Home

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ DE WERKING VAN RICHTLIJN 98/34/EG IN DE PERIODE 2011-2013

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ DE WERKING VAN RICHTLIJN 98/34/EG IN DE PERIODE 2011-2013

Brussel, 17.7.2015

COM(2015) 338 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ

DE WERKING VAN RICHTLIJN 98/34/EG IN DE PERIODE 2011-2013

{SWD(2015) 137 final}


Inhoudsopgave

Samenvatting

DEEL I: NORMALISATIE

1. Inleiding

2. Informatieprocedure

2.1. Werking van de informatieprocedure in de periode 2011-2012

2.2. Conclusie

3. Mandaten

3.1. Werking van de mandateringsprocedure in de periode 2011-2012

3.2. Ontwikkelingen met betrekking tot mandaten

3.3. Conclusie

4. Formele bezwaren

4.1. Werking van de procedure voor het maken van bezwaar in de periode 2011-2012

4.2. Conclusie

5. Nieuw wetgevingskader

DEEL II: TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN

1. Ontwikkelingen in de periode 2011-2013

1.1. Toepassing van de procedure in het kader van "betere regelgeving"

1.2. Toepassing van de procedure om het concurrentievermogen te verbeteren

1.3. Verbeteringen in het beheer van de procedure van Richtlijn 98/34/EG

2. Toepassing van de procedure van Richtlijn 98/34/EG

2.1. Effectiviteit: algemeen overzicht

2.2. Toepassing van de urgentieprocedure

2.3. Kennisgeving van "fiscale of financiële stimuleringsmaatregelen"

2.4. Follow-up van de reacties van de Commissie

2.5. Follow-up van de kennisgevingsprocedure

2.6. Dialoog met de lidstaten

2.7. Verzoeken om toegang tot overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG afgegeven documenten

2.8. Conclusie


Samenvatting

Dit verslag bevat een analyse van de toepassing van de in Richtlijn 98/34/EG 1 neergelegde procedures voor de periode 2011-2013 wat de technische voorschriften en voor de periode 2011-2012 wat de normen betreft (het normalisatiegedeelte van Richtlijn 98/34/EG is per 1 januari 2013 ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie 2 , om beter het hoofd te kunnen bieden aan toekomstige uitdagingen op het gebied van Europese normalisatie). In het verslag wordt onderstreept dat de kennisgevingsprocedure een belangrijke bijdrage levert aan de goede werking van de interne markt en aan de uitvoering van het beleid inzake betere regelgeving 3 .

In het deel over normalisatie wordt ingegaan op de informatieprocedure op het gebied van normen, de verzoeken van de Commissie aan de Europese normalisatieorganisaties (ENO's) 4 om normalisatiewerkzaamheden te verrichten (mandaten) en de formele bezwaren tegen normen. Elk van deze factoren is belangrijk gebleken voor de goede werking van de interne markt. De informatieprocedure heeft gezorgd voor transparantie ten aanzien van normen op nationaal en dus ook op Europees niveau en heeft de nationale normalisatie-instellingen aangemoedigd initiatieven op Europees niveau te blijven nemen, waarmee de Europese harmonisatie wordt bevorderd. Formele bezwaren hebben de lidstaten en de Commissie in staat gesteld te waarborgen dat normen die ter ondersteuning van "nieuwe aanpak"-wetgeving dienden, aan de doelstellingen van de regelgeving beantwoorden. Mandaten vormen het instrument om de relatie tussen de diensten van de Commissie en de normalisatie-instellingen te bepalen: de schakel tussen het beleidsniveau en de technische invulling daarvan.

Wat de technische voorschriften betreft, is de kennisgeving van nationale technische voorschriften aan de Commissie voordat zij worden aangenomen opnieuw een effectief instrument gebleken om belemmeringen voor het handelsverkeer te voorkomen en de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten en tussen de lidstaten onderling te bevorderen. De kennisgevingsprocedure is een belangrijk instrument voor het begeleiden van nationale regelgevingsactiviteiten in bepaalde opkomende sectoren en voor het verbeteren van de kwaliteit van nationale technische voorschriften — qua transparantie, leesbaarheid en effectiviteit — op niet-geharmoniseerde of gedeeltelijk geharmoniseerde gebieden. Een helderder rechtskader in elke lidstaat heeft ertoe bijgedragen dat marktdeelnemers minder kosten moeten maken om toegang tot voorschriften te krijgen en deze voorschriften correct toe te passen.



DEEL I: NORMALISATIE

1. Inleiding

In dit deel wordt ingegaan op de werking van het normalisatiegedeelte van Richtlijn 98/34/EG, dat drie hoofdfactoren omvat: de informatieprocedure op het gebied van normen, de verzoeken van de Commissie aan de Europese normalisatieorganisaties om normalisatieactiviteiten te verrichten (mandaten 5 ) en de formele bezwaren tegen normen die de "nieuwe aanpak"-richtlijnen ondersteunen. De statistieken met toelichting hebben betrekking op de periode 2011-2012, aangezien het normalisatiegedeelte van Richtlijn 98/34/EG per 1 januari 2013 is ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie.

2. Informatieprocedure

De informatieprocedure op het gebied van normen is bedoeld om de nieuwe normalisatieactiviteiten van de nationale normalisatie-instellingen (zoals erkend in Richtlijn 98/34/EG ) te monitoren. Het kennisgevingssysteem heeft voornamelijk ten doel andere instellingen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken, deel te nemen aan de werkzaamheden of een verzoek om een initiatief op Europees niveau in te dienen (zie bijlage 1).

1.1. Werking van de informatieprocedure in de periode 2011-2012

Ook in 2011 en 2012 heeft de procedure goed gewerkt. Uit de door het CEN en het Cenelec ieder jaar ingediende verslagen blijkt dat het gemiddelde jaarlijkse aantal aangemelde nationale maatregelen in 2011 en 2012 betrekkelijk stabiel is gebleven. In bijlage 2 zijn de kennisgevingen per lidstaat uitgesplitst.

Een vergelijking van de statistieken voor de periode 2011-2012 met die voor de vorige perioden laat zien dat het aantal kennisgevingen door de EU27-landen met 1 750 tot 2 000 kennisgevingen per jaar stabiel is gebleven (afgezien van de uitzonderlijke situatie in 2010).

