Gekwalificeerde meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 16)

ONTWERPRESOLUTIE

Aangenomen bij één enkele stemming (P6_TA(2007)0593)

9.17. Eenvoudige en papierloze omgeving voor de douanediensten en de marktdeelnemers *** II (artikel 131 van het Reglement) (stemming)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende een eenvoudige en papierloze omgeving voor douanediensten en de marktdeelnemers [08520/4/2007 — C6-0267/2007 — 2005/0247(COD)] — Commissie interne markt en consumentenbescherming.

Rapporteur: Christopher Heaton-Harris (A6-0466/2007)

(Gekwalificeerde meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 17)

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE RAAD

Goedgekeurd (P6_TA(2007)0594)

9.18. Communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu *** II (stemming)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) [09388/2/2007 — C6-0261/2007 — 2005/0211(COD)] — Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.

Rapporteur: Marie-Noëlle Lienemann (A6-0389/2007)

(Gekwalificeerde meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 18)

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE RAAD

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2007)0595)

9.19. Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa *** II (stemming)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa [16477/1/2006 — C6-0260/2007 — 2005/0183(COD)] — Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid.

Rapporteur: Holger Krahmer (A6-0398/2007)

(Gekwalificeerde meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 19)

GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VAN DE RAAD

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2007)0596)

9.20. Interoperabiliteit van het communautair spoorwegsysteem (herschikking) *** I (stemming)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het communautaire spoorwegsysteem (herschikking) [COM(2006)0783 — C6-0474/2006 — 2006/0273(COD)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Josu Ortuondo Larrea (A6-0345/2007)

Het debat heeft op 28.11.2007 plaatsgevonden (punt 18 van de notulen van 28.11.2007).

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 20)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2007)0597)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2007)0597)

9.21. Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) * (stemming)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) [COM(2007)0484 — C6-0283/2007 — 2007/0177(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Jan Mulder (A6-0470/2007)

(Gewone meerderheid)

(Bijzonderheden stemming: bijlage „Stemmingsuitslagen”, punt 21)

VOORSTEL VAN DE COMMISSIE

Als geamendeerd goedgekeurd (P6_TA(2007)0598)

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE

Aangenomen (P6_TA(2007)0598)

(De vergadering wordt om 11.50 uur onderbroken en om 12.00 uur hervat.)

VOORZITTER: Hans-Gert PÖTTERING

Voorzitter

10. Uitreiking van de Sacharov-prijs (plechtige vergadering)

Van 12.00 tot 12.30 uur komt het Parlement in plechtige vergadering bijeen ter gelegenheid van de uitreiking van de Sacharov-prijs aan Salih Mahmoud Osman, Sudanees advocaat en verdediger van de oorlogsslachtoffers in Darfur.

VOORZITTER: Martine ROURE

Ondervoorzitter

11. Stemverklaringen

Schriftelijke stemverklaringen:

De schriftelijke stemverklaringen in de zin van artikel 163, lid 3 van het Reglement zijn opgenomen in het volledig verslag van deze vergadering.

Mondelinge stemverklaringen:

Verslag Françoise Grossetête — A6-0479/2007: Miroslav Mikolášik en Zuzana Roithová

Verslag Marie-Noëlle Lienemann — A6-0389/2007: Danutė Budreikaitė

Verslag Holger Krahmer — A6-0398/2007: Ryszard Czarnecki en Zuzana Roithová

12. Rectificaties stemgedrag/Voorgenomen stemgedrag

De rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag staan op de website „Séance en direct”, „Résultats des votes (appels nominaux)/Result of votes (Roll-call votes)” en in de gedrukte versie van bijlage „Uitslag van de hoofdelijke stemmingen”.

De elektronische versie op Europarl zal regelmatig tot uiterlijk twee weken na de dag van stemming worden bijgewerkt.

Na het verstrijken van deze termijn zal de lijst van rectificaties stemgedrag/voorgenomen stemgedrag worden gesloten met het oog op vertaling en publicatie in het Publicatieblad.

Christopher Beazley heeft laten weten dat zijn stemapparaat niet werkte tijdens de stemming over het verslag Ieke van den Burg — A6-0469/2007.

(De vergadering wordt om 12.40 uur onderbroken en om 15.00 uur hervat.)

VOORZITTER: Miguel Ángel MARTÍNEZ MARTÍNEZ

Ondervoorzitter

13. Goedkeuring van de notulen van de vorige vergadering

Ioan Mircea Paşcu, André Laignel en Wolfgang Kreissl-Dörfler hebben laten weten dat zij weliswaar aanwezig waren, maar dat hun naam niet op de presentielijst staat.

De notulen van de vorige vergadering worden goedgekeurd.

14. Ontwerp van algemene begroting 2008, zoals gewijzigd door de Raad (alle afdelingen) (debat)

Verslag over het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, zoals gewijzigd door de Raad (alle afdelingen) [15717/2007 — C6-0436/2007 — 2007/2019(BUD) — 2007/2019B(BUD)] en de nota's van wijzigingen nrs. 1/2008 [13659/2007 — C6-0341/2007] en 2/2008 [15716/2007 — C6 0435/2007] op de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2008, Afdeling I — Europees Parlement, Afdeling II — Raad, Afdeling III — Commissie, Afdeling IV — Hof van Justitie, Afdeling V — Rekenkamer, Afdeling VI — Europees Economisch en Sociaal Comité, Afdeling VII — Comité van de regio's, Afdeling VIII — Europese Ombudsman, — Afdeling IX — Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming — Begrotingscommissie. Co-rapporteurs: Kyösti Virrankoski en Ville Itälä (A6-0492/2007)

Ville Itälä en Kyösti Virrankoski leiden hun verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Emanuel Santos (fungerend voorzitter van de Raad) en Dalia Grybauskaitė (lid van de Commissie).

Het woord wordt gevoerd door Richard James Ashworth, namens de PPE-DE-Fractie, Catherine Guy-Quint, namens de PSE-Fractie, Anne E. Jensen, namens de ALDE-Fractie, Wiesław Stefan Kuc, namens de UENFractie, Helga Trüpel, namens de Verts/ALE-Fractie, Esko Seppänen, namens de GUE/NGL-Fractie, Nils Lundgren, namens de IND/DEM-Fractie, Sergej Kozlík, niet-ingeschrevene, Salvador Garriga Polledo, Jutta Haug, Gérard Deprez, Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, Hans-Peter Martin, Reimer Böge, Vladimír Maňka, Nathalie Griesbeck, László Surján, Jan Mulder en Janusz Lewandowski.

VOORZITTER: Marek SIWIEC

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Ingeborg Gräßle, Monica Maria Iacob-Ridzi, Margaritis Schinas, Simon Busuttil en Emanuel Santos.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 6.2 van de notulen van 13.12.2007.

15. Jaarverslag van de Europese Unie over de mensenrechten (debat)

Verklaringen van de Raad en de Commissie: Jaarverslag van de Europese Unie over de mensenrechten

Manuel Lobo Antunes (fungerend voorzitter van de Raad) en Benita Ferrero-Waldner (lid van de Commissie) leggen de verklaringen af.

VOORZITTER: Manuel António dos SANTOS

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Laima Liucija Andrikienė, namens de PPE-DE-Fractie, Raimon Obiols i Germà, namens de PSE-Fractie, Sarah Ludford, namens de ALDE-Fractie, Konrad Szymański, namens de UEN-Fractie, Hélène Flautre, namens de Verts/ALE-Fractie, Patrick Louis, namens de IND/DEM-Fractie, Philip Claeys, niet-ingeschrevene, Ari Vatanen, Józef Pinior, Anneli Jäätteenmäki, Hanna Foltyn-Kubicka, Milan Horáček, Roberta Alma Anastase, Richard Howitt, Ewa Tomaszewska, Ana Maria Gomes, Genowefa Grabowska, Manuel Lobo Antunes en Benita Ferrero-Waldner.

Het debat wordt gesloten.

16. Tweede Top EU/Afrika (Lissabon, 8 en 9 december 2007) (debat)

Verklaringen van de Raad en de Commissie: Tweede Top EU/Afrika (Lissabon, 8 en 9 december 2007)

Manuel Lobo Antunes (fungerend voorzitter van de Raad) en Louis Michel (lid van de Commissie) leggen de verklaringen af.

Het woord wordt gevoerd door Maria Martens, namens de PPE-DE-Fractie, Josep Borrell Fontelles, namens de PSE-Fractie, Thierry Cornillet, namens de ALDE-Fractie, Eoin Ryan, namens de UEN-Fractie, Marie Anne Isler Béguin, namens de Verts/ALE-Fractie, Luisa Morgantini, namens de GUE/NGL-Fractie, Gerard Batten, namens de IND/DEM-Fractie, Koenraad Dillen, niet-ingeschrevene, Luís Queiró, Alain Hutchinson, Miguel Portas, Michael Gahler, Glenys Kinnock en Gabriele Zimmer.

VOORZITTER: Diana WALLIS

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Marie-Arlette Carlotti, Ana Maria Gomes, Manuel Lobo Antunes en Louis Michel.

Het debat wordt gesloten.

17. Vragenuur (vragen aan de Commissie)

Het Parlement behandelt een reeks vragen aan de Commissie (B6-0384/2007).

Eerste deel

Vraag 34 (Lambert van Nistelrooij): Energie — Wereldhandelsorganisatie.

Günter Verheugen (vice-voorzitter van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Lambert van Nistelrooij, Paul Rübig en Jörg Leichtfried.

Vraag 35 (Justas Vincas Paleckis): Model voor duurzame stadsontwikkeling.

Günter Verheugen beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Justas Vincas Paleckis en Reinhard Rack.

Vraag 36 (Karin Riis-Jørgensen): Netneutraliteit in het hervormingspakket voor de telecommunicatiesector.

Viviane Reding (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Karin Riis- Jørgensen, Malcolm Harbour en Paul Rübig.

Tweede deel

Vraag 37 (Colm Burke): Europees Handvest voor kleine ondernemingen.

Günter Verheugen beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Colm Burke en Malcolm Harbour.

Vraag 38 (Jim Higgins): Lawaaioverlast motorvoertuigen.

Günter Verheugen beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Jim Higgins, Hubert Pirker en Margarita Starkevičiūtė.

Vraag 39 zal schriftelijk worden beantwoord.

Vraag 40 (Giovanna Corda): Liberalisering van de energiemarkt in het belang van de consumenten.

Andris Piebalgs (lid van de Commissie) beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Giovanna Corda, Teresa Riera Madurell en Danutė Budreikaitė.

Vraag 41 komt te vervallen, aangezien de steller ervan afwezig is.

Vraag 42 (Bernd Posselt): Energiesamenwerking in Zuid-Oost-Europa.

Andris Piebalgs beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Bernd Posselt en Danutė Budreikaitė.

Vraag 43 (Mairead McGuinness): Integratie van Ierland in de energiemarkt van de EU.

Andris Piebalgs beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vraag van Jim Higgins (ter vervanging van de auteur).

De vragen 44 t/m 52 zullen schriftelijk worden beantwoord.

Vraag 53 (Georgios Papastamkos): EU-financiering voor Europese milieu-NGO's.

Andris Piebalgs beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Georgios Papastamkos en Jörg Leichtfried.

Vraag 54 (Claude Moraes): Afvalcriminaliteit/bescherming van het milieu door middel van het strafrecht.

Andris Piebalgs beantwoordt de vraag alsmede de aanvullende vragen van Claude Moraes en Reinhard Rack.

Vraag 55 (Dimitrios Papadimoulis): Afvalverwerkingsinstallaties in Griekenland.

Andris Piebalgs beantwoordt de vraag alsmede een aanvullende vraag van Dimitrios Papadimoulis.

De vragen 67 en 83 zijn niet ontvankelijk.

De vragen 56 t/m 66, 68 t/m 82 en 84 t/m 90 zullen schriftelijk worden beantwoord.

De vragen die wegens tijdgebrek niet zijn beantwoord, zullen schriftelijk worden beantwoord (zie Bijlage bij het Volledig verslag van de vergadering).

Het vragenuur aan de Commissie wordt gesloten.

(De vergadering wordt om 20.10 uur onderbroken en om 21.05 uur hervat.)

VOORZITTER: Rodi KRATSA-TSAGAROPOULOU

Ondervoorzitter

18. Gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart, Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart *** II (debat)

Aanbeveling voor de tweede lezing betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG [10537/3/2007 — C6-0353/2007 — 2005/0228(COD)] — Commissie vervoer en toerisme.

Rapporteur: Jörg Leichtfried (A6-0482/2007)

Jörg Leichtfried licht de aanbeveling voor de tweede lezing toe.

Het woord wordt gevoerd door Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie).

Het woord wordt gevoerd door Zsolt László Becsey, namens de PPE-DE-Fractie, Inés Ayala Sender, namens de PSE-Fractie, Arūnas Degutis, namens de ALDE-Fractie, Mieczysław Edmund Janowski, namens de UENFractie, Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie, Jaromír Kohlíček, namens de GUE/NGL-Fractie, Philip Bradbourn, Ulrich Stockmann, Kyriacos Triantaphyllides, Reinhard Rack, Silvia-Adriana Ţicău, Timothy Kirkhope en Jacques Barrot.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 3.8 van de notulen van 12.12.2007.

19. Eurovignet (debat)

Mondelinge vraag (O-0072/2007) van Paolo Costa, namens de Commissie TRAN, aan de Commissie: Richtlijn 2006/38/EG betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen (Eurovignet), artikel 11, tussentijdse balans van de beoordeling betreffende het opnemen van interne en sociale kosten (B6-0386/2007)

Silvia-Adriana Ţicău (ter vervanging van de auteur) licht de mondelinge vraag toe.

Jacques Barrot (vice-voorzitter van de Commissie) beantwoordt de vraag

Het woord wordt gevoerd door Georg Jarzembowski, namens de PPE-DE-Fractie, Ulrich Stockmann, namens de PSE-Fractie, Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie, Reinhard Rack, Inés Ayala Sender, Jörg Leichtfried en Jacques Barrot.

Het debat wordt gesloten.

*

* *

Het woord wordt gevoerd door Jörg Leichtfried over de vertolking.

20. Voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten * (debat)

Verslag over het voorstel voor een verordening van de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen [COM(2007)0268 — C6-0203/2007 — 2007/0095(CNS)] — Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling.

Rapporteur: Bogdan Golik (A6-0461/2007)

Het woord wordt gevoerd door Mariann Fischer Boel (lid van de Commissie).

Bogdan Golik leidt het verslag in.

VOORZITTER: Luisa MORGANTINI

Ondervoorzitter

Het woord wordt gevoerd door Pilar Ayuso, namens de PPE-DE-Fractie, Silvia-Adriana Ţicău, namens de PSE-Fractie, Nils Lundgren, namens de IND/DEM-Fractie, en Mariann Fischer Boel.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 3.6 van de notulen van 12.12.2007.

21. Wijziging richtlijn inzake de rechtsbescherming van modellen *** I (debat)

Verslag over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 98/71/EG inzake de rechtsbescherming van modellen [COM(2004)0582 — C6-0119/2004 — 2004/0203(COD)] — Commissie juridische zaken.

Rapporteur: Klaus-Heiner Lehne (A6-0453/2007)

Het woord wordt gevoerd door Charlie McCreevy (lid van de Commissie).

Klaus-Heiner Lehne leidt het verslag in.

Het woord wordt gevoerd door Wolf Klinz (rapporteur voor advies van de Commissie ECON), Manuel Medina Ortega (rapporteur voor advies van de Commissie IMCO), Piia-Noora Kauppi, namens de PPE-DEFractie, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, namens de PSE-Fractie, Alexander Lambsdorff, namens de ALDE-Fractie, Marcin Libicki, namens de UEN-Fractie, Eva Lichtenberger, namens de Verts/ALE-Fractie, Daniel Strož, namens de GUE/NGL-Fractie, Christoph Konrad, Leopold Józef Rutowicz, Malcolm Harbour, Jean-Paul Gauzès, Marianne Thyssen, Jacques Toubon, Christian Rovsing en Charlie McCreevy.

Het debat wordt gesloten.

Stemming: punt 3.10 van de notulen van 12.12.2007.

22. Agenda van de volgende vergadering

De agenda voor de vergadering van morgen is vastgesteld (PE 398.771/OJME).

23. Sluiting van de vergadering

De vergadering wordt om 23.40 uur gesloten.

Harald Rømer

Secretaris-generaal

Mechtild Rothe

Ondervoorzitter


PRESENTIELIJST

Ondertekend door:

Adamou, Agnoletto, Aita, Albertini, Allister, Anastase, Andersson, Andrejevs, Andria, Andrikienė, Angelakas, Angelilli, Antoniozzi, Arif, Arnaoutakis, Ashworth, Assis, Atkins, Attard-Montalto, Attwooll, Aubert, Audy, Auken, Ayala Sender, Ayuso, Baco, Badia i Cutchet, Baeva, Barón Crespo, Barsi-Pataky, Batten, Batzeli, Bauer, Beaupuy, Beazley, Becsey, Beer, Belder, Belet, Belohorská, Bennahmias, Berend, Berès, Berlato, Berlinguer, Berman, Bielan, Binev, Birutis, Bloom, Bobošíková, Bodu, Böge, Bösch, Bonde, Bono, Bonsignore, Booth, Borghezio, Borrell Fontelles, Bossi, Boştinaru, Botopoulos, Bourlanges, Bourzai, Bowis, Bowles, Bozkurt, Bradbourn, Braghetto, Brejc, Brepoels, Breyer, Březina, Brie, Brok, Brunetta, Budreikaitė, van Buitenen, Buitenweg, Bulfon, Bullmann, Bulzesc, Burke, Bushill-Matthews, Busk, Buşoi, Busuttil, Cabrnoch, Calabuig Rull, Callanan, Camre, Capoulas Santos, Cappato, Carlotti, Carlshamre, Carnero González, Carollo, Casa, Casaca, Cashman, Casini, Caspary, Castex, Castiglione, Catania, Cavada, Cederschiöld, Cercas, Chatzimarkakis, Chichester, Chiesa, Chmielewski, Christensen, Chruszcz, Chukolov, Claeys, Clark, Cocilovo, Coelho, Cohn-Bendit, Corbett, Corbey, Corda, Corlăţean, Cornillet, Paolo Costa, Cottigny, Coûteaux, Cramer, Corina Creţu, Gabriela Creţu, Crowley, Csibi, Marek Aleksander Czarnecki, Ryszard Czarnecki, Dăianu, Daul, David, De Blasio, Degutis, De Keyser, Demetriou, De Michelis, Deprez, De Rossa, De Sarnez, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, De Vits, Díaz de Mera García Consuegra, Dičkutė, Didžiokas, Dillen, Dimitrakopoulos, Dobolyi, Donnici, Doorn, Douay, Dover, Drčar Murko, Duchoň, Dührkop Dührkop, Duff, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, El Khadraoui, Elles, Esteves, Ettl, Jill Evans, Jonathan Evans, Robert Evans, Färm, Fajmon, Falbr, Farage, Fatuzzo, Fava, Fazakas, Ferber, Fernandes, Fernández Martín, Ferrari, Anne Ferreira, Figueiredo, Filip, Flasarová, Flautre, Foglietta, Foltyn-Kubicka, Fontaine, Ford, Fourtou, Fraga Estévez, França, Frassoni, Friedrich, Frunzăverde, Gacek, Gahler, Gál, Gaľa, Garcés Ramón, García-Margallo y Marfil, García Pérez, Gargani, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gebhardt, Georgiou, Geremek, Geringer de Oedenberg, Gewalt, Gibault, Gierek, Giertych, Gill, Gklavakis, Glante, Glattfelder, Gobbo, Goebbels, Goepel, Golik, Gollnisch, Gomes, Gomolka, Gottardi, Grabowska, Grabowski, Graça Moura, Graefe zu Baringdorf, Gräßle, de Grandes Pascual, Grech, Griesbeck, de Groen-Kouwenhoven, Grosch, Grossetête, Guardans Cambó, Guellec, Guerreiro, Guidoni, Gurmai, Guy-Quint, Gyürk, Hänsch, Hall, Hammerstein, Hamon, Handzlik, Hannan, Harangozó, Harbour, Harkin, Hasse Ferreira, Haug, Hazan, Heaton-Harris, Hedh, Helmer, Hénin, Hennicot-Schoepges, Hennis-Plasschaert, Herczog, Herranz García, Herrero-Tejedor, Hieronymi, Higgins, Hökmark, Holm, Hołowczyc, Honeyball, Hoppenstedt, Horáček, Howitt, Hudacký, Hudghton, Hughes, Hutchinson, Hyusmenova, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, in 't Veld, Iotova, Irujo Amezaga, Isler Béguin, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jacobs, Jäätteenmäki, Jałowiecki, Janowski, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Jensen, Jöns, Jonckheer, Jouye de Grandmaison, Juknevičienė, Kacin, Kaczmarek, Kallenbach, Kamall, Karas, Karim, Kaufmann, Kauppi, Kazak, Tunne Kelam, Kilroy-Silk, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Kirkhope, Klamt, Klaß, Klinz, Knapman, Koch, Kohlíček, Konrad, Koppa, Koterec, Kozlík, Krahmer, Krasts, Kratsa-Tsagaropoulou, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kristovskis, Krupa, Kuc, Kuhne, Kušķis, Kusstatscher, Kuźmiuk, Lagendijk, Laignel, Lamassoure, Lambert, Lambrinidis, Lambsdorff, Landsbergis, Lang, De Lange, Langen, Langendries, Laperrouze, La Russa, Lauk, Lavarra, Lax, Lebech, Lechner, Le Foll, Lefrançois, Lehideux, Lehne, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Marine Le Pen, Lewandowski, Liberadzki, Libicki, Lichtenberger, Lienemann, Liese, Liotard, Lipietz, Locatelli, Lombardo, López-Istúriz White, Losco, Louis, Lucas, Ludford, Lulling, Lundgren, Lynne, Lyubcheva, Maaten, McAvan, McCarthy, McDonald, McGuinness, McMillan-Scott, Madeira, Maldeikis, Manders, Mănescu, Maňka, Thomas Mann, Manolakou, Mantovani, Marinescu, Markov, Marques, Martens, David Martin, Hans-Peter Martin, Martinez, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Maštálka, Mathieu, Mato Adrover, Matsakis, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Medina Ortega, Méndez de Vigo, Menéndez del Valle, Meyer Pleite, Miguélez Ramos, Mikko, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Mölzer, Mohácsi, Montoro Romero, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Morgantini, Morillon, Morin, Mulder, Muscardini, Muscat, Musotto, Mussolini, Musumeci, Napoletano, Nattrass, Navarro, Nechifor, Neris, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Nicholson, Nicholson of Winterbourne, Niculescu, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Obiols i Germà, Öger, Özdemir, Olajos, Olbrycht, Ó Neachtain, Onesta, Onyszkiewicz, Oomen-Ruijten, Oprea, Ortuondo Larrea, Őry, Oviir, Paasilinna, Pack, Pafilis, Pahor, Paleckis, Panayotopoulos-Cassiotou, Panayotov, Pannella, Panzeri, Papadimoulis, Paparizov, Papastamkos, Parish, Paşcu, Patriciello, Patrie, Peillon, Pęk, Alojz Peterle, Petre, Pflüger, Piecyk, Pieper, Pīks, Pinheiro, Pinior, Piotrowski, Pirilli, Pirker, Piskorski, Pistelli, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Pleštinská, Plumb, Podestà, Podimata, Podkański, Pöttering, Pohjamo, Poignant, Polfer, Pomés Ruiz, Mihaela Popa, Nicolae Vlad Popa, Portas, Posselt, Prets, Pribetich, Vittorio Prodi, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Quisthoudt-Rowohl, Rack, Radwan, Raeva, Ransdorf, Rapkay, Rasmussen, Remek, Resetarits, Reul, Ribeiro e Castro, Riera Madurell, Ries, Riis-Jørgensen, Rivera, Rizzo, Rocard, Rogalski, Roithová, Romagnoli, Romeva i Rueda, Rosati, Roszkowski, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Rovsing, Rudi Ubeda, Rübig, Rühle, Rutowicz, Ryan, Saïfi, Sakalas, Saks, Salafranca Sánchez-Neyra, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Sartori, Saryusz-Wolski, Savary, Savi, Sbarbati, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schenardi, Schierhuber, Schinas, Schlyter, Frithjof Schmidt, Olle Schmidt, Schmitt, Schöpflin, Jürgen Schröder, Schroedter, Schuth, Schwab, Seeber, Segelström, Seppänen, Severin, Siekierski, Silva Peneda, Simpson, Sinnott, Siwiec, Skinner, Škottová, Sógor, Sommer, Søndergaard, Sonik, Sornosa Martínez, Sousa Pinto, Spautz, Speroni, Staes, Staniszewska, Starkevičiūtė, Šťastný, Stauner, Stavreva, Sterckx, Stevenson, Stihler, Stockmann, Stolojan, Stoyanov, Strejček, Strož, Stubb, Sturdy, Sudre, Sumberg, Surján, Susta, Svensson, Swoboda, Szájer, Szejna, Szent-Iványi, Szymański, Tabajdi, Tajani, Takkula, Tannock, Tarand, Tatarella, Thomsen, Thyssen, Ţicău, Titford, Titley, Toia, Tőkés, Tomaszewska, Tomczak, Toubon, Trakatellis, Trautmann, Triantaphyllides, Trüpel, Turmes, Tzampazi, Uca, Ulmer, Urutchev, Vaidere, Vakalis, Vălean, Valenciano Martínez-Orozco, Vanhecke, Van Hecke, Van Lancker, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Vaugrenard, Veneto, Ventre, Veraldi, Vergnaud, Vernola, Vigenin, de Villiers, Virrankoski, Visser, Vlasák, Voggenhuber, Wagenknecht, Wallis, Walter, Watson, Henri Weber, Manfred Weber, Renate Weber, Weiler, Weisgerber, Wieland, Wiersma, Iuliu Winkler, Wise, von Wogau, Wohlin, Bernard Wojciechowski, Janusz Wojciechowski, Wortmann-Kool, Wurtz, Yáñez-Barnuevo García, Zahradil, Zaleski, Zani, Zapałowski, Zappalà, Zatloukal, Ždanoka, Zdravkova, Železný, Zieleniec, Zīle, Zimmer, Zingaretti, Zlotea, Zvěřina, Zwiefka


BIJLAGE I

STEMMINGSUITSLAGEN

Afkortingen en tekens

+

aangenomen

-

verworpen

vervallen

Ing.

ingetrokken

HS (..., ..., ...)

hoofdelijke stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

ES (..., ..., ...)

elektronische stemming (aantal stemmen vóór, aantal stemmen tegen, onthoudingen)

so

stemming in onderdelen

as

aparte stemming

am

amendement

CA

compromisamendement

DD

desbetreffend deel

S

amendement tot schrapping

=

gelijkluidende amendementen

§

paragraaf

art

artikel

overw

overweging

OR

ontwerpresolutie

GOR

gezamenlijke ontwerpresolutie

Geh. S

geheime stemming

1. Wijziging van de overeenkomst EG/Marokko inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU *

Verslag: Paolo COSTA (A6-0457/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

2. Wijziging van de overeenkomsten die zijn gesloten met Georgië, Libanon, de Maldiven, Moldavië, Singapore en Uruguay inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU *

Verslag: Paolo COSTA (A6-0456/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

3. Aanpassing van bijlage VIII bij de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië *

Verslag: Neil PARISH (A6-0455/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

4. Controle bij de uitvoer van landbouwproducten die in aanmerking komen voor restituties of andere bedragen (wijziging van Verordening (EEG) nr. 386/90 van de Raad) *

Verslag: Herbert BÖSCH (A6-0478/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

5. Sleepinrichting en achteruitrijinrichting van landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen (gecodificeerde versie) *** I

Verslag: Hans-Peter MAYER (A6-0474/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

6. Niet-automatische weegwerktuigen (gecodificeerde versie) *** I

Verslag: Hans-Peter MAYER (A6-0473/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

7. Maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders (gecodificeerde versie) *

Verslag: Hans-Peter MAYER (A6-0475/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

8. Minimumnormen ter bescherming van kalveren (gecodificeerde versie) *

Verslag: Francesco Enrico SPERONI (A6-0476/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

9. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (herschikking) *

Verslag: Ioannis GKLAVAKIS (A6-0480/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

De amendementen 3 en 27 betreffen niet alle taalversies en zijn bijgevolg niet in stemming gebracht (artikel 151, lid 1, letter d) van het Reglement)

10. Tijdelijke bepalingen inzake btw-tarieven *

Verslag: Ieke van den BURG (A6-0469/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

HS

+

582, 9,25

Verzoeken om hoofdelijke stemming

PPE-DE: eindstemming

11. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS *

Verslag: Gianni DE MICHELIS (A6-0484/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

HS

+

595, 17, 19

De amendementen 59 en 64 betreffen niet alle taalversies en zijn bijgevolg niet in stemming gebracht (artikel 151, lid 1, letter d) van het Reglement)

Verzoeken om hoofdelijke stemming

PPE-DE: eindstemming

12. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC *

Verslag: Nikolaos VAKALIS (A6-0486/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

Amendement 60 betreft niet alle taalversies en is bijgevolg niet in stemming gebracht (artikel 151, lid 1, letter d) van het Reglement)

13. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen *

Verslag: Françoise GROSSETÊTE (A6-0479/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

Amendement 58 betreft niet alle taalversies en is bijgevolg niet in stemming gebracht (artikel 151, lid 1, letter d) van het Reglement)

14. Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky *

Verslag: Lena EK (A6-0483/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

15. Groenboek: Diplomatieke en consulaire bescherming van EU-burgers in derde landen

Verslag: Ioannis VARVITSIOTIS (A6-0454/2007)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

16. Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007

Verslag: James ELLES (A6-0493/2007) (gekwalificeerde meerderheid)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

één enkele stemming

+

17. Papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven *** II

Aanbeveling voor de tweede lezing: Christopher HEATON-HARRIS (A6-0466/2007) (gekwalificeerde meerderheid)

Betreft

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Goedkeuring zonder stemming

18. EU-beleid mariene milieu *** II

Aanbeveling voor de tweede lezing: Marie-Noëlle LIENEMANN (A6-0389/2007) (gekwalificeerde meerderheid)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Compromisblok 1

7

12

44

59

64-117

commissie

PSE, PPE-DE, ALDE, UEN, Verts/ALE, GUE/NGL +Blokland

+

Blok 2 — Amendementen van de bevoegde commissie

1-6

8-11

13-43

45-58

60-63

commissie

Diversen

Johannes Blokland heeft het compromispakket uit eigen naam en niet namens de IND/DEM-Fractie ondertekend.

19. Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa *** II

Aanbeveling voor de tweede lezing: Holger KRAHMER (A6-0398/2007) (gekwalificeerde meerderheid)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Compromisblok 1

32-57

ALDE, PPE-DE, PSE, Verts/ALE, GUE/NGL, IND/DEM+UEN

HS

+

619, 33, 4

Bloc 2 — Amendementen van de bevoegde commissie

1-31

commissie

Verzoeken om hoofdelijke stemming

UEN: blok 1

20. Interoperabiliteit van het communautair spoorwegsysteem (herschikking) *** I

Verslag: Josu ORTUONDO LARREA (A6-0345/2007)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

tekst in zijn geheel

84/rev

ALDE, PPE-DE, PSE, UEN, Verts/ALE, GUE/NGL+IND/DEM

+

1-83

commissie

stemming: gewijzigd voorstel

+

stemming: wetgevingsresolutie

+

21. Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) *

Verslag: Jan MULDER (A6-0470/2007)

Betreft

Am. nr.

van

HS, enz.

Stemming

HS/ES — opmerkingen

Amendementen van de commissie ten principale — stemming en bloc

1

3-6

8-15

17

21-27

29

commissie

+

Amendementen van de commissie ten principale — aparte stemmingen

2

commissie

as/ES

+

419, 232, 8

7

commissie

as

+

18

commissie

as

+

19

commissie

as/ES

+

509, 137, 15

20

commissie

so

1

+

2

+

art 6, § 3

16

commissie

-

31

ALDE

+

Artikel 145

28

commissie

ES

+

342, 313, 1

32

ALDE

na overw 1

30

ALDE

ES

-

298, 357, 7

stemming: gewijzigd voorstel

+

stemming: wetgevingsresolutie

HS

+

635, 21, 13

Verzoeken om hoofdelijke stemming

IND/DEM: eindstemming

Verzoeken om aparte stemming

PSE: am 16

ALDE: am 19

Verts/ALE: am 2, 7, 18

Verzoeken om stemming in onderdelen

Verts/ALE

am 20

1ste deel: t/m „... desbetreffende nationale wetgeving.”

