Home

Zaak C-157/09: Beroep ingesteld op 7 mei 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk der Nederlanden

Zaak C-157/09: Beroep ingesteld op 7 mei 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk der Nederlanden

1.8.2009

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 180/25


Beroep ingesteld op 7 mei 2009 — Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk der Nederlanden

(Zaak C-157/09)

2009/C 180/44

Procestaal: Nederlands

Partijen

Verzoekende partij: Commissie van de Europese Gemeenschappen (vertegenwoordigers: H. Støvlbæk en W. Roels, gemachtigden)

Verwerende partij: Koninkrijk der Nederlanden

Conclusies

Vast te stellen dat het Koninkrijk der Nederlanden, door de goedkeuring en instandhouding van artikel 6, lid 1, van de Wet van 3 april 1999, houdende wettelijke regeling van het notarisambt de krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name de artikelen 43 en 45, de op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;

Het Koninkrijk der Nederlanden te verwijzen in de kosten.

Middelen en voornaamste argumenten

De Commissie verwijt verweerster in de eerste plaats dat de nationaliteitsvoorwaarde voor de toegang en de uitoefening van het beroep van notaris een disproportionele belemmering is van de door artikel 43 van het EG-verdrag gewaarborgde vrijheid van vestiging van notarissen die onderdaan zijn van een andere lidstaat. Artikel 45 van het EG-verdrag voorziet weliswaar een vrijstelling van de regels betreffende de vrijheid van vestiging, doch enkel voor werkzaamheden die een rechtstreekse en specifieke deelneming betekenen aan de uitoefening van het openbaar gezag. De Commissie is van mening dat de taken die de notaris onder Nederlands recht vervult slechts in zeer beperkte mate een uitoefening zijn van de openbare macht zodat deze omstandigheid de belemmering niet kan rechtvaardigen in het licht van de bestaande rechtspraak betreffende artikel 45 van het EG-verdrag.

In de tweede plaats stelt de Commissie dat voor de waarborging van een beroepskwalificatieniveau, waarbij bescherming van de consument verzekerd is, is de nationaliteitsvoorwaarde in elk geval niet passend in het licht van artikel 43 van het EG-verdrag. Wel bestaat er een andere — voor het vrije verkeer minder belemmerende manier — om het voor notaristaken vereiste hoge kwalificatieniveau te waarborgen; namelijk de mogelijkheid voor de ontvangende lidstaat om een van de compenserende maatregelen te eisen waarin artikel 4 van Richtlijn 89/48/EEG(1) voorziet.