Home

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 4151/97 van Bárbara DÜHRKOP DÜHRKOP aan de Commissie. Verlies van communautaire werkgelegenheid als gevolg van het Visserijprotocol EU- Letland

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 4151/97 van Bárbara DÜHRKOP DÜHRKOP aan de Commissie. Verlies van communautaire werkgelegenheid als gevolg van het Visserijprotocol EU- Letland

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 4151/97 van Bárbara DÜHRKOP DÜHRKOP aan de Commissie. Verlies van communautaire werkgelegenheid als gevolg van het Visserijprotocol EU- Letland

Publicatieblad Nr. C 187 van 16/06/1998 blz. 0132


SCHRIFTELIJKE VRAAG P-4151/97 van Bárbara Dührkop Dührkop (PSE) aan de Commissie (7 januari 1998)

Betreft: Verlies van communautaire werkgelegenheid als gevolg van het Visserijprotocol EU- Letland

De Commissie heeft in het kader van de Visserij-overeenkomst met Letland een protocol geparafeerd waarin de voorwaarden worden vastgelegd voor het oprichten van joint ventures. In dit protocol heeft de Commissie, met veronachtzaming van alle communautaire belangen, ingestemd met de voorwaarde dat zowel de kapitein als de gehele bemanning van de visserijschepen de Letse nationaliteit hebben of in Letland wonen.

Dit zal een verlies van banen tot gevolg hebben voor communautaire werknemers, wier schepen in plaats van tot de communautaire vloot, tot de Letse vloot zullen gaan behoren. Voorts zal het animo onder communautaire reders om joint ventures op te zetten gering zijn, aangezien zij geen beroep zullen kunnen doen op de vaste bemanning, die het schip goed kent.

Het argument dat de nationale wetgeving van Letland dit nu eenmaal verplicht stelt gaat niet op, aangezien wetten immers gewijzigd kunnen worden èn omdat een internationale overeenkomst derogeert aan hiermee strijdige bepalingen van de nationale wetgeving.

Hoe rechtvaardigt de Commissie dit slordig omspringen met haar verantwoordelijkheden bij de onderhandelingen over dit protocol, een slordigheid die zij ook aan de dag heeft gelegd bij de onderhandelingen over de protocollen met Litouwen en Groenland?

Zou het niet redelijker zijn, en meer in overeenstemming met de communautaire belangen, als de samenstelling van de bemanning een afspiegeling zou vormen van het communautaire aandeel in het kapitaal van de joint venture, en als de kapitein zou worden "geleverd¨ door de partij die de grootste bijdrage voor haar rekening neemt?

Antwoord van mevrouw Bonino namens de Commissie (3 februari 1998)

Op grond van de onderhandelingsrichtsnoeren die na de uitbreiding in 1995 zijn goedgekeurd, is in april 1996 met Letland en in juni 1996 met Estland en Litouwen over nieuwe visserijovereenkomsten onderhandeld. De oprichting van joint ventures of gezamenlijke ondernemingen werd gezien als een nieuw in deze overeenkomsten op te nemen element. Het protocol betreffende de oprichting van permanente gezamenlijke ondernemingen in Letland werd na onderhandelingen in februari 1997 geparafeerd.

De lidstaten waren bij de onderhandelingen met elk van de landen aanwezig en de Commissie heeft het ontwerp-protocol met Letland te goeder trouw en met de volle steun van de lidstaten geparafeerd overeenkomstig de procedure die is vastgesteld in artikel 228, lid 1, van het EG-Verdrag. Door het secretariaat van de Raad werden geen reserves geregistreerd.

Tegen deze achtergrond is de Commissie het niet eens met de geachte afgevaardigde wat haar bewering betreft dat de Commissie onverantwoordelijk en tegen de belangen van de Gemeenschap heeft gehandeld, wanneer zij de voorwaarden van artikel 6 van dat protocol heeft aanvaard. In het kader van de overeenkomst betreffende permanente gezamenlijke ondernemingen worden de vaartuigen uit het communautair register uitgeschreven en opnieuw onder de vlag van een derde land ingeschreven. Zij zijn bijgevolg onderworpen aan de wetgeving van dat land. Letland heeft uitdrukkelijk verklaard dat de kapitein en de bemanningsleden aan boord van Letse vaartuigen Letse burgers of permanente ingezetenen moeten zijn, overeenkomstig het geldende Letse recht en als voorwaarde voor de parafering van de overeenkomst.

De Commissie is het met de geachte afgevaardigde eens dat de werkgelegenheid in de visserijsector van de Gemeenschap zoveel mogelijk behouden moet blijven. Zij zal daarom in de toekomst bij onderhandelingen alles in het werk stellen om voorwaarden overeen te komen die aan dat doel beantwoorden.