2de deel: rest


BIJLAGE II

UITSLAG VAN DE HOOFDELIJKE STEMMINGEN

1. Verslag van den Burg A6-0469/2007

Resolutie

Voor: 582

ALDE: Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Buşoi, Cappato, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Csibi, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Donnici, Duff, Ferrari, Fourtou, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, in 't Veld, Jensen, Juknevičienė, Karim, Kazak, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lebech, Lehideux, Losco, Lynne, Maaten, Manders, Mănescu, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Raeva, Resetarits, Ries, Riis-Jørgensen, Savi, Schmidt Olle, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Susta, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Weber Renate

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Hénin, Jouye de Grandmaison, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Morgantini, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Belder, Bonde, Coûteaux, Louis, Sinnott, de Villiers, Wojciechowski Bernard, Železný

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Claeys, Dillen, Helmer, Kozlík, Martin Hans-Peter, Popa Nicolae Vlad, Rivera, Stolojan, Vanhecke

PPE-DE: Albertini, Anastase, Angelakas, Ashworth, Atkins, Audy, Ayuso, Bauer, Becsey, Belet, Berend, Bodu, Böge, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Brunetta, Bulzesc, Burke, Bushill-Matthews, Busuttil, Cabrnoch, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Dimitrakopoulos, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Dumitriu, Ebner, Ehler, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Filip, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Friedrich, Frunzăverde, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Higgins, Hökmark, Hołowczyc, Hoppenstedt, Hudacký, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kauppi, Kirkhope, Klamt, Koch, Kratsa-Tsagaropoulou, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Langendries, Lechner, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Martens, Mato Adrover, Mauro, Mavrommatis, Mayor Oreja, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niculeşcu, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Patriciello, Peterle, Petre, Pieper, Pīks, Pirker, Pleštinská, Pomés Ruiz, Popa Mihaela, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rovsing, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schinas, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sógor, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Veneto, Ventre, Vernola, Visser, Vlasák, Vlasto, Weisgerber, Wieland, Winkler, Wohlin, Wortmann-Kool, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zdravkova, Zieleniec, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo, Battilocchio, Batzeli, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Borrell Fontelles, Boştinaru, Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Corlăţean, Cottigny, Creţu Gabriela, De Keyser, De Michelis, De Vits, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, El Khadraoui, Färm, Fava, Fazakas, Fernandes, Ford, França, Garcés Ramón, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Harangozó, Haug, Hedh, Herczog, Honeyball, Howitt, Hutchinson, Iotova, Jacobs, Jöns, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Koppa, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lavarra, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Muscat, Napoletano, Navarro, Nechifor, Neris, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Paparizov, Paşcu, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Plumb, Podimata, Poignant, Prets, Pribetich, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Savary, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Skinner, Sornosa Martínez, Stihler, Stockmann, Swoboda, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Titley, Trautmann, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Walter, Weber Henri, Wiersma, Yáñez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Berlato, Borghezio, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Didžiokas, Foltyn-Kubicka, Gobbo, Grabowski, Janowski, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, Libicki, Maldeikis, Masiel, Muscardini, Ó Neachtain, Pęk, Piotrowski, Pirilli, Podkański, Poli Bortone, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Ryan, Speroni, Szymański, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski, Zīle

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Evans Jill, Flautre, Frassoni, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Horáček, Irujo Amezaga, Isler Béguin, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Staes, Trüpel, Ždanoka

Tegen: 9

GUE/NGL: Manolakou, Pafilis

IND/DEM: Georgiou

NI: Chruszcz, Giertych, Kilroy-Silk, Romagnoli

PPE-DE: Jeleva, Zlotea

Onthoudingen: 25

IND/DEM: Batten, Bloom, Booth, Clark, Farage, Knapman, Krupa, Nattrass, Titford, Tomczak, Wise

NI: Baco, Binev, Chukolov, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Martinez, Mölzer, Schenardi, Stoyanov

UEN: Camre, Krasts

Verts/ALE: van Buitenen, Hudghton

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Voor: Neena Gill, Ian Hudghton, Hans-Peter Mayer, Proinsias De Rossa

2. Verslag De Michelis A6-0484/2007

Resolutie

Voor: 595

ALDE: Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Buşoi, Cappato, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Csibi, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Donnici, Drčar Murko, Duff, Ferrari, Fourtou, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jensen, Juknevičienė, Karim, Kazak, Klinz, Krahmer, Laperrouze, Lax, Lebech, Lehideux, Losco, Lynne, Maaten, Manders, Mănescu, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Resetarits, Ries, Riis-Jørgensen, Savi, Schmidt Olle, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Susta, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Wallis, Weber Renate

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Hénin, Jouye de Grandmaison, Kaufmann, Kohlíček, Liotard, McDonald, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Morgantini, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Belder, Georgiou, Sinnott, Wojciechowski Bernard

NI: Allister, Belohorská, Bobošíková, Claeys, Dillen, Helmer, Kozlík, Oprea, Popa Nicolae Vlad, Rivera, Stolojan, Vanhecke

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Angelakas, Ashworth, Atkins, Audy, Ayuso, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Bodu, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brunetta, Bulzesc, Burke, Bushill-Matthews, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Dimitrakopoulos, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Ebner, Ehler, Elles, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Filip, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Friedrich, Frunzăverde, Gacek, Gahler, Gál, Gaľa, García-Margallo y Marfil, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Higgins, Hökmark, Hołowczyc, Hoppenstedt, Hudacký, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Kratsa-Tsagaropoulou, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Langendries, Lechner, Lehne, Lewandowski, López-Istúriz White, Lulling, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Mato Adrover, Mauro, Mavrommatis, Mayor Oreja, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niculeşcu, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Patriciello, Peterle, Petre, Pieper, Pīks, Pirker, Pleštinská, Pomés Ruiz, Popa Mihaela, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová, Rovsing, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schinas, Schmitt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sógor, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Veneto, Ventre, Vernola, Visser, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Winkler, Wohlin, Wortmann-Kool, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zdravkova, Zieleniec, Zlotea, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo, Battilocchio, Batzeli, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Borrell Fontelles, Boştinaru, Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman, Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Corlăţean, Cottigny, Creţu Gabriela, De Keyser, De Michelis, De Rossa, De Vits, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, El Khadraoui, Evans Robert, Färm, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ford, França, Garcés Ramón, García Pérez, Gebhardt, Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Gomes, Grabowska, Grech, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Harangozó, Haug, Hedh, Herczog, Honeyball, Howitt, Hutchinson, Iotova, Jacobs, Jöns, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Koppa, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kuhne, Laignel, Lambrinidis, Lavarra, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Muscat, Napoletano, Navarro, Nechifor, Neris, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Paparizov, Paşcu, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar, Plumb, Podimata, Poignant, Prets, Pribetich, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Savary, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Skinner, Sornosa Martínez, Stihler, Stockmann, Swoboda, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Titley, Trautmann, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Walter, Weber Henri, Weiler, Wiersma, Yáñez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Berlato, Borghezio, Camre, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Didžiokas, Foltyn-Kubicka, Gobbo, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuc, Kuźmiuk, Libicki, Maldeikis, Masiel, Muscardini, Ó Neachtain, Pęk, Piotrowski, Pirilli, Podkański, Poli Bortone, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Ryan, Speroni, Szymański, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski, Zīle

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga, Isler Béguin, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lucas, Özdemir, Onesta, Romeva i Rueda, Schroedter, Staes, Trüpel, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 17

GUE/NGL: Manolakou, Pafilis

IND/DEM: Batten, Bloom, Booth, Clark, Farage, Knapman, Nattrass, Titford, Wise, Železný

NI: Chruszcz, Giertych, Kilroy-Silk, Martin Hans-Peter, Romagnoli

Onthoudingen: 19

IND/DEM: Bonde, Coûteaux, Krupa, Louis, Tomczak, de Villiers

NI: Baco, Binev, Chukolov, Gollnisch, Lang, Le Pen Marine, Martinez, Mölzer, Schenardi, Stoyanov

Verts/ALE: van Buitenen, Rühle, Schlyter

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Voor: Hans-Peter Mayer

Onthoudingen: Pedro Guerreiro, Ilda Figueiredo

3. Aanbeveling voor de tweede lezing Krahmer A6-0398/2007

Bloc 1

Voor: 619

ALDE: Andrejevs, Andria, Attwooll, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Buşoi, Cappato, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Csibi, Dăianu, Degutis, Deprez, De Sarnez, Dičkutė, Donnici, Drčar Murko, Duff, Ferrari, Fourtou, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hennis-Plasschaert, in 't Veld, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Karim, Kazak, Klinz, Krahmer, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lebech, Lehideux, Losco, Ludford, Lynne, Maaten, Manders, Mănescu, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Panayotov, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Resetarits, Ries, Riis-Jørgensen, Savi, Schmidt Olle, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Susta, Szent-Iványi, Takkula, Toia, Vălean, Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson, Weber Renate

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, Figueiredo, Flasarová, Guerreiro, Guidoni, Hénin, Jouye de Grandmaison, Kaufmann, Liotard, McDonald, Manolakou, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Morgantini, Pafilis, Papadimoulis, Pflüger, Ransdorf, Remek, Seppänen, Søndergaard, Strož, Svensson, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Belder, Bonde, Georgiou, Sinnott

NI: Allister, Baco, Belohorská, Binev, Bobošíková, Chukolov, Claeys, Dillen, Gollnisch, Helmer, Kozlík, Lang, Le Pen Marine, Martin Hans-Peter, Martinez, Mölzer, Oprea, Popa Nicolae Vlad, Rivera, Romagnoli, Schenardi, Stolojan, Stoyanov, Vanhecke

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Angelakas, Ashworth, Atkins, Audy, Ayuso, Barsi-Pataky, Bauer, Beazley, Becsey, Belet, Berend, Bodu, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brok, Brunetta, Bulzesc, Burke, Bushill-Matthews, Busuttil, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary, Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, De Blasio, Demetriou, Descamps, Deß, Deva, De Veyrac, Dimitrakopoulos, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Dumitriu, Ebner, Ehler, Elles, Esteves, Evans Jonathan, Fajmon, Fatuzzo, Ferber, Fernández Martín, Filip, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez, Friedrich, Frunzăverde, Gacek, Gahler, Gál, Gaľa, Galeote, García-Margallo y Marfil, Garriga Polledo, Gaubert, Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Higgins, Hökmark, Hołowczyc, Hoppenstedt, Hudacký, Iacob-Ridzi, Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Kaczmarek, Kamall, Karas, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kušķis, Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Langendries, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Martens, Mato Adrover, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niculeşcu, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht, Oomen-Ruijten,Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Patriciello, Peterle, Petre, Pieper, Pīks, Pirker, Pleštinská, Pomés Ruiz, Popa Mihaela, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul, Ribeiro e Castro, Roithová,Rovsing, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Saryusz-Wolski, Schierhuber, Schinas, Schmitt,Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Siekierski, Silva Peneda, Škottová, Sógor, Sommer, Sonik, Spautz,Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sudre, Sumberg, Surján, Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen,Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen,Veneto, Ventre, Vernola, Visser, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber, Wieland, Winkler, Wortmann-Kool, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zdravkova, Zieleniec, Zlotea, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo,Battilocchio, Batzeli, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Borrell Fontelles, Boștinaru, Botopoulos,Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca, Cashman,Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Corlăţean, Cottigny, Creţu Gabriela, De Keyser,De Michelis, De Rossa, De Vits, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, El Khadraoui, Evans Robert, Färm,Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ford, França, Garcés Ramón, García Pérez, Gebhardt,Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Harangozó, Haug, Hedh, Herczog, Honeyball, Howitt, Hutchinson, Iotova, Jacobs,Jöns, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Koppa, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kuhne, Laignel, Lambrinidis,Lavarra, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira, Maňka, Mann Erika, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko,Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Muscat, Napoletano, Navarro, Nechifor, Neris, Obiols i Germà, Öger,Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Paparizov, Pașcu, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella, Pleguezuelos Aguilar,Plumb, Podimata, Poignant, Prets, Pribetich, Riera Madurell, Rocard, Rosati, Roth-Behrendt, Rothe, Rouček,Roure, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu, Savary, Schaldemose, Schapira,Scheele, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Skinner, Sornosa Martínez, Stihler, Stockmann,Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Titley, Trautmann, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud,Vigenin, Walter, Weber Henri, Weiler, Wiersma, Yáñez-Barnuevo García, Zingaretti

UEN: Angelilli, Berlato, Borghezio, Camre, Didžiokas, Gobbo, Krasts, Kristovskis, Kuc, Maldeikis, Masiel,Muscardini, Ó Neachtain, Pęk, Pirilli, Poli Bortone, Ryan, Speroni, Tatarella, Zīle

Verts/ALE: Aubert, Auken, Beer, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre,Frassoni, Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga,Isler Béguin, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lipietz, Lucas, Özdemir, Onesta,Romeva i Rueda, Rühle, Schlyter, Schroedter, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 33

IND/DEM: Batten, Bloom, Booth, Clark, Farage, Knapman, Krupa, Nattrass, Titford, Tomczak, Wise,Wojciechowski Bernard, Železný

NI: Chruszcz, Giertych, Kilroy-Silk

PPE-DE: Wohlin

UEN: Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard, Foltyn-Kubicka, Grabowski, Janowski, Kuźmiuk,Libicki, Piotrowski, Podkański, Rogalski, Roszkowski, Rutowicz, Szymański, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zapałowski

Onthoudingen: 4

IND/DEM: Coûteaux, Louis, de Villiers

Verts/ALE: van Buitenen

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Voor: Edite Estrela

4. Verslag Mulder A6-0470/2007

Resolutie

Voor: 635

ALDE: Andrejevs, Andria, Attwooll, Baeva, Beaupuy, Birutis, Bourlanges, Bowles, Budreikaitė, Bușoi,Cappato, Carlshamre, Cavada, Chatzimarkakis, Cocilovo, Cornillet, Costa, Csibi, Dăianu, Degutis, Deprez,De Sarnez, Dičkutė, Donnici, Drčar Murko, Duff, Ferrari, Fourtou, Geremek, Gibault, Griesbeck, Guardans Cambó, Hall, Hennis-Plasschaert, Hyusmenova, Jäätteenmäki, Jensen, Juknevičienė, Kacin, Karim, Kazak,Klinz, Krahmer, Lambsdorff, Laperrouze, Lax, Lebech, Lehideux, Losco, Ludford, Lynne, Maaten, Manders,Mănescu, Matsakis, Mohácsi, Morillon, Mulder, Newton Dunn, Neyts-Uyttebroeck, Onyszkiewicz, Ortuondo Larrea, Oviir, Panayotov, Pannella, Piskorski, Pohjamo, Polfer, Prodi, Raeva, Resetarits, Ries, Riis-Jørgensen,Savi, Sbarbati, Schmidt Olle, Schuth, Staniszewska, Starkevičiūtė, Sterckx, Susta, Szent-Iványi, Toia, Vălean,Van Hecke, Veraldi, Virrankoski, Wallis, Watson, Weber Renate

GUE/NGL: Adamou, Agnoletto, Aita, Brie, Catania, Flasarová, Guidoni, Hénin, Jouye de Grandmaison,Kaufmann, Kohlíček, McDonald, Markov, Maštálka, Meyer Pleite, Morgantini, Papadimoulis, Pflüger,Ransdorf, Remek, Strož, Triantaphyllides, Uca, Wurtz, Zimmer

IND/DEM: Belder, Georgiou, Krupa, Sinnott, Tomczak, Wojciechowski Bernard, Železný

NI: Allister, Baco, Belohorská, Binev, Bobošíková, Chruszcz, Chukolov, Claeys, Dillen, Giertych, Gollnisch,Helmer, Kozlík, Lang, Le Pen Marine, Mölzer, Oprea, Popa Nicolae Vlad, Rivera, Romagnoli, Schenardi,Stolojan, Stoyanov, Vanhecke

PPE-DE: Albertini, Anastase, Andrikienė, Angelakas, Ashworth, Atkins, Audy, Ayuso, Barsi-Pataky, Bauer,Beazley, Becsey, Belet, Berend, Bodu, Böge, Bonsignore, Bowis, Bradbourn, Brejc, Brepoels, Březina, Brok,Brunetta, Bulzesc, Burke, Bushill-Matthews, Busuttil, Cabrnoch, Callanan, Carollo, Casa, Casini, Caspary,Castiglione, Cederschiöld, Chichester, Chmielewski, Coelho, Daul, David, De Blasio, Demetriou, Descamps,Deß, Deva, De Veyrac, Dimitrakopoulos, Doorn, Dover, Duchoň, Duka-Zólyomi, Dumitriu, Ebner, Ehler,Elles, Esteves, Evans Jonathan, Fajmon, Ferber, Fernández Martín, Filip, Fjellner, Fontaine, Fraga Estévez,Friedrich, Frunzăverde, Gacek, Gahler, Gál, Gaľa, García-Margallo y Marfil, Garriga Polledo, Gaubert,Gauzès, Gawronski, Gewalt, Gklavakis, Glattfelder, Goepel, Gomolka, Graça Moura, Gräßle, de Grandes Pascual, Grosch, Grossetête, Guellec, Gyürk, Handzlik, Hannan, Harbour, Hennicot-Schoepges, Herranz García, Herrero-Tejedor, Higgins, Hökmark, Hołowczyc, Hoppenstedt, Hudacký, Hybášková, Iacob-Ridzi,Ibrisagic, Itälä, Iturgaiz Angulo, Jackson, Jałowiecki, Járóka, Jarzembowski, Jeggle, Jeleva, Kaczmarek,Kamall, Karas, Kauppi, Kelam, Kirkhope, Klamt, Klaß, Koch, Konrad, Kratsa-Tsagaropoulou, Kušķis,Lamassoure, Landsbergis, De Lange, Langen, Langendries, Lechner, Lehne, Lewandowski, Liese, López-Istúriz White, Lulling, McGuinness, McMillan-Scott, Mann Thomas, Mantovani, Marinescu, Martens, Mato Adrover, Mauro, Mavrommatis, Mayer, Mayor Oreja, Mikolášik, Millán Mon, Mitchell, Mladenov, Montoro Romero, Morin, Musotto, Nassauer, Nicholson, Niculeșcu, Niebler, van Nistelrooij, Novak, Olajos, Olbrycht,Oomen-Ruijten, Őry, Pack, Panayotopoulos-Cassiotou, Papastamkos, Patriciello, Peterle, Petre, Pieper, Pīks,Pirker, Pleštinská, Pomés Ruiz, Popa Mihaela, Posselt, Protasiewicz, Purvis, Queiró, Rack, Radwan, Reul,Ribeiro e Castro, Roithová, Rovsing, Rudi Ubeda, Rübig, Saïfi, Salafranca Sánchez-Neyra, Saryusz-Wolski,Schierhuber, Schinas, Schmitt, Schnellhardt, Schöpflin, Schröder, Schwab, Seeber, Siekierski, Silva Peneda,Škottová, Sommer, Sonik, Spautz, Šťastný, Stavreva, Stevenson, Strejček, Stubb, Sudre, Sumberg, Surján,Szájer, Tajani, Tannock, Thyssen, Toubon, Trakatellis, Ulmer, Urutchev, Vakalis, Van Orden, Varela Suanzes-Carpegna, Varvitsiotis, Vatanen, Veneto, Ventre, Vernola, Visser, Vlasák, Vlasto, Weber Manfred, Weisgerber,Wieland, Winkler, Wohlin, Wortmann-Kool, Záborská, Zahradil, Zaleski, Zappalà, Zdravkova, Zieleniec,Zlotea, Zvěřina, Zwiefka

PSE: Andersson, Arif, Arnaoutakis, Attard-Montalto, Ayala Sender, Badia i Cutchet, Barón Crespo,Battilocchio, Batzeli, Berès, Berlinguer, Berman, Bösch, Bono, Borrell Fontelles, Boștinaru, Botopoulos,Bourzai, Bozkurt, Bulfon, Bullmann, Calabuig Rull, Capoulas Santos, Carlotti, Carnero González, Casaca,Cashman, Castex, Cercas, Chiesa, Christensen, Corbett, Corbey, Corda, Corlăţean, Cottigny, Creţu Gabriela,De Keyser, De Michelis, De Rossa, De Vits, Dobolyi, Douay, Dührkop Dührkop, El Khadraoui, Evans Robert,Färm, Falbr, Fava, Fazakas, Fernandes, Ferreira Anne, Ford, França, Garcés Ramón, García Pérez, Gebhardt,Geringer de Oedenberg, Gierek, Gill, Glante, Goebbels, Golik, Gomes, Grabowska, Grech, Gurmai, Guy-Quint, Hänsch, Hamon, Harangozó, Haug, Hedh, Herczog, Honeyball, Howitt, Hutchinson, Iotova, Jacobs,Jöns, Kindermann, Kinnock, Kirilov, Koppa, Koterec, Krehl, Kreissl-Dörfler, Kuhne, Laignel, Lambrinidis,Lavarra, Lehtinen, Leichtfried, Leinen, Lienemann, Locatelli, Lyubcheva, McAvan, McCarthy, Madeira,Maňka, Mann Erika, Martínez Martínez, Masip Hidalgo, Medina Ortega, Menéndez del Valle, Miguélez Ramos, Mikko, Moraes, Moreno Sánchez, Morgan, Muscat, Napoletano, Navarro, Nechifor, Neris, Obiols i Germà, Öger, Paasilinna, Pahor, Paleckis, Panzeri, Paparizov, Pașcu, Patrie, Peillon, Piecyk, Pinior, Pittella,Pleguezuelos Aguilar, Plumb, Podimata, Poignant, Prets, Pribetich, Riera Madurell, Rocard, Rosati,Roth-Behrendt, Rothe, Rouček, Roure, Sakalas, Saks, Salinas García, Sánchez Presedo, dos Santos, Sârbu,Savary, Schaldemose, Schapira, Scheele, Schulz, Segelström, Severin, Simpson, Siwiec, Skinner, Sornosa Martínez, Stihler, Stockmann, Swoboda, Szejna, Tabajdi, Tarand, Thomsen, Ţicău, Titley, Trautmann, Van Lancker, Vaugrenard, Vergnaud, Vigenin, Walter, Weber Henri, Weiler, Wiersma, Yáñez-Barnuevo García,Zingaretti

UEN: Angelilli, Berlato, Borghezio, Camre, Crowley, Czarnecki Marek Aleksander, Czarnecki Ryszard,Didžiokas, Foltyn-Kubicka, Gobbo, Grabowski, Janowski, Krasts, Kristovskis, Kuźmiuk, Libicki, Maldeikis,Masiel, Muscardini, Ó Neachtain, Pęk, Piotrowski, Pirilli, Podkański, Poli Bortone, Rogalski, Roszkowski,Rutowicz, Ryan, Speroni, Tatarella, Tomaszewska, Wojciechowski Janusz, Zīle

Verts/ALE: Aubert, Bennahmias, Breyer, Buitenweg, Cohn-Bendit, Cramer, Evans Jill, Flautre, Frassoni,Graefe zu Baringdorf, de Groen-Kouwenhoven, Hammerstein, Horáček, Hudghton, Irujo Amezaga, Isler Béguin, Jonckheer, Kallenbach, Kusstatscher, Lagendijk, Lambert, Lichtenberger, Lipietz, Özdemir, Onesta,Romeva i Rueda, Schroedter, Staes, Trüpel, Turmes, Voggenhuber, Ždanoka

Tegen: 21

GUE/NGL: Holm, Liotard, Seppänen, Søndergaard, Svensson

IND/DEM: Batten, Bloom, Bonde, Booth, Clark, Farage, Knapman, Lundgren, Nattrass, Titford, Wise

NI: Kilroy-Silk, Martin Hans-Peter

UEN: Kuc, Zapałowski

Verts/ALE: Schlyter

Onthoudingen: 13

GUE/NGL: Figueiredo, Guerreiro, Manolakou, Pafilis

IND/DEM: Coûteaux, Louis, de Villiers

NI: Martinez

Verts/ALE: Auken, Beer, van Buitenen, Lucas, Rühle

Rectificaties stemgedrag / voorgenomen stemgedrag

Voor: Hans-Peter Martin, Margrete Auken, Edite Estrela


AANGENOMEN TEKSTEN

P6_TA(2007)0578

Wijziging van de overeenkomst EG/Marokko inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de EU *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van een protocol tot wijziging van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Marokko inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten, teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (COM(2007)0497 — C6-0329/2007 — 2007/0183(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2007)0497),

gelet op artikel 80 en artikel 300, leden 2 en 4 van het EGVerdrag,

gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0329/2007),

gelet op artikel 51, artikel 83, lid 7 en artikel 43, lid 1 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0457/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van het protocol;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en het Koninkrijk Marokko.

P6_TA(2007)0579

Wijziging van de overeenkomsten inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten die zijn gesloten met Georgië, Libanon, de Maldiven, Moldavië, Singapore en Uruguay, in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een besluit van de Raad inzake de sluiting van protocollen tot wijziging van de overeenkomsten betreffende bepaalde aspecten van luchtdiensten tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië, de Republiek Libanon, de Republiek der Maldiven, de Republiek Moldavië, de regering van de Republiek Singapore en de Republiek ten oosten van de Uruguay teneinde rekening te houden met de toetreding van de Republiek Bulgarije en Roemenië tot de Europese Unie (COM(2007)0366 — C6-0265/2007 — 2007/0125(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel voor een besluit van de Raad (COM(2007)0366),

gelet op artikel 80, lid 2 en artikel 300, lid 2, eerste alinea, eerste zin van het EGVerdrag,

gelet op artikel 300, lid 3, eerste alinea van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0265/2007),

gelet op artikel 51, artikel 83, lid 7 en artikel 43, lid 1 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0456/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de protocollen;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de regering van Georgië, de Republiek Libanon, de Republiek der Maldiven, de Republiek Moldavië, de regering van de Republiek Singapore en de Republiek ten oosten van de Uruguay.

P6_TA(2007)0580

Aanpassing van bijlage VIII bij de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een besluit van de Raad tot aanpassing van bijlage VIII bij de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië (COM(2007)0594 — C6-0405/2007 — 2007/0217(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0594),

gelet op artikel 34, lid 4 van de Toetredingsakte van Bulgarije en Roemenië, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0405/2007),

gelet op artikel 51 en artikel 43, lid 1 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0455/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.

wenst dat de overlegprocedure als bedoeld in de gemeenschappelijke verklaring van 4 maart 1975 wordt ingeleid ingeval de Raad voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

P6_TA(2007)0581

Controle bij de uitvoer van landbouwproducten die in aanmerking komen voor restituties of andere bedragen *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 386/90 inzake de controle bij de uitvoer van landbouwproducten die in aanmerking komen voor restituties of andere bedragen (COM(2007)0489 — C6-0282/2007 — 2007/0178(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0489),

gelet op artikel 37 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0282/2007),

gelet op de artikelen 51 en 43, lid 1 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A6-0478/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

3.

wenst dat de overlegprocedure als bedoeld in de gemeenschappelijke verklaring van 4 maart 1975 wordt ingeleid ingeval de Raad voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

P6_TA(2007)0582

Sleepinrichting en achteruitrij-inrichting van landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen (gecodificeerde versie) *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de sleepinrichting en de achteruitrijinrichting van landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen (gecodificeerde versie) (COM(2007)0319 — C6-0175/2007 — 2007/0117(COD))

(Medebeslissingsprocedure — codificatie)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0319),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 95 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0175/2007),

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten(1),

gelet op de artikelen 80 en 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6-0474/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TA(2007)0583

Niet-automatische weegwerktuigen (gecodificeerde versie) *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende niet-automatische weegwerktuigen (gecodificeerde versie) (COM(2007)0446 — C6-0241/2007 — 2007/0164(COD))

(Medebeslissingsprocedure — codificatie)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2007)0446),

gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 95 van het EGVerdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0241/2007),

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten(1),

gelet op de artikelen 80 en 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6-0473/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TA(2007)0584

Maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders (gecodificeerde versie) *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een verordening (Euratom) van de Raad tot vaststelling van maximaal toelaatbare niveaus van radioactieve besmetting van levensmiddelen en diervoeders ten gevolge van een nucleair ongeval of ander stralingsgevaar (gecodificeerde versie) (COM(2007)0302 — C6-0205/2007 — 2007/0103(CNS))

(Raadplegingsprocedure — codificatie)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0302),

gelet op artikel 31 van het Euratom-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0205/2007),

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten(1),

gelet op de artikelen 80 en 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6-0475/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TA(2007)0585

Minimumnormen ter bescherming van kalveren (gecodificeerde versie) *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van kalveren (gecodificeerde versie) (COM(2006)0258 — C6-0200/2006 — 2006/0097(CNS))

(Raadplegingsprocedure — codificatie)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2006)0258),

gelet op artikel 37 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0200/2006),

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 voor een versnelde werkmethode voor de officiële codificatie van wetteksten(1),

gelet op de artikelen 80 en 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A6-0476/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TA(2007)0586

Het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (herschikking) *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen die voor de fruitteelt worden gebruikt (herschikking) (COM(2007)0031 — C6-0093/2007 — 2007/0014(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0031),

gelet op artikel 37 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0093/2007),

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten(1),

gelet op de artikelen 51 en 80 bis van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling en het gunstig advies van de Commissie juridische zaken (A6-0480/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel zoals geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 6

(6) Er moeten communautaire voorschriften worden vastgesteld voor geslachten en soorten fruit die voor de Gemeenschap van groot economisch belang zijn, waarbij moet worden voorzien in een communautaire procedure om later nog andere geslachten en soorten onder deze voorschriften te brengen aan de lijst van onder deze richtlijn vallende geslachten en soorten toe te voegen. De geslachten en soorten die in de lijst worden genoemd, moeten in de lidstaten veelvuldig worden geteeld en voor het teeltmateriaal moet een belangrijke markt bestaan die zich tot meer dan één lidstaat uitstrekt.

(6) Er moeten communautaire voorschriften worden vastgesteld voor geslachten en soorten fruit die voor de Gemeenschap van groot economisch belang zijn, waarbij moet worden voorzien in een communautaire procedure om later nog andere geslachten en soorten onder deze voorschriften te brengen aan de lijst van onder deze richtlijn vallende geslachten en soorten toe te voegen. De geslachten en soorten die in de lijst worden genoemd, moeten in de lidstaten veelvuldig worden geteeld en voor het teeltmateriaal moet een belangrijke markt bestaan.

Amendement 2

Overweging 11

(11) Genetisch gemodificeerde fruitgewassen mogen niet voor registratie in de catalogus worden aanvaard, tenzij alle nodige maatregelen zijn genomen om ieder risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu te voorkomen zoals vastgelegd in Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders.

(11) Genetisch gemodificeerde fruitgewassen mogen niet voor registratie in de catalogus worden aanvaard, behalve als moederplant waarop de gewenste rassen moeten worden geënt en mits alle nodige maatregelen zijn genomen om ieder risico voor de gezondheid van de mens of voor het milieu te voorkomen zoals vastgelegd in Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders. In dit geval dient het doel van de genetische modificatie te worden vermeld.

Amendement 4

Overweging 15

(15) Leveranciers die uitsluitend fruitgewassen of teeltmateriaal in de handel brengen voor personen die zich niet beroepshalve met de productie of verkoop van fruitgewassen of teeltmateriaal bezighouden, moeten van de registratieverplichting worden vrijgesteld.

Schrappen.

Amendement 5

Overweging 15 bis (nieuw)

(15 bis) Leveranciers die teeltmateriaal of fruitgewassen op de markt brengen moeten hierin gespecialiseerd zijn.

Amendement 6

Overweging 16 bis (nieuw)

(16 bis) Bovendien, en om medefinanciering van de Gemeenschap te ontvangen voor aanplantingen, moet de producent erop toezien dat het gebruikte teeltmateriaal afkomstig is van officieel geregistreerde leveranciers.

Amendement 7

Overweging 17

(17) Die bovengenoemde doelstelling kan het best worden bereikt door algemene rasbekendheid, met name voor oude rassen, of door een rasbeschrijving die is gebaseerd op protocollen van het Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO) of bij het ontbreken daarvan op andere internationale of nationale regels.

(17) Die bovengenoemde doelstelling kan het best worden bereikt door algemene rasbekendheid, met name voor oude rassen, of door een rasbeschrijving die is gebaseerd op protocollen van het Communautair Bureau voor plantenrassen (CPVO) of bij het ontbreken daarvan op andere internationale of nationale regels. Om die reden dienen rassen die op de markt worden gebracht op een daartoe bestemde lijst te worden opgenomen.

Amendement 8

Overweging 22

(22) Er moeten regels worden vastgesteld op grond waarvan bij tijdelijke moeilijkheden op het gebied van de voorziening als gevolg van natuurrampen, zoals brand, storm en mislukken van de bloemenoogst, of onvoorziene omstandigheden, voor een beperkte periode onder specifieke voorwaarden teeltmateriaal en fruitgewassen in de handel mogen worden gebracht die aan minder strenge eisen voldoen dan die welke bij deze richtlijn zijn vastgesteld.

(22) Er moeten regels worden vastgesteld op grond waarvan bij tijdelijke moeilijkheden op het gebied van de voorziening als gevolg van natuurrampen, zoals brand, storm of onvoorziene omstandigheden, voor een beperkte periode onder specifieke voorwaarden teeltmateriaal en fruitgewassen in de handel mogen worden gebracht die aan minder strenge eisen voldoen dan die welke bij deze richtlijn zijn vastgesteld.

Amendement 9

Overweging 23

(23) Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel moeten de lidstaten kleine producenten waarvan de volledige productie en verkoop van teeltmateriaal en fruitgewassen bestemd is voor uiteindelijk gebruik door personen op de lokale markt die niet beroepshalve betrokken zijn bij de productie van gewassen („lokaal verkeer”), kunnen vrijstellen van de etiketteringsvoorschriften en van de controles en officiële inspecties.

Schrappen.

Amendement 10

Overweging 25

(25) Er moet worden bepaald dat in derde landen geproduceerd teeltmateriaal en in derde landen geproduceerde fruitgewassen in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht, op voorwaarde dat voor deze producten in alle gevallen dezelfde garanties worden gegeven als voor het teeltmateriaal en de fruitgewassen die in de Gemeenschap worden geproduceerd en die aan de communautaire voorschriften voldoen.

(25) Er moet worden bepaald dat in derde landen geproduceerd teeltmateriaal en in derde landen geproduceerde fruitgewassen in de Gemeenschap in de handel mogen worden gebracht, op voorwaarde dat voor deze producten in alle gevallen dezelfde garanties worden gegeven als voor het teeltmateriaal en de fruitgewassen die in de Gemeenschap worden geproduceerd en die aan de communautaire voorschriften voldoen. In derde landen gevestigde bedrijven die teeltmateriaal en fruitgewassen exporteren dienen in registers opgenomen te worden.

Amendement 11

Artikel 2, punt 4

(4)

kloon: een vegetatieve afstamming van een ras, overeenstemmend met een stam van een fruitgewas die op grond van de identiteit van de plantengroep, de fenotypische kenmerken en zijn fytosanitaire toestand is geselecteerd;

(4)

kloon: een vegetatieve afstamming van een ras van een bepaald soort fruitgewas overeenstemmend met een stam van een fruitgewas die op grond van de identiteit van de plantengroep, de fenotypische kenmerken en zijn fytosanitaire toestand is geselecteerd;

Amendement 12

Artikel 2, punt 8, letter e)

e)

waarvan bij officiële inspectie is vastgesteld dat zij aan de eisen onder a) tot en met d) voldoen;

e)

waarvan bij steekproeven tijdens officiële inspecties is vastgesteld dat zij aan de eisen onder a) tot en met d) voldoen;

Amendement 13

Artikel 2, punt 11, letter a)

a)

een door de lidstaat opgerichte of aangewezen centrale instantie die onder toezicht van de nationale regering staat en die verantwoordelijk is voor vraagstukken inzake de kwaliteit van teeltmateriaal en fruitgewassen:

a)

een door de lidstaat opgerichte of aangewezen centrale instantie die onder toezicht van de nationale regering staat en die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van inspecties en controles op het gebied van vraagstukken inzake de kwaliteit, certificering en fytosanitaire toestand van teeltmateriaal en fruitgewassen:

Amendement 14

Artikel 3, lid 1, letter a)

a)

het teeltmateriaal officieel als prebasismateriaal, basismateriaal of gecertificeerd materiaal is gecertificeerd of indien uit officiële inspectie is gebleken dat het CAC materiaal is;

a)

het teeltmateriaal officieel als prebasismateriaal, basismateriaal of gecertificeerd materiaal is gecertificeerd of aan de vereisten voor CAC materiaal voldoet;

Amendement 15

Artikel 3, lid 1, letter b)

b)

de fruitgewassen officieel als gecertificeerd materiaal zijn gecertificeerd of uit officiële inspectie is gebleken dat het om CAC-materiaal gaat.

