Home

Resolutie inzake de mededeling van de Commissie betreffende een Europese strategie ter stimulering van plaatselijke initiatieven voor ontwikkeling en werkgelegenheid

Resolutie inzake de mededeling van de Commissie betreffende een Europese strategie ter stimulering van plaatselijke initiatieven voor ontwikkeling en werkgelegenheid

Resolutie inzake de mededeling van de Commissie betreffende een Europese strategie ter stimulering van plaatselijke initiatieven voor ontwikkeling en werkgelegenheid

Publicatieblad Nr. C 277 van 23/09/1996 blz. 0045


A4-0231/96

Resolutie inzake de mededeling van de Commissie betreffende een Europese strategie ter stimulering van plaatselijke initiatieven voor ontwikkeling en werkgelegenheid

Het Europees Parlement,

- gelet op de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement (COM(95)0273 - C4-0289/95),

- gelet op het Witboek inzake groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid van december 1993 (COM(93)0700),

- gelet op de conclusies van de Europese Raad van Essen (december 1994) en van Madrid (december 1995),

- gelet op het verslag van de Commissie sociale zaken en werkgelegenheid en de adviezen van de Commissie economische en monetaire zaken en industriebeleid, de Commissie regionaal beleid, de Commissie cultuur, jeugd, onderwijs en media en de Commissie rechten van de vrouw (A4-0231/96),

A. overwegende dat lokale werkgelegenheidsinitiatieven een geschikt middel zijn tot het stimuleren van de schepping van arbeidsplaatsen, en dat dergelijke initiatieven in de lid-staten van de EU steeds vaker genomen worden, omdat zij passen in het huidige streven naar betere levens- en arbeidsomstandigheden,

B. overwegende dat in het kader van de lokale werkgelegenheidsinitiatieven in KMO's en in zeer kleine bedrijven arbeidsplaatsen kunnen worden geschapen,

C. overwegende dat het stimuleren van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven gericht op de bevrediging van nieuwe lokale behoeften, door zijn bescheiden kostprijs per gecreëerde arbeidsplaats een aanzienlijke bijdrage kan leveren tot het actieve arbeidsmarktbeleid, zoals aanbevolen in het Witboek inzake groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid,

D. overwegende dat op lokaal niveau bij de vaststelling van sectoren die mogelijkheden tot ontwikkeling van de werkgelegenheid bieden vooral een beroep moet worden gedaan op de directe actoren en dat hiertoe nieuwe vormen van samenwerking tussen bedrijven, gemeentebesturen, arbeidsbureaus, enz. moeten worden ontwikkeld,

E. overwegende dat vier grote gebieden "dienstverlening in het leven van alle dag, dienstverlening op het gebied van vrije-tijdsbesteding en cultuur, dienstverlening op milieugebied en dienstverlening op het gebied van huisvesting en wonen" genoemd worden als gebieden die een potentieel voor de schepping van nieuwe arbeidsplaatsen bieden,

F. overwegende dat veel van de nieuwe behoeften op het gebied van persoonlijke bijstand en dienstverlening niet naar behoren bevredigd kunnen worden door openbare of particuliere bedrijven alleen,

G. overwegende dat het absoluut noodzakelijk is op lokaal niveau gunstige randvoorwaarden te scheppen voor de plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven, hetgeen kan worden bevorderd door decentralisatie en door een veranderde mentaliteit bij de administraties, opdat er een partnerschap tussen de openbare en de particuliere sector tot stand komt,

H. overwegende dat veel van deze plaatselijke initiatieven in de vorm van sociaal ondernemerschap zijn georganiseerd (cooeperaties, sociale bedrijven enz.),

I. overwegende dat naast de mogelijkheden die door een doelgerichte inzet van middelen uit de structuurfondsen worden geboden, ook gepaste financieringsinstrumenten voor de lokale ontwikkeling moeten worden ingezet, met inschakeling van de regionale besturen,

J. overwegende dat er een gepast professioneel kader moet worden gecreëerd om beter gebruik van de diverse vaardigheden te maken en meer bekendheid te geven aan de nieuwe beroepen; dat er in het bijzonder voor moet worden gezorgd dat vrouwen in passende mate betrokken worden bij de programma's ter bevordering van lokale werkgelegenheidsinitiatieven,

