Home

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-1989/99 van Norbert Glante (PSE) aan de Commissie. Maatregelen van de Commissie ter voorbereiding van het besluit over de prijsbinding voor boeken.

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-1989/99 van Norbert Glante (PSE) aan de Commissie. Maatregelen van de Commissie ter voorbereiding van het besluit over de prijsbinding voor boeken.

SCHRIFTELIJKE VRAAG P-1989/99 van Norbert Glante (PSE) aan de Commissie. Maatregelen van de Commissie ter voorbereiding van het besluit over de prijsbinding voor boeken.

Publicatieblad Nr. 170 E van 20/06/2000 blz. 0134 - 0136


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-1989/99

van Norbert Glante (PSE) aan de Commissie

(28 oktober 1999)

Betreft: Maatregelen van de Commissie ter voorbereiding van het besluit over de prijsbinding voor boeken

In zijn resolutie (B4-0991/98) Prijsbinding voor boeken in de handel tussen Duitsland en Oostenrijk van 20.11.1998(1) heeft het Europees Parlement onder meer het volgende besloten:

2. vraagt de Commissie om betrouwbare en onderling vergelijkbare gegevens en informatie op te stellen over de algemene situatie en de bijzondere situatie voor bepaalde onderdelen van de boekenmarkt in de verschillende lidstaten en taalgebieden van de EU, voordat er een besluit genomen wordt in de lopende procedures;

4. vraagt de Commissie om in samenwerking met het boekbedrijf van grensoverschrijdende omvang, een openbare hoorzitting over de kwestie van de prijsbinding te organiseren, en tevens om na te gaan welke betekenis artikel 128, lid 4 van het EG-Verdrag en andere concurrentiepolitieke, culturele en verbruikerspolitieke aspecten hebben;

5. vraagt de Commissie om haar Europese beleidsvoering tegenover afspraken over de boekenprijs aan die culturele vereisten aan te passen, vooral in taalgebieden die over de nationale grenzen heen reiken, en toe te laten dat de bestaande regelingen voor vaste boekenprijzen blijven bestaan, vooral binnen een en hetzelfde taalgebied;

6. wenst dat er een bindende regeling ingesteld wordt die naast prijsbindingen voor het boek op nationaal niveau, de mogelijkheid schept om bilaterale overeenkomsten over prijsbindingen voor het boek binnen een en hetzelfde taalgebied als rechtmatig en niet in strijd met de concurrentieregels te beschouwen;

Welke stappen en maatregelen heeft de Commissie genomen om aan deze voorwaarden van het Europees Parlement te voldoen?

(1) PB C 379 van 7.12.1998, blz. 391.

Antwoord van de heer Monti namens de Commissie

(15 november 1999)

Wat betreft punt twee van de resolutie (B4-0991/98) van het Parlement inzake Prijsbinding voor boeken in de handel tussen Duitsland en Oostenrijk, kan de Commissie het volgende meedelen. Met het oog op een beschikking betreffende zowel het door Duitse en Oostenrijkse uitgevers bij de Commissie aangemelde grensoverschrijdende systeem van de vaste boekenprijs in Duitsland en Oostenrijk als de verschillende tegen dit systeem ingediende klachten, heeft de Commissie gedurende meerdere jaren een breed opgezet onderzoek uitgevoerd waarbij alle onderdelen van de boekensector betrokken waren ook de Duitse en Oostenrijkse uitgevers en boekhandels -; daarnaast heeft zij een marktonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek hebben de aanmeldende partijen en klagers in het kader van de lopende procedures ook de gelegenheid gekregen om uitgebreid informatie te geven over de situatie op de boekenmarkt binnen de Gemeenschap. De Commissie beschikt bijgevolg over alle aanwijzingen en de betrouwbare gegevens die nodig zijn om een definitief standpunt te bepalen.

De Commissie herhaalt, wat punt vier van de voormelde resolutie betreft, dat zij op grond van de geldende procedureregels(1) op 16 en 17 september 1998 een hoorzitting heeft gehouden waaraan de partijen en klagers in de voormelde zaken hebben deelgenomen, alsmede derden, onder wie vertegenwoordigers van schrijvers. Op die manier werden de procedurele rechten van de betrokkenen volledig in acht genomen.