Schrappen.

Amendement 16

Artikel 3, lid 2

2. In het geval van een ras dat bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme in de zin van de punten 1 en 2 van artikel 2 van Richtlijn 2001/18/EG, wordt het ras alleen voor registratie in de catalogus aanvaard indien het uit hoofde van die richtlijn of uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 is toegelaten.

2. In het geval van een ras dat bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme in de zin van de punten 1 en 2 van artikel 2 van Richtlijn 2001/18/EG, wordt het ras alleen voor registratie in de catalogus aanvaard indien het uit hoofde van die richtlijn of uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1829/2003 is toegelaten en onder de voorwaarde dat het wordt gebruikt als moederplant waarop het gewenste ras wordt geënt.

Amendement 17

Artikel 3, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. In het geval van een ras dat bestaat uit een genetisch gemodificeerd organisme in de zin van de punten 1 en 2 van artikel 2 van Richtlijn 2001/18/EG vindt een speciale risicobeoordeling plaats, met name gericht op de menselijke gezondheid en het milieu, wordt het ras op de juiste wijze geëtiketteerd, zodat de aankoper weet dat hem genetisch gemodificeerd materiaal wordt geleverd, en wordt het doel van de genetische modificatie vermeld.

Amendement 18

Artikel 3, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. Het in de handel brengen van teeltmateriaal van fruitgewassen, alsmede van fruitgewassen door officieel erkende leveranciers, voorzien van passend bewijsmateriaal, wordt beschouwd als een onontbeerlijke voorwaarde voor de opneming van de producenten in de voor medefinanciering in aanmerking komende aanplantingsprogramma's.

Amendement 19

Artikel 4, letter c) bis (nieuw)

c bis)

aanvullende of strengere voorwaarden voor teeltmateriaal en fruitgewassen die de lidstaten voor hun eigen nationale productie mogen vastleggen.

Amendement 20

Artikel 5, lid 1

1. Leveranciers moeten officieel zijn geregistreerd voor de activiteiten die zij uit hoofde van deze richtlijn uitoefenen.

1. Leveranciers moeten officieel zijn geregistreerd voor de activiteiten die zij uit hoofde van deze richtlijn uitoefenen en in het bezit zijn van een marketinglicentie voor teeltmateriaal, die wordt afgegeven volgens de voorwaarden welke door iedere lidstaat afzonderlijk worden vastgesteld.

Amendement 21

Artikel 5, lid 1 bis (nieuw)

1 bis. Leveranciers die teeltmateriaal of fruitgewassen op de markt brengen dienen gespecialiseerd te zijn in deze sector en landbouwkundigen te zijn of ondernemingen met personeel in dienst dat in deze onderwerpen gespecialiseerd is.

Amendement 22

Artikel 5, lid 1 ter (nieuw)

1 ter. De lidstaten garanderen en controleren dat leveranciers alle benodigde maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de normen van deze richtlijn bij alle productiefases en bij het in de handel brengen van teeltmateriaal en fruitgewassen worden nageleefd.

Amendement 23

Artikel 5, lid 2

2. Lid 1 is niet van toepassing op leveranciers die alleen verkopen of leveren aan personen die zich niet beroepshalve bezighouden met de productie, vermeerdering of verkoop van teeltmateriaal of fruitgewassen.

Schrappen.

Amendement 24

Artikel 6, lid 3, alinea 1

3. Wanneer teeltmateriaal of fruitgewassen in de handel worden gebracht, houden de leveranciers ten minste twaalf maanden lang een register van hun verkoop of aankoop bij.

3. Wanneer teeltmateriaal of fruitgewassen in de handel worden gebracht, houden de leveranciers ten minste vijf jaar lang een register van hun verkoop of aankoop bij.

Amendement 25

Artikel 7, lid 2

2. In het geval van teeltmateriaal van een genetisch gemodificeerd ras moet op alle op het teeltmateriaal aangebrachte etiketten en op de bij het teeltmateriaal gevoegde begeleidende documenten in het kader van deze richtlijn, officieel of nietofficieel, duidelijk worden vermeld dat het een genetisch gemodificeerd ras betreft en moet de naam van de genetisch gemodificeerde organismen worden genoemd.

2. In het geval van teeltmateriaal van een genetisch gemodificeerd ras moet op alle op het teeltmateriaal aangebrachte etiketten en op de bij het teeltmateriaal gevoegde begeleidende documenten in het kader van deze richtlijn, officieel of nietofficieel, duidelijk worden vermeld dat het een genetisch gemodificeerd ras betreft en moet de naam van de genetisch gemodificeerde organismen worden genoemd en het doel van de genetische modificatie worden vermeld.

Amendement 26

Artikel 12, lid 1 bis (nieuw)

1 bis. In derde landen gevestigde bedrijven die teeltmateriaal en fruitgewassen exporteren worden in registers opgenomen, zodat traceerbaarheid tijdens elke fase mogelijk is.

Amendement 28

Artikel 19 bis (nieuw)

Artikel 19 bis

Uitvoeringsbeoordeling

Binnen een termijn van vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn onderzoekt de Commissie de resultaten van de toepassing daarvan en legt zij het Europees Parlement en de Raad een verslag voor dat in voorkomend geval vergezeld gaat van de eventueel noodzakelijke wijzigingsvoorstellen .

Amendement 29

Artikel 21

De lidstaten mogen, als overgangsmaatregelen tot 1 januari XXXX, toestemming verlenen voor het op hun eigen grondgebied in de handel brengen van gecertificeerd en CAC-materiaal dat afkomstig is van op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn reeds bestaande moederplanten.

De lidstaten mogen, als overgangsmaatregelen tot 10 jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn, toestemming verlenen voor het op hun eigen grondgebied in de handel brengen van gecertificeerd en CAC-materiaal dat afkomstig is van op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn reeds bestaande moederplanten.

Amendement 30

Artikel 22, alinea 2 bis (nieuw)

De uitvoeringsbepalingen van Richtlijn 92/34/EEG, welke zal worden ingetrokken, blijven van kracht totdat nieuwe uitvoeringsbepalingen zijn vastgegesteld .


P6_TA(2007)0587

Tijdelijke bepalingen inzake btw-tarieven *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft enkele tijdelijke bepalingen inzake btw-tarieven (COM(2007)0381 — C6-0253/2007 — 2007/0136(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0381),

gelet op artikel 93 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0253/2007),

gezien de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over andere btwtarieven dan de normale btw-tarieven (COM(2007)0380),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A6-0469/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 1

(1) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde voorziet in bepaalde derogaties op het gebied van de btw-tarieven. Sommige van deze derogaties verstrijken op een precieze datum terwijl andere van kracht blijven tot de vaststelling van de definitieve regeling.

(1) Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde voorziet in bepaalde derogaties op het gebied van de btw-tarieven. Sommige van deze derogaties verstrijken op een precieze datum terwijl andere van kracht blijven tot de vaststelling van de definitieve regeling voor intracommunautaire handelingen.

Amendement 2

Overweging 1 bis (nieuw)

(1 bis) Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel mag de Gemeenschap geen inbreuk maken op de bevoegdheid van de lidstaten op het gebied van de niet-rechtstreekse belastingen, met uitzondering van hetgeen noodzakelijk is om de behoorlijke werking van de interne markt te waarborgen met betrekking tot de bepaling van de BTW-tarieven. Met name hebben op plaatselijk niveau geleverde diensten, indien hiermee geen grensoverschrijdende activiteiten gemoeid zijn, in beginsel geen gevolgen voor de werking van de interne markt.

Amendement 3

Overweging 2

(2) Teneinde een gelijkere behandeling van de lidstaten te garanderen, dienen de derogaties die niet op gespannen voet staan met de goede werking van de interne markt en met ander communautair beleid, te worden verlengd tot eind 2010, het tijdstip waarop het minimumniveau van 15 % voor het normale tarief en het experiment met het verlaagde tarief voor arbeidsintensieve diensten ten einde lopen. Sommige derogaties mogen daarentegen niet worden verlengd.

(2) Teneinde een gelijke behandeling van de lidstaten te garanderen, dienen de derogaties die niet op gespannen voet staan met de goede werking van de interne markt en met ander communautair beleid, te worden verlengd tot eind 2010, het tijdstip waarop het minimumniveau van 15 % voor het normale tarief en het experiment met het verlaagde tarief voor arbeidsintensieve diensten ten einde lopen. Sommige derogaties mogen om specifieke redenen niet worden verlengd.

Amendement 4

Overweging 2 bis (nieuw)

(2 bis) De periode tot 31 december 2010 is wellicht lang genoeg om de Raad in de gelegenheid te stellen tot een conclusie te komen over het opgeven van de nagestreefde invoering van een definitief systeem voor de belasting van intracommunautaire handelingen, op basis van het beginsel van belasting in het land van oorsprong en op een benadering van harmonisatie van BTW-tarieven.

Amendement 5

OVERWEGING 2 TER (nieuw)

(2 ter) De periode tot 31 december 2010 is waarschijnlijk eveneens lang genoeg om de Raad in staat te stellen tot een conclusie te komen over de definitieve opzet van de BTWtarieven; deze dient alternatieven te bevatten waardoor de lidstaten uiteenlopende BTW-tarieven kunnen hanteren, mits de soepele werking van de interne markt en ander Gemeenschapsbeleid gewaarborgd is. Tijdens die periode moeten de huidige regels op terughoudende wijze worden toegepast, naar behoren rekening houdend met grensgevallen, zodat de lidstaten geen hinder ondervinden bij het nastreven van gewettigde beleidsdoelen, voor- of nadat de Raad de definitieve opzet van de belasting op de toegevoegde waarde bepaalt.

Amendement 6

Overweging 2 quater (nieuw)

(2 quater) Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en nadat de Raad een definitief stelsel voor de belasting van intracommunautaire handelingen heeft vastgesteld, moeten de lidstaten op basisgoederen en -diensten, zoals voedsel en geneesmiddelen, om helder omschreven maatschappelijke, economische en milieuredenen en ten voordele van de eindgebruiker verlaagde tarieven of, in uitzonderlijke omstandigheden, zelfs een nultarief kunnen toepassen.

Amendement 7

Overweging 2 quinquies (nieuw)

(2 quinquies) Overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel en nadat de Raad een definitief stelsel voor de belasting van intracommunautaire handelingen heeft vastgesteld, moeten de lidstaten verlaagde tarieven of, in uitzonderlijke omstandigheden, zelfs een nultarief kunnen toepassen op diensten die op lokaal niveau worden geleverd, o.m. diensten en levering van goederen die verband houden met onderwijs, welzijn, sociale-zekerheidswerkzaamheden en cultuur.

Amendement 8

Overweging 2 sexies (nieuw)

(2 sexies) Een toekomstig stelsel voor de belasting van intracommunautaire handelingen moet doorzichtig zijn en bestuurlijke eenvoud als basis hebben.

Amendement 9

OVERWEGING 6

(6) De aan Hongarije en Slowakije verleende derogaties mogen niet worden verlengd omdat deze lidstaten geen verlaagd tarief hebben toegepast of het niet langer toepassen.

(6) Er zij op gewezen dat de lidstaten die geen tijdelijke BTW-vrijstellingen die in 2007 afliepen, hebben toegepast of deze niet meer toepassen, tot 31 december 2010 de mogelijkheid moeten krijgen gebruik van dergelijke tijdelijke vrijstellingen te maken.

P6_TA(2007)0588

Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen (COM(2007)0243 — C6-0172/2007 — 2007/0088(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0243),

gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(1) (Financieel Reglement), en met name op artikel 185,

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(2) (IIA), en met name op punt 47,

gelet op de artikelen 171 en 172 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0172/2007),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A6-0484/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

is van mening dat het referentiebedrag van het wetgevingsvoorstel in overeenstemming moet zijn met het plafond van rubriek 1 a van het huidige meerjarig financieel kader 2007-2013 en met de bepalingen van punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 17 mei 2006; merkt op dat elke vorm van financiering na 2013 in het kader van de onderhandelingen over het volgende financieel kader zal worden beoordeeld;

3.

wijst er nogmaals op dat het advies van de Begrotingscommissie niet vooruitloopt op het resultaat van de procedure als bepaald in punt 47 van het IIA van 17 mei 2006, dat van toepassing is op de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis;

4.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag en artikel 119, lid 2, van het Euratom-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

5.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

6.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

7.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 11

(11) De ambitie en het domein van de doelstellingen die zijn vastgelegd voor het GTI inzake „ingebedde computersystemen”, de omvang van de te mobiliseren financiële en technische middelen en de noodzaak van een doeltreffende coördinatie en synergie van materiële en financiële middelen maken actie op communautair niveau noodzakelijk. Het is daarom nodig dat er een gemeenschappelijke onderneming (hierna de „gemeenschappelijke onderneming Artemis” genoemd) overeenkomstig artikel 171 van het Verdrag wordt opgericht als juridische entiteit voor de tenuitvoerlegging van het GTI inzake „ingebedde computersystemen”. Om een passend beheer te waarborgen van de O&Oactiviteiten, waarvoor in het raam van het zevende kaderprogramma (2007-2013) de aanzet is gegeven, moet de gemeenschappelijke onderneming Artemis worden opgericht voor een periode die afloopt op 31 december 2017, periode die eventueel kan worden verlengd.

(11) De ambitie en het domein van de doelstellingen die zijn vastgelegd voor het GTI inzake „ingebedde computersystemen”, de omvang van de te mobiliseren financiële en technische middelen en de noodzaak van een doeltreffende coördinatie en synergie van materiële en financiële middelen maken actie op communautair niveau noodzakelijk. Het is daarom nodig dat er een gemeenschappelijke onderneming (hierna de „gemeenschappelijke onderneming Artemis” genoemd) overeenkomstig artikel 171 van het Verdrag wordt opgericht als juridische entiteit voor de tenuitvoerlegging van het GTI inzake „ingebedde computersystemen”. Om een passend beheer te waarborgen van de O&Oactiviteiten, waarvoor in het raam van het zevende kaderprogramma (2007-2013) de aanzet is gegeven, moet de gemeenschappelijke onderneming Artemis worden opgericht voor een periode die afloopt op 31 december 2017. Er dient voor te worden gezorgd dat na de laatste oproep tot indiening van voorstellen in 2013, de dan nog lopende projecten tot 2017 zullen worden uitgevoerd, bewaakt en gefinancierd.

(Dit amendement geldt voor de gehele tekst.)

Amendement 2

Overweging 12

(12) De gemeenschappelijke onderneming Artemis moet een entiteit zijn die is opgezet door de Gemeenschappen; decharge voor de uitvoering van de begroting moet worden gegeven door het Europees Parlement(3), op aanbeveling van de Raad, waarbij echter wel rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de gemeenschappelijke onderneming, resulterend uit de aard van de GTI's als publiek-private partnerschappen en met name uit het feit dat de particuliere sector bijdraagt in de begroting.

(12) De gemeenschappelijke onderneming Artemis eerbiedigt de bevoegdheid van de Rekenkamer om de staat van inkomsten en uitgaven van alle door de Gemeenschappen ingestelde organen te controleren en erkent de specifieke aspecten van de Gezamenlijke Technologie-initiatieven als nieuwe instrumenten voor het opzetten van publiek-private partnerschappen, teneinde een doelmatiger oplossing te vinden met het oog op de kwijting over de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie.

Amendement 3

Overweging 21

(21) Gezien de noodzaak stabiele arbeidsvoorwaarden en een gelijke behandeling van personeel te waarborgen en teneinde gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber aan te trekken, is de toepassing noodzakelijk van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen („het personeelsstatuut”) op al het door de gemeenschappelijke onderneming Artemis aangeworven personeel.

(21) Gezien de noodzaak stabiele arbeidsvoorwaarden en een gelijke behandeling van personeel te waarborgen en teneinde gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber aan te trekken, moet de Commissie worden gemachtigd zoveel ambtenaren naar de gemeenschappelijke onderneming Artemis te detacheren als nodig is. Het overig personeel wordt door de gemeenschappelijke onderneming Artemis aangeworven overeenkomstig de arbeidswetgeving van het gastland.

Amendement 4

Overweging 25

(25) De gemeenschappelijke onderneming Artemis moet, na voorafgaand overleg met de Commissie, een afzonderlijk Financieel Reglement(4) krijgen waarin rekening is gehouden met de specifieke functioneringsbehoeften van de onderneming, die met name het gevolg zijn van het feit dat communautaire en nationale financiering ter ondersteuning van O&Oactiviteiten op een efficiënte en snelle wijze moeten worden gecombineerd.

De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), tenzij dit noodzakelijk is voor de specifieke functioneringsbehoeften van de onderneming, met name om communautaire en nationale financiering ter ondersteuning van O&O-activiteiten op een efficiënte en snelle wijze te combineren. Voor regels die afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 is vooraf toestemming van de Commissie vereist. Dergelijke afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 5

Artikel 1, lid 1

1. Voor de toepassing van het gezamenlijk technologie-initiatief (GTI) inzake ingebedde computersystemen in de zin van artikel 171 van het Verdrag, hierna de „gemeenschappelijke onderneming Artemis” genoemd, wordt voor een periode die eindigt op 31 december 2017 een gemeenschappelijke onderneming opgericht. Deze periode kan worden verlengd via een herziening van deze verordening.

1. Voor de toepassing van het gezamenlijk technologie-initiatief (GTI) inzake ingebedde computersystemen in de zin van artikel 171 van het Verdrag, hierna de „gemeenschappelijke onderneming Artemis” genoemd, wordt voor een periode die eindigt op 31 december 2017 een gemeenschappelijke onderneming opgericht. Er wordt voor gezorgd dat na de laatste oproep tot indiening van voorstellen in 2013, de dan nog lopende projecten tot 2017 zullen worden uitgevoerd, bewaakt en gefinancierd.

Amendement 6

Artikel 2, letter d)

d)

zorgen voor de efficiëntie en duurzaamheid van het GTI inzake ingebedde computersystemen;

Schrappen.

Amendement 7

Artikel 2, letter d) bis (nieuw)

d bis)

bevorderen dat kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) bij haar activiteiten worden betrokken;

Amendement 8

Artikel 4, lid 2, punt (a)

(a)

een financiële bijdrage van Artemisia van maximaal 20 miljoen euro of maximaal 1% van de totale kostprijs van projecten, naargelang wat het hoogste bedrag is, zonder dat dit bedrag [30] miljoen euro overschrijdt;

(a)

een financiële bijdrage van Artemisia van maximaal 20 miljoen euro of maximaal 1 % van de totale kostprijs van projecten, naargelang wat het hoogste bedrag is, zonder dat dit bedrag 30 miljoen EUR overschrijdt;

Amendement 9

Artikel 4, lid 2, alinea 1 bis (nieuw)

de som van de bijdragen bedoeld onder (a) en (b) mag niet meer bedragen dan 5% van de algemene begroting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis.

Amendement 10

Artikel 4, lid 3, letter b)

b)

financiële bijdragen van de Artemis-lidstaten, geleverd in de vorm van jaarlijkse vastleggingen met directe betalingen aan organisaties voor onderzoek en ontwikkeling die deelnemen aan de O&O-projecten;

b)

financiële bijdragen van de Artemis-lidstaten, geleverd in de vorm van jaarlijkse vastleggingen met directe betalingen aan organisaties voor onderzoek en ontwikkeling die deelnemen aan de O&O-projecten; de lidstaten van Artemis zorgen ervoor dat de nationale middelen binnen zo kort mogelijke termijnen worden toegewezen.

Amendement 11

Artikel 4, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. De financiële bijdragen aan de kosten van de projecten uit overheidsmiddelen hangen af van de bijdragen in natura aan de projecten van de O&O-organisaties ter dekking van hun aandeel in de noodzakelijke uitvoeringskosten van de projecten.

Amendement 12

Artikel 6, lid 1

1. Het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming Artemis is gebaseerd op de beginselen van de financiële kaderregeling. Het kan afwijken van deze kaderregeling wanneer specifieke bedrijfsbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming Artemis dat noodzakelijk maken en na voorafgaande raadpleging van de Commissie.

1. De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, tenzij dit noodzakelijk is voor de specifieke functioneringsbehoeften van de onderneming en na voorafgaande instemming van de Commissie. Dergelijke afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 13

Artikel 7, lid 5, letter c)

(c)

Tijdens het evaluatie- en selectieproces wordt erover gewaakt dat bij de toekenning van de publieke financiering van de gemeenschappelijke onderneming Artemis de beginselen van uitmuntendheid en concurrentie in acht worden genomen.

(c)

Tijdens het evaluatie- en selectieproces, dat met hulp van externe deskundigen wordt uitgevoerd, wordt erover gewaakt dat bij de toekenning van de publieke financiering van de gemeenschappelijke onderneming Artemis de beginselen van uitmuntendheid en concurrentie in acht worden genomen.

Amendement 14

Artikel 8, lid 1

1. Het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen en de regels die gezamenlijk zijn vastgesteld door de instellingen van de Europese Gemeenschap met het doel dit statuut en deze regeling toe te passen, gelden voor het personeel van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en de uitvoerend directeur daarvan.

1. De gemeenschappelijke onderneming Artemis werft haar personeel aan overeenkomstig de geldende wetgeving van het gastland. De Commissie kan zoveel ambtenaren naar de gemeenschappelijke onderneming Artemis detacheren als nodig is.

Amendement 15

Artikel 8, lid 2

2. Wat haar personeel betreft, oefent de gemeenschappelijke onderneming Artemis de bevoegdheden uit die haar door de benoemende autoriteit zijn verleend op grond van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en op grond van de bevoegdheid contracten te sluiten overeenkomstig de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen.

Schrappen.

Amendement 16

Artikel 8, lid 3

3. In samenspraak met de Commissie stelt de raad van bestuur de nodige tenuitvoerleggingsmaatregelen vast, overeenkomstig artikel 110 van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en van de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen.

3. In samenspraak met de Commissie stelt de raad van bestuur de nodige tenuitvoerleggingsmaatregelen vast met betrekking tot de detachering van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.

Amendement 17

Artikel 9

Artikel 9

Schrappen.

Voorrechten en immuniteiten

Het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen is van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming Artemis en haar personeel.

Amendement 18

Artikel 10, lid 1

1. De contractuele aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt geregeld door de wetgeving die van toepassing is op de relevante contractuele bepalingen.

1. De contractuele aansprakelijkheid van de Gemeenschappelijke Onderneming Artemis wordt geregeld door de wetgeving die van toepassing is op de relevante contractuele bepalingen en door de wetgeving die van toepassing is op de betrokken overeenkomst.

Amendement 19

Artikel 10, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. Voor het nakomen van haar verplichtingen is uitsluitend de gemeenschappelijke onderneming Artemis verantwoordelijk .

Amendement 20

Artikel 10, lid 3 ter (nieuw)

3 ter. De gemeenschappelijke onderneming Artemis draagt geen verantwoordelijkheid voor de financiële verplichtingen van haar leden. Zij kan niet aansprakelijk worden gesteld wanneer een Artemis-lidstaat verzuimt zijn verplichtingen, resulterend uit een door de gemeenschappelijke onderneming Artemis gelanceerde uitnodiging tot het indienen van voorstellen, na te komen.

Amendement 21

Artikel 10, lid 3 quater (nieuw)

3 quater. De leden zijn niet aansprakelijk voor de financiële verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. De financiële aansprakelijkheid van de leden is een interne aansprakelijkheid uitsluitend ten opzichte van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en is beperkt tot de verbintenis van de leden om bij te dragen tot de middelen als bepaald in artikel 4 .

Amendement 22

Artikel 12, lid 2

2. Uiterlijk op 31 december 2010en op 31 december 2015 maakt de Commissie, met bijstand van onafhankelijke deskundigen, een tussentijdse evaluatie op van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. Deze evaluatie heeft betrekking op de kwaliteit en efficiëntie van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en de voortgang in het bereiken van de doelstellingen. De Commissie deelt de conclusies daarvan, vergezeld van haar opmerkingen, mee aan de Raad en het Europees Parlement.

2. Uiterlijk op 31 december 2010legt de Commissie het Europees Parlement en de Raad een met bijstand van onafhankelijke deskundigen opgestelde tussentijdse evaluatie voor van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. Deze evaluatie heeft betrekking op de kwaliteit en efficiëntie van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en de voortgang in het bereiken van de doelstellingen.

Amendement 23

Artikel 12, lid 3

3. Eind 31 maart 2018 maakt de Commissie met bijstand van onafhankelijke deskundigen een eindevaluatie op van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. De resultaten van deze eindevaluatie worden ingediend bij het Europees Parlement en de Raad.

Schrappen.

Amendement 24

Artikel 12, lid 4

4. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt, in het kader van een procedure als neergelegd in het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming Artemis, door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad.

4. Kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt, in het kader van een procedure als neergelegd in de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis, door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad, onder eerbiediging van de bevoegdheid van de Rekenkamer om de staat van inkomsten en uitgaven van alle door de Gemeenschappen ingestelde organen te controleren en onder erkenning van de specifieke aspecten van de Gezamenlijke Technologie-initiatieven als nieuwe instrumenten voor het opzetten van publiekprivate partnerschappen, teneinde een doelmatiger oplossing te vinden met het oog op de kwijting over de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie.

Amendement 25

Artikel 17

Tussen de gemeenschappelijke onderneming Artemis en het gastland wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten betreffende bureelruimte, voorrechten en immuniteiten en andere ondersteunende maatregelen die door België aan de gemeenschappelijke onderneming Artemis worden verstrekt.

Tussen de gemeenschappelijke onderneming Artemis en het gastland wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten betreffende bijstand op het gebied van bureelruimte, voorrechten en immuniteiten en andere ondersteunende maatregelen die door België aan de gemeenschappelijke onderneming Artemis worden verstrekt.

Amendement 26

Bijlage, artikel 1, lid 3

3. De gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt opgericht voor een periode die afloopt op 31 december 2017, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. De gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt opgericht voor een periode die afloopt op 31 december 2017, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie. Er wordt voor gezorgd dat na de laatste oproep tot indiening van voorstellen in 2013, de dan nog lopende projecten tot 2017 zullen worden uitgevoerd, bewaakt en gefinancierd.

Amendement 28

Bijlage, artikel 1, lid 4

4. Deze periode kan worden verlengd via wijziging van deze statuten in overeenstemming met de bepalingen van artikel 23, rekening houdend met de voortgang die is gemaakt met het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en mits de financiële duurzaamheid is verzekerd.

Schrappen.

Amendement 27

Bijlage, artikel 1, lid 5 bis) (nieuw)

5 bis) De gemeenschappelijke onderneming Artemis is een orgaan in de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement en punt 47 van het IIA van 17 mei 2006.

Amendement 29

Bijlage, artikel 2, lid 1, letter d)

d)

zorgen voor de efficiëntie en duurzaamheid van het GTI inzake ingebedde computersystemen;

Schrappen.

Amendement 30

Bijlage, artikel 2, lid 2, punt d bis)

d bis)

bevorderen dat KMO's bij haar activiteiten worden betrokken

Amendement 31

Bijlage, artikel 2, lid 2, punt h)

h)

publiceren van informatie over de projecten, met inbegrip van de naam van de deelnemers en de hoogte van de financiële bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming Artemis;

h)

publiceren van informatie over de projecten, met inbegrip van de naam van de deelnemers en de hoogte van de financiële bijdrage per deelnemer van de gemeenschappelijke onderneming Artemis;

Amendement 32

Bijlage, artikel 4, lid 4

4. Besluiten van de raad van bestuur over de toetreding van andere juridische entiteiten of aanbevelingen van de raad van bestuur inzake de toetreding van derde landen als nieuwe leden worden gemaakt op basis van de relevantie en potentiële toegevoegde waarde van de kandidaat voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis.

4. Besluiten van de raad van bestuur over de toetreding van andere juridische entiteiten of aanbevelingen van de raad van bestuur inzake de toetreding van derde landen als nieuwe leden worden gemaakt op basis van de relevantie en potentiële toegevoegde waarde van de kandidaat voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. In geval van aanvrage voor lidmaatschap informeert de raad van bestuur de Commissie tijdig over de van de kandidaat gemaakte beoordeling en al naar het geval over de aanbeveling of besluiten van de raad van bestuur. De Commissie geeft deze informatie door aan de Raad.

Amendement 33

Bijlage, artikel 4, lid 5

5. Elk lid kan terugtreden uit de gemeenschappelijke onderneming Artemis. Terugtreding wordt effectief en onomkeerbeer zes maanden na de kennisgeving aan de overige leden, waarna het voormalige lid wordt vrijgesteld van alle verplichtingen buiten diegene die al bestonden voordat het terugtrad.

5. Elk lid kan terugtreden uit de gemeenschappelijke onderneming Artemis. Terugtreding wordt effectief en onomkeerbeer zes maanden na de kennisgeving aan de overige leden, waarna het voormalige lid wordt vrijgesteld van alle verplichtingen buiten diegene die het lid voor zijn uittreden al was aangegaan krachtens een overeenkomstig deze statuten genomen besluit van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. De opzegtermijn van zes maanden is niet vereist indien de uittreding gemotiveerd is door en een direct gevolg is van een statutenwijziging.

Amendement 34

Bijlage, artikel 6, lid 2, letter c)

c)

aannemen van het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming Artemis overeenkomstig artikel 13 van deze statuten;

c)

aannemen van de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis overeenkomstig artikel 13 van deze statuten, na raadpleging van de Commissie;

Amendement 35

Bijlage, Artikel 7, lid 2, punt e)

e) keurt de lancering van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen goed;

e)

keurt de inhoud, de doelstellingen en de lancering van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen goed;

Amendement 36

Bijlage, Artikel 7, lid 3, letter b)

b) De raad van openbare instanties kiest zijn voorzitter.

b)

De raad van openbare instanties kiest om de twee jaar zijn voorzitter. De voorzitter mag niet meer dan twee maal worden herkozen.

Amendement 37

Bijlage, artikel 9, lid 2

2. Uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten wijst de raad van bestuur de uitvoerend directeur aan voor een periode van maximaal 3 jaar. Na een evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur, kan de raad van bestuur het mandaat eenmalig voor een duur van maximaal vier jaar verlengen.

2. Na publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie en in andere tijdschriften en op het internet van een uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling, wijst de raad van bestuur aan de hand van een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten de uitvoerend directeur aan voor een periode van maximaal 3 jaar. Na een evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur, kan de raad van bestuur het mandaat eenmalig voor een duur van maximaal drie jaar verlengen.

Amendement 38

Bijlage, Artikel 10, lid 2, letter b)

b)

een bijdrage van de Gemeenschap ter financiering van de O&O-activiteiten;

b)

een bijdrage van de Gemeenschap ter financiering van de projecten;

Amendement 39

Bijlage, artikel 10, lid 4, punt a)

a)

Artemisia levert een bijdrage van maximaal 20 miljoen euro of maximaal 1 % van de totale kosten van de projecten, naargelang wat het hoogste bedrag is, maar zonder een bedrag van 30 miljoen euro te overschrijden;

a)

Artemisia levert een bijdrage van maximaal 20 miljoen euro of maximaal 1% van de totale kosten van de projecten, naargelang wat het hoogste bedrag is, maar zonder een bedrag van 30 miljoen EUR te overschrijden. Onder totale kosten wordt verstaan het bedrag aan totale kosten (zoals gedefinieerd in voetnoot 32) van alle projecten;

Amendement 40

Bijlage, artikel 10, lid 4, letter d bis) (nieuw)

d bis)

de som van de bijdragen bedoeld onder a) en b) mag niet meer bedragen dan 5% van de algemene begroting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis.

Amendement 41

Bijlage, artikel 10, lid 5, letter c)

c)

bijdragen in natura van de bij het onderzoek en ontwikkeling in het relevante project betrokken organisaties die goed zijn voor hun aandeel in de kosten voor de tenuitvoerlegging van het project. De totale bijdrage van de O&O-organisaties gedurende de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming Artemis moet ten minste gelijk zijn aan de bijdrage van de openbare instanties.

c)

bijdragen in natura van de bij het onderzoek en ontwikkeling in het relevante project betrokken organisaties die worden beoordeeld op hun waarde en relevantie voor de uitvoering van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming Artemis, en worden aanvaard door de raad van bestuur. De procedure voor de beoordeling van bijdragen in natura wordt door de raad van bestuur vastgesteld. De procedure zal zijn gebaseerd op de volgende uitgangspunten:

de algehele aanpak is in overeenstemming met de werkwijze van het zevende kaderprogramma, hetgeen betekent dat bijdragen in natura aan projecten worden beoordeeld op het niveau van projectevaluaties;

de uitvoeringsregels van de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis dienen als richtsnoer;

aanvullende onderdelen worden behandeld volgens de internationale normen voor de boekhouding (IAS);

de beoordeling van bijdragen vindt plaats volgens in de betreffende markt algemeen aanvaarde normen (artikel 172, lid 2, onder b) van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van de uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(6));

Verificatie wordt door een externe accountant gedaan.

Amendement 42

Bijlage, artikel 10, lid 7

7. Wanneer een lid van de gemeenschappelijke onderneming Artemis zijn verbintenissen op het gebied van de overeengekomen bijdrage ten behoeve van de gemeenschappelijke onderneming Artemis niet nakomt, roept de uitvoerend directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of de overige leden het lidmaatschap van het desbetreffende lid moeten intrekken, dan wel of andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wél nakomt.

7. Wanneer een lid van de gemeenschappelijke onderneming Artemis zijn verbintenissen op het gebied van de overeengekomen bijdrage ten behoeve van de gemeenschappelijke onderneming Artemis niet nakomt, maakt de uitvoerend directeur hem schriftelijk daarop attent en stelt een redelijke termijn waarbinnen het verzuim kan worden hersteld. Wanneer het verzuim niet binnen de gestelde termijn wordt hersteld, roept de uitvoerend directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of het lidmaatschap van het desbetreffende lid moet worden ingetrokken, dan wel of andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wél nakomt.

Amendement 43

Bijlage, artikel 13, titel en leden 1 tot en met 3

Financieel Reglement

Financiële regeling

1. Het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt vastgesteld door de raad van bestuur.

1. De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis worden na raadpleging van de Commissie vastgesteld door de raad van bestuur.

2. Het Financieel Reglement beoogt het verzekeren van goed financieel beheer van de gemeenschappelijke onderneming Artemis.

