Home

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 20 maart 1998.

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Tweede kamer) van 20 maart 1998.

Het belang van een verzoek tot tussenkomst, in de zin van artikel 37, tweede alinea, van 's Hofs Statuut, moet worden bepaald met inachtneming van het voorwerp van het betrokken geding. Bij de beoordeling van een dergelijk verzoek tot tussenkomst moet de gemeenschapsrechter, wanneer het een beroep tot nietigverklaring betreft, nagaan of de interveniënt rechtstreeks door de bestreden beschikking wordt getroffen en of zijn belang bij de afloop van het geding vaststaat. De interveniënt moet ook aantonen, dat hij een rechtstreeks en dadelijk belang heeft bij de toewijzing van de conclusies zelf, en niet een belang dat betrekking heeft op de opgeworpen middelen. Het vereiste belang is niet reeds gegeven op grond van enkele abstracte juridische stellingen, doch moet gelegen zijn in de conclusies zelf van een der partijen bij het beroep.

Meer bepaald moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds verzoekers tot tussenkomst met een rechtstreeks belang bij de beslissing op de specifieke handeling waarvan de nietigverklaring wordt gevorderd, en anderzijds verzoekers tot tussenkomst met een indirect belang bij de beslissing van het geding, wegens de gelijkenis tussen hun situatie en die van een der partijen. In dit verband volstaat het enkele feit dat een marktdeelnemer zich in een situatie bevindt die vergelijkbaar is met die van de verzoeker, onder meer omdat hij zich door dezelfde gemeenschapshandeling benadeeld acht en de rechtsoverwegingen van het te wijzen arrest van invloed zouden kunnen zijn op de wijze waarop de verwerende instelling zijn eigen situatie zou aanpakken, op zichzelf niet om een belang in de zin van voornoemde bepaling aannemelijk te maken.

Procedure - Interventie - Belanghebbenden - Beoordeling door gemeenschapsrechter van belang bij interventie

('s Hofs Statuut-EG, art. 37, tweede alinea; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 115)