Uitgesplitst naar sector (bijlage 3) blijkt dat de bouwsector, opgevat in de ruimste zin van het woord, nog steeds het grootste aantal nationale kennisgevingen bij het CEN vertegenwoordigt. Ook voor levensmiddelen en olieproducten zijn bij het CEN veel kennisgevingen binnengekomen. Bij het Cenelec waren zowel in 2011 als in 2012 elektrische toebehoren, elektrische kabels en elektrische installaties in gebouwen belangrijke subsectoren.

De in het kader van de procedure verschafte inlichtingen zijn aanleiding blijven geven tot verzoeken van de diensten van de Commissie om aanvullende informatie en tot vragen over de status-quoregeling (artikel 7) naar aanleiding van kennisgevingen dan wel andere factoren.

Afgezien van de vrij uitzonderlijke situatie in 2010 is het aantal kennisgevingen sinds 2006 betrekkelijk stabiel gebleven of zelfs afgenomen. Dit geldt ook voor de lidstaten die in 2004 en 2007 tot de EU zijn toegetreden en kan worden geïnterpreteerd als een teken dat zij goed in het systeem geïntegreerd zijn, aangezien de normalisatiewerkzaamheden van het nationale naar het Europese niveau lijken te verschuiven. De procedure wordt in het algemeen goed toegepast en werkt correct.

1.2. Conclusie

De informatieprocedure speelt nog steeds een belangrijke rol bij het aanmoedigen van de nationale normalisatie-instellingen om hun initiatieven op Europees niveau te tillen en zo de interne markt en Europese harmonisatie te bevorderen. Het aantal kennisgevingen van de EU12-lidstaten is stabiel, wat beschouwd kan worden als een goed teken voor hun integratie in het systeem.

Per 1 januari 2013 is het normalisatiegedeelte van Richtlijn 98/34/EG ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie, om beter het hoofd te kunnen bieden aan toekomstige uitdagingen op het gebied van Europese normalisatie. Dit houdt in het bijzonder verband met de toegenomen ontwikkeling van normen voor diensten, het ontstaan van normalisatieproducten die geen formele normen zijn en de strengere eisen die worden gesteld aan de inclusiviteit van het Europese normalisatiesysteem. Verordening (EU) nr. 1025/2012 houdt evenwel een informatieprocedure in stand die vergelijkbaar is met die in het kader van Richtlijn 98/34/EG, zij het met kleine wijzigingen.

3. Mandaten

Normalisatiemandaten zijn een beproefd instrument van de Commissie om technische specificaties tot stand te brengen die Europese wetgeving en/of Europees beleid ondersteunen. Deze mandaten zijn verzoeken aan de ENO's tot het verrichten van normalisatiewerkzaamheden, waarvoor zij tevens een referentiekader vormen (zie bijlage 1). Ze zijn onontbeerlijk in die gevallen waarin normen een ondersteuning vormen voor wetgeving, bijvoorbeeld in de context van de "nieuwe aanpak"-richtlijnen.

1.3. Werking van de mandateringsprocedure in de periode 2011-2012

In de verslagperiode werden in totaal 43 mandaten aan de ENO's verleend, waarvan 8 wijzigingsmandaten. Het percentage wijzigingsmandaten lag verhoudingsgewijs hoger dan de vorige jaren (zie bijlage 4). Ook was het aantal mandaten met betrekking tot "nieuwe aanpak"-richtlijnen (13, plus de 8 wijzigingsmandaten) toegenomen ten opzichte van de voorafgaande periode.

De mandateringsprocedure functioneert goed. Dankzij de informele raadpleging die plaatsvindt vóór het versturen van de documenten naar de leden van het Comité voor normen en technische voorschriften, bestaat er meestal al een consensus over een mandaat voordat de formele raadpleging begint.

De bij normalisatie op Europees niveau betrokken partijen — ANEC (de Europese Vereniging voor de coördinatie van de consumentenvertegenwoordiging bij normalisatie), ECOS (de Europese Burgerorganisatie voor normalisatie op milieugebied), Normapme (het Europees Normalisatiebureau voor ambacht, handel en het mkb) en ETUI-REHS (het Europees Vakbondsinstituut — onderzoek, onderwijs, gezondheid en veiligheid) — waren gedurende de verslagperiode goed in de procedure geïntegreerd. Daardoor is de informele raadpleging transparanter geworden.

Om de transparantie verder te vergroten, houdt het DG Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf een databank van mandaten bij. Die bevat alle in het verleden verleende mandaten met de nummeringsreeks M/xxx. Deze databank is op internet voor het publiek toegankelijk op het volgende adres:

http://ec.europa.eu/growth/tools-databases/mandates/index.cfm?fuseaction=search.welcome

De praktijk om na alle raadplegingen in verband met het verstrekken van mandaten een bijgewerkte lijst naar het Comité voor normen en technische voorschriften te sturen, is in deze periode voortgezet.

1.4. Ontwikkelingen met betrekking tot mandaten

Tijdens de verslagperiode zijn er mandaten verleend ter ondersteuning van een breed spectrum van wettelijke regelingen. Daarbij moet hoofdzakelijk worden gedacht aan wetgeving inzake bouwproducten, ecologisch ontwerp, consumentenbescherming en bescherming van het milieu. De verscheidenheid aan wetgevingsgebieden toont aan dat aan het model veel belang wordt gehecht.

Mandaten hebben betrekking op steeds meer verschillende onderwerpen. Tegelijkertijd nemen de mandaten met betrekking tot de "nieuwe aanpak"-richtlijnen nog steeds een zeer belangrijke plaats in, en het aantal daarvan is zelfs gestegen in vergelijking met de voorgaande verslagperioden. Op andere beleidsterreinen, met name consumentenbescherming en milieu, worden nog steeds veel mandaten verleend.

Het aantal mandaten ter ondersteuning van wetgeving die buiten de nieuwe aanpak valt (zie bijlage 4) is verhoudingsgewijs hoog gebleven in vergelijking met de vorige periode; hieruit blijkt dat op veel uiteenlopende beleidsterreinen van de EU nog steeds voor dit coreguleringsmodel wordt gekozen. Bij een groot deel daarvan gaat het om mandaten ter ondersteuning van Richtlijn 2009/125/EG (de richtlijn inzake ecologisch ontwerp).