2. De financiële regeling beoogt het verzekeren van goed financieel beheer van de gemeenschappelijke onderneming Artemis.

3. Het Financieel Reglement is gebaseerd op de beginselen van de financiële kaderregelingen bevat met name bepalingen betreffende de planning en uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. Het Financieel Reglement kan afwijken van deze kaderregeling wanneer specifieke bedrijfsbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming Artemis dat noodzakelijk maken en na voorafgaande raadpleging van de Commissie.

3. De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis mogen niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, tenzij de specifieke functioneringsbehoeften van de onderneming dat noodzakelijk maken. Voor regels die afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 is vooraf toestemming van de Commissie vereist. Dergelijke afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 44

Bijlage, artikel 13, lid 4

4. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt, in het kader van een procedure als neergelegd in het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming Artemis, door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad.

4. Kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Artemis wordt, in het kader van een procedure als neergelegd in de financiele regeling van de gemeenschappelijke onderneming Artemis, door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad, onder eerbiediging van de bevoegdheid van de Rekenkamer om de staat van inkomsten en uitgaven van alle door de Europese Gemeenschappen ingestelde organen te controleren en onder erkenning van de specifieke aspecten van de Gezamenlijke Technologieinitiatieven als nieuwe instrumenten voor het opzetten van publiek-private partnerschappen, teneinde een doelmatiger oplossing te vinden met het oog op de kwijting over de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie.

Amendement 45

Bijlage, artikel 14, lid 1

1. In het strategisch meerjarenplan worden de strategie en de plannen voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis, inclusief de onderzoeksagenda, gespecificeerd.

1. In het strategisch meerjarenplan worden de strategie en de plannen voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis, inclusief de onderzoeksagenda, gespecificeerd. Zodra het door de raad van bestuur is goedgekeurd wordt het strategisch meerjarenplan gepubliceerd.

Amendement 46

Bijlage, artikel 14, lid 2

2. Het jaarlijks werkprogramma bevat een beschrijving van de werkingssfeer van en de begroting voor de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die moeten worden gelanceerd om de onderzoeksagenda voor een bepaald jaar ten uitvoer te leggen.

2. Het jaarlijks werkprogramma bevat een beschrijving van de werkingssfeer van en de begroting voor de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die moeten worden gelanceerd om de onderzoeksagenda voor een bepaald jaar ten uitvoer te leggen. Zodra het door de raad van bestuur is goedgekeurd wordt het jaarlijks werkprogramma gepubliceerd.

Amendement 47

Bijlage, artikel 14, lid 3

3. In het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan wordt het plan gespecificeerd voor de uitvoering van alle activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming Artemis voor een bepaald jaar, inclusief de geplande uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en acties die via aanbestedingen moeten worden uitgevoerd. De uitvoerend directeur stelt het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan samen met de jaarlijkse begroting voor aan de raad van bestuur.

3. In het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan wordt het plan gespecificeerd voor de uitvoering van alle activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming Artemis voor een bepaald jaar, inclusief de geplande uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en acties die via aanbestedingen moeten worden uitgevoerd. De uitvoerend directeur stelt het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan samen met de jaarlijkse begroting voor aan de raad van bestuur. Zodra het door de raad van bestuur is goedgekeurd wordt het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan gepubliceerd.

Amendement 48

Bijlage, artikel 14, lid 5, alinea 2

Het jaarverslag wordt samen met de jaarrekening en de balans door de uitvoerend directeur gepresenteerd.

Het jaarverslag wordt samen met de jaarrekening en de balans door de uitvoerend directeur gepresenteerd. In het jaarverslag wordt ook de deelname door KMO's aan de O&O-activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming Artemis vermeld.

Amendement 49

Bijlage, artikel 14, lid 6

6. Jaarrekening en balans: binnen twee maanden na de afsluiting van elk begrotingsjaar wordt de jaarrekening voor het vorige jaar door de uitvoerend directeur bij de raad van bestuur ter goedkeuring ingediend. De jaarrekening en de balans voor het vorige jaar worden bij de Europese Rekenkamer ingediend.

6. Jaarrekening en balans: binnen twee maanden na de afsluiting van elk begrotingsjaar wordt de jaarrekening voor het vorige jaar door de uitvoerend directeur bij de raad van bestuur ter goedkeuring ingediend. De jaarrekening en de balans voor het vorige jaar worden bij de Europese Rekenkamer en de begrotingsautoriteit ingediend.

Amendement 50

Bijlage, artikel 15, lid 2

2. De gemeenschappelijke onderneming Artemis sluit subsidie-overeenkomsten af met deelnemers aan projecten met het oog op de uitvoering van deze projecten. Deze subsidieovereenkomsten verwijzen naar en steunen op, wanneer passend, overeenkomstige nationale subsidie-overeenkomsten als bedoeld in artikel 16, lid 5, onder b).

2. De gemeenschappelijke onderneming Artemis sluit subsidie-overeenkomsten af met deelnemers aan projecten met het oog op de uitvoering van deze projecten. De termen en voorwaarden van de1ze subsidie-overeenkomsten zijn in overeenstemming met de financiële bepalingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en verwijzen naar en steunen op, wanneer passend, overeenkomstige nationale subsidieovereenkomsten als bedoeld in artikel 16, lid 5, onder b).

Amendement 51

Bijlage, artikel 16, lid 4, punt a)

a)

Door de gemeenschappelijke onderneming Artemis gelanceerde uitnodigingen tot het indienen van voorstellen staan open voor kandidaten die gevestigd zijn in Artemis-lidstaten en in elke andere lidstaat van de Europese Unie of in geassocieerde landen.

a)

Door de gemeenschappelijke onderneming Artemis gelanceerde uitnodigingen tot het indienen van voorstellen staan open voor kandidaten die gevestigd zijn in Artemis-lidstaten en in elke andere lidstaat van de Europese Unie of in geassocieerde landen. Aan de uitnodigingen tot indiening van voorstellen wordt een zo groot mogelijke bekendheid gegeven door middel van tijdschriften, op het internet, enz.

Amendement 52

Bijlage, artikel 18, lid 1

1. De personeelsformatie wordt elk jaar vastgesteld in een lijst van het aantal ambten, die in de jaarlijkse begroting wordt opgenomen.

1. De personeelsformatie wordt elk jaar vastgesteld in een lijst van het aantal ambten, die in de jaarlijkse begroting wordt opgenomen en samen met het voorontwerp van begroting van de Europese Unie door de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad wordt ingediend.

Amendement 53

Bijlage, artikel 18, lid 2

2. De personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming Artemis zijn tijdelijke en contractuele functionarissen en hebben arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, eenmaal verlengbaar tot een maximumtermijn van zeven jaar.

Schrappen.

Amendement 54

Bijlage, artikel 19, lid 6

6. De leden zijn niet aansprakelijk voor de financiële verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. De financiële aansprakelijkheid van de leden is een interne aansprakelijkheid uitsluitend ten opzichte van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en is beperkt tot de verbintenis van de leden om bij te dragen tot de middelen als bepaald in artikel 10, lid 2.

6. De leden zijn niet aansprakelijk voor de verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis. De financiële aansprakelijkheid van de leden is een interne aansprakelijkheid uitsluitend ten opzichte van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en is beperkt tot de verbintenis van de leden om bij te dragen tot de middelen als bepaald in artikel 10, lid 2.

Amendement 55

Bijlage, artikel 19, lid 7

7. De financiële aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming Artemis voor haar schulden is beperkt tot de bijdragen van de leden in de lopende kosten als bepaald in artikel 10, lid 2.

7. Met uitzondering van de aan de projectdeelnemers toekomende financiële bijdragen bedoeld in artikel 16, lid 5, onder a), is de financiële aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming Artemis voor haar schulden beperkt tot de bijdragen van de leden in de lopende kosten als bepaald in artikel 10, lid 2.

Amendement 56

Bijlage, artikel 22, lid 5

5. Wanneer alle praktische hulpmiddelen zijn behandeld op de wijze als bedoeld in lid 4, worden verdere activa gebruikt ter dekking van de verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en de liquidatiekosten. Elk overschot of tekort wordt verdeeld over, respectievelijk opgebracht door, de op het moment van de liquidatie bestaande leden in verhouding tot hun werkelijke totale bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming Artemis.

5. Wanneer alle praktische hulpmiddelen zijn behandeld op de wijze als bedoeld in lid 4, worden verdere activa gebruikt ter dekking van de verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming Artemis en de liquidatiekosten. Elk overschot wordt verdeeld over de op het moment van de liquidatie bestaande leden in verhouding tot hun werkelijke totale bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming Artemis.

Amendement 57

Bijlage, artikel 23, lid 3

3. Voorstellen voor wijziging van de statuten worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 door de raad van bestuur besproken en ter besluit bij de Commissie ingediend.

3. Voorstellen voor wijziging van de statuten worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 door de raad van bestuur besproken en na raadpleging van het Europees Parlement ter besluit bij de Commissie ingediend.

Amendement 58

Bijlage, artikel 23, lid 4

4. Onverlet lid 3 wordt elke wijziging die wordt voorgesteld met betrekking tot artikel 1, lid 3, artikel 4, lid 3, artikel 10, lid 4, onder b), en artikel 10, lid 5, onder a), beschouwd als een essentiële wijziging die moet worden goedgekeurd via een herziening van deze verordening.

4. Onverlet lid 3 wordt elke wijziging die wordt voorgesteld met betrekking tot artikel 1, lid 3, artikel 4, lid 3, artikel 6, lid 1, artikel 7, lid 1, artikel 9, lid 2, artikel 10, lid 4, onder b), artikel 10, lid 5, onder a), en artikel 19 beschouwd als een essentiële wijziging die moet worden goedgekeurd via een herziening van deze verordening.

Amendement 60

Bijlage, Artikel 24, lid 2, letter i)

i)

„toegangsrechten”, niet-exclusieve licenties en gebruikersrechten voor nieuwe of bestaande I&R, waarbij dit niet het recht omvat tot het verlenen van een sub-licentie tenzij anderszins overeengekomen in de projectovereenkomst;

i)

„toegangsrechten”, bij projectovereenkomst te verlenen nietexclusieve licenties en gebruikersrechten voor nieuwe of bestaande I&R, waarbij dit niet het recht omvat tot het verlenen van een sub-licentie tenzij anderszins overeengekomen in de projectovereenkomst;

Amendement 61

Bijlage, artikel 24, lid 2, punt j)

j)

„noodzakelijk”, in technische zin essentieel voor de tenuitvoerlegging van het project en/of het gebruik van nieuwe IER en waarbij, wanneer er intellectuele-eigendomsrechten bij betrokken zijn, toegangsrechten moeten worden verleend om een inbreuk op die eigendomsrechten te voorkomen;

(Niet van toepassing op de Nederlandse tekst.)

Amendement 62

Bijlage, artikel 24, lid 3, punt 3.2.1.

3.2.1.

Projectdeelnemers in eenzelfde project sluiten onderling een projectovereenkomst die onder meer een regeling inhoudt van de toegangsrechten die overeenkomstig dit artikel moeten worden verleend. De projectdeelnemers kunnen zelf de bestaande I&R omschrijven die noodzakelijk is voor dit project en kunnen, wanneer dat passend is, overeenkomen bepaalde specifieke bestaande I&R uit te sluiten.

3.2.1.

Projectdeelnemers in eenzelfde project sluiten onderling een projectovereenkomst die onder meer een regeling inhoudt van de toegangsrechten die overeenkomstig dit artikel moeten worden verleend. De projectdeelnemers kunnen besluiten ruimere toegangsrechten te verlenen dan door dit artikel wordt voorgeschreven. De projectdeelnemers kunnen zelf de bestaande I&R omschrijven die noodzakelijk is voor dit project en kunnen, wanneer dat passend is, overeenkomen bepaalde specifieke bestaande I&R uit te sluiten.

Amendement 63

Bijlage, artikel 24, lid 3, punt 3.2.4.

3.2.4.

De deelnemers in eenzelfde project krijgen toegangsrechten tot bestaande I&R wanneer dit noodzakelijk is voor het gebruik van hun eigen nieuwe I&R, mits de eigenaar van de bestaande I&R gerechtigd is deze rechten toe te kennen. Dergelijke toegangsrechten worden verleend op niet-exclusieve basis onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.

3.2.4.

De deelnemers in eenzelfde project krijgen toegangsrechten tot bestaande I&R wanneer dit noodzakelijk is voor het gebruik van hun eigen nieuwe I&R, mits de eigenaar van de bestaande I&R gerechtigd is deze rechten toe te kennen. Dergelijke toegangsrechten worden verleend op niet-exclusieve en niet-overdraagbare basis onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.

Amendement 65

Bijlage, artikel 24, lid 3, punt 3.4.1

3.4.1.

Wanneer een deelnemer de eigendom van nieuwe I&R overdraagt, draagt hij tevens zijn verplichtingen met betrekking tot dergelijke nieuwe I&R over aan de verkrijger, inclusief de verplichting om deze verplichtingen over te dragen aan een daarop volgende verkrijger. Tot deze verplichtingen behoren de verplichtingen met betrekking tot het verlenen van toegangsrechten en met betrekking tot verspreiding en gebruik.

3.4.1.

Wanneer een deelnemer de eigendom van nieuwe I&R overdraagt, draagt hij tevens zijn verplichtingen met betrekking tot dergelijke nieuwe I&R over aan de verkrijger, met name met betrekking tot het verlenen van toegangsrechten en met betrekking tot verspreiding en gebruik. Bij een dergelijke overdracht deelt de betrokken deelnemer de andere deelnemers in hetzelfde project de naam en de contactgegevens van de nieuwe verkrijger mee.

Amendement 66

Bijlage, artikel 24, lid 3, punt 3.4.2

3.4.2.

Onverlet zijn geheimhoudingsverplichtingen stelt een projectdeelnemer die zijn verplichting om toegangsrechten te verlenen moet overdragen, de overige deelnemers ten minste 45 dagen van te voren op de hoogte van deze geplande overdracht, samen met voldoende informatie over de nieuwe eigenaar om het voor de overige deelnemers mogelijk te maken hun toegangsrechten uit te oefenen. Na deze kennisgeving kan elke andere deelnemer binnen 30 dagen of binnen een andere schriftelijk overeengekomen termijn bezwaar aantekenen tegen een geplande overdracht van eigendom wanneer die overdracht een negatief effect zou hebben op zijn toegangsrechten. Wanneer een van de overige deelnemers aantoont dat zijn toegangsrechten worden geschaad, kan de geplande overdracht niet plaatsvinden tot er een overeenkomst is bereikt tussen de betrokken deelnemers.

Schrappen.


P6_TA(2007)0589

Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC (COM(2007)0356 — C6-0275/2007 — 2007/0122(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0356),

gelet op Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(1) (het “Financieel Reglement”), en met name op artikel 185,

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(2) (IIA), en met name op punt 47,

gelet op de artikelen 171 en 172 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0275/2007),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en het advies van de Begrotingscommissie (A6-0486/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

is van mening dat het referentiebedrag van het wetgevingsvoorstel in overeenstemming moet zijn met het plafond van rubriek 1 a van het huidige meerjarig financieel kader 2007-2013 en met de bepalingen van punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 17 mei 2006; merkt op dat elke vorm van financiering na 2013 in het kader van de onderhandelingen over het volgende financieel kader zal worden beoordeeld;

3.

wijst er nogmaals op dat het advies van de Begrotingscommissie niet vooruitloopt op het resultaat van de procedure als bepaald in punt 47 van het IIA van 17 mei 2006, dat van toepassing is op de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC;

4.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

5.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

6.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

7.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 8

(8) Het GTI inzake nano-elektronica moet een duurzaam publiek-privaat partnerschap tot stand brengen en de particuliere en publieke investeringen versterken in de nanoelektronicasector in Europa, waarmee voor de doeleinden van deze verordening de lidstaten van de EU en de met het zevende kaderprogramma geassocieerde landen worden bedoeld. Het GTI inzake nano-elektronica moet ook een doeltreffende coördinatie en synergie van de financiële en personele middelen uit het kaderprogramma, de industrie, nationale programma's voor O&O en intergouvernementele stelsels voor O&O bewerkstelligen en op die manier bijdragen tot een versterking van de toekomstige groei, het concurrentievermogen en de duurzame ontwikkeling van Europa. De doelstelling is ten slotte de samenwerking tussen alle belanghebbenden te versterken, onder meer de betrokken bedrijfssector, de nationale overheden, de academische wereld en de onderzoekscentra, meer bepaald door de onderzoeksinspanningen beter te richten en te coördineren.

(8) Het GTI inzake nano-elektronica moet een duurzaam publiek-privaat partnerschap tot stand brengen en de particuliere en publieke investeringen versterken in de nanoelektronicasector in Europa, waarmee voor de doeleinden van deze verordening de lidstaten van de EU en de met het zevende kaderprogramma geassocieerde landen worden bedoeld. Het GTI inzake nano-elektronica moet ook een doeltreffende coördinatie en synergie van de financiële en personele middelen uit het kaderprogramma, de industrie, nationale programma's voor O&O en intergouvernementele stelsels voor O&O bewerkstelligen en op die manier bijdragen tot een versterking van de toekomstige groei, het concurrentievermogen en de duurzame ontwikkeling van Europa. De doelstelling is ten slotte de samenwerking tussen alle belanghebbenden te versterken, onder meer de betrokken bedrijfssector, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), de nationale overheden, de academische wereld en de onderzoekscentra, meer bepaald door de onderzoeksinspanningen beter te richten en te coördineren.

Amendement 2

Overweging 11

(11) De ambitie en het domein van de doelstellingen die zijn vastgelegd voor het GTI inzake nano-elektronica, de omvang van de te mobiliseren financiële en technische middelen en de noodzaak van een doeltreffende coördinatie en synergie van materiële en financiële middelen maken actie op communautair niveau noodzakelijk. Het is daarom nodig dat er een gemeenschappelijke onderneming (hierna de “gemeenschappelijke onderneming ENIAC” genoemd) overeenkomstig artikel 171 van het Verdrag wordt opgericht als juridische entiteit voor de tenuitvoerlegging van het GTI inzake nano-elektronica. Om een passend beheer te waarborgen van de O&O-activiteiten, waarvoor in het kader van het zevende kaderprogramma de aanzet is gegeven, moet de gemeenschappelijke onderneming ENIAC worden opgericht voor een periode die afloopt op 31 december 2017, periode die eventueel kan worden verlengd.

(11) De ambitie en het domein van de doelstellingen die zijn vastgelegd voor het GTI inzake nano-elektronica, de omvang van de te mobiliseren financiële en technische middelen en de noodzaak van een doeltreffende coördinatie en synergie van materiële en financiële middelen maken actie op communautair niveau noodzakelijk. Het is daarom nodig dat er een gemeenschappelijke onderneming (hierna de “gemeenschappelijke onderneming ENIAC” genoemd) overeenkomstig artikel 171 van het Verdrag wordt opgericht als juridische entiteit voor de tenuitvoerlegging van het GTI inzake nano-elektronica. Om een passend beheer te waarborgen van de O&O-activiteiten, waarvoor in het kader van het zevende kaderprogramma de aanzet is gegeven, moet de gemeenschappelijke onderneming ENIAC worden opgericht voor een periode die afloopt op 31 december 2017. Verzekerd dient te worden dat na de laatste uitnodiging tot het indienen van voorstellen in 2013, projecten die nog in uitvoering zijn tot 2017 worden uitgevoerd, gecontroleerd en gefinancierd.

Amendement 3

Overweging 12

(12) De gemeenschappelijke onderneming ENIAC moet een entiteit zijn die is opgezet door de Gemeenschappen; decharge voor de uitvoering van de begroting moet worden verleend door het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad. Hierbij moet echter rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de gemeenschappelijke onderneming, resulterend uit de aard van de GTI's als publiek-private partnerschappen en met name uit het feit dat de particuliere sector bijdraagt in de begroting.

(12) De gemeenschappelijke onderneming ENIAC moet een entiteit zijn die is opgezet door de Gemeenschappen; decharge voor de uitvoering van de begroting moet worden verleend door het Europees Parlement, waarbij het rekening houdt met een aanbeveling van de Raad.

Amendement 4

Overweging 12 bis (nieuw)

(12 bis) De Gemeenschap en alle publieke belanghebbenden moeten ernaar streven de kansen te onderkennen die de gezamenlijke technologie-initiatieven bieden als nieuwe mechanismen om publiek-private partnerschappen tot stand te brengen, en samenwerken met particuliere belanghebbenden om een meer doeltreffende oplossing te vinden voor het verlenen van kwijting over de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie .

Amendement 5

Overweging 14

(14) De doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC moeten worden nagestreefd door het samenbrengen van middelen uit de openbare en particuliere sectoren met het oog op de ondersteuning van O&O-activiteiten in de vorm van projecten. Daartoe moet de gemeenschappelijke onderneming ENIAC vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen voor projecten kunnen organiseren voor het ten uitvoer leggen van onderdelen van haar onderzoeksagenda. Dergelijke O&O-activiteiten moeten de binnen het zevende kaderprogramma vigerende fundamentele ethische beginselen in acht nemen.

(14) De doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC moeten worden nagestreefd door het samenbrengen van middelen uit de openbare en particuliere sectoren met het oog op de ondersteuning van O&O-activiteiten en het maken van prototypes in de vorm van projecten. Daartoe moet de gemeenschappelijke onderneming ENIAC vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen voor projecten kunnen organiseren voor het ten uitvoer leggen van onderdelen van haar onderzoeksagenda. Dergelijke O&O-activiteiten moeten de binnen het zevende kaderprogramma vigerende fundamentele ethische beginselen in acht nemen.

Amendement 6

Overweging 22

(22) Gezien de noodzaak stabiele arbeidsvoorwaarden en een gelijke behandeling van personeel te waarborgen en teneinde gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber aan te trekken, is de toepassing noodzakelijk van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (“het personeelsstatuut”) op al het door de gemeenschappelijke onderneming ENIAC aangeworven personeel.

(22) Gezien de noodzaak een doeltreffende werking van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC te waarborgen en gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber aan te trekken, is het noodzakelijk dat in overleg met de raad van bestuur van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC, de Commissie en de deelnemende lidstaten net zoveel ambtenaren kunnen detacheren als de gemeenschappelijke onderneming ENIAC nodig heeft en het resterende benodigde personeel wordt aangeworven op basis van contracten, met inachtneming van het feit dat de personeelskosten laag gehouden moeten worden en er weinig tijd is voor de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 7

Overweging 26

(26) De gemeenschappelijke onderneming ENIAC moet, na voorafgaande toestemming van de Commissie, een specifieke financiële regeling vaststellen waarin rekening wordt gehouden met de specifieke functioneringsbehoeften van de onderneming, die met name het gevolg zijn van het feit dat communautaire en nationale financiering ter ondersteuning van O&Oactiviteiten op een efficiënte en snelle wijze moeten worden gecombineerd. Deze moeten worden gebaseerd op de beginselen die zijn vervat in Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 23 december 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(3).

(26) De financiële regeling van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming ENIAC mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(4), tenzij dit noodzakelijk is met het oog op haar specifieke functioneringsbehoeften, en dan met name de noodzaak communautaire en nationale financiering ter ondersteuning van O&O-activiteiten op een efficiënte en snelle wijze te combineren. Voor de goedkeuring van regels die afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 is vooraf toestemming van de Commissie vereist. De begrotingsautoriteit moet van dergelijke eventuele afwijkingen in kennis worden gesteld.

Amendement 8

Artikel 1, lid 1

1. Voor de toepassing van het gezamenlijk technologie-initiatief (hierna “GTI” genoemd) inzake nano-elektronica wordt een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 171 van het Verdrag (hierna de “gemeenschappelijke onderneming ENIAC” genoemd) opgericht voor een periode die eindigt op 31 december 2017. Deze periode kan worden verlengd via een herziening van deze verordening.

1. Voor de toepassing van het gezamenlijk technologie-initiatief (hierna “GTI” genoemd) inzake nano-elektronica wordt een gemeenschappelijke onderneming in de zin van artikel 171 van het Verdrag (hierna de “gemeenschappelijke onderneming ENIAC” genoemd) opgericht voor een periode die eindigt op 31 december 2017. Verzekerd moet worden dat na de laatste uitnodiging tot het indienen van voorstellen in 2013, projecten die in uitvoering zijn tot 2017 worden uitgevoerd, gecontroleerd en gefinancierd. De gemeenschappelijke onderneming ENIAC is een orgaan als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement en punt 47 van het IIA van 17 mei 2006.

Amendement 9

Artikel 2, letter b)

b)

de voor de tenuitvoerlegging van de onderzoeksagenda vereiste activiteiten (hierna “O&O-activiteiten” genoemd) ondersteunen, met name door het toekennen van financiering aan de deelnemers in projecten die geselecteerd zijn op basis van vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen;

b)

de voor de tenuitvoerlegging van de onderzoeksagenda vereiste activiteiten (hierna “O&O-activiteiten” genoemd) ondersteunen, met name door het toekennen van financiering aan de deelnemers in projecten die geselecteerd zijn op basis van vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen voor O&O-activiteiten en het maken van prototypes;

Amendement 10

Artikel 2, letter c)

c)

een publiek-privaat partnerschap bevorderen met het oog op het mobiliseren en samenbrengen van communautaire, nationale en particuliere inspanningen, waardoor de totale investeringen voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van nano-elektronica worden verhoogd en de samenwerking tussen de publieke en particuliere sectoren wordt versterkt;

c)

een publiek-privaat partnerschap bevorderen met het oog op het mobiliseren en samenbrengen van communautaire, nationale en particuliere inspanningen, waardoor de totale investeringen voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van nano-elektronica worden verhoogd, de samenwerking tussen de publieke en particuliere sectoren wordt versterkt en synergieën tot stand worden gebracht tussen de belanghebbenden van de nano-elektronica-industrie, waaronder grotere ondernemingen, KMO's en O&O-instituten;

Amendement 11

Artikel 2, letter d)

d)

zorgen voor de efficiëntie en duurzaamheid van het GTI inzake nano-elektronica;

Schrappen.

Amendement 12

Artikel 3, lid 2, letter b)

b)

alle niet tot de EU behorende landen of niet-kandidaatlidstaten of niet-geassocieerde landen (hierna “derde landen” genoemd) met O&O-beleid of -programma's op het gebied van nano-elektronica;

Schrappen.

Amendement 13

Artikel 4, lid 2, letter b)

b)

een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 10 miljoen euro;

b)

een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 10 miljoen EUR, te betalen in termijnen van maximaal 1,5 miljoen EUR per jaar of een bedrag dat gelijk is aan 50% van de bijdrage van AENEAS, naargelang wat het laagste bedrag is; een eventueel in het lopende jaar niet besteed gedeelte van dit bedrag wordt het volgende jaar beschikbaar gesteld voor O&O-activiteiten;

Amendement 14

Artikel 4, lid 3, letter a)

a)

een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 440 miljoen euro ter financiering van projecten;

a)

een financiële bijdrage van de Gemeenschap van maximaal 440 miljoen EUR ter financiering van projecten, welk bedrag kan worden verhoogd met een eventueel nietbesteed gedeelte van de bijdrage van de Gemeenschap in de lopende kosten, als bepaald in lid 2, onder b) hierboven;

Amendement 15

Artikel 6, titel en paragraaf 1

Financieel reglement

Financiële regeling

1. De gemeenschappelijke onderneming ENIAC stelt een specifieke financiële regeling vast, gebaseerd op de beginselen van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002. De regeling kan afwijken van deze verordening wanneer specifieke functioneringsbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC dat noodzakelijk maken en na voorafgaande toestemming van de Commissie.

1. De financiële regeling die van toepassing is op de gemeenschappelijke onderneming ENIAC mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, tenzij dit noodzakelijk is met het oog op haar specifieke functioneringsbehoeften en na voorafgaande instemming van de Commissie. Deze eventuele afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 16

Artikel 8, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. De Commissie en de lidstaten kunnen in samenspraak met de raad van bestuur ambtenaren detacheren bij de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 17

Artikel 8, lid 3

3. In samenspraak met de Commissie stelt de raad van bestuur de nodige tenuitvoerleggingsmaatregelen vast, overeenkomstig artikel 110 van het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen.

3. In samenspraak met de Commissie stelt de raad van bestuur de nodige tenuitvoerleggingsmaatregelen vast met betrekking tot de detachering van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de deelnemende lidstaten en de tewerkstelling van aanvullend personeel.

Amendement 18

Artikel 10, lid 1 bis (nieuw)

1 bis. Voor het nakomen van haar verplichtingen is uitsluitend de gemeenschappelijke onderneming ENIAC verantwoordelijk .

Amendement 19

Artikel 10, lid 1 ter (nieuw)

1 ter. De gemeenschappelijke onderneming ENIAC draagt geen verantwoordelijkheid voor de financiële verplichtingen van haar leden. Zij kan niet aansprakelijk worden gesteld wanneer een ENIAC-lidstaat verzuimt zijn verplichtingen, resulterend uit een door de gemeenschappelijke onderneming ENIAC gelanceerde uitnodiging tot het indienen van voorstellen, na te komen.

Amendement 20

Artikel 10, lid 1 quater (nieuw)

1 quater. De leden zijn niet aansprakelijk voor de financiële verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC. De financiële aansprakelijkheid van de leden is een interne aansprakelijkheid uitsluitend ten opzichte van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en is beperkt tot de verbintenis van de leden om bij te dragen tot de middelen als bepaald in artikel 4 .

Amendement 21

Artikel 12, lid 2

2. Uiterlijk op 31 december 2010 en op 31 december 2015 maakt de Commissie, met bijstand van onafhankelijke deskundigen, een tussentijdse evaluatie op van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC. Deze evaluatie heeft betrekking op de kwaliteit en efficiëntie van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en de voortgang in het bereiken van de doelstellingen. De Commissie deelt de conclusies daarvan, vergezeld van haar opmerkingen, mee aan de Raad en het Europees Parlement.

2. Uiterlijk op 31 december 2011 dient de Commissie, een met bijstand van onafhankelijke deskundigen opgestelde evaluatie in van de werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC. Deze evaluatie heeft betrekking op de kwaliteit en efficiëntie van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en de voortgang in het bereiken van de doelstellingen. De Commissie deelt de conclusies daarvan, vergezeld van haar opmerkingen, mee aan de Raad en het Europees Parlement. De resultaten van de evaluatie worden in aanmerking genomen ten einde de onderzoeksagenda zo nodig te heroriënteren.

Amendement 22

Artikel 12, lid 4

4. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt, in het kader van een procedure als neergelegd in de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC, door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad.

4. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt door het Europees Parlement verleend, rekening houdend met een aanbeveling van de Raad.

Amendement 23

Artikel 16

De Commissie en AENEAS zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van alle voorbereidende activiteiten met het oog op de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC totdat de voor de werking ervan verantwoordelijke organen ten volle operationeel zijn.

De Commissie en AENEAS zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van alle voorbereidende activiteiten met het oog op de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC totdat de voor de werking ervan verantwoordelijke organen ten volle operationeel zijn en verzekeren dat de gemeenschappelijke onderneming ENIAC binnen drie maanden na de inwerkingtreding van deze verordening volledig operationeel is.

Amendement 24

Artikel 17

Tussen de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en België wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten betreffende bureelruimte, voorrechten en immuniteiten en andere ondersteunende maatregelen die door België aan de gemeenschappelijke onderneming ENIAC worden verstrekt.

Tussen de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en België wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten betreffende bijstand op het gebied van bureelruimte, voorrechten en immuniteiten en andere ondersteunende maatregelen die door België aan de gemeenschappelijke onderneming ENIAC worden verstrekt.

Amendement 25

Artikel 18

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. De verordening loopt op 31 december 2017 af.

Amendement 26

Bijlage, artikel 1, lid 3

3. De gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt opgericht voor een periode die afloopt op31 december 2017, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. De gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt opgericht voor een periode die loopt tot31 december 2017, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie. Verzekerd moet worden dat na de laatste uitnodiging tot het indienen van voorstellen in 2013, projecten die nog in uitvoering zijn tot 2017 worden uitgevoerd, gecontroleerd en gefinancierd.

Amendement 28

Bijlage, artikel 1, lid 4

4. Deze periode kan worden verlengd via wijziging van deze statuten in overeenstemming met de bepalingen van artikel 22, rekening houdend met de voortgang die is gemaakt met het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en mits de financiële duurzaamheid is verzekerd.

Schrappen.

Amendement 27

Bijlage, artikel 1, lid 5 bis (nieuw)

5 bis. De gemeenschappelijke onderneming ENIAC is een orgaan als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement en punt 47 van het IIA van 17 mei 2006.

Amendement 29

Bijlage, artikel 2, lid 1, letter c)

c)

een publiek-privaat partnerschap bevorderen met het oog op het mobiliseren en samenbrengen van communautaire, nationale en particiuliere inspanningen, waardoor de totale investeringen voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van nano-elektronica worden verhoogd en de samenwerking tussen de publieke en particuliere sectoren wordt versterkt;

c)

een publiek-privaat partnerschap bevorderen met het oog op het mobiliseren en samenbrengen van communautaire, nationale en particiuliere inspanningen, waardoor de totale investeringen voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van nano-elektronica worden verhoogd, de samenwerking tussen de publieke en particuliere sectoren wordt versterkt en synergieën tot stand worden gebracht tussen alle belanghebbenden van de nano-elektronica-industrie, waaronder grotere ondernemingen, KMO's en O&O-instituten;

Amendement 30

Bijlage, artikel 2, lid 1, letter d)

d)

zorgen voor de efficiëntie en duurzaamheid van het GTI inzake nano-elektronica;

Schrappen.

Amendement 31

Bijlage, artikel 2, lid 2, letter e bis) (nieuw)

e bis)

zorgen voor de deelname van KMO's, opdat aan hen ten minste 15% van de beschikbare middelen wordt toegekend .

Amendement 32

Bijlage, artikel 2, lid 2, letter g)

g)

beheren van communicatie en verspreiding van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC onverminderd geheimhoudingsverplichtingen;

g)

beheren van communicatie en verspreiding van de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC onverminderd geheimhoudingsverplichtingen, met bijzondere nadruk op communicatie en verspreiding van de gegevens onder KMO's en onderzoekcentra;

Amendement 33

Bijlage, artikel 2, lid 2, letter h)

h)

publiceren van informatie over de projecten, met inbegrip van de naam van de deelnemers en de hoogte van de financiële bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC;

h)

publiceren van informatie over de projecten, met inbegrip van de naam van de deelnemers, de hoogte van de financiële bijdrage per deelnemer van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en informatie over de deelname van KMO's;

Amendement 34

Bijlage, artikel 3, lid 2, letter b)

b)

alle niet tot de EU behorende landen of niet-kandidaatlidstaten of niet-geassocieerde landen (hierna “derde landen” genoemd) met een beleid en programma's voor O&O op het gebied van nano-elektronica;

Schrappen.