K. overwegende dat het bij plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven van belang is administratieve en financiële prikkels te ontwikkelen die zijn aangepast aan specifiek en doelgericht nieuw te creëren gebieden,

L. overwegende dat het juridische en bestuursrechtelijke kader vernieuwd, en met name ook vereenvoudigd, moet worden, waarbij rekening dient te worden gehouden met de nieuwe situatie die door de lokale initiatieven is geschapen, bij voorbeeld

- klassieke bedrijven die in een koopkrachtige vraag kunnen voorzien, maar waarvan het ontstaan en de ontwikkeling worden belemmerd door lokale handicaps als kapitaalschaarste, mobiliteit ter plaatse of ontoereikende infrastructuur voor vervoer of netwerken. In dergelijke gevallen is een eerste prikkel noodzakelijk, maar deze kan voldoende zijn.

- zogenaamde tussenliggende bedrijven die ten doel hebben om personen die zich in een toestand van marginaliteit bevinden te laten wennen aan normale arbeidsomstandigheden om te voorzien in nieuwe maar potentieel koopkrachtige behoeften zoals reparatie, onderhoud en instandhouding van gebouwen, het ophalen en verwerken van afval enz.. In dit geval is verscheidene jaren steun nodig, maar deze kan geleidelijk verminderd worden en uiteindelijk van te voren worden vastgesteld.

- initiatieven die een sociaal noodzakelijke dienst verrichten, die echter in de huidige economische orde niet rendabel is, zoals steunverlening aan mensen die afhankelijk zijn, thuiszorg, behoud van het lokale milieu enz. Deze sector kan zeer veel banen opleveren, maar vereist permanente hulpverlening van een beperkte duur,

1. is ingenomen met de mededeling van de Commissie betreffende de ontwikkeling van lokale werkgelegenheidsinitiatieven en dringt er bij de Commissie op aan deze aanzet verder te ontwikkelen als strategisch kader voor de ontwikkeling van zelfstandige lokale economische modellen, volgens het beginsel "local work for local people using local resources";

2. is met de Commissie van mening dat er op de zogenaamde "17 gebieden" behoeften bestaan die nog niet bevredigd worden, waarvoor door het marktmechanisme alleen geen oplossing kan worden gevonden, en dat deze eventueel nog tot andere daarvoor in aanmerking komende gebieden kunnen worden uitgebreid; is van oordeel dat hierin een groot groeipotentieel voor de werkgelegenheid is gelegen, waarbij de lokale ontwikkelings- en werkgelegenheidsinitiatieven uit de aard der zaak hoofdzakelijk een beroep doen op de minder gekwalificeerde arbeidskrachten en gericht zijn op lokale of sub-regionale achterstandsgebieden;

3. stemt in met de aan deze mededeling ten grondslag liggende benadering, die pleit voor een participatie van de Europese Unie, en wel in het bijzonder door cooerdinatie van het voorlichtings- en informatiebeleid in het licht van reeds opgedane ervaringen en know-how, evenals door procedures voor de tenuitvoerlegging op lokaal vlak van de verordeningen inzake de structuurfondsen;

4. dringt er bij de Commissie op aan zich niet tot de totstandbrenging van transeuropese informatie- en samenwerkingsnetwerken en de uitwisseling van ervaringen tussen de lid-staten te beperken, maar de resultaten en ervaringen van de reeds ondernomen activiteiten efficiënter te verbreiden en bovendien serieus een rol te spelen als "katalysator" en "motor" bij het op gang brengen van nieuwe werkgelegenheidsinitiatieven, bijvoorbeeld door een engere vervlechting van het structuurbeleid met het beleid tot bevordering van lokale activiteiten en het formuleren van specifieke programma's voor de ontwikkeling en verbreiding van deze nieuwe vormen van sociaal ondernemerschap;

5. verzoekt de Commissie om nader juridisch, bestuurlijk, fiscaal en financieel onderzoek te verrichten om - zowel voor eigen gebruik in de programma's die ze uitvoert als om de ontwikkeling van dergelijke maatregelen door de lid- staten te bevorderen - financieringsinstrumenten, rechtsvormen en bestuurlijke procedures te kunnen vaststellen om te kunnen inspringen op de verschillende situaties die zich kunnen voordoen, zoals:

- stimuleren van het uitoefenen van meerdere activiteiten, gelijktijdig of afwisselend naar gelang het seizoen;

- steun, hetzij door het verschaffen van het beginkapitaal, hetzij door aanleg van de nodige infrastructuur, voor de vorming van bedrijven met een lokale markt die rendabel kunnen zijn als eenmaal de lokatienadelen uit de weg geruimd zijn;

- duurzame steun voor de bedrijfsvoering van tussenliggende ondernemingen, die produceren voor de markt met gebruikmaking van een marginale arbeidskracht;

- een permanente bijdrage om een koopkrachtige vraag te scheppen voor sociaal nuttige produkten, zoals buurtdiensten of milieubehoud, die in de huidige marktordening niet rendabel geleverd kunnen worden;

6. dringt er bij de lid-staten op aan om zich in het kader van het vierjarenprogramma inzake de besteding van middelen uit de structuurfondsen op nieuwe strategische impulsen ter bevordering van lokale activiteiten te bezinnen en het aandeel van plaatselijke initiatieven te vergroten;

7. dringt er bij de Commissie op aan om haar randvoorwaarden voor de nieuwe werkgelegenheidspolitiek zo te formuleren dat duidelijk erkend wordt wat de voorwaarden zijn die aan alle lokale werkgelegenheidsinitiatieven ten grondslag moeten liggen, te weten partnerschap, participatie en zelfstandige planning, en dat deze worden versterkt en eventueel verder ontwikkeld; daarbij moeten op lokaal vlak innovatieve ideeën worden gestimuleerd, zoals werkgelegenheidsafspraken tussen de verschillende partners;

8. dringt er bij de Commissie op aan om in het kader van de door de Europese Raad te Essen geëiste nieuwe werkgelegenheidspolitiek haar activiteiten ter bevordering van plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven niet geïsoleerd van andere Europese beleidsactiviteiten uit te voeren, doch in het bijzonder de bevorderingsstrategieën te integreren in meer algemene economische, sociale en regionale ontwikkelingsstrategieën, zodat maatschappelijke segmentering wordt voorkomen; is van mening dat maatregelen die rechtstreekse gevolgen voor de plaatselijke werkgelegenheidsstructuren hebben, vóór de uitvoering ervan moeten worden geëvalueerd met betrekking tot hun - positieve of negatieve - gevolgen voor de prioritaire doelstelling "werkgelegenheid", en dat de verschillende EU-programma's ter bevordering van de werkgelegenheid op lokaal vlak in een samenhangend verband moeten worden gecooerdineerd;

9. verzoekt de Commissie zich meer in te zetten voor lokale werkgelegenheidsinitiatieven in het kader van een nieuw model van duurzame ontwikkeling, dat wordt geschetst in hoofdstuk 10 van het Witboek inzake groei, cuncurrentievermogen en werkgelegenheid;

10. verzoekt derhalve de Raad een besluit te nemen over het voorstel om op het communautaire vlak een CO2-belasting op energie in te voeren, die een aanzienlijke bijdrage zou kunnen leveren aan de ontwikkeling van duurzame lokale werkgelegenheid;

11. verzoekt de Commissie tevens de ECOFIN-Raad een wijziging van de statuten van het Europese Investeringsfonds voor te leggen om vormen van partnerschap bij stadsvernieuwing financieel mogelijk te maken, zoals reeds is voorgesteld door de Europese Raad van Kopenhagen;

12. draagt de Commissie op om in de lopende programma's propaganda te maken voor meer rechtstreekse investeringen in werkgelegenheid op lokaal vlak, die als het ware een voortrekkersrol hebben te vervullen; structuurkredieten die slechts een indirect werkgelegenheidseffect hebben en infrastructuurkredieten moeten zich naar deze "voortrekkersinvesteringen" richten; de flexibiliteit van de inzet van middelen moet in deze zin worden verbeterd;