In de periode 2011-2012 werden zes mandaten 6 verleend ter ondersteuning van de richtlijn inzake ecologisch ontwerp. Deze mandaten hebben betrekking op producten zoals huishoudelijke afwasmachines, lampen, airconditioningapparatuur, pompen of ventilatoren.

Deze tendens om mandaten te gebruiken ter ondersteuning van wetgeving die niet onder de nieuwe aanpak valt en van wetgeving op nieuwe terreinen, geeft aan dat Europese normalisatie steeds vaker wordt gebruikt om het beleid inzake betere regelgeving te ondersteunen. Dit werd erkend, en zelfs aangemoedigd, in de mededeling van de Commissie uit 2011 met de titel "Een strategische visie voor Europese normen: de duurzame groei van de Europese economie tussen nu en 2020 bevorderen en versnellen" 7 .

Het aantal mandaten ter ondersteuning van Europese beleidsmaatregelen is opnieuw gedaald en is voor de tweede keer op rij iets lager in vergelijking met de vorige verslagperiode. Niettemin behoren tot de vijf beleidsmandaten enkele belangrijke initiatieven ter bevordering van de interoperabiliteit, zoals het mandaat voor slimme netwerken en het mandaat voor de ruimtevaartindustrie.

Er werd in deze verslagperiode geen mandaat verleend voor normalisatie in de dienstensector.

1.5. Conclusie

Het verlenen van mandaten is inmiddels een beproefde procedure en wordt momenteel geregeld bij Verordening (EU) nr. 1025/2012. Het is van essentieel belang dat er voorafgaand aan de raadpleging van het Comité voor normen en technische voorschriften een informele raadpleging van de ENO's en alle betrokken partijen (in het bijzonder van de Europese belanghebbenden die de gebruikers van toekomstige normen vertegenwoordigen) plaatsvindt.

Om het functioneren van het Comité voor normen en technische voorschriften transparanter te maken, zijn de Commissiediensten in de verslagperiode doorgegaan met de in 2006 ingezette praktijk om de bij normalisatie op Europees niveau betrokken partijen – ANEC, ECOS, ETUI-REHS en Normapme – uit te nodigen deel te nemen aan de uitgebreide vergadering van het comité.

De mandateringsprocedure heeft ertoe bijgedragen dat normalisatie een grotere rol is gaan spelen op nieuwe wetgevings- en beleidsgebieden van de EU.

4. Formele bezwaren

De "nieuwe aanpak"-richtlijnen bevatten waarborgen voor gevallen waarin een geharmoniseerde norm ontoereikend is om producten te laten voldoen aan de essentiële vereisten van de desbetreffende richtlijnen. Wanneer zich een dergelijk geval voordoet, kunnen de lidstaten of de Commissie formeel bezwaar tegen de norm maken, waarna het Comité voor normen en technische voorschriften wordt geraadpleegd (zie bijlage 1 voor de details van de procedure).

1.6. Werking van de procedure voor het maken van bezwaar in de periode 2011-2012

In vergelijking met de voorgaande jaren is het aantal bezwaren dat tot een besluit van de Commissie heeft geleid, tijdens de verslagperiode licht gedaald. De Commissie heeft slechts één besluit vastgesteld, waarbij het vermoeden van conformiteit werd beperkt. Dat besluit had echter betrekking op twee formele bezwaren tegen een identieke geharmoniseerde norm (zie bijlage 5).

1.7. Conclusie

De procedure functioneert over het geheel genomen naar behoren. Ten opzichte van de vorige verslagperiode is in 2011 en 2012 aanzienlijk minder tijd verstreken tussen de ontvangst van het bezwaar en de vaststelling van het besluit.

Op een vergelijkbare manier als bij de mandaten zal de Commissie, omwille van de transparantie, besluiten aangaande formele bezwaren op geconsolideerde wijze bekendmaken en het Comité voor normen en technische voorschriften bij iedere vergadering een actueel overzicht doen toekomen van de maatregelen die in verband met de formele bezwaren worden getroffen.

5. Nieuw wetgevingskader

Per 1 januari 2013 is het normalisatiegedeelte van Richtlijn 98/34/EG ingetrokken bij Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie, waarbij ingrijpende wijzigingen met betrekking tot de informatieprocedure, de mandateringsprocedure en de formele bezwaren zijn doorgevoerd.

In overeenstemming met artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 zal voor de periode 2013-2015 een specifiek verslag over de uitvoering van de verordening bij het Europees Parlement en de Raad worden ingediend.



DEEL II: TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN

1. Ontwikkelingen in de periode 2011-2013

De kennisgevingsprocedure voor nationale technische voorschriften ("de procedure") stelt de Commissie en de lidstaten van de EU in staat een preventieve beoordeling uit te voeren van de technische voorschriften die lidstaten willen invoeren voor producten (industriële, landbouw- en visserijproducten) en voor diensten van de informatiemaatschappij (zie bijlage 6). De procedure geldt, in vereenvoudigde vorm, voor de lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER) alsmede voor Zwitserland en Turkije (zie bijlage 9).

Belangrijkste voordelen van de procedure

Nieuwe belemmeringen voor de interne markt kunnen worden opgespoord zelfs nog voordat zij enig negatief effect sorteren, waardoor lange en dure inbreukprocedures worden vermeden.

Protectionistische maatregelen, die de lidstaten onder buitengewone omstandigheden, zoals een economische en financiële crisis, zouden kunnen nemen, kunnen worden ontdekt.

De lidstaten kunnen nagaan in hoeverre aangemelde ontwerpen verenigbaar zijn met de EU-wetgeving.

De procedure maakt een effectieve dialoog tussen de lidstaten en de Commissie bij het beoordelen van aangemelde ontwerpen mogelijk.

De procedure is een instrument voor benchmarking dat de lidstaten in staat stelt uit de ideeën van hun partners te putten om gemeenschappelijke problemen op het vlak van technische voorschriften op te lossen.

Marktdeelnemers, met inbegrip van het midden- en kleinbedrijf (mkb), kunnen hun stem laten horen en kunnen hun activiteiten ruim op tijd aanpassen aan toekomstige technische voorschriften. De marktdeelnemers maken uitvoerig gebruik van deze inspraak, en helpen zodoende de Commissie en de nationale autoriteiten eventuele handelsbelemmeringen op te sporen.

De procedure draagt bij tot de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel.

De procedure is een regelgevingsinstrument dat aangewend kan worden om na te gaan op welke gebieden er harmonisatie nodig is.