Amendement 35

Bijlage, artikel 4, lid 3

3. Aanvragen voor lidmaatschap van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC door derde landen worden in overweging genomen door de raad van bestuur, die een aanbeveling zal richten tot de Commissie. De Commissie kan voorstellen om deze verordening bij de toetreding van het derde land te wijzigen afhankelijk van de succesvolle afronding van onderhandelingen met de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Schrappen.

Amendement 36

Bijlage, artikel 4, lid 4

4. Besluiten van de raad van bestuur over de toetreding van andere juridische entiteiten worden genomen of aanbevelingen van de raad van bestuur inzake de toetreding van derde landen als nieuwe leden worden gedaan op basis van de relevantie en potentiële toegevoegde waarde van de kandidaat voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

4. Besluiten van de raad van bestuur over de toetreding van andere juridische entiteiten worden genomen op basis van de relevantie en potentiële toegevoegde waarde van de kandidaat voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 37

Bijlage, artikel 4, lid 5

5. Elk lid kan terugtreden uit de gemeenschappelijke onderneming ENIAC. Terugtreding wordt effectief en onomkeerbeer zes maanden na de kennisgeving aan de overige leden, waarna het voormalige lid wordt vrijgesteld van alle verplichtingen buiten diegene die al bestonden voordat het terugtrad.

5. Elk lid kan terugtreden uit de gemeenschappelijke onderneming ENIAC. Terugtreding wordt effectief en onomkeerbeer zes maanden na de kennisgeving aan de overige leden, waarna het voormalige lid wordt vrijgesteld van alle verplichtingen buiten diegene die overeenkomstig deze Statuten via besluiten van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC reeds waren aangegaan voordat het lid terugtrad.

Amendement 38

Bijlage, artikel 6, lid 1, letter g)

g)

Besluiten worden genomen met een meerderheid van ten minste 75 % van de stemmen tenzij uitdrukkelijk anderszins bepaald in deze statuten. Bij alle besluiten van de raad van bestuur met betrekking tot het gebruik van de financiële bijdrage van de Gemeenschap, de methode voor de beoordeling van de bijdragen in natura, elke wijziging van deze statuten en elke wijziging van het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC beschikt de Gemeenschap over een vetorecht.

g)

Besluiten worden genomen met een meerderheid van ten minste 75 % van de stemmen tenzij uitdrukkelijk anderszins bepaald in deze statuten. Bij alle besluiten van de raad van bestuur met betrekking tot het gebruik van de financiële bijdrage van de Gemeenschap, de methode voor de beoordeling van de bijdragen in natura, elke wijziging van deze statuten en elke wijziging van de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC beschikt de Gemeenschap over een vetorecht.

Amendement 39

Bijlage, artikel 6, lid 2, letter c)

c)

aannemen van het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC overeenkomstig artikel 12 van deze statuten;

c)

aannemen van de financiële regeling van de gemeenschappelijkeonderneming ENIAC overeenkomstig artikel 12 van deze statuten, na raadpleging van de Commissie;

Amendement 40

Bijlage, artikel 7, lid 1, letter f bis) (nieuw)

f bis)

De raad van openbare instanties kan andere lidstaten die geen ENIAC-lidstaten zijn toestaan als waarnemers aan haar activiteiten deel te nemen;

Amendement 41

Bijlage, artikel 7, lid 3, letter b)

b) De raad van openbare instanties kiest zijn voorzitter.

b)

De raad van openbare instanties kiest iedere twee jaar zijn voorzitter.

Amendement 42

Bijlage, artikel 9, lid 2

2. Uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten wijst de raad van bestuur de uitvoerend directeur aan voor een periode van maximaal 3 jaar. Na een evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur, kan de raad van bestuur het mandaat eenmalig voor een duur van maximaal vier jaar verlengen.

2. Op basis van een lijst van na een uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling die wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, op internet en in de pers in alle lidstaten van de Europese Unie, door de Commissie voorgestelde kandidaten wijst de raad van bestuur de uitvoerend directeur aan voor een periode van maximaal 3 jaar. Na een evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur, kan de raad van bestuur het mandaat voor een duur van maximaal drie jaar verlengen, waarna op dezelfde manier een uitnodiging tot het indienen van blijken van belangstelling wordt gepubliceerd.

Amendement 43

Bijlage, artikel 9, lid 3, letter k)

k)

het uitvoeren van financiële audits, direct of via de nationale openbare instanties, betreffende de deelnemers aan projecten voor zover nodig, in overeenstemming met het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC;

k)

het uitvoeren van financiële audits, direct of via de nationale openbare instanties, betreffende de deelnemers aan projecten voor zover nodig, in overeenstemming met de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC;

Amendement 44

Bijlage, artikel 9, lid 4, letter f)

f)

beheren van de aanbestedingen betreffende de goederen/ dienstenbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC overeenkomstig het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

f)

beheren van de aanbestedingen betreffende de goederen/ dienstenbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC overeenkomstig de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 45

Bijlage, artikel 9, lid 5

5. De niet-financiële taken van het secretariaat mogen door de gemeenschappelijke onderneming ENIAC worden uitbesteed aan externe dienstenleveranciers. De desbetreffende contracten worden gesloten op basis van de bepalingen van het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

5. De niet-financiële taken van het secretariaat mogen door de gemeenschappelijke onderneming ENIAC worden uitbesteed aan externe dienstenleveranciers. De desbetreffende contracten worden gesloten op basis van de bepalingen van de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 46

Bijlage, artikel 10, lid 5, letter c)

c)

bijdragen in natura van de in het relevante project betrokken O&O-organisaties die goed zijn voor hun aandeel in de kosten voor de tenuitvoerlegging van het project. De totale bijdrage van de O&O-organisaties gedurende de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC moet ten minste gelijk zijn aan de bijdrage van de openbare instanties.

c)

bijdragen in natura waarvoor een beoordeling van hun waarde en nut voor de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en aanvaarding door de raad van bestuur zijn vereist. De procedure voor de beoordeling van bijdragen in natura wordt aangenomen door de raad van bestuur, en is gebaseerd op de volgende beginselen:

de globale aanpak is gebaseerd op de werkwijze van het zevende kaderprogramma, waar bijdragen in natura aan projecten worden beoordeeld op het niveau van de toetsing;

de uitvoeringsvoorschriften van de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC worden gebruikt als richtsnoer;

bijkomende onderwerpen worden behandeld volgens de internationale standaarden voor jaarrekeningen;

bij de beoordeling van bijdragen wordt uitgegaan van de op de beschouwde markt algemeen aanvaarde kosten (artikel 172, lid 2, onder b) van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5)) .

Het toezicht wordt uitgevoerd door een onafhankelijke auditor.

Amendement 47

Bijlage, artikel 10, lid 7

7. Wanneer een lid van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC zijn verbintenissen op het gebied van de overeengekomen financiële bijdrage ten behoeve van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC niet nakomt, roept de uitvoerend directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of de overige leden het lidmaatschap van het desbetreffende lid moeten intrekken, dan wel of andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wél nakomt.

7. Wanneer een lid van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC zijn verbintenissen op het gebied van de overeengekomen financiële bijdrage ten behoeve van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC niet nakomt, stelt de uitvoerend directeur dat lid daarvan schriftelijk in kennis en stelt hij een redelijke termijn vast binnen welke een dergelijke betalingsachterstand kan worden weggewerkt. Indien de betalingsachterstand niet binnen die termijn is weggewerkt roept de uitvoerend directeur een vergadering van de raad van bestuur bijeen om te besluiten of het lidmaatschap van het desbetreffende lid moet worden ingetrokken, dan wel of andere maatregelen moeten worden genomen tot het lid zijn verbintenissen wél nakomt.

Amendement 48

Bijlage, artikel 12

Financieel reglement

Financiële regeling

1. Het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt vastgesteld door de raad van bestuur.

1. De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt vastgesteld door de raad van bestuur, na raadpleging van de Commissie.

2. Het financieel reglement is gebaseerd op de beginselen van de financiële kaderregeling en bevat met name bepalingen betreffende de planning en uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC. Het financieel reglement kan afwijken van deze kaderregeling wanneer specifieke functioneringsbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC dat noodzakelijk maken en na voorafgaande toestemming van de Commissie.

2. De financiële regeling die van toepassing is op de gemeenschappelijke onderneming ENIAC mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, tenzij haar specifieke functioneringsbehoeften dat noodzakelijk maken en na voorafgaande instemming van de Commissie. Deze eventuele afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

3. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt, in het kader van een procedure als neergelegd in het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC, door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad.

3. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC wordt door het Europees Parlement verleend, rekening houdend met een aanbeveling van de Raad.

Amendement 49

Bijlage, artikel 13, lid 1

1. In het strategisch meerjarenplan worden de strategie en de plannen voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC, inclusief de onderzoeksagenda, gespecificeerd.

1. In het strategisch meerjarenplan worden de strategie en de plannen voor het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC, inclusief de onderzoeksagenda, gespecificeerd. Na goedkeuring door de raad van bestuur wordt het strategisch meerjarenplan openbaar gemaakt.

Amendement 50

Bijlage, artikel 13, lid 2

2. Het jaarlijks werkprogramma bevat een beschrijving van de werkingssfeer van en de begroting voor de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die moeten worden gelanceerd om de onderzoeksagenda voor een bepaald jaar ten uitvoer te leggen.

2. Het jaarlijks werkprogramma bevat een beschrijving van de werkingssfeer van en de begroting voor de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die moeten worden gelanceerd om de onderzoeksagenda voor een bepaald jaar ten uitvoer te leggen. Na goedkeuring door de raad van bestuur wordt het jaarlijks werkprogramma openbaar gemaakt.

Amendement 51

Bijlage, artikel 13, lid 3

3. In het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan wordt het plan gespecificeerd voor de uitvoering van alle activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor een bepaald jaar, inclusief de geplande uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en acties die via aanbestedingen moeten worden uitgevoerd. De uitvoerend directeur stelt het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan samen met de jaarlijkse begroting voor aan de raad van bestuur.

3. In het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan wordt het plan gespecificeerd voor de uitvoering van alle activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC voor een bepaald jaar, inclusief de geplande uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en acties die via aanbestedingen moeten worden uitgevoerd. De uitvoerend directeur stelt het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan samen met de jaarlijkse begroting voor aan de raad van bestuur. Na goedkeuring door de raad van bestuur wordt het jaarlijks tenuitvoerleggingsplan openbaar gemaakt.

Amendement 52

Bijlage, artikel 13, lid 5, alinea 2

Het jaarverslag wordt samen met de jaarrekening en de balans door de uitvoerend directeur gepresenteerd.

Het jaarverslag wordt samen met de jaarrekening en de balans door de uitvoerend directeur gepresenteerd. In het jaarverslag wordt de deelname van KMO's aan de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en aan de O&O-activiteiten vermeld.

Amendement 53

Bijlage, artikel 13, lid 6

6. Binnen twee maanden na afloop van elk begrotingsjaar worden de voorlopige rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming bij de Commissie en de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen (“de Rekenkamer”) ingediend. De Rekenkamer maakt uiterlijk op 15 juni na afloop van elk begrotingsjaar haar opmerkingen met betrekking tot de voorlopige rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming bekend.

6. Binnen twee maanden na afloop van elk begrotingsjaar worden de voorlopige rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming bij de Commissie, de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen (“de Rekenkamer”) en de begrotingsautoriteit ingediend. De Rekenkamer maakt uiterlijk op 15 juni na afloop van elk begrotingsjaar haar opmerkingen met betrekking tot de voorlopige rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming bekend.

Amendement 54

Bijlage, artikel 14, lid 3

3. Teneinde de tenuitvoerlegging van projecten en de toewijzing van openbare middelen mogelijk te maken, komt de gemeenschappelijke onderneming ENIAC administratieve regelingen overeen met de voor dat doel door de ENIAC-lidstaten aangewezen nationale entiteiten, overeenkomstig de beginselen van het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

3. Teneinde de tenuitvoerlegging van projecten en de toewijzing van openbare middelen mogelijk te maken, komt de gemeenschappelijke onderneming ENIAC administratieve regelingen overeen met de voor dat doel door de ENIAC-lidstaten aangewezen nationale entiteiten, overeenkomstig de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 55

Bijlage, artikel 15, lid 4, letter a)

a)

Door de gemeenschappelijke onderneming ENIAC gelanceerde uitnodigingen tot het indienen van voorstellen staan open voor kandidaten die gevestigd zijn in ENIAC-lidstaten en in elke andere lidstaat van de Europese Unie of in geassocieerde landen.

a)

Door de gemeenschappelijke onderneming ENIAC gelanceerde uitnodigingen tot het indienen van voorstellen staan open voor kandidaten die gevestigd zijn in ENIAC-lidstaten en in elke andere lidstaat van de Europese Unie of in geassocieerde landen. Uitnodigingen tot het indienen van voorstellen worden zoveel mogelijk openbaar gemaakt, waaronder op internet en in de pers in alle lidstaten van de Europese Unie.

Amendement 56

Bijlage, artikel 17, lid 1

1. De personeelsformatie wordt elk jaar vastgesteld in een lijst van het aantal ambten, die in de jaarlijkse begroting wordt opgenomen.

1. De personeelsformatie wordt elk jaar vastgesteld in een lijst van het aantal ambten, die in de jaarlijkse begroting wordt opgenomen en samen met het voorontwerp van begroting van de Europese Unie door de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad wordt ingediend.

Amendement 57

Bijlage, artikel 17, lid 2

2. De personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC zijn tijdelijke en contractuele functionarissen en hebben arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, eenmaal verlengbaar tot een maximumtermijn van zeven jaar.

2. De personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC zijn tijdelijke en contractuele functionarissen en hebben arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, tweemaal verlengbaar tot een maximumtermijn van tien jaar. Bovendien kan de Commissie in samenspraak met de raad van bestuur ambtenaren detacheren bij de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 58

Bijlage, artikel 21, lid 5

5. Wanneer alle praktische hulpmiddelen zijn behandeld op de wijze als bedoeld in lid 4, worden verdere activa gebruikt ter dekking van de verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en de liquidatiekosten. Elk overschot of tekort wordt verdeeld over, respectievelijk opgebracht door, de op het moment van de liquidatie bestaande leden in verhouding tot hun werkelijke totale bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

5. Wanneer alle praktische hulpmiddelen zijn behandeld op de wijze als bedoeld in lid 4, worden verdere activa gebruikt ter dekking van de verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming ENIAC en de liquidatiekosten. Elk overschot wordt verdeeld over de op het moment van de liquidatie bestaande leden in verhouding tot hun werkelijke totale bijdragen aan de gemeenschappelijke onderneming ENIAC.

Amendement 59

Bijlage, artikel 22, lid 3

3. Voorstellen tot wijziging van de statuten worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 door de raad van bestuur besproken en ter besluit bij de Commissie ingediend.

3. Voorstellen tot wijziging van de statuten worden overeenkomstig de bepalingen van artikel 6 door de raad van bestuur besproken en na raadpleging van het Europees Parlement ter besluit bij de Commissie ingediend.

Amendement 61

Bijlage, artikel 23, lid 2, letter i)

i)

„toegangsrechten”, niet-exclusieve licenties en gebruikersrechten voor nieuwe of bestaande I&R, waarbij dit niet het recht omvat tot het verlenen van een sub-licentie tenzij anderszins overeengekomen in de projectovereenkomst;

i)

„toegangsrechten”, in het kader van projectovereenkomsten te verlenen niet-exclusieve licenties en gebruikersrechten voor nieuwe of bestaande I&R, waarbij dit niet het recht omvat tot het verlenen van een sub-licentie tenzij anderszins overeengekomen in de projectovereenkomst;

Amendement 62

Bijlage, artikel 23, lid 3, punt 3.2.1

3.2.1.

Projectdeelnemers in eenzelfde project sluiten onderling een projectovereenkomst die onder meer een regeling inhoudt van de toegangsrechten die overeenkomstig dit artikel moeten worden verleend. De projectdeelnemers kunnen zelf de bestaande I&R omschrijven die noodzakelijk is voor dit project en kunnen, wanneer dat passend is, overeenkomen bepaalde specifieke bestaande I&R uit te sluiten.

3.2.1.

Projectdeelnemers in eenzelfde project sluiten onderling een projectovereenkomst die onder meer een regeling inhoudt van de toegangsrechten die overeenkomstig dit artikel moeten worden verleend. Projectdeelnemers kunnen ertoe besluiten meer algemene toegangsrechten te verlenen dan op grond van dit artikel is vereist. De projectdeelnemers kunnen zelf de bestaande I&R omschrijven die noodzakelijk is voor dit project en kunnen, wanneer dat passend is, overeenkomen bepaalde specifieke bestaande I&R uit te sluiten.

Amendement 63

Bijlage, artikel 23, lid 3, punt 3.2.4

3.2.4.

De deelnemers in eenzelfde project krijgen toegangsrechten tot bestaande I&R wanneer dit noodzakelijk is voor het gebruik van hun eigen nieuwe I&R, mits de eigenaar van de bestaande I&R gerechtigd is deze rechten toe te kennen. Dergelijke toegangsrechten worden verleend op niet-exclusieve basis onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.

3.2.4.

De deelnemers in eenzelfde project krijgen toegangsrechten tot bestaande I&R wanneer dit noodzakelijk is voor het gebruik van hun eigen nieuwe I&R, mits de eigenaar van de bestaande I&R gerechtigd is deze rechten toe te kennen. Dergelijke toegangsrechten worden verleend op niet-exclusieve en niet-overdraagbare basis onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden.

Amendement 64

Bijlage, artikel 23, lid 3, punt 3.3.1

3.3.1.

Wanneer een winstgevende exploitatie van nieuwe I&R mogelijk is, (i) zorgt de eigenaar ervan voor een passende en doeltreffende bescherming, met inachtneming van de eigen legitieme belangen, met name de commerciële belangen, en die van de overige deelnemers in het project, en (ii) benut de eigenaar die nieuwe I&R of zorgt hij ervoor dat die wordt benut.

3.3.1.

Wanneer een winstgevende exploitatie van nieuwe I&R mogelijk is, (i) zorgt de eigenaar ervan voor een passende en doeltreffende bescherming, en (ii) benut de eigenaar die nieuwe I&R of verleent hij een licentie voor benutting ervan, hetzij kosteloos, hetzij onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden, met inachtneming van de eigen legitieme belangen, met name de commerciële belangen, en die van de overige deelnemers in het project.

Amendement 65

Bijlage, artikel 23, lid 3, punt 3.4.1

3.4.1.

Wanneer een deelnemer de eigendom van nieuwe I&R overdraagt, draagt hij tevens zijn verplichtingen met betrekking tot dergelijke nieuwe I&R over aan de verkrijger, inclusief de verplichting om deze verplichtingen over te dragen aan een daarop volgende verkrijger. Tot deze verplichtingen behoren de verplichtingen met betrekking tot het verlenen van toegangsrechten en met betrekking tot verspreiding en gebruik.

3.4.1.

Wanneer een deelnemer de eigendom van nieuwe I&R overdraagt, draagt hij tevens zijn verplichtingen met betrekking tot dergelijke nieuwe I&R over aan de verkrijger, inclusief de verplichting om deze verplichtingen over te dragen aan een daarop volgende verkrijger. Tot deze verplichtingen behoren de verplichtingen met betrekking tot het verlenen van toegangsrechten en met betrekking tot verspreiding en gebruik. Ingeval van een dergelijke overdracht stelt de betrokken deelnemer de andere deelnemers in hetzelfde project vooraf in kennis van de naam en de gegevens van degene aan wie wordt overgedragen.

Amendement 66

Bijlage, artikel 23, lid 3, punt 3.4.2

3.4.2.

Onverlet zijn geheimhoudingsverplichtingen stelt een projectdeelnemer die zijn verplichting om toegangsrechten te verlenen moet overdragen, de overige deelnemers ten minste 45 dagen van te voren op de hoogte van deze geplande overdracht, samen met voldoende informatie over de nieuwe eigenaar van de nieuwe I&R om het voor de overige deelnemers mogelijk te maken hun toegangsrechten uit te oefenen. Na deze kennisgeving kan elke andere deelnemer binnen 30 dagen of binnen een andere schriftelijk overeengekomen termijn bezwaar aantekenen tegen een geplande overdracht van eigendom wanneer die overdracht een negatief effect zou hebben op zijn toegangsrechten. Wanneer een van de overige deelnemers aantoont dat zijn toegangsrechten worden geschaad, kan de geplande overdracht niet plaatsvinden tot er een overeenkomst is bereikt tussen de betrokken deelnemers.

Schrappen.


P6_TA(2007)0590

Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot oprichting van de gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen (COM(2007)0241 — C6-0171/2007 — 2007/0089(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0241),

gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(1) (het „Financieel Reglement”, en met name op artikel 185,

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(2) (IIA), en met name op punt 47,

gelet op de artikelen 171 en 172 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0171/2007),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0479/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

is van mening dat het referentiebedrag van het wetgevingsvoorstel in overeenstemming moet zijn met het plafond van rubriek 1 a van het huidige financieel meerjarenkader 2007-2013 en met de bepalingen van punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 17 mei 2006; merkt op dat elke vorm van financiering na 2013 in het kader van de onderhandelingen over het volgende financieel kader zal worden beoordeeld;

3.

wijst er nogmaals op dat het advies van de Begrotingscommissie niet vooruitloopt op het resultaat van de procedure als bepaald in punt 47 van het IIA van 17 mei 2006, dat van toepassing is op de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming voor het initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen;

4.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

5.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

6.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

7.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 10

(10) Het doel van het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” moet zijn de samenwerking te bevorderen tussen alle stakeholders zoals de industrie, overheden (met inbegrip van toezichthouders), patiëntenorganisaties, academische wereld en klinische centra. Het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” moet een gemeenschappelijk overeengekomen onderzoeksagenda (hierna „Onderzoeksagenda” genoemd) vaststellen, die van dichtbij de aanbevelingen volgt van de door het Europees technologieplatform inzake „innovatieve geneesmiddelen” ontwikkelde Strategische onderzoeksagenda.

(10) Het doel van het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” moet zijn de samenwerking te bevorderen tussen alle stakeholders zoals de industrie, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's), overheden (met inbegrip van toezichthouders), patiëntenorganisaties, academische wereld en klinische centra. Het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” moet een gemeenschappelijk overeengekomen onderzoeksagenda (hierna „Onderzoeksagenda” genoemd) vaststellen, die van dichtbij de aanbevelingen volgt van de door het Europees technologieplatform inzake „innovatieve geneesmiddelen” ontwikkelde Strategische onderzoeksagenda.

Amendement 2

Overweging 11

(11) Het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” moet een gecoördineerde aanpak voorstellen om aangewezen onderzoeksbottlenecks in het geneesmiddelenontwikkelingsproces te ondervangen en „preconcurrentieel farmaceutisch onderzoek en ontwikkeling” te ondersteunen teneinde de ontwikkeling van veilige en effectievere geneesmiddelen voor de patiënten te versnellen. In de onderhavige context moet „preconcurrentieel farmaceutisch onderzoek en ontwikkeling” worden opgevat als onderzoek naar de in het geneesmiddelenontwikkelingsproces gebruikte instrumenten en methodologieën.

(11) Het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” moet een gecoördineerde aanpak voorstellen om aangewezen onderzoeksbottlenecks in het geneesmiddelenontwikkelingsproces te ondervangen en „preconcurrentieel farmaceutisch onderzoek en ontwikkeling” te ondersteunen teneinde de ontwikkeling van veilige en effectievere geneesmiddelen voor de patiënten te versnellen. In de onderhavige context moet „preconcurrentieel farmaceutisch onderzoek en ontwikkeling” worden opgevat als onderzoek naar de in het geneesmiddelenontwikkelingsproces gebruikte instrumenten en methodologieën in het algemeen, en niet zozeer als specifieke ontwikkeling van een geneesmiddel. Uit een gezamenlijk technologie-initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen voortvloeiende intellectuele eigendom moet op eerlijke en redelijke voorwaarden in licentie worden gegeven aan derde partijen.

Amendement 3

Overweging 13 bis (nieuw)

(13 bis) Bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het specifieke programma „Samenwerking” moet de gemeenschappelijke onderneming IMI rekening houden met de dynamiserende werking van de deelname van KMO's, onder andere door de administratieve procedures te verbeteren, meer oog te hebben voor de behoeften van KMO's en door ondersteunende acties uit te voeren.

Amendement 4

Overweging 13 ter (nieuw)

(13 ter) Bij de verwezenlijking van de doelstellingen van Beschikking 2006/974/EG van de Raad van 19 december 2006 betreffende het specifieke programma „Capaciteiten” tot uitvoering van het zevende kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (2007- 2013)(3) moet de gemeenschappelijke onderneming IMI oog hebben voor investeringen in het onderzoek ten gunste van KMO's, en voor het versterken van de innoverende capaciteit van KMO's en hun vermogen om nuttig gebruik te maken van de resultaten van het onderzoek.

Amendement 5

Overweging 14

(14) De Gemeenschappelijke Onderneming IMI moet worden opgericht voor een eerste periode die eindigt op 31 december 2017 om het adequate beheer van tijdens het zevende kaderprogramma (2007-2013) begonnen, maar niet voltooide onderzoeksactiviteiten te verzekeren.

(14) De Gemeenschappelijke Onderneming IMI moet worden opgericht voor een eerste periode die eindigt op 31 december 2013. Om het adequate beheer van tijdens het zevende kaderprogramma (2007-2013) begonnen, maar niet voltooide onderzoeksactiviteiten te verzekeren, moeten de lopende werkzaamheden zo nodig worden voortgezet tot 31 december 2017.

Amendement 6

Overweging 16

(16) De Gemeenschappelijke Onderneming IMI moet beschouwd worden als een door de Gemeenschappen opgerichte instelling en decharge voor de uitvoering van het budget ervan moet door het Europees Parlement worden verleend op aanbeveling van de Raad, rekening houdend evenwel met de specificiteiten die voortvloeien uit de aard van GTI's als publiek-private partnerschappen en met name de bijdrage van de private sector in het budget.

(1) De Gemeenschappelijke Onderneming IMI moet beschouwd worden als een door de Gemeenschappen opgerichte instelling en decharge voor de uitvoering van het budget ervan moet door het Europees Parlement worden verleend, waarbij het rekening houdt met een aanbeveling van de Raad.

Amendement 7

Overweging 17

(17) De oprichtende leden van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI moeten de Europese Gemeenschap en EFPIA zijn.

(17) De oprichtende leden van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI zijn de Europese Gemeenschap en EFPIA.

Amendement 8

Overweging 26

(26) De activiteiten van de onderzoeksgebaseerde farmaceutische bedrijven die volwaardig lid zijn van EFPIA komen niet in aanmerking voor steun van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI.

(26) De activiteiten van de onderzoeksgebaseerde farmaceutische bedrijven die volwaardig lid zijn van EFPIA komen niet in aanmerking voor directe of indirecte steun van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI.

Amendement 9

Overweging 27

(27) De Gemeenschappelijke Onderneming IMI moet, behoudens voorafgaand overleg met de Commissie, een afzonderlijk Financieel Reglement hebben dat gebaseerd is op de beginselen van de financiële kaderregeling(4) en rekening houdt met de specifieke operationele behoeften van de gemeenschappelijke onderneming die met name voortkomen uit de noodzaak om communautaire en private financiering ter ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op efficiënte en tijdige wijze te combineren.

(27) De financiële regeling van toepassing op de Gemeenschappelijke Onderneming IMI mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(5), tenzij dit noodzakelijk is met het oog op de specifieke operationele behoeften, met name de behoefte om communautaire en private financiering ter ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op efficiënte en tijdige wijze te combineren. Voor regels die afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 is vooraf toestemming van de Commissie vereist. Dergelijke afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 10

Overweging 28

(28) Omdat gezorgd moet worden voor stabiele arbeidsvoorwaarden en gelijke behandeling van personeel en om gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber aan te trekken, is de toepassing vereist van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, („het personeelsstatuut”) op al het door de Gemeenschappelijke Onderneming IMI gerekruteerde personeel.

(28) Omdat gezorgd moet worden voor stabiele arbeidsvoorwaarden en gelijke behandeling van personeel en omdat gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber moet worden aangetrokken, is een zekere soepelheid vereist bij de rekrutering van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming IMI. Het partnerschap moet evenwichtig zijn en ieder oprichtend lid moet de mogelijkheid hebben personeel in dienst te nemen. Het moet de Commissie derhalve vrij staan zo veel ambtenaren in de gemeenschappelijke onderneming te detacheren als zij nodig acht. De gemeenschappelijke onderneming IMI kan ook personeel contractueel in dienst nemen, overeenkomstig het arbeidsrecht van de staat waar haar zetel gevestigd is.

Amendement 11

Overweging 33

(33) De Gemeenschappelijke Onderneming IMI moet gevestigd zijn in Brussel, België. Tussen de Gemeenschappelijke Onderneming IMI en België moet een gastheerschapsovereenkomst worden gesloten betreffende kantooraccommodatie, voorrechten en immuniteiten en andere door België aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI te verlenen ondersteuning.

(33) De Gemeenschappelijke Onderneming IMI moet gevestigd zijn in Brussel, België. Tussen de Gemeenschappelijke Onderneming IMI en België moet een gastheerschapsovereenkomst worden gesloten betreffende de bijstand in verband met kantooraccommodatie, voorrechten en immuniteiten en andere door België aan de Gemeenschappelijke Onderneming IMI te verlenen ondersteuning.

Amendement 12

Artikel 1, lid 1

1. Voor de toepassing van het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” wordt voor een periode die eindigt op 31 december 2017 een gemeenschappelijke onderneming opgericht (hierna „Gemeenschappelijke Onderneming IMI” genoemd). Deze periode kan door de Raad worden verlengd.

1. Voor de toepassing van het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” wordt voor een periode die eindigt op 31 december 2013 een gemeenschappelijke onderneming opgericht (hierna „Gemeenschappelijke Onderneming IMI” genoemd). De lopende werkzaamheden kunnen worden voortgezet tot 31 december 2017. De gemeenschappelijke onderneming IMI is een orgaan als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement en punt 47 van hetIIA van 17 mei 2006.

Amendement 13

Artikel 3, letter b)

b)

de uitvoering te ondersteunen van de onderzoeksprioriteiten als opgenomen in de onderzoeksagenda van het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” (hierna „onderzoeksactiviteiten” genoemd), met name door het toekennen van subsidies ingevolge vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen;

b)

de uitvoering te ondersteunen van de onderzoeksprioriteiten als opgenomen in de onderzoeksagenda van het Gezamenlijk technologie-initiatief inzake „innovatieve geneesmiddelen” (hierna „onderzoeksactiviteiten” genoemd), met name door het toekennen van subsidies ingevolge vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen voor uitsluitend in de lidstaten en in de met het zevende kaderprogramma geassocieerde landen te verrichten onderzoek;

Amendement 14

Artikel 6, lid 2

2. De lopende kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI worden gefinancierd door haar leden. De Gemeenschap en EFPIA dragen in deze lopende kosten gelijkelijk bij.

2. De lopende kosten van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI worden gefinancierd door haar leden. De Gemeenschap en EFPIA dragen in deze lopende kosten gelijkelijk bij. De lopende kosten bedragen niet meer dan 4% van de totale begroting van de gemeenschappelijke onderneming IMI.

Amendement 15

Artikel 7, letter a)

a)

micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie;

a)

micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie overeenkomstig de specifieke doelstellingen die voor hen zijn vastgesteld in het zevende kaderprogramma;

Amendement 16

Artikel 7, letter g)

g) gekwalificeerde non-profit patiëntenorganisaties.

g) wettelijk gevestigde non-profit patiëntenorganisaties.

Amendement 17

Artikel 8, titel en lid 1

Financieel Reglement

Financiële regeling

1. Het Financieel Reglement van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI is gebaseerd op de beginselen van de financiële kaderregeling. Het kan van de financiële kaderregeling afwijken voor zover de specifieke operationele behoeften van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI dit vereisen en behoudens voorafgaand overleg met de Commissie.

1. De financiële regeling van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming IMI mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie, tenzij haar specifieke operationele behoeften dit vereisen en behoudens voorafgaande goedkeuring van de Commissie. Dergelijke afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 18

Artikel 8, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. De gemeenschappelijke onderneming IMI kan een externe bedrijfsrevisor aanstellen om de billijkheid en de nauwkeurigheid van de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming IMI te controleren.

Amendement 19

Artikel 8, lid 2 ter (nieuw)

2 ter. De externe bedrijfsrevisor is verantwoordelijk voor een goede controle van de jaarrekening en de evaluatie van de bijdragen van de leden van de gemeenschappelijke onderneming IMI en van de deelnemers aan de onderzoeksprojecten.

Amendement 21

Artikel 8, lid 2 quater (nieuw)

2 quater. De gemeenschappelijke onderneming IMI kan een beroep doen op ad hoc externe audits.

Amendement 22

Artikel 8, lid 2 quinquies (nieuw)

2 quinquies. Het Europees Parlement beschikt over een recht van inzage in de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming IMI.

Amendement 23

Artikel 9, lid 1

1. Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen alsmede de regels die gezamenlijk door de instellingen van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld ter uitvoering van dit statuut en deze regeling zijn van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming IMI en haar Uitvoerend Directeur.

1. De gemeenschappelijke onderneming IMI werft haar personeel aan in overeenstemming met de geldende regels van het gastland. De Commissie kan zo veel ambtenaren detacheren bij de gemeenschappelijke onderneming IMI als er nodig zijn.

Amendement 24

Artikel 9, lid 2

2. Met betrekking tot haar personeel oefent de gemeenschappelijke onderneming IMI de bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen aan het tot aanstelling bevoegd gezag en de bij de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen aan het tot sluiting van contracten gemachtigd gezag verleende bevoegdheden uit.

Schrappen.

Amendement 25

Artikel 9, lid 3

3. De gemeenschappelijke onderneming IMI neemt, in overeenstemming met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen aan overeenkomstig de regelingen die zijn vastgesteld in artikel 110 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.

3. De gemeenschappelijke onderneming IMI neemt, in overeenstemming met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen aan betreffende de detachering van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.