13. verzoekt de Commissie bij de bevordering van duurzame werkgelegenheid op basis van lokale besluitvormings- en participatiestructuren, de nadruk te leggen op:

a) bevordering van vormen van bedrijven die samenwerken met lokale instanties en van cooeperaties, met inbegrip van de non-profitsector;

b) ontwikkeling van specifieke lokale financieringsinstrumenten om de waarde van lokale spaargelden en lokaal kapitaal te vergroten;

c) sociale en ecologische aanpassing van produkten en diensten (sociale marketing) ter stimulering van zeer kleine bedrijven die belangrijk zijn voor de structuur van de arbeidsmarkt, door middel van nieuwe overeenkomsten tussen producenten en consumenten;

d) openbare workshops voor produktontwikkeling en innovatie (goederen en diensten);

e) gericht advies en vormingsmaatregelen ter bevordering van eigen initiatief en zelf-organisatie;

f) oprichting van gedecentraliseerde instellingen voor opleiding en het stimuleren van initiatieven van burgers en werkenden; bevordering van burenhulp en hulp van lokaal bestuur en van zelfhulpverenigingen voor achterstandsgroepen met het oog op onderlinge economische hulp en regionale vernieuwing;

14. dringt er bij de lid-staten op aan dat de nieuwe arbeidsplaatsen die gecreëerd worden in het kader van de plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven behoorlijke loon- en arbeidsvoorwaarden en sociale-zekerheidsrechten kennen;

15. is van mening dat lokale ontwikkelingscentra vaak een onontbeerlijke functie vervullen als instanties waarin onder meer diverse instellingen samenwerken met het oog op de ontwikkeling van een lokale cultuur van gemeenschappelijke planning, de ontwikkeling van in sociaal opzicht nuttige en milieuvriendelijke produkten en de uitvoering van een lokale arbeidsmarkt- en structuurpolitiek; steunt in dit verband de analyse van de plaatselijke economische en sociale structuren om de specifieke sociale, materiële, culturele, historische en landschappelijke mogelijkheden in kaart te brengen, die troeven vormen voor een onafhankelijke ontwikkeling, en dringt er daarom bij de Commissie op aan de oprichting van dergelijke ontwikkelingscentra te ondersteunen, de verbreiding ervan te registreren en ruimere bekendheid te geven aan hun activiteiten;

16. dringt er bij de Commissie op aan vier actiesectoren voor een politiek tot bevordering van lokale initiatieven te ontwikkelen, in het bijzonder door het scheppen van positieve randvoorwaarden voor de plaatselijke werkgelegenheidsinitiatieven, door de invoering van een reeks financieringsinstrumenten voor de lokale ontwikkeling, de bevordering - onder participatie van de regionale territoriale eenheden - van opleidingen voor de nieuwe beroepen en, tenslotte, de vernieuwing en aanpassing van het juridische en administratieve kader, door steun voor de vorming van specifieke financieringsinstrumenten voor sociale bedrijven (investeringsmaatschappijen en -fondsen, kredietverlening op gunstige voorwaarden);

17. dringt er bij de Commissie op aan om, te zamen met de verantwoordelijken op de diverse niveaus, zorg te dragen voor een sterkere participatie van de verschillende actoren op plaatselijk vlak, bijvoorbeeld door middel van gemeentelijke ontwikkelingsworkshops en vergelijkbare planningsprocedures die een prikkel vormen voor de betrokkenen en die resulteren in de totstandbrenging van partnerschap tussen de betrokken partijen, zowel werkenden als werklozen, plaatselijke bedrijven als instanties; meent tevens dat de inschakeling van "cooerdinatoren en adviseurs", die het aanbod en de vraag op lokaal vlak analyseren en vervolgens de projectuitvoerders, openbare actoren en potentiële klanten met elkaar in contact brengen, systematisch verder moet worden ontwikkeld; wijst erop dat daarbij ook kan worden gedacht aan technische ondersteuning in het kader van het KAROLUS- programma en een nieuw programma voor scholing van ambtenaren (op nationaal, regionaal en lokaal niveau), waarbij moet worden gezorgd voor geïntegreerde samenwerking tussen deze programma's, die de lokale ontwikkelings- en werkgelegenheidsinitiatieven moeten bevorderen;