De procedure draagt bij tot een betere kwaliteit van de nationale en EU-voorschriften in overeenstemming met het streven naar "betere regelgeving" .

De procedure draagt bij tot de verbetering van het concurrentievermogen van de ondernemingen in het kader van het industriebeleid.

1.8. Toepassing van de procedure in het kader van "betere regelgeving"

In haar mededeling "Betere regelgeving met het oog op economische groei en meer banen in de Europese Unie" 8 heeft de Commissie erop gewezen dat het in Richtlijn 98/34/EG vastgelegde preventieve controlemechanisme van essentieel belang is voor het verbeteren van de nationale voorschriften voor producten en voor diensten van de informatiemaatschappij.

In het kader van het actieplan van de Commissie om de regelgeving te vereenvoudigen en te verbeteren 9 is de lidstaten verzocht om, wanneer er interne effectbeoordelingen zijn uitgevoerd, deze (of de conclusies ervan) samen met de aangemelde ontwerpen in te dienen. De analyse van deze effectbeoordelingen stimuleert de lidstaten van tevoren te overwegen welk instrument het meest geschikt is en stelt de Commissie in staat te controleren of de voorgestelde maatregelen noodzakelijk en evenredig zijn.

De samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten in het kader van de kennisgevingsprocedure van Richtlijn 98/34/EG draagt ertoe bij de duidelijkheid en consistentie van de aangemelde ontwerpen voor nationale regelgeving te vergroten. Deze samenwerking moet worden geïntensiveerd om de marktdeelnemers een duidelijk en leesbaar regelgevingskader te bieden en tegelijkertijd een hoge mate van bescherming van de volksgezondheid, de consumenten en het milieu te garanderen.

De nationale autoriteiten worden aangespoord in het bijzonder de volgende aspecten in aanmerking te nemen:

de formulering van de ontwerpen: helderheid, consistentie, transparantie en rechtszekerheid bij de toepassing van de voorschriften;

de toegankelijkheid van alle regelgeving in een bepaalde sector door publicatie, zowel op papier als online, van geconsolideerde versies van de voorschriften;

het opsporen en vermijden van onnodig ingewikkelde procedures die zware administratieve lasten voor de marktdeelnemers meebrengen, vooral wanneer deze een product op de markt brengen.

1.9. Toepassing van de procedure om het concurrentievermogen te verbeteren

In het kader van de EU 2020-strategie is een nieuwe aanpak van het industriebeleid op basis van een concurrentievermogensanalyse van de wetgeving voorgesteld.

In dit verband heeft de Commissie in de laatste actualisering van de mededeling van 10 oktober 2012 over het industriebeleid — Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's — Een sterkere Europese industrie om bij te dragen tot groei en economisch herstel (COM(2012) 582 final) — onderstreept dat:

"De interne markt kent ook bestuurlijke en regelgevingsbelemmeringen als gevolg van beleid waarvoor de lidstaten verantwoordelijk zijn, zoals technische voorschriften, weigering van wederzijdse erkenning en 27 verschillende belastingkaders die niet altijd op elkaar aansluiten. Een analyse in het voortraject van ontwerpen voor technische voorschriften kan voorkomen dat regelgevingsbelemmeringen ontstaan. Precies om deze reden is de kennisgevingsprocedure van Richtlijn 98/34/EG ingesteld, die voorschrijft dat de Commissie voorafgaand aan de vaststelling in kennis moet worden gesteld van ontwerpwetgeving die technische voorschriften voor producten en diensten van de informatiemaatschappij bevat. Door het preventieve karakter van deze procedure zijn vele inbreuken op het vrije verkeer van goederen voorkomen. Deze kennisgevingsprocedure kan echter ook worden gebruikt om de nationale wetgeving overeenkomstig de beginselen van "betere regelgeving" en door middel van benchmarking te verbeteren. De mogelijkheden ervan kunnen beter worden benut door de lidstaten aan te bevelen in hun nationale effectbeoordelingen een concurrentievermogenstest op te nemen."

In de mededeling van de Commissie over het industriebeleid wordt expliciet verwezen naar Richtlijn 98/34/EG, die niet alleen een rol speelt als instrument om belemmeringen voor de handel binnen de EU te voorkomen, maar ook de lidstaten wil aansporen om een concurrentievermogensanalyse van de nationale wetgeving uit te voeren.

Deze aanpak is door de Commissie industrie, onderzoek en energie van het Europees Parlement bekrachtigd in haar Verslag van 18 december 2013 over de herindustrialisering van Europa ter bevordering van concurrentievermogen en duurzaamheid (2013/2006(INI)) , waarin zij erop heeft aangedrongen de mogelijkheden van de kennisgevingsprocedure van Richtlijn 98/34/EG ruimer te benutten, en de lidstaten heeft gevraagd om bij de effectbeoordelingen die zij in het kader van de ontwikkeling van nationale wetgeving opmaken ook altijd specifiek naar het aspect concurrentievermogen te kijken, in het bredere kader van de "internemarkttest" waarop is aangedrongen in de resolutie van het Parlement van 7 februari 2013, die ook aanbevelingen aan de Commissie bevat met betrekking tot de governance van de interne markt.

In dit verband is de lidstaten met ingang van maart 2014 verzocht regelmatig een concurrentievermogensanalyse op te stellen van de nationale wetgeving waarvan kennis is gegeven in het kader van de bij Richtlijn 98/34/EG ingestelde procedure.

1.10. Verbeteringen in het beheer van de procedure van Richtlijn 98/34/EG

In de periode 2011-2013 heeft de Commissie opnieuw verschillende campagnes gevoerd om de transparantie te vergroten en de dialoog met de nationale autoriteiten te intensiveren. De TRIS-database ( Technical Regulations Information System , het informatiesysteem betreffende de technische voorschriften) is voortdurend verbeterd.

De Commissie heeft de voor het publiek toegankelijk internetsite van TRIS (http://ec.europa.eu/growth/tools-databases/tris/nl/) in een modern jasje gestoken, met als doel om op begrijpelijker wijze uitleg te verschaffen over de procedure van Richtlijn 98/34/EG, zodat die een bredere toepassing vindt, met name bij het mkb. De website verschaft het publiek toegang tot de aangemelde ontwerpen, in de 23 officiële talen van de EU, en tot essentiële informatie met betrekking tot de procedure. Er is een constante stijging waargenomen in het aantal malen dat de website geraadpleegd werd: in de periode 2011-2013 steeg het aantal zoekopdrachten met 10 %, zodat de teller in 2013 op ongeveer 212 000 stond (zie bijlage 10). Meer dan 4 300 marktdeelnemers hebben zich geabonneerd op de mailinglijst van TRIS, een stijging van 25 % ten opzichte van 2010.