Amendement 26

Artikel 13, lid 1

1. De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een jaarlijks verslag in over de voortgang die de Gemeenschappelijke Onderneming IMI heeft gemaakt.

1. De Commissie dient bij het Europees Parlement en de Raad een jaarlijks verslag in, met name over de voortgang die de Gemeenschappelijke Onderneming IMI heeft gemaakt.

Amendement 27

Artikel 13, lid 2

2. Twee jaar na de oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI, maar in elk geval niet later dan 2010 houdt de Commissie met hulp van onafhankelijke deskundigen een tussentijdse evaluatie van de gemeenschappelijke onderneming IMI. Deze evaluatie heeft betrekking op de kwaliteit en efficiëntie van de gemeenschappelijke onderneming IMI en de voortgang in het bereiken van de doelstellingen. De Commissie deelt de conclusies daarvan, vergezeld van haar opmerkingen, aan het Europees Parlement en de Raad mee.

2. Uiterlijk op 31 december 2011 legt de Commissie aan het Europees Parlement en aan de Raad een tussentijdse evaluatie van de gemeenschappelijke onderneming IMI voor die is opgesteld met hulp van onafhankelijke deskundigen. Deze evaluatie heeft betrekking op de kwaliteit en efficiëntie van de gemeenschappelijke onderneming IMI en de voortgang in het bereiken van de doelstellingen.

Amendement 28

Artikel 13, lid 3

3. Eind 2017 houdt de Commissie met hulp van onafhankelijke deskundigen een eindevaluatie van de gemeenschappelijke onderneming IMI. De resultaten van de eindevaluatie worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend.

3. Uiterlijk op 31 december 2013 of, indien de lopende werkzaamheden na die datum worden voortgezet, op 31 december 2017, houdt de Commissie met hulp van onafhankelijke deskundigen een eindevaluatie van de gemeenschappelijke onderneming IMI. De resultaten van de eindevaluatie worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend.

Amendement 29

Artikel 13, lid 4

4. Decharge voor de uitvoering van het budget van de gemeenschappelijke onderneming IMI wordt door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad, overeenkomstig een procedure waarin het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming IMI voorziet.

4. Decharge voor de uitvoering van het budget van de gemeenschappelijke onderneming IMI wordt door het Europees Parlement verleend rekening houdend met een aanbeveling van de Raad.

Amendement 30

Artikel 16

De gemeenschappelijke onderneming IMI neemt regels aan die gelden voor het gebruik en de verspreiding van onderzoeksresultaten die verzekeren dat, voor zover nodig, bij onderzoeksactiviteiten op grond van deze verordening gegenereerde intellectuele eigendom wordt beschermd en dat onderzoeksresultaten worden gebruikt en verspreid.

De gemeenschappelijke onderneming IMI neemt regels aan die gelden voor het gebruik en de verspreiding van onderzoeksresultaten die verzekeren dat, voor zover nodig, bij onderzoeksactiviteiten op grond van deze verordening gegenereerde intellectuele eigendom wordt beschermd en dat onderzoeksresultaten door de gemeenschappelijke onderneming IMI worden gebruikt en gepubliceerd.

Amendement 31

Artikel 18

Tussen de gemeenschappelijke onderneming IMI en België wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten betreffende kantooraccommodatie, voorrechten en immuniteiten en andere door België aan de gemeenschappelijke onderneming IMI te verlenen ondersteuning.

Tussen de gemeenschappelijke onderneming IMI en België moet een gastheerschapsovereenkomst worden gesloten betreffende de bijstand in verband met kantooraccommodatie, voorrechten en immuniteiten en andere door België aan de gemeenschappelijke onderneming IMI te verlenen ondersteuning.

Amendement 32

Artikel 19, alinea 1

Deze verordening treedt in werking op de derde dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement 33

Bijlage, artikel 1, lid 3

3. De gemeenschappelijke onderneming IMI wordt opgericht voor een eerste periode die eindigt op 31 december 2017, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. De gemeenschappelijke onderneming IMI wordt opgericht voor een periode die eindigt op 31 december 2013, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Amendement 34

Bijlage, artikel 1, lid 4

4. De eerste periode kan worden verlengd door wijziging van deze statuten in overeenstemming met de bepalingen van artikel 21, rekening houdend met de voortgang die is gemaakt met het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming IMI en mits de financiële duurzaamheid is verzekerd.

Schrappen.

Amendement 36

Bijlage, artikel 2, lid 2, letter i)

i)

organiseren van een jaarlijkse vergadering, hierna het Stakeholdersforum genoemd, met belangengroepen voor het verzekeren van de openheid en transparantie van de onderzoeksactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming IMI ten opzichte van haar stakeholders;

i)

organiseren van een jaarlijkse vergadering, hierna het Stakeholdersforum genoemd, een openbare bijeenkomst voor relevante organisaties die betrokken zijn bij biomedisch onderzoek om feedback te geven over IMI-activiteiten, met belangengroepen voor het verzekeren van de openheid en transparantie van de onderzoeksactiviteiten van de gemeenschappelijke onderneming IMI ten opzichte van haar stakeholders;

Amendement 35

Bijlage, artikel 2, lid 2, letter k)

k)

publiceren van informatie over de projecten, met inbegrip van de naam van de deelnemers, en de hoogte van de financiële bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming IMI.

k)

publiceren van informatie over de projecten, met name op haar internetsite, met inbegrip van de naam van de deelnemers, en de hoogte van de financiële bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming IMI.

Amendement 37

Bijlage, artikel 4

De organen van de gemeenschappelijke onderneming IMI zijn het Bestuur, het Uitvoerend Bureau en het Wetenschappelijk Comité.

De organen van de gemeenschappelijke onderneming IMI zijn het Bestuur, de uitvoerend directeur en het Wetenschappelijk Comité.

Amendement 38

Bijlage, artikel 5, lid 1, letter b)

b)

het stemrecht van elk nieuw lid wordt bepaald naar evenredigheid van zijn bijdrage in verhouding tot de totale bijdragen aan de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming IMI;

b)

het stemrecht van elk nieuw lid wordt bepaald naar evenredigheid van zijn bijdrage in verhouding tot de totale bijdragen aan de activiteiten van de gemeenschappelijke onderneming IMI. Met dien verstande dat het totale aantal stemmen van de nieuwe leden het totale aantal stemmen van de oprichtende leden niet mag overtreffen;

Amendement 39

Bijlage, artikel 5, lid 1, letter c)

c) de stem van elk lid is ondeelbaar;

c)

de stem van elk lid is ondeelbaar; stemming bij volmacht is niet toegestaan;

Amendement 40

Bijlage, artikel 5, lid 2, letter c), streepjes 9 tot en met 13

goedkeuren van de richtsnoeren over evaluatie en selectie van projectvoorstellen als voorgesteld door het Uitvoerend Bureau;

goedkeuren van de richtsnoeren over evaluatie en selectie van projectvoorstellen als voorgesteld door de uitvoerend directeur;

— goedkeuren van de lijst van geselecteerde projectvoorstellen;

— goedkeuren van de lijst van geselecteerde projectvoorstellen;

aanstellen van de Uitvoerend Directeur, adviseren en oriënteren van de Uitvoerend Directeur, toezicht houden op de prestatie van de Uitvoerend Directeur en, zo nodig, vervangen van de Uitvoerend Directeur;

aanstellen van de Uitvoerend Directeur, adviseren en oriënteren van de Uitvoerend Directeur, toezicht houden op de prestatie van de Uitvoerend Directeur en, zo nodig, vervangen van de Uitvoerend Directeur;

goedkeuren van de organisatiestructuur van het Uitvoerend Bureau op basis van de aanbevelingen van de Uitvoerend Directeur;

goedkeuren van het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming IMI overeenkomstig artikel 11;

goedkeuren van de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming IMI overeenkomstig artikel 11, na raadpleging van de Commissie;

Amendement 41

Bijlage, artikel 5, lid 3, letter c bis) (nieuw)

c bis)

Drie leden van het Europees Parlement kunnen de vergaderingen als waarnemers bijwonen en worden door het Bestuur uitgenodigd.

Amendement 42

Bijlage, artikel 5, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. Het Bestuur informeert de lidstaten over de besluiten betreffende de Onderzoeksagenda van het Gezamenlijk technologie- initiatief inzake innovatieve geneesmiddelen .

Amendement 43

Bijlage, artikel 6, titel en lid 1

Uitvoerend Bureau

Uitvoerend directeur

1. Het Uitvoerend Bureau is samengesteld uit een Uitvoerend Directeur en ondersteunend personeel.

Amendement 44

Bijlage, artikel 6, lid 2, inleidende formule, letters a) t/m d) en letter e), inleidende formule

2. De taken van het Uitvoerend Bureau zijn als volgt:

2. De taken van de uitvoerend directeur zijn als volgt:

a)

het Uitvoerend Bureau is belast met het dagelijks beheer van de gemeenschappelijke onderneming IMI;

b)

het Uitvoerend Bureau is verantwoordelijk voor de operationele aspecten van de gemeenschappelijke onderneming IMI;

b)

de uitvoerend directeur, bijgestaan door zijn secretariaat, is verantwoordelijk voor de operationele aspecten van de gemeenschappelijke onderneming IMI;

c)

het Uitvoerend Bureau is verantwoordelijk voor de communicatieactiviteiten in verband met de gemeenschappelijke onderneming IMI;

c)

de uitvoerend directeur, bijgestaan door zijn secretariaat is verantwoordelijk voor de communicatieactiviteiten in verband met de gemeenschappelijke onderneming IMI;

d)

het Uitvoerend Bureau beheert de publieke en private financiële middelen adequaat;

d)

de uitvoerend directeur, bijgestaan door zijn secretariaat, beheert de publieke en private financiële middelen adequaat;

e) het Uitvoerend Bureau is met name belast met het:

e)

de uitvoerend directeur, bijgestaan door zijn secretariaat, is met name belast met het:

Amendement 45

Bijlage, artikel 6, lid 2, letter e), streepje 6

opstellen van het jaarlijkse budgetvoorstel, met inbegrip van de personeelsformatie;

opstellen van het jaarlijkse budgetvoorstel, met inbegrip van de personeelsformatie na raadpleging van het wetenschappelijk comité en het Stakeholdersforum;

Amendement 46

Bijlage, artikel 6, lid 7, letter g)

g)

het voorleggen aan het Bestuur van zijn/haar voorstel(len) betreffende de organisatiestructuur van het Uitvoerend Bureau en het organiseren, leiden en superviseren van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming IMI;

g)

leiden en superviseren van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming IMI;

Amendement 47

Bijlage, artikel 7, lid 1

1. Het Wetenschappelijk Comité is een adviesorgaan van het Bestuur en verricht zijn activiteiten in nauwe samenwerking met en met steun van het Uitvoerend Bureau.

1. Het Wetenschappelijk Comité is een adviesorgaan van het Bestuur en verricht zijn activiteiten in nauwe samenwerking met en met steun van de uitvoerend directeur.

Amendement 48

Bijlage, artikel 7, lid 6, letter c)

c)

adviseren van het Bestuur en het Uitvoerend Bureau over de in het jaarlijkse activiteitenverslag beschreven wetenschappelijke prestaties.

c)

adviseren van het Bestuur en de uitvoerend directeur over de in het jaarlijkse activiteitenverslag beschreven wetenschappelijke prestaties.

Amendement 49

Bijlage, artikel 8, lid 6 bis (nieuw)

6 bis. Bij de beoordeling van de onderzoeksprojecten wordt bepaald of de aangevraagde middelen in verhouding staan tot het werk dat wordt verricht bij de uitvoering van het project.

Amendement 50

Bijlage, artikel 11, titel en lid 1

Financieel Reglement

Financiële regeling

1. Het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming IMI wordt door het Bestuur overeengekomen en aangenomen.

1. De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming IMI wordt door het Bestuur aangenomen na raad0- pleging van de Commissie.

Amendement 51

Bijlage, artikel 11, lid 2

2. Het doel van het Financieel Reglement is het verzekeren van een gezond beheer van de gemeenschappelijke onderneming IMI.

2. Het doel van de financiële regeling is het verzekeren van een gezond beheer van de gemeenschappelijke onderneming IMI.

Amendement 52

Bijlage, artikel 11, lid 3

3. Het Financieel Reglement van de gemeenschappelijke onderneming IMI is gebaseerd op de beginselen van de financiële kaderregeling. Het kan van de financiële kaderregeling afwijken voor zover de specifieke operationele behoeften van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI dit vereisen en behoudens voorafgaand overleg met de Commissie.

3. De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming IMI mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, tenzij haar specifieke operationele behoeften dit vereisen en behoudens voorafgaande goedkeuring van de Commissie. Dergelijke afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 53

Bijlage, artikel 12, lid 5

5. De jaarrekening voor het vorige jaar wordt ingediend bij de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen. De Rekenkamer kan een audit verrichten overeenkomstig haar standaardprocedures.

5. De jaarrekening voor het vorige jaar wordt ingediend bij de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen en bij de begrotingsautoriteit. De Rekenkamer kan een audit verrichten overeenkomstig haar standaardprocedures.

Amendement 54

Bijlage, artikel 13, lid 2, alinea 1 bis (nieuw)

De uitvoerend directeur dient het jaarlijks activiteitenverslag in bij het Europees Parlement.

Amendement 55

Bijlage, artikel 14, lid 1

1. De personeelsmiddelen worden vastgesteld in de personeelsformatie, die in de jaarlijkse begroting moet worden opgenomen.

1. De personeelsmiddelen worden vastgesteld in de personeelsformatie, die in de jaarlijkse begroting moet worden opgenomen en die samen met het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie door de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad wordt doorgezonden.

Amendement 56

Bijlage, artikel 14, lid 2

2. De leden van het personeel van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI zijn tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten en hebben een contract van bepaalde duur dat eenmaal kan worden verlengd tot in totaal niet meer dan zeven jaar.

Schrappen.

Amendement 57

Bijlage, artikel 17, lid 5, letter a)

a)

micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie;

a)

micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie overeenkomstig de specifieke doelstellingen die voor hen zijn vastgesteld in het zevende kaderprogramma;

Amendement 20

Bijlage, artikel 17 bis (nieuw)

Artikel 17 bis

Wetenschappelijke en financiële verdragen

De wetenschappelijke en financiële verslagen over de te ondersteunen projecten worden door de deelnemers ingediend bij de Gemeenschappelijke Onderneming IMI. Deze verslagen bevatten details over de verrichte wetenschappelijke activiteiten en over de kosten daarvan. Bij de onkostenstaten wordt een auditattest gevoegd. De externe bedrijfsrevisor onderzoekt de auditattesten en bepaalt of de bijdragen in natura corresponderen met de bijdragen uit de publieke middelen voor het project.

Amendement 59

Bijlage, artikel 21, lid 2

2. Wijzigingen van deze statuten dienen door het Bestuur te worden goedgekeurd. Indien dergelijke wijzigingen van invloed zijn op de algemene beginselen en doelstellingen van deze statuten, dan is met name elke wijziging van artikel 1, eerste streepje van artikel 5, lid 2, onder c, artikel 8, lid 3, en artikel 21 onderworpen aan goedkeuring door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie.

2. Wijzigingen van deze statuten dienen door het Bestuur te worden goedgekeurd. Indien dergelijke wijzigingen van invloed zijn op de algemene beginselen en doelstellingen van deze statuten, dan is met name elke wijziging van artikel 1, eerste streepje van artikel 5, lid 2, onder c, artikel 8, lid 3, en artikel 21 onderworpen aan goedkeuring door de Raad op basis van een voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement.

Amendement 60

Bijlage, artikel 22, lid 3, letter a)

a)

Elke deelnemer aan een project blijft de eigenaar van de intellectuele eigendom die hij in een project inbrengt, en blijft de eigenaar van de intellectuele eigendom die hij in een project genereert tenzij door de deelnemers onderling anders overeengekomen. De voorwaarden betreffende toegangsrechten en licenties in verband met de door deelnemers in een project ingebrachte of gegenereerde intellectuele eigendom worden bepaald in de subsidieovereenkomst en de projectovereenkomst van het betrokken project.

a)

Elke deelnemer aan een project blijft de eigenaar van de intellectuele eigendom die hij in een project inbrengt, en blijft de eigenaar van de intellectuele eigendom die hij in een project genereert tenzij door de deelnemers onderling anders overeengekomen. De voorwaarden betreffende toegangsrechten en licenties in verband met de door deelnemers in een project ingebrachte of gegenereerde intellectuele eigendom worden bepaald in de subsidieovereenkomst en de projectovereenkomst van het betrokken project. Deelnemers moeten eventuele gevallen van intellectuele medeeigendom die voortvloeien uit deelname aan projecten vaststellen.

Amendement 61

Bijlage, artikel 23 bis (nieuw)

Artikel 23 bis

Gastheerschapsovereenkomst

Tussen de gemeenschappelijke onderneming IMI en het Koninkrijk België wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten.


P6_TA(2007)0591

Oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky (COM(2007)0315 — C6-0226/2007 — 2007/0118(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0315),

gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(1) (het „Financieel Reglement”), en met name op artikel 185,

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(2) (IIA), en met name op punt 47,

gelet op de artikelen 171 en 172 van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0226/2007),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie en de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0483/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

is van mening dat het referentiebedrag van het wetgevingsvoorstel in overeenstemming moet zijn met het plafond van rubriek 1 a van het huidige meerjarig financieel kader 2007-2013 en met de bepalingen van punt 47 van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) van 17 mei 2006; merkt op dat elke vorm van financiering na 2013 in het kader van de onderhandelingen over het volgende financieel kader zal worden beoordeeld;

3.

wijst er nogmaals op dat het advies van de Begrotingscommissie niet vooruitloopt op het resultaat van de procedure als bepaald in punt 47 van het IIA van 17 mei 2006, dat van toepassing is op de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky;

4.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

5.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

6.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

7.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

Overweging 12

(12) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet worden opgericht voor een eerste periode die eindigt op 31 december 2017 om het adequate beheer van tijdens het zevende kaderprogramma (2007-2013) begonnen, maar niet voltooide onderzoeksactiviteiten te verzekeren.

(12) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet worden opgericht voor een eerste periode die eindigt op 31 december 2017 om het adequate beheer van tijdens het zevende kaderprogramma (2007-2013) begonnen, maar niet voltooide onderzoeksactiviteiten te verzekeren met inbegrip van de exploitatie van de resultaten van dergelijke onderzoeksactiviteiten.

Amendement 2

Overweging 16

(16) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet een entiteit zijn die is opgezet door de Gemeenschappen; decharge voor de uitvoering van de begroting moet worden verleend door het Europees Parlement, op aanbeveling van de Raad. Hierbij moet echter rekening worden gehouden met de specifieke kenmerken van de gemeenschappelijke onderneming, resulterend uit de aard van de GTI's als publiek-private partnerschappen en met name uit het feit dat de particuliere sector bijdraagt in de begroting.

(16) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet een entiteit zijn die is opgezet door de Gemeenschappen; decharge voor de uitvoering van de begroting moet worden verleend door het Europees Parlement, waarbij het rekening houdt met een aanbeveling van de Raad.

Amendement 3

Overweging 16 bis (nieuw)

(16 bis) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en de publieke belanghebbenden moeten trachten zich bewust te worden van de mogelijkheden die worden geboden door de gezamenlijke technologie-initiatieven als nieuwe mechanismen voor de tenuitvoerlegging van publiek-private partnerschappen, en samen met particuliere belanghebbenden te werken aan het vinden van een doelmatiger oplossing met het oog op de kwijting van de gemeenschapsbegroting.

Amendement 4

Overweging 19

(19) De lopende kosten van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moeten in gelijke mate worden gedragen door de Europese Gemeenschap en de overige leden.

(19) De lopende kosten van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moeten in gelijke mate worden gedragen door de Europese Gemeenschap en de overige leden. De lopende kosten mogen niet hoger zijn dan 3% van de totale begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky.

Amendement 5

Overweging 23

(23) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet, behoudens voorafgaand overleg met de Commissie, een afzonderlijk Financieel Reglement hebben dat gebaseerd is op de beginselen van de financiële kaderregeling(3) en rekening houdt met de specifieke operationele behoeften van de gemeenschappelijke onderneming die met name voortkomen uit de noodzaak om communautaire en private financiering ter ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op efficiënte en tijdige wijze te combineren.

(23) De financiële regeling van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(4), tenzij dit noodzakelijk is met het oog op de specifieke operationele behoeften van de gemeenschappelijke onderneming, met name de noodzaak om communautaire en private financiering ter ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op efficiënte en tijdige wijze te combineren. Voor regels die afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 is vooraf toestemming van de Commissie vereist. De begrotingsautoriteit moet van dergelijke afwijkingen in kennis worden gesteld.

Amendement 6

Overweging 24

(24) Omdat gezorgd moet worden voor stabiele arbeidsvoorwaarden en gelijke behandeling van personeel en om gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber aan te trekken, is de toepassing vereist van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen, („het personeelsstatuut”) op al het door de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky gerekruteerde personeel.

(24) Omdat gezorgd moet worden voor stabiele arbeidsvoorwaarden en gelijke behandeling van personeel en om gespecialiseerd wetenschappelijk en technisch personeel van het hoogste kaliber aan te trekken, is vereist dat de Commissie de bevoegdheid krijgt om zoveel ambtenaren als zij nodig acht te detacheren bij de gemeenschappelijke onderneming. De rest van het personeel moet door de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky worden aangeworven overeenkomstig de arbeidswetgeving van het gastland.

Amendement 7

Overweging 25

(25) Rekening houdend met het feit dat de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky geen economisch oogmerk heeft en verantwoordelijk is voor het beheer van het Gezamenlijke technologie-initiatief inzake „milieuvriendelijke technologieën in luchtvervoer” is het voor de uitvoering van haar taken nodig dat het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen van 8 april 1965 van toepassing is op de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en haar personeel.

Schrappen.

Amendement 8

Overweging 27

(27) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet regelmatig verslag uitbrengen over de voortgang van de werkzaamheden.

(27) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet regelmatig verslag uitbrengen aan de Raad en het Europees Parlement over de voortgang van de werkzaamheden.

Amendement 9

Overweging 32

(32) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet gevestigd zijn in Brussel, België. Tussen de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en België moet een gastheerschapsovereenkomst worden gesloten betreffende kantooraccommodatie, voorrechten en immuniteiten en andere door België aan de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky te verlenen ondersteuning.

(32) De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moet gevestigd zijn in Brussel, België. Tussen de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en België moet een gastheerschapsovereenkomst worden gesloten betreffende de bijstand in verband met kantooraccommodatie, voorrechten en immuniteiten en andere door België aan de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky te verlenen ondersteuning.

Amendement 10

Artikel 1, lid 1

1. Voor de toepassing van het gezamenlijk technologie-initiatief (GTI) inzake „Clean Sky” in de zin van artikel 171 van het Verdrag, genaamd „gemeenschappelijke onderneming Clean Sky”, wordt voor een periode die eindigt op 31 december 2017 een gemeenschappelijke onderneming opgericht (hierna de „gemeenschappelijke onderneming Clean Sky” genoemd). Deze periode kan worden verlengd door een herziening van deze verordening.

1. Voor de toepassing van het gezamenlijk technologie-initiatief (GTI) inzake „Clean Sky” in de zin van artikel 171 van het Verdrag, genaamd „gemeenschappelijke onderneming Clean Sky”, wordt voor een periode die eindigt op 31 december 2017 een gemeenschappelijke onderneming opgericht (hierna de „gemeenschappelijke onderneming Clean Sky” genoemd). Er dient op te worden toegezien dat de lopende projecten na de laatste oproep tot het indienen van voorstellen in 2013 worden uitgevoerd, gecontroleerd en gefinancierd tot 2017. De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky is een orgaan als bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement en punt 47 van het IIA van 17 mei 2006.

Amendement 11

Artikel 3, punt -1 (nieuw)

bijdragen tot de uitvoering van het zevende kaderprogramma en in het bijzonder het thema Vervoer (waaronder de luchtvaart) van het specifiek programma Samenwerking;

Amendement 12

Artikel 3, punt 2 bis (nieuw)

zorgen voor een coherente uitvoering van EU-onderzoek gericht op milieuverbeteringen op het gebied van luchtvervoer;

Amendement 13

Artikel 3, punt 2 ter (nieuw)

de betrokkenheid van kleine en middelgrote ondernemingen (KMO's) bij zijn activiteiten stimuleren teneinde minstens 15% van de beschikbare financiering ten goede te kunnen laten komen aan KMO's;

Amendement 14

Artikel 6, lid 2

2. De lopende kosten van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moeten gelijkelijk worden verdeeld over enerzijds de Europese Gemeenschap, die 50 % van de totale kosten op zich neemt, en anderzijds de overige leden, die de resterende 50 % dragen.

2. De lopende kosten van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky moeten gelijkelijk worden verdeeld over enerzijds de Europese Gemeenschap, die 50 % van de totale kosten op zich neemt, en anderzijds de overige leden, die de resterende 50 % dragen. De lopende kosten bedragen niet meer dan 3% van de totale begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky.

Amendement 15

Artikel 6, lid 5

5. ITD-leiders en geassocieerde leden moeten gezamenlijk een bijdrage in de middelen leveren die ten minste gelijk is aan die van de Gemeenschap, exclusief de toegekende middelen in het kader van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, om de onderzoeksactiviteiten van Clean Sky uit te voeren.

5. ITD-leiders en geassocieerde leden moeten gezamenlijk een bijdrage in de middelen leveren, beoordeeld op grond van de praktijken die zijn ingesteld overeenkomstig het zevende kaderprogramma, die ten minste gelijk is aan die van de Gemeenschap, exclusief de toegekende middelen in het kader van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, om de onderzoeksactiviteiten van Clean Sky uit te voeren.

Amendement 16

Artikel 7, alinea 2 bis (nieuw)

Via het evaluatie- en selectieproces dat wordt uitgevoerd met steun van externe deskundigen wordt erop toegezien dat de overheidsfinanciering van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky verloopt volgens de beginselen van vakbekwaamheid en mededinging.

Amendement 17

Artikel 8, titel en lid 1

Financieel Reglement

Financiële regeling

1. De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky stelt een specifieke financiële regeling vast, gebaseerd op de beginselen van de financiële kaderregeling. De regeling kan afwijken van de financiële kaderregeling wanneer specifieke functioneringsbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky dat noodzakelijk maken en na voorafgaande toestemming van de Commissie.

1. De financiële regeling die van toepassing is op de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, tenzij dit noodzakelijk is voor de specifieke functioneringsbehoeften van de onderneming en na voorafgaande toestemming van de Commissie. Deze afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 18

Artikel 9, lid 1

1. Het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen alsmede de regels die gezamenlijk door de instellingen van de Europese Gemeenschap zijn vastgesteld ter uitvoering van dit statuut en deze regeling zijn van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en haar Uitvoerend Directeur.

1. De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky werft haar personeel aan overeenkomstig de in het gastland geldende regelgeving inzake aanwerving. De Commissie kan zoveel ambtenaren als zij nodig acht bij de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky detacheren.

Amendement 19

Artikel 9, lid 2

2. Met betrekking tot haar personeel oefent de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky de bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen aan het tot aanstelling bevoegd gezag en de bij de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen aan het tot sluiting van contracten gemachtigd gezag verleende bevoegdheden uit.

Schrappen.

Amendement 20

Artikel 9, lid 3

3. De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky neemt, in overeenstemming met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen aan overeenkomstig de regelingen die zijn vastgesteld in artikel 110 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen.

3. De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky neemt, in overeenstemming met de Commissie, de nodige uitvoeringsmaatregelen aan met betrekking tot de detachering van ambtenaren van de Europese Gemeenschappen.

Amendement 21

Artikel 10

Artikel 10

Schrappen.

Voorrechten en immuniteiten

Het Protocol inzake voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen is van toepassing op de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en haar personeel.

Amendement 22

Artikel 11, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. Voor het nakomen van haar verplichtingen is uitsluitend de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky verantwoordelijk .

Amendement 23

Artikel 13, lid 3

3. Drie jaar na de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming, maar in elk geval niet later dan 31 december 2010, voert de Commissie een evaluatie uit op basis van een met de raad van bestuur overeen te komen referentiekader. Het doel van deze evaluatie is om op basis van de geboekte voortgang in het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky, te bepalen of de looptijd van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky verlengd moet worden tot voorbij de in artikel 1, lid 1 bepaalde datum, en aan te nemen wijzigingen van dit reglement en de statuten van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky op te stellen.

3. Niet later dan 31 december 2010en 31 december 2015 voert de Commissie met hulp van onafhankelijke deskundigen tussentijdse evaluaties uit van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky. Deze evaluaties betreffen de kwaliteit en de doelmatigheid van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en de voortgang bij de verwezenlijking van de gestelde doelen. De Commissie doet de resultaten van de evaluaties met haar opmerkingen en, zo nodig, haar voorstellen tot wijziging van deze verordening toekomen aan het Europees Parlement en de Raad.

Amendement 24

Artikel 13, lid 4

4. Eind 2017 houdt de Commissie met hulp van onafhankelijke deskundigen een eindevaluatie van de Gemeenschappelijke Onderneming IMI. De resultaten van de eindevaluatie worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend.

4. Na het beëindigen van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky houdt de Commissie met hulp van onafhankelijke deskundigen een eindevaluatie van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky. De resultaten van de eindevaluatie worden bij het Europees Parlement en de Raad ingediend.

Amendement 25

Artikel 13, lid 5

5. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt, in het kader van een procedure als neergelegd in de financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky, door het Europees Parlement verleend op aanbeveling van de Raad.

5. Decharge voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt door het Europees Parlement verleend, rekening houdend met een aanbeveling van de Raad.

Amendement 26

Artikel 17

De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky neemt regels aan die gelden voor de verspreiding van onderzoeksresultaten welke waarborgen dat, voor zover nodig, intellectuele eigendom die bij O&O-activiteiten op grond van deze verordening is voortgebracht, wordt beschermd en dat onderzoeksresultaten worden benut en verspreid.

De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky neemt regels aan die gelden voor de verspreiding van onderzoeksresultaten op basis van de regels van het zevende kaderprogramma welke waarborgen dat, voor zover nodig, intellectuele eigendom die bij O&O-activiteiten op grond van deze verordening is voortgebracht, wordt beschermd en dat onderzoeksresultaten worden benut en verspreid.

Amendement 27

Artikel 19

Tussen de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en België wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten betreffende bureelruimte, voorrechten en immuniteiten en andere ondersteunende maatregelen die door België aan de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky worden verstrekt.

Tussen de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en België wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten betreffende bijstand op het gebied van bureelruimte, voorrechten en immuniteiten en andere ondersteunende maatregelen die door België aan de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky worden verstrekt.

Amendement 28

Artikel 20

Deze verordening treedt in werking de dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening treedt in werking de dag na haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie. Zij verstrijkt op 31 december 2017. Er wordt op toegezien dat de lopende projecten na de laatste oproep tot het indienen van voorstellen in 2013 worden uitgevoerd, gecontroleerd en gefinancierd tot 2017.

Amendement 29

Bijlage, artikel 1, lid 3, alinea 1

3. Duur: de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt opgericht voor een eerste periode die afloopt op 31 december 2017, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie.

3. Duur: de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt opgericht voor een periode die afloopt op 31 december 2017, te rekenen vanaf de dag van bekendmaking van deze statuten in het Publicatieblad van de Europese Unie. Er wordt op toegezien dat de lopende projecten na de laatste oproep tot het indienen van voorstellen in 2013 worden uitgevoerd, gecontroleerd en gefinancierd tot 2017.

Amendement 30

Bijlage, artikel 1, lid 3, alinea 1 bis (nieuw)

De gemeenschappelijke onderneming Clean Sky is een orgaan bedoeld in artikel 185 van het Financieel Reglement en punt 47 van het IIA van 17 mei 2006.

Amendement 31

Bijlage, artikel 1, lid 3, tweede alinea

De eerste periode kan worden verlengd door deze statuten te wijzigen volgens de bepalingen van artikel 23, rekening houdend met de voortgang in het bereiken van de doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en op voorwaarde dat financiële houdbaarheid verzekerd is.

Schrappen.

Amendement 32

Bijlage, artikel 2, lid 3, alinea 1 bis (nieuw)

Besluiten van de raad van bestuur over nieuwe lidmaatschapsaanvragen worden genomen terwijl rekening wordt gehouden met de relevantie en mogelijke toegevoegde waarde van de aanvrager voor de verwezenlijking van de doelen van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky. De Commissie verstrekt de Raad in verband met nieuwe verzoeken om lidmaatschap tijdig inlichtingen over de evaluatie en het eventuele besluit van de raad van bestuur.

Amendement 33

Bijlage, artikel 2, lid 4, alinea 1 bis (nieuw)

Leden kunnen zich uit de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky terugtrekken. Deze terugtrekking gaat in en wordt onomkeerbaar zes maanden na kennisgeving aan de andere leden, en in aansluiting hierop wordt het voormalige lid ontslagen van alle andere verplichtingen dan die welke voorafgaand aan de terugtrekking van het lid in overeenstemming met deze statuten zijn aangegaan door middel van besluiten van de gemeenschappelijke onderneming Clear Sky .

Amendement 34

Bijlage, artikel 3, lid 1, punt 8 bis (nieuw)

het stimuleren van de betrokkenheid van KMO's bij haar activiteiten, overeenkomstig de doelstelling van 15% in het zevende kaderprogramma;

Amendement 35

Bijlage, artikel 3, lid 1, punt 9

het ten uitvoer brengen van de benodigde onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, waar passend door subsidies toe te kennen naar aanleiding van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen.

het ten uitvoer brengen van de benodigde onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten, door subsidies toe te kennen naar aanleiding van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen.

Amendement 36

Bijlage, artikel 3, lid 2, punt 7 bis (nieuw)

bevorderen van de betrokkenheid van KMO's bij haar werkzaamheden;

Amendement 37

Bijlage, artikel 3, lid 2, punt 7 ter (nieuw)

publiceren van gegevens over de projecten, o.m. de naam van de deelnemers en de omvang van de financiële bijdrage van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky per deelnemer.

Amendement 38

Bijlage, artikel 4, lid 3

3. De gemeenschappelijke onderneming kan naar wens een adviescomité instellen dat de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky advies geeft over en aanbevelingen doet op het gebied van bestuurlijke, financiële en technische onderwerpen. Het Adviescomité wordt door de Commissie benoemd.

Schrappen.