18. verzoekt de Commissie transnationale proefprojecten voor ontwikkeling op te zetten;

19. dringt er bij de Commissie op aan om, op basis van de aanbeveling van de Raad van 31 maart 1992 betreffende kinderopvang ((PB L 123 van 8.5.1992, blz. 16.)), alle geboden mogelijkheden te benutten om de structuurfondsen een grotere financiële bijdrage te laten leveren aan de oprichting op lokaal niveau van in de nabijheid van de woonplaats gevestigde dienstverleningspunten, bij voorbeeld het scheppen van faciliteiten voor kinderen, ouderen en op hulp aangewezen personen;

20. verwelkomt het nieuwe artikel 10 van de verordening betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, dat voorziet in steun voor innovatieve regionale acties op cultureel gebied, en verzoekt de Commissie het op de hoogte te houden van de vorderingen van de nieuwe initiatieven die zijn gebaseerd op artikel 10 en alle aandacht te schenken aan efficiënte en passende methoden voor de verbreiding van de resultaten;

21. is van mening dat voortdurend op gedecentraliseerde wijze actuele informatie moet worden verspreid over de Europese bevordering van plaatselijke ontwikkelings- en werkgelegenheidsinitiatieven, zodat

- de plaatselijke deelnemers de middelen voor projecten met verschillende doeleinden op geïntegreerde wijze kunnen gebruiken;

- ook kleine groepen tijdig steun kunnen aanvragen.

22. dringt er bij de Commissie op aan om meer nadruk te leggen op en gebruik te maken van bestaande Europese netwerken van verenigingen, lokale territoriale eenheden en actiegroepen voor lokale ontwikkeling, sociale bedrijven, actiegroepen voor plaatselijke ontwikkeling, economie, sociale integratie en werkgelegenheidsinitiatieven, en die in sterkere mate als adviseurs en partners te betrekken bij de opstelling van lokale werkgelegenheidsinitiatieven en de evaluatie daarvan;

23. verwelkomt en steunt het voornemen van het Ierse Raadsvoorzitterschap om de nadruk te leggen op de bijdrage die lokale ontwikkelingsstrategieën kunnen leveren bij de aanpak van de werkloosheid in Europa;

24. verzoekt de Commissie actieve steun te geven aan de vorming van netwerken van steden of regio's voor de uitwisseling van informatie en de totstandbrenging van nieuwe telematicadiensten;

25. verzoekt de Commissie de structuurfondsen en communautaire initiatieven zo aan te wenden dat medefinanciering mogelijk wordt van infrastructuurvoorzieningen en andere investeringen die ten goede komen aan het behoud of de vorming van plaatselijke bedrijven;

26. is verheugd dat de beslissende bijdrage van lokale en regionale instanties aan de economische ontwikkeling in het strategiestuk wordt erkend en verzoekt de Commissie daarom steun te blijven geven aan programma's als Directoria en PACTE, dat onder meer netwerken op cultureel gebied mogelijk heeft gemaakt;

27. is verheugd dat het economische en sociale belang van de culturele sector en zijn vermogen om arbeidsplaatsen te scheppen worden erkend en onderstreept de vitaliteit van de culturele sector en de sterke sociaal- economische uitstraling ervan die de plaatselijke bevolking, behalve nieuwe werkgelegenheid, ook een betere kwaliteit van het bestaan en meer zelfrespect brengt, wat extra investeringen in het betrokken gebied kan aantrekken;

28. verzoekt de Commissie om ten aanzien van het milieu aandacht te besteden aan de totstandkoming van samenwerking tussen gemeentelijke instanties in regio's die aan elkaar grenzen, de uitwisseling van ervaringen en de verbreiding van informatie, het gebruik van methoden voor lokale ontwikkeling, de mobilisatie van alle particuliere en openbare belanghebbenden en deelnemers aan projecten waarmee voor het betrokken gebied het milieukenmerk verworven kan worden;

29. zou verder onderzoek naar efficiënte en economisch realistische maatregelen ter stimulering van de plaatselijke mogelijkheden met het oog op het scheppen van arbeidsplaatsen en het behoud van de bestaande werkgelegenheid verwelkomen;

30. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.