Home

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 2666/96 van Amedeo AMADEO aan de Commissie. Accijnzen op alcoholische dranken

SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 2666/96 van Amedeo AMADEO aan de Commissie. Accijnzen op alcoholische dranken

SCHRIFTELIJKE VRAAG E-2666/96 van Amedeo Amadeo (NI) aan de Commissie (15 oktober 1996)

Betreft: Accijnzen op alcoholische dranken

Het verschil in de accijnsheffingen tussen de diverse lid-staten heeft geleid tot een toename van smokkel, fraude, illegale produktie en niet-opgegeven verbruik.

Wij kunnen immers constateren dat de accijnsheffing op alcoholische dranken in Zweden, Finland, Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk vijfmaal hoger ligt dan het in de Europese richtlijn vastgestelde minimum (550 ecu per hl zuivere alcohol). In Italië, Duitsland, Griekenland, Spanje, Luxemburg, Oostenrijk en Portugal wordt op wijn het nultarief geheven en de accijns op bier loopt uiteen van 1 in Spanje tot 15 in Finland (de heffing bedraagt 1,87 ecu per hl eindprodukt).

Het is duidelijk dat dit niet kan voortduren. Is de Commissie voornemens om zich in te zetten voor een harmonisatie en het vaststellen van actuelere minimumtarieven, maar ook voor het vastleggen van maximumtarieven die niet mogen worden overschreden?

Antwoord van de heer Monti namens de Commissie (3 december 1996)

In haar Witboek van 1985 ((COM(85) 310 )) heeft de Commissie gewezen op de noodzaak, voor een Europa zonder grenzen, van een onderlinge aanpassing van de accijnstarieven en in 1987 heeft zij gemeenschappelijke tarieven voor accijnzen op alcoholhoudende dranken voorgesteld.

Toen zowel het Parlement als de Raad deze aanpak afwezen, heeft de Commissie voor alle producten minimumaccijnstarieven voorgesteld en tegelijk ook hogere streeftarieven, waarop alle Lid-Staten na verloop van tijd dienden over te schakelen. Het verschil tussen die beide tarieven was volgens de Commissie het maximum dat aanvaardbaar was en waarboven er sprake zou zijn van onaanvaardbare concurrentievervalsing of van ombuiging van het handelsverkeer of van inkomsten.

Bij de goedkeuring van deze voorstellen in het kader van de opheffing van de fiscale grenzen per 1 januari 1993 heeft de Raad elke verwijzing naar streeftarieven in de teksten weggelaten en het niveau van de voorgestelde minimumtarieven aanzienlijk verlaagd (voor wijn tot het nultarief).

Ondertussen heeft de Commissie haar eerste verslag ((COM(95) 285 def. )) over de werking van de bestaande minimumtarieven opgesteld. Om de daarin uiteengezette redenen stelde zij geen wijziging van die tarieven voor, maar startte zij een breed opgezette overlegprocedure op. Deze aanpak vond algemeen bijval in zowel het Parlement als de Raad; het Parlement droeg aan het overleg bij door een advies over het Commissieverslag aan te nemen.

Thans werkt de Commissie aan een tweede verslag over de minimumtarieven. De door het geachte Parlementslid aangehaalde feiten zullen daarin worden verwerkt en het verslag zal, tezamen met een aantal voorstellen, in het eerste kwartaal van 1997 bij het Parlement en de Raad worden ingediend. Erkend zal worden, dat wijziging van de geldende minimumtarieven eenparige instemming van de Raad vereist.