Amendement 39

Bijlage, artikel 6, lid 3, alinea 1

1. De directeur wordt door de raad van bestuur geselecteerd uit een lijst kandidaten voorgesteld door de Commissie en aangesteld voor een periode tot drie jaar. Na een evaluatie van de prestatie van de directeur kan de raad van bestuur de ambtstermijn eenmaal voor niet langer dan vier jaar verlengen.

1. De directeur wordt door de raad van bestuur geselecteerd op basis van een door de Commissie naar aanleiding van een in het Publicatieblad van de Europese Unie en in andere tijdschriften of op Internet gepubliceerde oproep tot indiening van blijken van belangstelling opgestelde lijst van kandidaten en aangesteld voor een periode tot drie jaar. Na een evaluatie van de prestatie van de directeur kan de raad van bestuur de ambtstermijn eenmaal voor niet langer dan vier jaar verlengen.

Amendement 40

Bijlage, artikel 7, lid 4, punt 3

vaststelling van de inhoud van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen alsmede de selectie van de externe partners;

vaststelling van de inhoud, doelen en de uitschrijving van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen alsmede de selectie van de externe partners;

Amendement 41

Bijlage, artikel 7, lid 5

5. Stemming: iedere ITD-stuurgroep besluit bij gewone meerderheid, waarbij de stemmen zijn gewogen volgens de relatieve financiële bijdragen aan de ITD van de leden van de stuurgroep. De ITD-leiders beschikken over vetorecht met betrekking tot alle besluiten van de stuurgroep van de ITD waarvan zij de leider zijn.

5. Stemming: iedere ITD-stuurgroep besluit bij gewone meerderheid, waarbij de stemmen zijn gewogen volgens de relatieve financiële bijdragen aan de ITD van de leden van de stuurgroep.

Amendement 42

Bijlage, Artikel 11, lid 2, punt 2

Een bedrag van ten minste 200 miljoen EUR wordt toegekend aan externe partners [projecten] die met behulp van vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen zijn geselecteerd. De communautaire financiële bijdrage bedraagt ten hoogste 50% van de totale in aanmerking komende kosten.

Een bedrag van ten minste 600 miljoen EUR wordt toegekend aan externe partners [projecten] die met behulp van vergelijkende uitnodigingen tot het indienen van voorstellen zijn geselecteerd. Daarbij wordt er in het bijzonder op toegezien dat KMO's een toereikende bijdrage leveren ter hoogte van 15% van de totale communautaire financiering. De communautaire financiële bijdrage stemt overeen met de bovengrenzen van financiering van de totale in aanmerking komende kosten, vastgelegd in de regels voor deelname aan acties op grond van het zevende kaderprogramma.

Amendement 43

Bijlage, artikel 14

Financieel reglement

Financiële regeling

1. Het financieel reglement van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt door de raad van bestuur van Clean Sky overeengekomen en aangenomen.

1. De financiële regeling van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt na raadpleging van de Commissie door de raad van bestuur van Clean Sky aangenomen.

2. Het financieel reglement dat van toepassing is op de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky is gebaseerd op de beginselen van de financiële kaderregeling(5). Het financieel reglement kan afwijken van deze kaderregeling wanneer specifieke functioneringsbehoeften van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky dat noodzakelijk maken en na voorafgaande toestemming van de Commissie.

2. De financiële regeling die van toepassing is op de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky mag niet afwijken van Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002, tenzij de specifieke functioneringsbehoeften van de onderneming dat noodzakelijk maken en vooraf toestemming van de Commissie is verkregen. Deze afwijkingen worden medegedeeld aan de begrotingsautoriteit.

Amendement 44

Bijlage, artikel 16, lid 5

5. Binnen twee maanden na het einde van elk boekjaar worden de voorlopige rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming ingediend bij de Commissie en bij de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen (hierna „de Rekenkamer”). Uiterlijk op 15 juni na het einde van elk boekjaar maakt de Rekenkamer haar opmerkingen over het ontwerp van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming.

5. Binnen twee maanden na afloop van elk begrotingsjaar worden de voorlopige rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming bij de Commissie, de Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen („de Rekenkamer”) en de begrotingsautoriteit ingediend. Uiterlijk op 15 juni na het einde van elk boekjaar maakt de Rekenkamer haar opmerkingen over het ontwerp van de rekeningen van de gemeenschappelijke onderneming.

Amendement 45

Bijlage, artikel 17, lid 1

1. Een jaarlijks verslag beschrijft de gedurende het voorgaande jaar uitgevoerde activiteiten en de overeenkomstige uitgaven.

1. In een jaarlijks verslag wordt de vooruitgang beschreven die per kalenderjaar is geboekt door de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky, met name met betrekking tot het jaarlijkse uitvoeringsplan voor het jaar in kwestie. Het jaarlijks verslag wordt door de directeur gepresenteerd met de jaarrekeningen en financiële balansen. In dit jaarlijks verslag is opgenomen in welke mate KMO's deelnemen in de O&Owerkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky.

Amendement 46

Bijlage, artikel 17, lid 2

2. Het jaarlijkse uitvoeringsplan beschrijft de voor het komende jaar geplande activiteiten, alsmede een raming van de benodigde middelen.

2. In het jaarlijkse uitvoeringsplan wordt het programma gespecificeerd voor de tenuitvoerlegging van alle werkzaamheden van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor een bepaald jaar, o.m. de geplande uitnodigingen tot het indienen van voorstellen en werkzaamheden die ten uitvoer moeten worden gelegd via aanbestedingen. Het jaarlijks uitvoeringsplan wordt met het jaarlijkse begrotingsplan door de directeur voorgelegd aan de raad van bestuur.

Amendement 47

Bijlage, artikel 17, lid 2 bis (nieuw)

2 bis. In het jaarlijkse werkprogramma worden omvang en begroting beschreven van de uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die nodig zijn om de onderzoeksagenda voor het volgende jaar uit te voeren.

Amendement 48

Bijlage, artikel 18, lid 1

1. De personeelsmiddelen worden vastgesteld in de personeelsformatie van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky die in de jaarlijkse begroting wordt opgenomen.

1. De personeelsformatie wordt elk jaar vastgesteld in een lijst van het aantal ambten, die in de jaarlijkse begroting wordt opgenomen en samen met het voorontwerp van begroting van de Europese Unie door de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad wordt ingediend.

Amendement 49

Bijlage, Artikel 18, lid 2

2. De personeelsleden van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky zijn tijdelijke en contractuele functionarissen en hebben arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, eenmaal verlengbaar tot een maximumtermijn van zeven jaar.

Schrappen.

Amendement 50

Bijlage, artikel 19, lid 2

2. De leden zijn niet aansprakelijk voor de schulden van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky.

2. De leden zijn niet aansprakelijk voor verplichtingen van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky. De financiële aansprakelijkheid van de leden bestaat uitsluitend uit een interne aansprakelijkheid ten aanzien van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky, en is beperkt tot de toezegging bij te dragen aan de middelen overeenkomstig artikel 11, lid 1 van deze bijlage.

Amendement 51

Bijlage, artikel 19, lid 3 bis (nieuw)

3 bis. Onverminderd de financiële bijdragen waarop deelnemers aan projecten overeenkomstig artikel 11, lid 2 van deze bijlage aanspraak maken, is de financiële aansprakelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky voor haar schulden beperkt tot bijdragen van de leden aan de lopende kosten zoals bedoeld in artikel 10, lid 4 van deze bijlage.

Amendement 52

Bijlage, artikel 21, lid 1

1. Het intellectuele-eigendomsbeleid van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt geïncorporeerd in de door de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky gesloten subsidieovereenkomsten.

1. Het intellectuele-eigendomsbeleid van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky wordt geïncorporeerd in de door de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky gesloten subsidieovereenkomsten en sluit aan bij de beginselen die zijn vastgelegd in het zevende kaderprogramma.

Amendement 53

Bijlage, artikel 23, lid 2

2. Wijzigingen van deze statuten moeten eerst worden goedgekeurd door de raad van bestuur. Indien dergelijke wijzigingen van invloed zijn op de algemene beginselen en doelstellingen van deze statuten is goedkeuring door de Raad vereist. Elke wijziging van artikel 1, lid 3 en artikel 10, lid 3 is afhankelijk van een herziening van de verordening betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky.

2. Wijzigingen van deze statuten moeten worden goedgekeurd door de raad van bestuur en daarover wordt door de Commissie, na raadpleging van het Europees Parlement, een besluit genomen. Indien dergelijke wijzigingen van invloed zijn op de algemene beginselen en doelstellingen van deze statuten is goedkeuring door de Raad vereist. Elke wijziging van artikel 1, lid 3 en artikel 10, lid 3 is afhankelijk van een herziening van de verordening betreffende de oprichting van de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky.

Amendement 54

Bijlage, artikel 24 bis (nieuw)

Artikel 24 bis

Gastheerschapsovereenkomst

Tussen de gemeenschappelijke onderneming Clean Sky en het Koninkrijk België wordt een gastheerschapsovereenkomst gesloten.


P6_TA(2007)0592

Diplomatieke en consulaire bescherming van EU-burgers in derde landen

Resolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het Groenboek — Diplomatieke en consulaire bescherming van EU-burgers in derde landen (2007/2196(INI))

Het Europees Parlement,

gezien het Groenboek van de Europese Commissie van 28 november 2006 over diplomatieke en consulaire bescherming van EU-burgers in derde landen (COM(2006)0712),

gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A6-0454/2007),

A.

overwegende dat er sprake is van een zeer ongelijke vertegenwoordiging van de lidstaten in derde landen,

B.

overwegende met name dat wereldwijd slechts drie landen (China, Rusland en de Verenigde Staten) beschikken over een diplomatieke en consulaire vertegenwoordiging van elk van de lidstaten van de Europese Unie, dat er in 107 landen maximaal tien lidstaten vertegenwoordigd zijn en dat er in bepaalde veel bezochte bestemmingen, zoals de Malediven, helemaal geen vertegenwoordiging aanwezig is,

C.

overwegende derhalve dat gezien de explosieve toename van het aantal EU-burgers dat reist — in 2006 werden 180 miljoen vervoersbewijzen verkocht — of dat buiten de Unie woonachtig is, de Europese aanwezigheid via de delegaties van de Europese Commissie betrokken zou kunnen worden bij de gezamenlijke inspanning om middelen te bundelen, om zo de beperkingen van de diplomatieke en consulaire netwerken van de lidstaten te ondervangen,

D.

overwegende dat het communautaire acquis op dit gebied weinig ontwikkeld is en beperkt blijft tot Besluit 95/553/EG van 19 december 1995 van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, betreffende bescherming van de burgers van de Europese Unie door de diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen(1) en tot de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten in het kader van COCON, de werkgroep binnen de Raad van de Unie die zich bezighoudt met consulaire samenwerking en tot doel heeft de uitwisseling van informatie over nationale goede praktijken te organiseren,

E.

gelet op het initiatief van de Commissie, die met haar Groenboek wil bijdragen aan het concreet gestalte geven aan het (zeer weinig bekende) artikel 20 van het EG-Verdrag, waarin het recht van elke burger van de Unie is vastgelegd om, indien er op het grondgebied van een derde land geen ambassade of consulaire post van zijn lidstaat aanwezig is, op grond van het non-discriminatiebeginsel, de diplomatieke en consulaire bescherming te genieten van elke andere lidstaat die in dit derde land een vertegenwoordiging heeft, en wel onder dezelfde voorwaarden die voor onderdanen van deze lidstaat gelden,

F.

overwegende dat de Commissie daarmee:

gehoor geeft aan artikel 46 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, waarin het recht op diplomatieke en consulaire bescherming als een grondrecht van de burgers van de Unie is erkend;

voldoet aan de verplichting tot herziening na vijf jaar van het Besluit 95/553/EG, dat in mei 2002 in werking is getreden;

vooruitloopt op het verschijnen van het vijfde verslag over het EU-burgerschap van de Commissie, wat een gelegenheid bij uitstek vormt om initiatieven bekend te maken die ertoe kunnen bijdragen de consulaire bescherming verder te ontwikkelen,

G.

overwegende dat tot dusverre echter sprake is geweest van een beperkte interpretatie van het bestaande juridisch kader, waarbij diplomatieke of consulaire bescherming uitsluitend werden gezien binnen het kader van de intergouvernementele betrekkingen waarop het Verdrag van Wenen van 1963 van toepassing is, en niet artikel 20 van het Verdrag,

H.

overwegende dat de diplomatieke en consulaire bescherming niet met andere taken mag worden verward waarmee de consulaire vertegenwoordigers veelal worden belast, met name de taken van een ambtenaar van de burgerlijke stand of een notaris,

I.

overwegende dat er verschillen bestaan in de aard en structuur en in de wijze waarop deze procedure gestart moet worden tussen diplomatieke bescherming enerzijds en consulaire bescherming anderzijds, nu deze laatste immers, in ieder geval in bepaalde gevallen, verplicht kan zijn, terwijl diplomatieke bescherming altijd vanuit een discretionaire macht heeft plaatsgevonden, en dat derhalve in de relevante wetgeving duidelijk tussen consulaire en diplomatieke bescherming dient te worden onderscheiden,

J.

overwegende daarentegen dat met het Verdrag van Maastricht een burgerschap van de Unie is ontstaan dat is afgeleid van het burgerschap van de lidstaten en dat het, teneinde het burgerschap van de Unie meer gestalte te geven, wenselijk is om voor alle burgers van de Unie ongeacht het land waaruit zij afkomstig zijn een vergelijkbare bescherming te bereiken,

K.

overwegende dat het met een dergelijk vooruitzicht absoluut noodzakelijk is onverwijld de voorwaarden te scheppen voor de herziening van Besluit 95/553/EG in de zin van een uitbreiding, en daarin ondubbelzinnig de diplomatieke bescherming op te nemen,

L.

overwegende dat de lidstaten al initiatieven ontplooien — zoals het „gidsland” en gezamenlijke simulatieoefeningen waarmee beter kan worden gereageerd in geval van crises en/of uitzonderlijke omstandigheden, waaraan de Commissie haar steentje zou kunnen bijdragen op het gebied van evaluatie,

M.

overwegende dat er netwerken bestaan die nog niet volledig worden benut — zoals dat van de honoraire consuls —, die echter een belangrijk instrument vertegenwoordigen waaraan de nodige steun dient te worden verleend,

N.

overwegende dat door het Verdrag van Lissabon een Europese dienst voor extern optreden met eigen bevoegdheden en verantwoordelijkheden wordt gecreëerd,

1.

schaart zich onvoorwaardelijk achter het initiatief van de Commissie, die met haar weigering artikel 20 van het EG-Verdrag in minimalistische zin te interpreteren, de grondslagen beoogt te leggen van een daadwerkelijk geharmoniseerd grondrecht inzake diplomatieke en consulaire bescherming voor alle burgers van de Unie;

2.

verzoekt de Commissie om haar Juridische Dienst te laten onderzoeken of het EG-Verdrag of het EUVerdrag een rechtsgrondslag bevat voor de harmonisatie van de regelingen van de lidstaten op het gebied van diplomatieke en consulaire bescherming;

3.

steunt de Commissie in haar pogingen een ambitieuze langetermijnstrategie op te zetten, waarbinnen informatie en communicatie sleutelfactoren zullen zijn;

4.

pleit ervoor dat de Commissie — los van haar verplichting uit hoofde van artikel 22 van het EGVerdrag om de drie jaar verslag uit te brengen over het burgerschap van de Unie — de Raad onverwijld voorstelt gezamenlijke concepten en dwingende richtlijnen vast te stellen om tot gemeenschappelijke normen op het gebied van consulaire bescherming te komen;

5.

moedigt de Commissie aan nu reeds te gaan werken aan een gestroomlijnde opbouw waarmee de middelen direct gebundeld kunnen worden, alsmede aan een intensievere uitwisseling van beste praktijken door onmiddellijk over te gaan tot het inventariseren van alle op dat gebied beschikbare en inzetbare middelen in de publieke zowel als de particuliere sector, en door verschillende vormen van samenwerking tot stand te brengen tussen de vele betrokken partijen (lidstaten, maar ook honoraire consuls, lokale overheden en NGO's) die zich, geraadpleegd door de Commissie, bereid hebben verklaard een bijdrage te leveren;

6.

verzoekt de Commissie zich nog meer in te spannen op het gebied van communicatie en informatie, onder meer door:

instelling van één Europees noodnummer, dat samen met artikel 20 van het EG-Verdrag in het paspoort van de burgers van de Unie wordt afgedrukt en waarmee elke burger van de Unie in verbinding kan worden gebracht met een inlichtingenbureau waar hij alle nodige informatie kan ontvangen ingeval hij in een kritieke situatie komt te verkeren waarin hij consulaire bescherming moet inroepen, en dan met name de bijgewerkte lijst met gegevens van de ambassades en consulaten van de lidstaten waartoe hij zich mag richten; voor dit alarmnummer zou in Brussel een centrale kunnen worden ingericht;

bewustmaking van de beroepsgroepen die betrokken zijn bij het verblijf (van korte of lange duur) van burgers van de Unie in derde landen door middel van verspreiding van brochures die specifiek zijn afgestemd op hun werkgebied;

formulering van een aanbeveling inzake optimale werkwijzen voor het opstellen van reisadviezen, opdat deze begrijpelijk en ondubbelzinnig worden verwoord;

totstandbrenging onder haar verantwoordelijkheid van een geharmoniseerde informatiesite ten behoeve van reizigers, waarop alle door de lidstaten afgegeven reisadviezen en/of de hoofdlijnen daarvan worden samengebracht;

sterkere bewustmaking van de burgers van de Unie die naar bestemmingen buiten de Unie reizen, met name op luchthavens, in havens en via reisbureaus en touroperators, op vervoersbewijzen en nationale instanties die belast zijn met reizen en toerisme;

oprichting van een werkgroep met vertegenwoordigers van de EU-instellingen en prominente diplomaten uit alle lidstaten om informatie uit te wisselen over de vraag hoe de afzonderlijke lidstaten het risico van reizen naar derde landen inschatten en een gemeenschappelijk concept voor reisadviezen te ontwikkelen;

7.

verzoekt de Commissie met klem om de lidstaten aan te bevelen om artikel 20 van het EG-Verdrag in de paspoorten van hun onderdanen af te drukken;

8.

verzoekt de Commissie om haar na ratificatie van het Verdrag van Lissabon een voorstel tot wijziging van Besluit 95/553/EG voor te leggen, teneinde daarin uitdrukkelijk op te nemen:

de diplomatieke bescherming;

de identificatie en repatriëring van stoffelijke resten;

een vereenvoudiging van de procedures voor financiële voorschotten;

9.

verzoekt de Commissie de consulaire bescherming uit te breiden tot gezinsleden van burgers van de Unie die onderdanen van derde landen zijn, alsook tot erkende vluchtelingen en staatlozen en tot personen die geen onderdaan van enige staat zijn, maar in een lidstaat verblijven en in het bezit zijn van een door deze lidstaat afgegeven reisdocument;

10.

verzoekt de Commissie gepaste maatregelen te treffen om te zorgen dat burgers van de Unie in het geval van arrestatie of detentie in een derde land rechtsbijstand krijgen en om deze bijstand doeltreffender te maken;

11.

steunt ondubbelzinnig het reeds in het verslag-Barnier aangekondigde initiatief om „gemeenschappelijke bureaus” op te richten in vier „testgebieden” (het Caribische gebied, de Balkan, het gebied rond de Indische Oceaan en in West-Afrika) en verzoekt de Commissie tegelijk met het oprichten van die gemeenschappelijke bureaus een voorlichtingscampagne te starten ten behoeve van de EU-onderdanen die woonachtig zijn in die gebieden, opdat zij daar de voor hun registratie benodigde formaliteiten vervullen;

12.

is van mening dat de Commissie in de periode vóór de oprichting van gemeenschappelijke bureaus die alle belangrijkste consulaire functies zullen vervullen (afgifte van visa, legalisatie van documenten etc.) moet bijdragen aan de inspanningen van de lidstaten om hun onderlinge samenwerking te verbeteren, onder andere:

op het gebied van de evaluatie en analyse van de oefeningen en simulaties die onder auspiciën van „gidslanden” zijn uitgevoerd, teneinde hun coördinatie- en reactiecapaciteit in geval van uitzonderlijke omstandigheden verder te verbeteren, waarbij tegelijkertijd dient te worden gestreefd naar een grotere zichtbaarheid van de procedures die in het kader van de tenuitvoerlegging van het gidslandinitiatief worden toegepast, en naar een nauwere coördinatie met de betrokken derde belanghebbenden, met name met deskundigen op het gebied van vervoer en toerisme;

op het gebied van coördinatie en terbeschikkingstelling van hun logistieke capaciteit en hun middelen op het gebied van burgerbescherming;

13.

verzoekt de Commissie tevens om zoveel mogelijk gebruik te maken van technologie en opleidingsmogelijkheden om bestaande tekortkomingen te ondervangen en/of bepaalde nog niet ten volle benutte bronnen zo goed mogelijk te gebruiken; vanuit die optiek zou de Commissie onder andere haar middelen moeten inzetten voor de financiering van specifieke opleidingen door ervaren diplomaten en consulaire ambtenaren van de lidstaten ten behoeve van de honoraire consuls die reeds in derde landen zijn gevestigd; deze opleidingen zullen later ook worden gegeven aan EU-ambtenaren, wanneer de „gemeenschappelijke bureaus” en vervolgens de delegaties van de Unie daadwerkelijk zullen worden belast met de consulaire functies die op dit moment nog uitsluitend door de vertegenwoordigingen van de lidstaten worden vervuld;

14.

constateert dat de procedures voor de toekenning van economische bijstand veelal worden vertraagd door het feit dat tal van inlichtingen moeten worden ingewonnen, wat extra problemen oplevert in gevallen waarin burgers van de Unie die in een derde land in nood verkeren doeltreffend geholpen dienen te worden; verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken om deze procedures voor de toekenning van bijstand te vereenvoudigen en te harmoniseren;

15.

verzoekt de Commissie te onderzoeken welke mogelijkheden en gevolgen de oprichting van een Europese dienst voor extern optreden, zoals voorzien in het Verdrag van Lissabon, voor de consulaire en diplomatieke bescherming kan hebben;

16.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TA(2007)0593

Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007

Resolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, Afdeling III — Commissie (15715/2007 — C6-0434/2007 — 2007/2237(BUD))

Het Europees Parlement,

gelet op artikel 272 van het EG-Verdrag en artikel 177 van het Euratom-Verdrag,

gezien Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(1), en met name op de artikelen 37 en 38 daarvan,

gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, definitief vastgesteld op 14 december 2006(2),

gelet op het Interinstitutioneel Akkoord van 17 mei 2006 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline en een goed financieel beheer(3),

gezien het voorontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2007, ingediend door de Commissie op 7 november 2007 (COM(2007)0687) en door de Commissie gewijzigd per brief van 12 november 2007,

gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007, opgesteld door de Raad op 26 november 2007 (15715/2007 — C6-0434/2007),

gelet op artikel 69 en Bijlage IV van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A6-0493/2007),

A.

overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007 voor de algemene begroting 2007 betrekking heeft op:

een substantieel hogere raming van de ontvangsten, met name door een herziene raming van het BTW- en het BNI-saldo (3 830 000 000 EUR);

een verdere daling van de betalingskredieten met betrekking tot de begrotingsonderdelen voor de rubrieken 1a, 1b, 2 en 3a (1 651 400 000 EUR), nadat rekening is gehouden met de in het kader van globale overschrijving DEC36/2007 voorgestelde herschikking (425 000 000 EUR),

B.

overwegende dat de bedoeling met gewijzigde begroting nr. 7/2007 is deze begrotingsmiddelen en technische aanpassingen formeel in de begroting 2007 op te nemen,

1.

neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007;

2.

erkent dat de huidige onderbesteding op sommige begrotingslijnen het gevolg kan zijn van de late goedkeuring van rechtsgrondslagen in het eerste jaar van het financiële meerjarenkader; dringt erop aan dat nauwlettend op de uitvoering van de begroting 2008 wordt toegezien via de diverse instrumenten, zoals de periodieke waarschuwing met betrekking tot de begrotingsramingen en monitoringgroepen; verzoekt zijn gespecialiseerde commissies vroegtijdig input te verstrekken met betrekking tot de middelen die nodig zijn en mogelijke problemen met betrekking tot de uitvoering, wat meerjarenprogramma's betreft;

3.

onderstreept dat in de begroting 2008 zeker een hoger bedrag voor betalingen nodig zal zijn;

4.

keurt het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 7/2007 ongewijzigd goed;

5.

verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TA(2007)0594

Papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven *** II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de beschikking van het Europees Parlement en de Raad betreffende een papierloze omgeving voor douane en bedrijfsleven (8520/4/2007 — C6-0267/2007 — 2005/0247(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (8520/4/2007 — C6-0267/2007),

gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1)inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0609),

gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 67 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A6-0466/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt;

2.

constateert dat het besluit is vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk standpunt;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het besluit samen met de voorzitter van de Raad overeenkomstig artikel 254, lid 1 van het EG-Verdrag te ondertekenen;

4.

verzoekt zijn secretaris-generaal het besluit te ondertekenen nadat is nagegaan of alle procedures naar behoren zijn uitgevoerd, en samen met de secretaris-generaal van de Raad zorg te dragen voor publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TA(2007)0595

Communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu *** II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (9388/2/2007 — C6-0261/2007 — 2005/0211(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (9388/2/2007 — C6-0261/2007),

gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0505),

gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0389/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TC2-COD(2005)0211

Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vastgesteld op 11 december 2007 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2008/.../EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie)

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement in tweede lezing overeen met het definitieve wetsbesluit: Richtlijn 2008/56/EG.)

P6_TA(2007)0596

Luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa *** II

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 betreffende het gemeenschappelijk standpunt, door de Raad vastgesteld met het oog op de aanneming van de richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (16477/1/2006 — C6-0260/2007 — 2005/0183(COD))

(Medebeslissingsprocedure: tweede lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het gemeenschappelijk standpunt van de Raad (16477/1/2006 — C6-0260/2007),

gezien zijn in eerste lezing geformuleerd standpunt(1) inzake het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2005)0447),

gelet op artikel 251, lid 2 van het EG-Verdrag,

gezien de hierbij als bijlage gehechte verklaring van de Commissie,

gelet op artikel 62 van zijn Reglement,

gezien de aanbeveling voor de tweede lezing van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A6-0398/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het gemeenschappelijk standpunt, zoals geamendeerd;

2.

verzoekt zijn Voorzitter om het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.


P6_TC2-COD(2005)0183

Standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vastgesteld op 11 december 2007 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2008/.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement in tweede lezing overeen met het definitieve wetsbesluit: Richtlijn 2008/50/EG.)

VERKLARING VAN DE COMMISSIE BIJ DE VASTSTELLING VAN DE NIEUWE RICHTLIJN BETREFFENDE DE LUCHTKWALITEIT EN SCHONERE LUCHT VOOR EUROPA

De Commissie neemt nota van de door de Raad en het Europees Parlement goedgekeurde tekst voor de richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa. De Commissie stelt in het bijzonder vast dat het Europees Parlement en de lidstaten in artikel 22, lid 4, en overweging 16 van de richtlijn veel belang hechten aan maatregelen van de Gemeenschap voor de vermindering van de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen aan de bron.

De Commissie erkent dat er alleen wezenlijke vooruitgang kan worden geboekt met de doelstellingen van het zesde milieuactieprogramma als de uitstoot van schadelijke luchtverontreinigende stoffen wordt verminderd. In de mededeling van de Commissie betreffende een thematische strategie inzake luchtverontreiniging wordt een aanzienlijk aantal mogelijke maatregelen van de Gemeenschap genoemd. Sinds de aanneming van deze strategie is er met deze en andere maatregelen behoorlijke vooruitgang geboekt.

De Raad en het Parlement hebben reeds nieuwe wetgeving goedgekeurd om de uitlaatemissies van lichte bedrijfsvoertuigen te beperken.

De Commissie heeft reeds een nieuw wetvoorstel geadopteerd om de doeltreffendheid van de wetgeving inzake industriële uitstoot in de Gemeenschap te verbeteren, onder andere voor intensieve landbouwinstallaties en maatregelen om kleinschaligere industriële verbrandingsbronnen aan te pakken.

De Commissie reeds een nieuw wetvoorstel geadopteerd om de uitlaatemissies van motoren in zware vrachtwagens te beperken.

Voor 2008 heeft de Commissie nieuwe wetgevingsvoorstellen gepland die beogen:

de toegestane nationale emissies van de ergste verontreinigende stoffen van de lidstaten verder te verminderen;

de emissies die optreden bij het tanken van benzineauto's aan pompstations te verminderen;

het zwavelgehalte van brandstoffen te verminderen, met inbegrip van brandstoffen voor de zeescheepvaart.

Ook zijn de voorbereidingen aan de gang om te onderzoeken of het haalbaar is:

het ecologisch ontwerp van huishoudelijke boilers en heetwatertoestellen te verbeteren en de emissies daarvan te verminderen;

het gehalte aan oplosmiddelen van verven, vernissen en producten voor het overspuiten van voertuigen te verminderen;

de uitlaatemissies van niet voor de weg bestemde mobiele machines te verminderen en daarbij zoveel mogelijk gebruik te maken van de reeds door de Commissie voorgestelde brandstoffen voor zulke voertuigen met een lager zwavelgehalte.

Verder blijft de Commissie bij de Internationale Maritieme Organisatie aandringen op wezenlijke emissieverminderingen van schepen en is voornemens voorstellen voor maatregelen van de Gemeenschap te gaan doen indien de in 2008 voorziene voorstellen van de IMO niet ambitieus genoeg blijken te zijn.

De Commissie moet zich echter houden aan de doelstellingen van haar initiatief inzake betere regelgeving en haar voorstellen schragen op een uitgebreide beoordeling van de gevolgen en de voordelen. Met het oog hierop en overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zal de Commissie de behoefte aan nieuwe wetgevingsvoorstellen blijven evalueren maar behoudt zij zich het recht voor te beslissen of en wanneer zij dergelijke voorstellen zal doen.

P6_TA(2007)0597

Interoperabiliteit van het communautaire spoorwegsysteem (herschikking) *** I

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het communautaire spoorwegsysteem (herschikking) (COM(2006)0783 — C6-0474/2006 — 2006/0273(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0783),

gelet op artikel 251, lid 2 en de artikelen 156 en 71 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0474/2006),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A6-0345/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

P6_TC1-COD(2006)0273

Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 11 december 2007 met het oog op de aanneming van Richtlijn 2008/.../EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (herschikking)

(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement in eerste lezing overeen met het definitieve wetsbesluit: Richtlijn 2008/57/EG.)

P6_TA(2007)0598

Rechtstreekse steunverlening in het kader van het GLB en steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) *

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 11 december 2007 over het voorstel voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1782/2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en van Verordening (EG) nr. 1698/2005 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO) (COM(2007)0484 — C6-0283/2007 — 2007/0177(CNS))

(Raadplegingsprocedure)

Het Europees Parlement,

gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2007)0484),

gelet op artikel 37, lid 2, derde alinea, van het EGVerdrag, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C6-0283/2007),

gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A6-0470/2007),

1.

hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.

verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 250, lid 2 van het EG-Verdrag dienovereenkomstig te wijzigen;

3.

verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;

4.

wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;

5.

verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

DOOR DE COMMISSIE VOORGESTELDE TEKST

AMENDEMENTEN VAN HET PARLEMENT

Amendement 1

OVERWEGING 1 BIS (nieuw)

(1 bis) Het stelsel van randvoorwaarden heeft reeds bewezen een bijzonder belangrijk instrument te zijn in het hervormd gemeenschappelijk landbouwbeleid om uitgaven te rechtvaardigen. Het stelsel van randvoorwaarden legt landbouwers geen nieuwe verplichtingen op noch geeft het landbouwers recht op nieuwe betalingen als zij aan de randvoorwaarden voldoen, maar legt alleen maar een verband tussen de rechtstreekse betalingen aan landbouwers en de publieke diensten die zij verrichten ten bate van de samenleving als geheel door zich te houden aan de communautaire wetgeving op het gebied van milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn, die over het algemeen zeer streng is in vergelijking met de normen elders in de wereld.

Amendement 2

OVERWEGING 1 TER (nieuw)

(1 ter) Vanwege het belang dat de EU hecht aan deze hoge normen is na de hervorming van het gemeenschappelijk landbouwbeleid de eerste pijler van dit beleid de facto getransformeerd in een plattelandsontwikkelingsbeleid aangezien de landbouwers worden beloond voor publieke dienstverlening en niet zozeer onvoorwaardelijke betalingen ontvangen die zijn gekoppeld aan de productie. Om de doelstellingen van het stelsel van randvoorwaarden te realiseren, is een volledig begrip van het systeem en de medewerking van de boeren vereist, hetgeen thans nog niet het geval is omdat het stelsel op boerderijniveau angst inboezemt. Een beter geïnformeerde landbouwsector zou naleving van de randvoorwaarden gemakkelijker vinden. Een volledig begrip van de 18 speciale richtlijnen en verordeningen van de EU is nog een heel probleem en niet alleen voor de boeren maar ook voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.

Amendement 3

OVERWEGING 1 QUATER (nieuw)

(1 quater) Het stelsel van randvoorwaarden heeft de steunverlening aan landbouwers gekoppeld aan de naleving van 18 verschillende richtlijnen en verordeningen van de EU. Controle op het stelsel van randvoorwaarden is derhalve uit de aard der zaak een complexe aangelegenheid. Het stelsel van randvoorwaarden verlangt dat de controleurs volledige kennis van zaken hebben van het boerenbedrijf en vertrouwd zijn met de diverse landbouwsectoren. Een gedegen scholing van de controleurs is van kapitaal belang. Daarnaast zouden controleurs moeten beschikken over de bevoegdheid om rekening te houden met niet seizoenseigen en onverwachte factoren die de volledige naleving van de randvoorwaarden buiten de schuld van de landbouwer verhinderen .

Amendement 4

OVERWEGING 1 QUINQUIES (nieuw)

(1 quinquies) Het stelsel van randvoorwaarden en/of het gemeenschappelijk landbouwbeleid zullen in de toekomst waarschijnlijk verder moeten worden aangepast, aangezien het niveau van de betalingen thans niet altijd in overeenstemming lijkt te zijn met de inspanningen van de betrokken landbouwers om aan de randvoorwaarden te voldoen, omdat de betalingen nog altijd in grote mate afhangen van uitgaven in het verleden. Met name de wetgeving inzake dierenwelzijn is duidelijk een zware last voor veehouders, hetgeen niet wordt weerspiegeld in het niveau van hun betalingen. Als ingevoerde producten echter aan dezelfde normen inzake dierenwelzijn zouden voldoen, dan zouden de veehouders niet hoeven te worden gecompenseerd voor de naleving van de communautaire wetgeving op dit gebied. De Commissie dient in de onderhandelingen in het kader van de Wereldhandelsorganisatie dan ook te pleiten voor erkenning van niet-handelsaspecten als importcriteria.