In de periode 2012-2013 heeft de Commissie tevens een video over de procedure van Richtlijn 98/34/EG gemaakt. De bedoeling was op eenvoudige en interessante wijze uiteen te zetten hoe de procedure werkt en wat de voordelen daarvan voor ondernemingen zijn, met het doel om de actieve deelname door ondernemingen, met name het mkb, te stimuleren en uitleg te geven over hoe de bestaande instrumenten (websites, databases, waarschuwingssystemen) het best kunnen worden gebruikt. Deze video is op 11 september 2013 op internet gezet en kan worden bekeken via de volgende link: http://www.youtube.com/watch?v=ziuAklsNKdI . De video is op sociale netwerken gepromoot en tot nu toe 2 675 keer door belanghebbenden bekeken.

2. Toepassing van de procedure van Richtlijn 98/34/EG

1.11. Effectiviteit: algemeen overzicht

► Aantal kennisgevingen en betrokken sectoren

In de periode 2011-2013 heeft de Commissie 2 114 kennisgevingen ontvangen (675 in 2011, 734 in 2012 en 705 in 2013).

Net als in de vorige verslagperiode was ook nu weer de bouwsector de sector met het hoogste aantal kennisgevingen . Vele daarvan betroffen maatregelen in verband met de energie-efficiëntie van gebouwen en betonstructuren, soorten wegdek en materialen waaruit deze zijn vervaardigd, alsmede de brandveiligheid van gebouwen. Daarna kwamen opnieuw landbouwproducten, levensmiddelen en dranken. Verscheidene maatregelen in deze sector hadden betrekking op voedselhygiëne, de ingrediënten en etikettering van levensmiddelen en dranken, de verpakking van levensmiddelen, de minimumprijs voor alcoholhoudende dranken, alsmede de ingrediënten en het in de handel brengen van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken. Een stijging van het aantal kennisgevingen werd opgetekend in de telecommunicatiesector (radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur, radio-interfaces, hardware en software voor de verzameling, het beheer en het gebruik van gegevens die worden verzameld met behulp van in voertuigen ingebouwde elektronische systemen (zwarte doos)) en in de milieusector (verpakking en verpakkingsafval, recycleerbare producten, verwerking van biologisch afbreekbaar afval) (zie bijlage 8.3).

► Onderzochte vraagstukken

Op de niet-geharmoniseerde gebieden , waarop de artikelen 34 tot en met 36 (vrij verkeer van goederen) en 49 en 56 (recht van vestiging en vrijheid van dienstverlening) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) van toepassing zijn, wilde de Commissie met haar reacties de aandacht van de lidstaten vestigen op mogelijke handelsbelemmeringen die zouden kunnen ontstaan als gevolg van een onnodige maatregel die niet in verhouding stond tot het beoogde doel. Op die manier verzekerde zij de naleving van die beginselen en spoorde zij daarnaast de lidstaten opnieuw aan om in ieder ontwerp van technische voorschriften dat buiten het geharmoniseerde gebied valt, clausules betreffende wederzijdse erkenning op te nemen.

Op de geharmoniseerde gebieden hadden de reacties van de Commissie tot doel te waarborgen dat de nationale maatregelen noodzakelijk, gerechtvaardigd en verenigbaar met het afgeleide EU-recht waren.

In 2011, 2012 en 2013 hebben de lidstaten 512 ontwerpen van technische voorschriften voor de bouwsector aangemeld. Deze ontwerpen hadden betrekking op alle soorten bouwproducten, onder meer brugstructuren en wegstructuren met betonverharding, schuindakbedekkingen voor gebouwen, brandblus- en reddingsuitrusting, warmte-isolatie, synthetisch vulmateriaal, betonstructuren, elektrische installaties op en in betonstructuren alsmede metallische materialen die met drinkwater in aanraking komen.

De Commissie heeft haar onderzoek toegespitst op ontwerpen van technische voorschriften waarin aanvullende technische eisen worden gesteld of tests worden voorgeschreven voor bouwproducten die het vrije verkeer van producten met een CE-markering belemmeren. De aangemelde ontwerpen werden hoofdzakelijk geanalyseerd in het kader van Richtlijn 89/106/EEG inzake voor de bouw bestemde producten 10 en Verordening (EU) nr. 305/2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad 11 .

De Commissie heeft tevens ontwerpwetgeving onderzocht op grond waarvan het is verboden in nieuwe gebouwen verwarmingsketels te installeren die op fossiele olie of aardgas werken, behalve als voor die ketels uitsluitend gebruik wordt gemaakt van hernieuwbare energie. Het aangemelde ontwerp werd geanalyseerd in het kader van Richtlijn 2009/142/EG betreffende gastoestellen 12 en Richtlijn 92/42/EEG betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels 13 .

De technische voorschriften met betrekking tot de energie-efficiëntie van gebouwen zijn beoordeeld in het kader van Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie 14 , Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen 15 en Richtlijn 2009/125/EG betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten 16 .

In de levensmiddelensector en landbouwsector hebben de lidstaten in de periode 2011-2013 393 ontwerpen van technische voorschriften aangemeld. Deze ontwerpen hadden onder meer betrekking op materialen die met levensmiddelen in contact komen, energiedranken, transvetten in levensmiddelen, wijn en gedistilleerde dranken, de etikettering van levensmiddelen, in het bijzonder voedingswaardevermeldingen, keurmerken, het welzijn van pelsdieren en het verhandelen van bontproducten.

Enkele lidstaten hebben ontwerpvoorschriften aangemeld waarbij beperkingen of een verbod worden ingesteld op verpakkingsmateriaal voor levensmiddelen dat bisfenol A bevat en met name op verpakkingen van levensmiddelen voor kinderen tussen 0 en 3 jaar, alsmede ontwerpen betreffende gezondheidswaarschuwingen die moeten worden aangebracht op verpakkingen die bisfenol A bevatten. Deze kennisgevingen zijn onderzocht in het licht van de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van goederen en Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen 17 .