In zijn vraag haalt het geachte parlementslid ook de punten vijf en zes van de resolutie aan. Wat dat betreft, wil de Commissie er aan herinneren dat zij haar beschikking uitsluitend kan baseren op het geldende juridische kader dat in het EG-Verdrag is vastgelegd, zoals dat door de communautaire rechtsspraak werd verduidelijkt. Voor het onderzoek van grensoverschrijdende systemen voor de vaste boekenprijs dient met de volgende bepalingen rekening te worden gehouden: de mededingingsregels uit de artikelen 81 (ex-artikel 85) en volgende van het EG-Verdrag en de bepaling inzake cultuur uit artikel 151 (ex-artikel 128), lid 4, van het EG-Verdrag. Aan de hand van deze bepalingen kan per geval een grondige analyse worden gemaakt, waarbij alle relevante elementen in aanmerking worden genomen, ook de culturele. Een voorbeeld van dergelijke aanpak zijn de beschikkingen die de Commissie terzake in het verleden reeds gegeven heeft en de desbetreffende jurisprudentie(2).

Op grond van artikel 151, lid 4, van het EG-Verdrag dient de Commissie bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen uit EG-Verdrag rekening te houden met de culturele aspecten, om met name de verscheidenheid van de culturen in de Gemeenschap te eerbiedigen en te bevorderen. Wanneer de Commissie de bepalingen van het EG-Verdrag inzake mededinging toepast, onderzoekt zij bijgevolg of een overeenkomst of feitelijke gedraging culturele doelstellingen dient en culturele bepalingen omvat die daadwerkelijk in de praktijk worden omgezet en mededingingsbeperkingen kunnen rechtvaardigen welke in verhouding staan tot de nagestreefde doelstellingen. Dit onderzoek vindt plaats in het kader van de eventuele toepassing van artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag, op grond waarvan de Commissie een ontheffing kan verlenen voor mededingingsbeperkende overeenkomsten of gedragingen waarvan de voordelen voor de consumenten opwegen tegen de nadelen die zij daarvan ondervinden. Voorwaarde daarvan is wel dat de betrokken overeenkomsten of gedragingen beperkt blijven tot hetgeen voor het bereiken van deze doelstellingen onmisbaar is en de mededinging voor een wezenlijk deel van de betrokken producten niet wordt uitgeschakeld. De Commissie houdt ook rekening met aanpassingen

die de partijen zouden kunnen voorstellen. De culturele voordelen kunnen een voordeel voor de consument vormen in de zin van dit artikel. Concluderend, een ontheffing voor een grensoverschrijdend systeem voor een vaste boekenprijs kan slechts worden verleend met inachtneming van artikel 151, lid 4, van het EG-Verdrag indien de betrokken overeenkomst of gedraging voldoet aan alle voorwaarden uit artikel 81, lid 3, van het EG-Verdrag, hetgeen met name veronderstelt dat de aangevoerde culturele voordelen duidelijk worden aangetoond.

(1) Cf. artikel 19 van Verordening Nr. 17 van de Raad van 6 februari 1962 Eerste verordening over de toepassing van de artikelen 85 en 86 van het Verdrag, PB 13 van 21.2.1962, laatstelijk gewijzigd door Verordening (EG) 1216/1999, PB L 148 van 15.6.1999, en Verordening Nr. 1999/0063/EEG van de Commissie van 25 juli 1963 over het horen van belanghebbenden en derden overeenkomstig artikel 19, leden 1 en 2, van Verordening Nr. 17 van de Raad, PB 127 van 20.8.1963. Verordening nr. 1999/0063/EEG werd ondertussen ingetrokken en vervangen door Verordening (EG) 2842/98 van de Commissie van 22 december 1998 betreffende het horen van belanghebbenden en derden in bepaalde procedures op grond van de artikelen 85 en 86 van het EG-Verdrag, PB L 354 van 30.12.1998.

(2) Cf. de beschikkingen van de Commissie van 25 november 1981 (VBBB en VBVB), PB L 54 van 25.2.1982, en van 12 december 1988 (Publishers Association Net Book Agreements), PB L 22 van 26.1.1989, alsmede de arresten van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken 43 en 63/82, VBVB en VBBB / Commissie, Jurispr. 1984, blz. 17, van het Gerecht van eerste aanleg van 9 juli 1992 in zaak T-66/89, Publishers Association / Commissie, Jurispr. 1992, blz. II-1995, en van het Hof van Justitie van 17 januari 1995 in zaak C-360/92 P, Publishers Association / Commissie, Jurispr. 1995, blz. I-23.