Amendement 5

OVERWEGING 1 SEXIES (nieuw)

(1 sexies) Er moet voortdurend worden gestreefd naar vereenvoudiging, verbetering en harmonisatie van het stelsel van randvoorwaarden. Daarom dient de Commissie om de twee jaar verslag uit te brengen over het stelsel van randvoorwaarden.

Amendement 6

OVERWEGING 1 SEPTIES (nieuw)

(1 septies) Minder administratieve lasten, geharmoniseerde en, ook binnen de Europese instellingen, gecombineerde controles en tijdige uitbetaling zouden over het algemeen de steun onder landbouwers voor het stelsel van randvoorwaarden vergroten en zo de doeltreffendheid van het beleid verhogen.

Amendement 7

OVERWEGING 1 OCTIES (nieuw)

(1 octies) Om naleving van de randvoorwaarden te bevorderen is het van essentieel belang dat controles van tevoren worden aangekondigd. Voorts moeten de boeren, die vaak in deeltijd werken, worden geholpen zich voor te bereiden op inspectie. Onaangekondigde controles passen niet echt in het stelsel aangezien deze de boeren een onevenredig grote maar wel terechte angst inboezemen voor het stelsel van randvoorwaarden als geheel. Bij een vermoeden van „opzettelijke en ernstige fraude” moeten andere middelen worden ingezet, waaronder de nationale wetgeving van de lidstaat. Onaangekondigde controles dienen slechts plaats te vinden als er bij de bevoegde autoriteit het gerede vermoeden bestaat dat er sprake is van een serieus probleem op een bepaalde boerderij. Tegelijkertijd mag de doeltreffendheid van controles ter plaatse niet in gevaar worden gebracht.

Amendement 8

OVERWEGING 1 NONIES (nieuw)

(1 nonies) Teneinde de lasten voor de landbouwers te beperken, moeten de lidstaten en de Europese instellingen worden aangemoedigd het aantal controles ter plaatse en het aantal controle-instanties zo laag mogelijk te houden zonder afbreuk te doen aan het bepaalde in Verordening (EG) nr. 796/2004 van de Commissie van 21 april 2004 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de randvoorwaarden, de modulatie en het geïntegreerd beheers- en controlesysteem waarin is voorzien bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad(1). De lidstaten moet daarom worden toegestaan om het minimale controlepercentage op het niveau van de uitbetalende instantie te realiseren. Voorts moeten de lidstaten en de Europese instellingen worden aangemoedigd aanvullende maatregelen te treffen om het aantal personen dat de controles uitvoert te verminderen, ervoor te zorgen dat zij goed zijn opgeleid en de tijd dat een controle ter plaatse op een specifieke boerderij mag worden uitgevoerd tot maximaal één dag te beperken. De Commissie moet de lidstaten bijstaan bij het voldoen aan de eisen voor geïntegreerde steekproefselecties. Steekproefselecties voor controles ter plaatse moeten onafhankelijk van specifieke minimale controlepercentages waarin is voorzien in de speciale wetgeving in het kader van het stelsel van randvoorwaarden, worden uitgevoerd.

Amendement 9

OVERWEGING 1 DECIES (nieuw)

(1 decies) Bij administratieve controles en controles ter plaatse, zoals voorzien in Verordening (EG) nr. 796/2004, moet effectief worden geverifieerd of aan de voorwaarden voor steun wordt voldaan en of de van toepassing zijnde voorschriften en normen in het kader van de randvoorwaarden worden nageleefd. Deze controles dienen ter aanvulling op de controles in het bestaande geïntegreerde beheers- en controlesysteem om dubbele controles te voorkomen en alle controles tijdens één bezoek te laten plaatsvinden.

Amendement 10

OVERWEGING 1 UNDECIES

(1 undecies) De lidstaten moeten erop toezien dat landbouwers niet dubbel worden gestraft voor hetzelfde geval van nietnaleving (vermindering of uitsluiting van betalingen alsmede een boete wegens niet-naleving van de nationale wetgeving in kwestie).

Amendement 11

OVERWEGING 1 DUODECIES

(1 duodecies) De verminderingen van de betalingen die gelden in geval van niet-naleving van de normen, verplichtingen en vereisten die de randvoorwaarden uitmaken, zijn verschillend bij onachtzaamheid of opzet. Evenzo zouden deze verminderingen in verhouding moeten staan tot het belang van het gebied waarop sprake is van niet-naleving op het landbouwbedrijf, met name als het gaat om een gemengd landbouw- en veeteelbedrijft.

Amendement 12

OVERWEGING 2

(2) In artikel 44, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad is bepaald dat de landbouwers de percelen die overeenstemmen met subsidiabele hectaren, gedurende een periode van ten minste tien maanden tot hun beschikking moeten houden. De ervaring leert dat deze voorwaarde de werking van de grondmarkt sterk dreigt te bemoeilijken en een aanzienlijke administratieve werklast meebrengt voor de landbouwers en de overheidsdiensten. Een verkorting van die periode zou het beheer van de verplichtingen in het kader van de randvoorwaarden niet in gevaar brengen. Daar staat tegenover dat het ter voorkoming van dubbele aanvragen voor dezelfde grond wel nodig is een datum vast te stellen waarop de percelen tot de beschikking van de landbouwer moeten staan. Daarom dient te worden bepaald dat de landbouwers de percelen tot hun beschikking moeten hebben op 15 juni van het jaar waarin de steunaanvraag wordt ingediend. Dezelfde bepaling moet ook gelden voor de lidstaten die de regeling inzake één enkele areaalbetaling toepassen. Voorts is het dienstig bepalingen vast te stellen met van de randvoorwaarden in het geval van de overdracht van grond.

(2) In artikel 44, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad is bepaald dat de landbouwers de percelen die overeenstemmen met subsidiabele hectaren, gedurende een periode van ten minste tien maanden tot hun beschikking moeten houden. De ervaring leert dat deze voorwaarde de werking van de grondmarkt sterk dreigt te bemoeilijken en een aanzienlijke administratieve werklast meebrengt voor de landbouwers en de overheidsdiensten. Een verkorting van die periode zou het beheer van de verplichtingen in het kader van de randvoorwaarden niet in gevaar brengen. Daar staat tegenover dat het ter voorkoming van dubbele aanvragen voor dezelfde grond wel nodig is een datum vast te stellen waarop de percelen tot de beschikking van de landbouwer moeten staan. Daarom dient te worden bepaald dat de landbouwers de percelen tot hun beschikking moeten hebben op de uiterste datum van indiening zoals die in de betrokken lidstaat geldt, van het jaar waarin de steunaanvraag wordt ingediend. Dezelfde bepaling moet ook gelden voor de lidstaten die de regeling inzake één enkele areaalbetaling toepassen. Voorts is het dienstig bepalingen vast te stellen met van de randvoorwaarden in het geval van de overdracht van grond.

Amendement 13

OVERWEGING 7 BIS (nieuw)

(7 bis) In zijn eenmalige aanvraag verklaart de landbouwer met name welk areaal hij aanwendt voor landbouwdoeleinden, welke regeling of regelingen van toepassing zijn, op welke betalingen hij aanspraak kan maken, en dat hij kennis heeft genomen van de voorwaarden voor toekenning van de steun in kwestie. Deze voorwaarden dienen overeen te stemmen met de criteria voor toekenning van steun maar ook met de criteria voor volksgezondheid, gezondheid van dier en plant, dierenwelzijn en milieubescherming waarvan de uitbetaling van steun afhankelijk is. Met deze verklaring zou de landbouwer zich verplichten tot het naleven van al deze voorwaarden en contractualiseert hij zijn aanvraag.

Amendement 14

ARTIKEL 1, PUNT -1 (nieuw)

Artikel 4, lid 2, alinea 1 bis (nieuw) (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

(-1)

Aan artikel 4, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:

„Bij richtlijnen ziet de Commissie erop toe dat de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen op de in lid 1 genoemde gebieden op geharmoniseerde wijze worden omgezet in de wetgeving van elke lidstaat.”

Amendement 15

ARTIKEL 1, PUNT 1, LETTER A)

Artikel 6, lid 1 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

a) Lid 1 wordt vervangen door:

Schrappen.

1. In het geval dat de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen of de eisen inzake een goede landbouw- en milieuconditie in een bepaald kalenderjaar (hierna „het betrokken kalenderjaar” genoemd) niet worden nageleefd, wordt het totaalbedrag van de rechtstreekse betalingen die na toepassing van de artikelen 10 en 11 moeten worden verleend aan de landbouwer die in het betrokken kalenderjaar een aanvraag heeft ingediend, verlaagd of ingetrokken overeenkomstig de op grond van artikel 7 vastgestelde uitvoeringsbepalingen.

Met inachtneming van lid 2 wordt de landbouwer die een steunaanvraag heeft ingediend, aansprakelijk gesteld tenzij hij kan aantonen dat de betrokken niet-naleving niet het gevolg is van een handelen of nalaten dat rechtstreeks kan worden toegeschreven:

a)

aan hemzelf of

b)

in het geval dat de landbouwgrond gedurende het betrokken kalenderjaar is overgedragen,

aan de overnemer als de overdracht heeft plaatsgevonden tussen de in artikel 44, lid 3, vermelde datum en 1 januari van het volgende kalenderjaar,

aan de cedent als de overdracht heeft plaatsgevonden tussen 1 januari van het betrokken kalenderjaar en de in artikel 44, lid 3, vermelde datum.

Amendement 31

ARTIKEL 1, LID 1, LETTER B)

Artikel 6, lid 3, alinea 1 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

3. In afwijking van lid 1 en onder de voorwaarden zoals vastgesteld in de in artikel 7, lid 1, bedoelde uitvoeringsbepalingen, kunnen de lidstaten besluiten een verlaging die niet meer dan 50 euro per landbouwer en per kalenderjaar bedraagt, niet toe te passen.

3. In afwijking van lid 1 en onder de voorwaarden zoals vastgesteld in de in artikel 7, lid 1, bedoelde uitvoeringsbepalingen, kunnen de lidstaten besluiten een verlaging die niet meer dan 100 EUR per landbouwer en per kalenderjaar bedraagt, niet toe te passen.

Amendement 17

ARTIKEL 1, PUNT 1, LETTER B)

Artikel 6, lid 3, alinea 2 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

Elke bevinding dat sprake is van een niet-naleving, geeft niettemin aanleiding tot een specifiek vervolgonderzoek door de bevoegde autoriteit. Elke dergelijke bevinding, de maatregelen in het kader van het vervolgonderzoek en de te ondernemen verbeteractie worden de landbouwer meegedeeld.

Elke bevinding dat sprake is van een niet-naleving, geeft niettemin aanleiding tot een specifiek vervolgonderzoek in de risicoanalyse door de bevoegde autoriteit. Elke dergelijke bevinding, de maatregelen in het kader van het vervolgonderzoek en de te ondernemen verbeteractie worden de landbouwer meegedeeld. Deze alinea is niet van toepassing wanneer de landbouwer onmiddellijk is opgetreden om de geconstateerde nietnaleving te verhelpen.

Amendement 18

ARTIKEL 1, PUNT 2

Artikel 7, lid 2, alinea 3 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

Elke bevinding dat sprake is van een niet-naleving van gering belang, geeft niettemin aanleiding tot een specifiek vervolgonderzoek door de bevoegde autoriteit. Elke dergelijke bevinding, de maatregelen in het kader van het vervolgonderzoek en de te ondernemen verbeteractie worden de landbouwer meegedeeld. Deze alinea is niet van toepassing wanneer de landbouwer onmiddellijk een verbeteractie heeft ondernomen die een einde aan de geconstateerde niet-naleving heeft gemaakt.

Schrappen.

Amendement 19

ARTIKEL 1, PUNT 2 BIS (nieuw)

Artikel 7, lid 4, alinea 1 bis (nieuw) (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

(2 bis)

Aan artikel 7, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:

In de nieuwe lidstaten wordt bij de bepaling van het percentage van de verlaging als bedoeld in artikel 6, lid 1, in ieder geval rekening gehouden met het relevante percentage van de in een gegeven jaar van toepassing zijnde verhogingstabel overeenkomstig artikel 143 bis.

Amendement 20

ARTIKEL 1, PUNT 2 TER (nieuw)

Artikel 7, lid 4 bis (nieuw) (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

(2 ter)

Aan artikel 7 wordt het volgende lid toegevoegd:

4 bis. Als een vermindering of uitsluiting van de betalingen wordt toegepast wegens een tijdens een controle ter plaatse geconstateerde niet-naleving als bedoeld in artikel 25, wordt voor hetzelfde geval van niet-naleving geen boete opgelegd uit hoofde van de desbetreffende nationale wetgeving.

Als een boete is opgelegd wegens niet-naleving van de nationale wetgeving, wordt voor hetzelfde geval van niet-naleving geen vermindering of uitsluiting van de betalingen toegepast.

Amendement 21

ARTIKEL 1, PUNT 2 QUATER (nieuw)

Artikel 8 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

(2 quater)

Artikel 8 wordt vervangen door:

Artikel 8

Toetsing

Uiterlijk op 31 december 2007 en vervolgens om de twee jaar brengt de Commissie verslag uit over de toepassing van het stelsel van randvoorwaarden, indien nodig vergezeld van passende voorstellen, met name met het oog op:

aanpassing van de lijst met uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen in Bijlage III,

vereenvoudiging, vermindering en verbetering van de regelgeving uit hoofde van de lijst met uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, waarbij bijzondere aandacht wordt geschonken aan de wetgeving inzake nitraten,

vereenvoudiging, verbetering en harmonisatie van de bestaande controlesystemen, met inachtneming van de mogelijkheden die worden geboden dankzij de ontwikkeling van indicatoren en knelpuntgebaseerde controles, van reeds uitgevoerde controles in het kader van particuliere certificatieprogramma's, van reeds uitgevoerde controles in het kader van de nationale wetgeving ter uitvoering van de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en van de informatie- en communicatietechnologie.

De verslagen dienen tevens een raming te bevatten van de totale kosten van de controles in het kader van het stelsel van randvoorwaarden in het jaar voorafgaande aan het jaar waarin het verslag wordt gepubliceerd.

Amendement 22

ARTIKEL 1, PUNT 2 QUINQUIES (nieuw)

Artikel 18, lid 1, letter e) (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

(2 quinquies)

Artikel 18, lid 1, onder e), wordt vervangen door:

e)

een geïntegreerd controlesysteem, waarin met name de voorwaarden voor subsidiabiliteit en de vereisten inzake de randvoorwaarden worden geverifieerd,

Amendement 23

ARTIKEL 1, PUNT 2 SEXIES (nieuw)

Artikel 25 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

(2 sexies)

Artikel 25 wordt vervangen door:

Artikel 25

Controles op de naleving van de randvoorwaarden

1. De lidstaten verrichten controles ter plaatse om na te gaan of de landbouwer de in Hoofdstuk 1 bedoelde verplichtingen nakomt. Deze controles nemen per boerderij maximaal één dag in beslag.

2. De lidstaten kunnen gebruik maken van hun bestaande beheers- en controlesystemen om erop toe te zien dat de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen en de eisen inzake goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in Hoofdstuk 1 worden nageleefd.

De lidstaten streven er evenwel naar het aantal controle- instanties en het aantal personen dat ter plaatse controles uitvoert op een specifieke boerderij te verminderen.

Deze systemen, en met name het overeenkomstig Richtlijn 92/102/EEG, Verordening (EG) nr. 1782/2003, Verordening (EG) nr. 1760/2000 en Verordening (EG) nr. 21/2004 opgezette identificatie- en registratiesysteem voor dieren, zijn in de zin van artikel 26 van deze verordening compatibel met het geïntegreerd systeem.

3. De lidstaten streven ernaar de controles zodanig te plannen dat boerderijen die om seizoensredenen het best kunnen worden gecontroleerd in een bepaalde periode van het jaar ook daadwerkelijk in de desbetreffende periode worden gecontroleerd. Als de controle-instantie tijdens een controle ter plaatse om seizoensredenen evenwel geen controle heeft kunnen uitoefenen op de naleving van (een deel van) de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen of van de goede landbouw- en milieucondities, wordt ervan uitgegaan dat aan deze eisen en condities is voldaan.

Amendement 24

ARTIKEL 1, PUNT 3

Artikel 44, lid 3 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

Behalve in geval van overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden staan die percelen tot de beschikking van de landbouwer op 15 juni van het jaar waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Behalve in geval van overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden staan die percelen tot de beschikking van de landbouwer op de uiterste datum van indiening, zoals die in de betrokken lidstaat geldt, van het jaar waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Amendement 25

ARTIKEL 1, PUNT 5, LETTER A)

Artikel 143 ter, lid 5, alinea 1, nieuwe zin (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

Behalve in geval van overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden staan die percelen tot de beschikking van de landbouwer op 15 juni van het jaar waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Behalve in geval van overmacht of in uitzonderlijke omstandigheden staan die percelen tot de beschikking van de landbouwer op de uiterste datum van indiening, zoals die in de betrokken lidstaat geldt, van het jaar waarin de steunaanvraag wordt ingediend.

Amendement 26

ARTIKEL 1, PUNT 5, LETTER B)

Artikel 143 ter, lid 6, alinea 3 (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

Van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008 is voor de nieuwe lidstaten de toepassing van de artikelen 3, 4, 6, 7 en 9 facultatief voor zover die bepalingen betrekking hebben op uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen. Met ingang van 1 januari 2009 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

Van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2008 is voor de nieuwe lidstaten de toepassing van de artikelen 3, 4, 6, 7 en 9 facultatief voor zover die bepalingen betrekking hebben op uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen. Met ingang van 1 januari 2009 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2009;

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2009;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2010;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2011;

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2011.

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

Voor Bulgarije en Roemenië is de toepassing van de artikelen 3, 4, 6, 7 en 9 evenwel facultatief tot en met 31 december 2011 voor zover die bepalingen betrekking hebben op uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen. Met ingang van 1 januari 2012 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

Voor Bulgarije en Roemenië is de toepassing van de artikelen 3, 4, 6, 7 en 9 evenwel facultatief tot en met 31 december 2011 voor zover die bepalingen betrekking hebben op uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen. Met ingang van 1 januari 2012 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2012;

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2012;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2013;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2014;

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2016.

Ook in het geval dat de nieuwe lidstaten besluiten de toepassing van de regeling inzake één enkele areaalbetaling te beëindigen vóór het einde van de bij lid 9 vastgestelde periode voor de toepassing van die regeling, kunnen zij van deze mogelijkheid gebruikmaken.

Ook in het geval dat de nieuwe lidstaten besluiten de toepassing van de regeling inzake één enkele areaalbetaling te beëindigen vóór het einde van de bij lid 9 vastgestelde periode voor de toepassing van die regeling, kunnen zij van deze mogelijkheid gebruikmaken.

Amendement 27

ARTIKEL 1, PUNT 5, LETTER C)

Artikel 143 ter, lid 9, eerste zin (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

Elke nieuwe lidstaat mag de regeling inzake één enkele areaalbetaling toepassen tot en met eind 2010.

Elke nieuwe lidstaat mag de regeling inzake één enkele areaalbetaling toepassen tot en met eind 2013.

Amendement 28

ARTIKEL 1, PUNT 5 BIS (nieuw)

Artikel 145, letter m) (Verordening (EG) nr. 1782/2003)

(5 bis)

In artikel 145 wordt letter m) vervangen door :

m)

regels inzake de administratieve controles en controles ter plaatse en de controles door middel van teledetectie. n het geval van controles overeenkomstig Titel II, Hoofdstuk I, wordt in de regels voorzien in een correcte en tijdige vooraankondiging van een controle ter plaatse zolang dit geen afbreuk doet aan het werkelijke doel van de controles. De regels voorzien voorts in stimulansen voor de lidstaten om een systeem in te voeren van goed functionerende en samenhangende controles.

Amendement 29

ARTIKEL 2

Artikel 51, lid 3, tweede alinea (Verordening (EG) nr. 1698/2005)

De in de eerste alinea vastgestelde afwijking is van toepassing tot en met 31 december 2008. Met ingang van 1 januari 2009 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

Voor Bulgarije en Roemenië is de toepassing van de artikelen 3, 4, 6, 7 en 9 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 evenwel tot en met 31 december 2011 facultatief voor zover die bepalingen betrekking hebben op uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen. Met ingang van 1 januari 2012 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2009;

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2012;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2010;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2013;

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2011.

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2014.

De in de eerste alinea vastgestelde afwijking is van toepassing tot en met 31 december 2008. Met ingang van 1 januari 2009 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

Voor Bulgarije en Roemenië is de toepassing van de artikelen 3, 4, 6, 7 en 9 van Verordening (EG) nr. 1782/2003 evenwel tot en met 31 december 2011 facultatief voor zover die bepalingen betrekking hebben op uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen. Met ingang van 1 januari 2012 moet een landbouwer die betalingen in het kader van de regeling inzake één enkele areaalbetaling ontvangt, aan de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen zoals bedoeld in bijlage III bij Verordening (EG) nr. 1782/2003 voldoen overeenkomstig het volgende tijdschema:

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2009;

a)

de in punt A bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2012;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2011;

b)

de in punt B bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2014;

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2013.

c)

de in punt C bedoelde eisen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2016.


P6_TA(2007)0599

Oorsprongsaanduiding

Verklaring van het Europees Parlement over oorsprongsaanduiding

Het Europees Parlement,

onder verwijzing naar resolutie van 6 juli 2006 over oorsprongsaanduiding(1),

gelet op artikel 116 van zijn Reglement,

A.

overwegende dat de Europese Unie het grootst mogelijke belang hecht aan transparantie voor consumenten, en dat informatie over de oorsprong van goederen in dat verband cruciaal is,

B.

overwegende dat het aantal gevallen van misleidende en frauduleuze oorsprongsaanduidingen op goederen die in de Europese Unie worden geïmporteerd, toeneemt, hetgeen de consumentenveiligheid mogelijkerwijs ondermijnt,

C.

overwegende dat de Agenda van Lissabon tot doel heeft de economie van de Europese Unie te versterken door het concurrentievermogen van de Europese industrieën over de hele linie te vergroten,

D.

overwegende dat een aantal van de belangrijkste handelspartners van de EU, zoals de Verenigde Staten, Japan en Canada, verplichte oorsprongsaanduiding in hun wetgeving hebben vastgelegd,

1.

beklemtoont nogmaals het recht van Europese consumenten op directe toegang tot informatie over hun aankopen; benadrukt dat frauduleuze aanduidingen over de oorsprong van producten net als elke andere vorm van fraude onaanvaardbaar zijn; is van oordeel dat er voor gelijke concurrentievoorwaarden met de handelspartners van de EU moet worden gezorgd, in overeenstemming met het streven naar eerlijke handel;

2.

steunt ten volle het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad betreffende de aanduiding van het land van oorsprong of bepaalde producten uit derde landen;

3.

roept de lidstaten op de verordening zonder verder dralen aan te nemen, in het belang van consumenten, de industrie en het concurrentievermogen in de EU;

4.

verzoekt zijn Voorzitter deze verklaring, met de namen van de ondertekenaars, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

Lijst van ondertekenaars

Vittorio Agnoletto, Vincenzo Aita, Gabriele Albertini, Alexander Alvaro, Roberta Alma Anastase, Georgs Andrejevs, Alfonso Andria, Roberta Angelilli, Alfredo Antoniozzi, Kader Arif, Stavros Arnaoutakis, Alexandru Athanasiu, Robert Atkins, Elspeth Attwooll, Jean-Pierre Audy, Inés Ayala Sender, Liam Aylward, Pilar Ayuso, Peter Baco, Maria Badia i Cutchet, Mariela Velichkova Baeva, Tiberiu Bărbuleţiu, Enrique Barón Crespo, Alessandro Battilocchio, Katerina Batzeli, Jean Marie Beaupuy, Irena Belohorská, Jean-Luc Bennahmias, Monika Beňová, Sergio Berlato, Giovanni Berlinguer, Slavi Binev, Šarūnas Birutis, Guy Bono, Vito Bonsignore, Mario Borghezio, Josep Borrell Fontelles, Umberto Bossi, Costas Botopoulos, Jean-Louis Bourlanges, Sharon Bowles, Emine Bozkurt, Iles Braghetto, Mihael Brejc, Hiltrud Breyer, André Brie, Elmar Brok, Renato Brunetta, Danutė Budreikaitė, Wolfgang Bulfon, Cristian Silviu Buşoi, Philippe Busquin, Simon Busuttil, Jerzy Buzek, Milan Cabrnoch, Joan Calabuig Rull, Mogens N.J. Camre, Marco Cappato, Carlos Carnero González, Giorgio Carollo, David Casa, Paulo Casaca, Michael Cashman, Carlo Casini, Françoise Castex, Giuseppe Castiglione, Pilar del Castillo Vera, Giusto Catania, Jean-Marie Cavada, Jorgo Chatzimarkakis, Giulietto Chiesa, Desislav Chukolov, Silvia Ciornei, Luigi Cocilovo, Carlos Coelho, Daniel Cohn-Bendit, Richard Corbett, Giovanna Corda, Thierry Cornillet, Fausto Correia, Paolo Costa, Paul Marie Coûteaux, Michael Cramer, Brian Crowley, Ryszard Czarnecki, Joseph Daul, Antonio De Blasio, Arūnas Degutis, Panayiotis Demetriou, Gianni De Michelis, Gérard Deprez, Proinsias De Rossa, Marielle De Sarnez, Marie- Hélène Descamps, Nirj Deva, Christine De Veyrac, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Jolanta Dičkutė, Gintaras Didžiokas, Alexandra Dobolyi, Brigitte Douay, Mojca Drčar Murko, Bárbara Dührkop Dührkop, Andrew Duff, Cristian Dumitrescu, Michl Ebner, Maria da Assunção Esteves, Edite Estrela, Harald Ettl, Jill Evans, Carlo Fatuzzo, Claudio Fava, Szabolcs Fazakas, Emanuel Jardim Fernandes, Fernando Fernández Martín, Francesco Ferrari, Anne Ferreira, Elisa Ferreira, Ilda Figueiredo, Alessandro Foglietta, Hanna Foltyn- Kubicka, Nicole Fontaine, Janelly Fourtou, Carmen Fraga Estévez, Armando França, Monica Frassoni, Ingo Friedrich, Michael Gahler, Kinga Gál, Milan Gaľa, Gerardo Galeote, Ovidiu Victor Ganţ, Vicente Miguel Garcés Ramón, Giuseppe Gargani, Salvador Garriga Polledo, Patrick Gaubert, Jean-Paul Gauzès, Jas Gawronski, Bronisław Geremek, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Claire Gibault, Maciej Marian Giertych, Béla Glattfelder, Gian Paolo Gobbo, Robert Goebbels, Lutz Goepel, Ana Maria Gomes, Donata Gottardi, Genowefa Grabowska, Vasco Graça Moura, Luis de Grandes Pascual, Louis Grech, Nathalie Griesbeck, Lissy Gröner, Elly de Groen-Kouwenhoven, Mathieu Grosch, Françoise Grossetête, Lilli Gruber, Ignasi Guardans Cambó, Ambroise Guellec, Umberto Guidoni, Zita Gurmai, Catherine Guy-Quint, Fiona Hall, David Hammerstein, Benoît Hamon, Małgorzata Handzlik, Malcolm Harbour, Marian Harkin, Joel Hasse Ferreira, Satu Hassi, Adeline Hazan, Eduard Raul Hellvig, Jacky Hénin, Edit Herczog, Luis Herrero- Tejedor, Jim Higgins, Stephen Hughes, Jana Hybášková, Filiz Hakaeva Hyusmenova, Sophia in 't Veld, Marie Anne Isler Béguin, Carlos José Iturgaiz Angulo, Anneli Jäätteenmäki, Mieczysław Edmund Janowski, Lívia Járóka, Georg Jarzembowski, Rumiana Jeleva, Romana Jordan Cizelj, Ona Juknevičienė, Jelko Kacin, Gisela Kallenbach, Othmar Karas, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Metin Kazak, Atilla Béla Ladislau Kelemen, Evgeni Kirilov, Timothy Kirkhope, Ewa Klamt, Dieter-Lebrecht Koch, Silvana Koch-Mehrin, Sándor Kónya-Hamar, Miloš Koterec, Sergej Kozlík, Guntars Krasts, Wolfgang Kreissl-Dörfler, Ģirts Valdis Kristovskis, Wiesław Stefan Kuc, Barbara Kudrycka, Jan Jerzy Kułakowski, Sepp Kusstatscher, Zbigniew Krzysztof Kuźmiuk, André Laignel, Alain Lamassoure, Stavros Lambrinidis, Anne Laperrouze, Romano Maria La Russa, Vincenzo Lavarra, Henrik Lax, Roselyne Lefrançois, Bernard Lehideux, Klaus-Heiner Lehne, Jörg Leichtfried, Katalin Lévai, Janusz Lewandowski, Bogusław Liberadzki, Marcin Libicki, Marie-Noëlle Lienemann, Alain Lipietz, Pia Elda Locatelli, Raffaele Lombardo, Antonio López-Istúriz White, Andrea Losco, Patrick Louis, Caroline Lucas, Sarah Ludford, Astrid Lulling, Elizabeth Lynne, Marusya Ivanova Lyubcheva, Mairead McGuinness, Edward McMillan-Scott, Jamila Madeira, Eugenijus Maldeikis, Toine Manders, Vladimír Maňka, Thomas Mann, Mario Mantovani, Marian-Jean Marinescu, Sérgio Marques, Maria Martens, Jean-Claude Martinez, Miguel Angel Martínez Martínez, Jan Tadeusz Masiel, Antonio Masip Hidalgo, Ana Mato Adrover, Marios Matsakis, Maria Matsouka, Mario Mauro, Manolis Mavrommatis, Hans-Peter Mayer, Manuel Medina Ortega, Erik Meijer, Íñigo Méndez de Vigo, Emilio Menéndez del Valle, Willy Meyer Pleite, Dan Mihalache, Francisco José Millán Mon, Nickolay Mladenov, Javier Moreno Sánchez, Luisa Morgantini, Philippe Morillon, Elisabeth Morin, Jan Mulder, Roberto Musacchio, Cristiana Muscardini, Joseph Muscat, Francesco Musotto, Alessandra Mussolini, Sebastiano (Nello) Musumeci, Pasqualina Napoletano, Hartmut Nassauer, Robert Navarro, Bill Newton Dunn, Angelika Niebler, Achille Occhetto, Péter Olajos, Jan Olbrycht, Seán Ó Neachtain, Gérard Onesta, Ria Oomen-Ruijten, Josu Ortuondo Larrea, Miroslav Ouzký, Siiri Oviir, Reino Paasilinna, Doris Pack, Justas Vincas Paleckis, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Vladko Todorov Panayotov, Marco Pannella, Pier Antonio Panzeri, Atanas Paparizov, Georgios Papastamkos, Aldo Patriciello, Maria Petre, João de Deus Pinheiro, Józef Pinior, Umberto Pirilli, Lapo Pistelli, Gianni Pittella, Zita Pleštinská, Guido Podestà, Radu Podgorean, Zdzisław Zbigniew Podkański, Hans-Gert Pöttering, Samuli Pohjamo, Bernard Poignant, Adriana Poli Bortone, José Javier Pomés Ruiz, Pierre Pribetich, Vittorio Prodi, Jacek Protasiewicz, Bilyana Ilieva Raeva, Miloslav Ransdorf, José Ribeiro e Castro, Teresa Riera Madurell, Frédérique Ries, Karin Riis-Jørgensen, Giovanni Rivera, Marco Rizzo, Michel Rocard, Zuzana Roithová, Luca Romagnoli, Raül Romeva i Rueda, Wojciech Roszkowski, Dagmar Roth-Behrendt, Mechtild Rothe, Libor Rouček, Heide Rühle, Leopold Józef Rutowicz, Eoin Ryan, Guido Sacconi, Tokia Saïfi, Katrin Saks, José Ignacio Salafranca Sánchez-Neyra, María Isabel Salinas García, Antolín Sánchez Presedo, Manuel António dos Santos, Amalia Sartori, Jacek Saryusz- Wolski, Luciana Sbarbati, Christel Schaldemose, Frithjof Schmidt, Olle Schmidt, Pál Schmitt, György Schöpflin, Elisabeth Schroedter, Andreas Schwab, Inger Segelström, Adrian Severin, Czesław Adam Siekierski, José Albino Silva Peneda, Marek Siwiec, Alyn Smith, Renate Sommer, Bogusław Sonik, María Sornosa Martínez, Sérgio Sousa Pinto, Jean Spautz, Francesco Enrico Speroni, Bart Staes, Margarita Starkevičiūtė, Gabriele Stauner, Dirk Sterckx, Dimitar Stoyanov, Daniel Strož, Robert Sturdy, Margie Sudre, László Surján, Gianluca Susta, Hannes Swoboda, Károly Ferenc Szabó, József Szájer, Konrad Szymański, Csaba Sándor Tabajdi, Antonio Tajani, Charles Tannock, Andres Tarand, Salvatore Tatarella, Britta Thomsen, Marianne Thyssen, Silvia-Adriana Ţicău, Radu Ţîrle, Patrizia Toia, Ewa Tomaszewska, Jacques Toubon, Antonios Trakatellis, Catherine Trautmann, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Nikolaos Vakalis, Adina-Ioana Vălean, Elena Valenciano Martínez-Orozco, Johan Van Hecke, Anne Van Lancker, Ioannis Varvitsiotis, Yannick Vaugrenard, Armando Veneto, Riccardo Ventre, Donato Tommaso Veraldi, Marcello Vernola, Alejo Vidal-Quadras, Kristian Vigenin, Oldřich Vlasák, Dominique Vlasto, Johannes Voggenhuber, Diana Wallis, Graham Watson, Manfred Weber, Karl von Wogau, Janusz Wojciechowski, Corien Wortmann-Kool, Luis Yañez-Barnuevo García, Anna Záborská, Jan Zahradil, Zbigniew Zaleski, Mauro Zani, Andrzej Tomasz Zapałowski, Tatjana Ždanoka, Dushana Zdravkova, Roberts Zīle, Gabriele Zimmer, Nicola Zingaretti, Tadeusz Zwiefka