Tijdens de betrokken periode heeft de Commissie tal van kennisgevingen betreffende levensmiddelenhygiëne onderzocht en heeft zij uitvoerig gemotiveerde meningen en opmerkingen geformuleerd op basis van de Verordeningen (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne 18 , (EG) nr. 853/2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong 19 en (EG) nr. 854/2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong 20 .

Andere kennisgevingen hadden betrekking op de etikettering van levensmiddelen, en de Commissie is nagegaan of die kennisgevingen verenigbaar waren met Richtlijn 2000/13/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake de etikettering en presentatie van en reclame voor levensmiddelen 21 en Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten 22 .

In de sector diensten van de informatiemaatschappij zijn 99 kennisgevingen ontvangen. Vele daarvan betroffen kansspelen, terwijl andere onder meer betrekking hadden op auteursrechten in de digitale omgeving, audiovisuele mediadiensten op aanvraag, elektronische handel, elektronische handtekeningen en andere vertrouwensdiensten.

Sinds 2011 hebben de lidstaten kennisgeving gedaan van een reeks technische voorschriften betreffende meetinstrumenten. Deze ontwerpen hadden betrekking op diverse soorten meettoestellen zoals gas-, elektriciteits- en warmteverbruiksmeters, taximeters of prisma-refractometers, en bevatten specifieke voorschriften waaraan deze instrumenten moeten voldoen. De kennisgevingen inzake gas-, elektriciteits- en warmteverbruiksmeters en taximeters werden hoofdzakelijk geanalyseerd in het kader van Richtlijn 2004/22/EG betreffende meetinstrumenten 23 . Nieuw waren projecten voor nieuwe slimme metersystemen, die eveneens onder Richtlijn 2004/22/EG vallen en die tamelijk complex zijn omdat engineering moet worden gecombineerd met IT-, communicatie-, gegevensbeschermings- en veiligheidsaspecten.

In de chemische sector heeft de Commissie 76 kennisgevingen ontvangen. Sommige daarvan hadden betrekking op de jaarlijkse opgave van stoffen die nanodeeltjes bevatten alsook op ontwerpwetgeving waarbij een verbod wordt ingesteld op de invoer en verkoop van producten die bepaalde ftalaten bevatten en die bestemd zijn voor gebruik binnenshuis of die in contact kunnen komen met de huid of de slijmvliezen. De aangemelde ontwerpen werden hoofdzakelijk geanalyseerd in het kader van Verordening (EG) nr. 1907/2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH) 24 .

In de sector milieu heeft de Commissie 141 ontwerpvoorschriften onderzocht. In enkele aangemelde ontwerpen werden voorwaarden vastgesteld voor het aanbrengen van milieuclaims op kunststof voorwerpen en verpakkingen, terwijl andere een verbod inhielden op het in de handel brengen van niet biologisch afbreekbare winkeltassen. Deze kennisgevingen werden hoofdzakelijk geanalyseerd in het licht van Richtlijn 94/62/EG betreffende verpakking en verpakkingsafval 25 .

Dankzij de procedure van Richtlijn 98/34/EG kon de Commissie ook ingrijpen in sectoren waar harmonisatie op EU-niveau was gepland of waar daarmee een begin was gemaakt, zodat de lidstaten werd belet afwijkende nationale maatregelen in te voeren. Op grond van artikel 9, leden 3 en 4, van Richtlijn 98/34/EG heeft de Commissie op de volgende gebieden de goedkeuring van aangemelde ontwerpwetgeving voor de duur van twaalf maanden geblokkeerd, te rekenen vanaf de datum van kennisgeving: typegoedkeuringsvoorschriften voor massa's en afmetingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan; het op de markt brengen en het gebruik van precursoren voor explosieven; de oorsprongsvermelding voor olijfolie op het etiket en de wijzen van vermelding; samengestelde termen voor gedistilleerde dranken; elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties alsmede bij biologische productie toegestane meststoffen. Hierdoor heeft de Commissie niet alleen versnippering van de markt weten te voorkomen op gebieden waar harmonisatie was gepland of waar daarmee een begin was gemaakt, maar heeft zij ook gezorgd voor een zekerder en stabieler rechtskader van de lidstaten en van de Europese Unie, wat ten goede zal komen aan de marktdeelnemers en het concurrentievermogen van Europese ondernemingen.

► Reacties

De Commissie heeft uitvoerig gemotiveerde meningen geformuleerd over 208 kennisgevingen, ofwel 9,8 % van het totale aantal ontwerpen dat in de verslagperiode door de lidstaten werd aangemeld. Dit is een stijging van het aantal uitvoerig gemotiveerde meningen van de Commissie met 29,2 % ten opzichte van de voorgaande periode van drie jaar. De lidstaten van hun kant hebben 205 uitvoerig gemotiveerde meningen geformuleerd. Van de 910 in de verslagperiode gemaakte opmerkingen waren er 425 afkomstig van de Commissie en 485 van de lidstaten (zie bijlagen 8.4 en 8.6).

In 12 gevallen heeft de Commissie de betrokken lidstaten verzocht de goedkeuring van de aangemelde voorschriften voor de duur van één jaar uit te stellen, te rekenen vanaf de datum waarop zij die heeft ontvangen, omdat er op EU-niveau een begin was gemaakt met de harmoniseringswerkzaamheden op het betreffende gebied (zie bijlage 8.5).

1.12. Toepassing van de urgentieprocedure

Voor 87 van de in totaal 2 114 kennisgevingen werd door de lidstaten verzocht om toepassing van de urgentieprocedure. De Commissie hield vast aan haar strikte interpretatie van de op grond van Richtlijn 98/34/EG vereiste uitzonderlijke omstandigheden, namelijk dat er sprake moet zijn van een ernstige en onvoorziene situatie die verband houdt met in het bijzonder de bescherming van de gezondheid en de veiligheid. Als gevolg hiervan werd de urgentieprocedure niet toegestaan wanneer daarvoor geen voldoende rechtvaardiging was aangetoond of louter economische redenen dan wel nationale administratieve achterstand waren aangevoerd, alsook in gevallen waarin niet was aangetoond dat er sprake was van een onvoorziene situatie. De urgentieprocedure werd gerechtvaardigd geacht in 56 gevallen, die met name betrekking hadden op psychotrope stoffen, de controle op verdovende middelen, radioactief afval, besmetting van bijen, door methanol veroorzaakte vergiftigingen, precursoren voor explosieven, de bescherming van geldtransporten, het verbod op voor de gezondheid schadelijke producten alsmede het verbod op het bezit en het gebruik van niet voor particulieren bestemd vuurwerk (zie bijlage 8.7).

1.13. Kennisgeving van "fiscale of financiële stimuleringsmaatregelen"

Volgens Richtlijn 98/34/EG moeten de lidstaten kennisgeving doen van fiscale of financiële stimulansen, d.w.z. technische voorschriften die verband houden met fiscale of financiële maatregelen die het verbruik van producten of het gebruik van diensten beïnvloeden doordat zij de naleving van die technische voorschriften aanmoedigen. Kenmerkend voor die technische voorschriften is dat de status-quoperiode niet van toepassing is.

In de periode 2011-2013 hebben de lidstaten 112 ontwerpvoorschriften aangemeld als "fiscale of financiële maatregelen" . De Commissie merkt op dat nationale wettelijke bepalingen vaak verkeerd als "fiscale of financiële maatregel" in de zin van Richtlijn 98/34/EG worden gekwalificeerd, wanneer zij fiscale of financiële maatregelen behelzen, maar geen stimulansen om die technische voorschriften na te leven. Om de lidstaten te helpen met de juiste indeling van deze technische voorschriften, heeft de Commissie richtsnoeren voor de definitie en kennisgeving van "fiscale of financiële maatregelen" in de zin van Richtlijn 98/34/EG opgesteld.

1.14. Follow-up van de reacties van de Commissie

De verhouding tussen het aantal antwoorden van de lidstaten en het aantal uitvoerig gemotiveerde meningen van de Commissie was in de periode 2011-2013 bevredigend (over de gehele periode genomen een gemiddelde van 86 %). Dit percentage vormt de belangrijkste indicator voor het beoordelen van de vraag in hoeverre de lidstaten hun verplichtingen in het kader van de procedure nakomen. Het aantal volledig bevredigende antwoorden was in vergelijking met de vorige verslagperiode hoger (gemiddeld 48,4 % in de periode 2011-2013 tegenover 32,5 % in de periode 2009-2010) (zie bijlage 8.8), wat erop wijst dat de lidstaten het rechtskader voor de interne markt na de reactie van de Commissie beter naleven. Dat de reacties van de Commissie effect sorteren, sprong nog meer in het oog in de gevallen waarin aangemelde ontwerpen van technische voorschriften werden ingetrokken nadat een uitvoerig gemotiveerde mening was geformuleerd (24 gevallen voor de verslagperiode). Voor andere aangemelde ontwerpen van technische voorschriften is de dialoog nog steeds gaande.

1.15. Follow-up van de kennisgevingsprocedure

In alle andere gevallen waarin de mogelijke inbreuken op de EU-internemarktwetgeving niet volledig zijn afgewikkeld in het kader van de procedure van Richtlijn 98/34/EG, heeft de Commissie verder onderzoek uitgevoerd dat in sommige gevallen uiteindelijk heeft geleid tot EU-pilots of inbreukprocedures (artikel 258 VWEU) over onderwerpen als kwaliteit en transparantie van de toeleveringsketen voor olijfolie van eerste persing, belasting op levensmiddelen met een hoog suiker-, zout- en/of cafeïnegehalte, productkosten in verband met milieubescherming, productie van ambachtelijke levensmiddelen, wijn en gedistilleerde dranken, verbod op producten voor gebruik binnenshuis die bepaalde soorten ftalaten bevatten, producten uit leder of van huiden en vachten, voorgeschreven minimumgehalte aan vruchtensap in alcoholvrije dranken op basis van vruchtensappen alsmede plastic draagtassen.

Twee van de inbreukprocedures die in de verslagperiode tegen lidstaten zijn ingeleid, waren gebaseerd op de niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 98/34/EG.

1.16. Dialoog met de lidstaten

Tijdens de regelmatige vergaderingen van het Comité voor normen en technische voorschriften kon van gedachten worden gewisseld over zaken van algemeen belang, maar ook over specifieke aspecten van de procedure.

Wat de technische voorschriften betreft, hadden de discussies vooral betrekking op de rol van kennisgevingen voor het nationale concurrentievermogen en de concurrentievermogenstest, de toegang tot documenten van de Commissie uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1049/2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie 26 , de verplichting voor de lidstaten om de Commissie de definitieve tekst van een aangemeld technisch voorschrift mee te delen, en de juridische gevolgen van het formuleren van een uitvoerig gemotiveerde mening overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn 98/34/EG.

De Commissie heeft presentaties gehouden over Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, de herziening van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), het pakket over productveiligheid en markttoezicht, het evaluatieverslag van Richtlijn 2006/123/EG betreffende diensten op de interne markt 27 , de stand van zaken met betrekking tot de interne markt in de bouwsector, kwesties in verband met technische voorschriften op het gebied van hernieuwbare energiebronnen, kennisgevingen over metrologie en kennisgevingen in de spoorwegsector, met name aanmeldingsverplichtingen in het kader van Richtlijn 2004/49/EG inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen 28 en Richtlijn 2008/57/EG betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap 29 .

De Commissie heeft richtsnoeren gepresenteerd inzake de definitie en kennisgeving van "fiscale of financiële maatregelen" in de zin van Richtlijn 98/34/EG alsmede richtsnoeren inzake de "one-stop-shop voor de kennisgevingsprocedure van Richtlijn 98/34/EG en voor de in specifieke EU-voorschriften vastgelegde kennisgevingsprocedures" .

In verschillende lidstaten zijn ook seminars gehouden, die de gelegenheid boden voor een rechtstreekse dialoog tussen de Commissie en de bij de procedure betrokken nationale autoriteiten, en waar die autoriteiten zich vertrouwd konden maken met de zeer technische elementen van de procedure.

1.17. Verzoeken om toegang tot overeenkomstig Richtlijn 98/34/EG afgegeven documenten

In de periode 2011-2013 heeft de Commissie 272 verzoeken ontvangen om toegang tot documenten die zijn afgegeven in het kader van de procedure van Richtlijn 98/34/EG. Het grootste deel daarvan had betrekking op uitvoerig gemotiveerde meningen en opmerkingen van de Commissie. In 167 gevallen werd toegang tot de gevraagde documenten verleend. In de andere gevallen werd de toegang geweigerd, terwijl de dialoog met de lidstaten, waarmee werd beoogd mogelijke handelsbelemmeringen weg te nemen, nog niet was afgerond.

1.18. Conclusie

In de periode 2011-2013 is de procedure opnieuw nuttig gebleken voor de effectiviteit, transparantie en administratieve samenwerking.

Door de netwerkvorming en preventieve aanpak van de procedure van Richtlijn 98/34/EG bestaat er aanzienlijk minder risico van nationale regelgevingsactiviteiten die worden verricht op een wijze die technische belemmeringen voor het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt opwerpt. Het grote aantal uitvoerig gemotiveerde meningen en opmerkingen die in de verslagperiode zijn geformuleerd, toont aan dat er nog steeds een risico van versnippering van de interne markt voor goederen is. Gemiddeld is 86 % van de uitvoerig gemotiveerde meningen die de Commissie tijdens die periode heeft uitgebracht, door de betrokken lidstaten beantwoord; vervolgens hebben dialogen plaatsgevonden met het doel om elke onverenigbaarheid met het EU-recht uit de weg te ruimen en het vrije verkeer van goederen binnen de interne markt te waarborgen, zodat inbreukprocedures werden voorkomen.

De procedure van Richtlijn 98/34/EG is ook nuttig gebleken in die zin dat zij de mogelijkheid bood om na te gaan op welke gebieden harmonisatie op EU-niveau een mogelijke optie is.

Bij de toepassing van Richtlijn 98/34/EG zal de Commissie alert blijven op het beginsel van betere regelgeving en de noodzaak een gunstig klimaat in stand te houden voor het concurrentievermogen van de Europese economie. Aangemelde ontwerpen blijven dan ook in elektronische vorm, gratis en in alle officiële talen van de EU beschikbaar, zodat de marktdeelnemers en andere betrokken partijen de gelegenheid krijgen er opmerkingen over te maken.

Bovendien zullen de inspanningen worden voortgezet om de marktdeelnemers een duidelijk rechtskader te bieden dat bijdraagt tot de verbetering van het concurrentievermogen van Europese ondernemingen binnen de EU en daarbuiten , en waarbij rekening zal worden gehouden met het verband tussen de procedure van Richtlijn 98/34/EG en de procedure uit hoofde van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (TBT) in de context van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Meer bekendheid voor en een striktere uitvoering van de richtlijn tezamen met een sterkere koppeling aan het follow-upbeleid en wetgevingsmaatregelen zijn van cruciaal belang om de doelstellingen van de richtlijn volledig te realiseren.

(1) Richtlijn 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 204 van 21.7.1998, blz. 37), gewijzigd bij Richtlijn 98/48/EG (PB L 217 van 5.8.1998, blz. 18).
(2) Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(3) Actieplan "Vereenvoudiging en verbetering van de regelgeving", COM(2002) 278 definitief. Zie ook Betere regelgeving met het oog op economische groei en meer banen in de Europese Unie , COM(2005) 97 definitief; Uitvoering van het Lissabon-programma van de Gemeenschap — Een strategie voor de vereenvoudiging van de regelgeving , COM(2005) 535 definitief; Betere regelgeving in de Europese Unie: Een strategische evaluatie , COM(2006) 689 definitief; Tweede strategische evaluatie van betere regelgeving in de Europese Unie , COM(2008) 32 definitief, Derde strategische evaluatie van betere regelgeving in de Europese Unie , COM(2009) 15 definitief, en Slimme regelgeving in de Europese Unie , COM(2010) 543 definitief.
(4) CEN (Europees Comité voor normalisatie), Cenelec (Europees Comité voor elektrotechnische normalisatie) en ETSI (Europees Instituut voor telecommunicatienormen).
(5) Mandaten zijn opdrachten in de vorm van een uitnodiging aan Europese normalisatieorganisaties die onder bepaalde voorwaarden kunnen worden aangenomen.
(6) De mandaten M481, M485, M488, M495, M498 en M500 verwijzen naar Richtlijn 2005/32/EG.
(7) COM(2011) 311 definitief van 1.6.2011.
(8) Zie voetnoot 3.
(9) Zie voetnoot 3.
(10) Richtlijn 89/106/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake voor de bouw bestemde producten (PB L 40 van 11.2.1989, blz. 12).
(11) Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5).
(12) Richtlijn 2009/142/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende gastoestellen (PB L 330 van 16.12.2009, blz. 10).
(13) Richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels (PB L 167 van 22.6.1992, blz. 17).
(14) Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 1).
(15) Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (PB L 153 van 18.6.2010, blz. 13).
(16) Richtlijn 2009/125/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten (PB L 285 van 31.10.2009, blz. 10).
(17) Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).
(18) Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake levensmiddelenhygiëne (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 1).
(19) Verordening (EG) nr. 853/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke hygiënevoorschriften voor levensmiddelen van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 55).
(20) Verordening (EG) nr. 854/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 houdende vaststelling van specifieke voorschriften voor de organisatie van de officiële controles van voor menselijke consumptie bestemde producten van dierlijke oorsprong (PB L 139 van 30.4.2004, blz. 206).
(21) Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 maart 2000 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving der lidstaten inzake de etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (PB L 109 van 6.5.2000, blz. 29).
(22) Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).
(23) Richtlijn 2004/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende meetinstrumenten (PB L 135 van 30.4.2004, blz. 1).
(24) Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH), tot oprichting van een Europees Agentschap voor chemische stoffen, houdende wijziging van Richtlijn 1999/45/EG en houdende intrekking van Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad en Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie alsmede Richtlijn 76/769/EEG van de Raad en de Richtlijnen 91/155/EEG, 93/67/EEG, 93/105/EG en 2000/21/EG van de Commissie (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).
(25) Richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB L 365 van 31.12.1994, blz. 10).
(26) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).
(27) Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PB L 376 van 27.12.2006 blz. 36).
(28) Richtlijn 2004/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake de veiligheid op de communautaire spoorwegen en tot wijziging van Richtlijn 95/18/EG van de Raad betreffende de verlening van vergunningen aan spoorwegondernemingen, en van Richtlijn 2001/14/EG van de Raad inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (PB L 164 van 30.4.2004, blz. 44).
(29) Richtlijn 2008/57/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Gemeenschap (PB L 191 van 18.7.2008, blz. 1).