Home

Verordening (EG) nr. 1277/2007 van de Commissie van 29 oktober 2007 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1438/2003 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van het gemeenschappelijk vlootbeleid als omschreven in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad

Verordening (EG) nr. 1277/2007 van de Commissie van 29 oktober 2007 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 1438/2003 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van het gemeenschappelijk vlootbeleid als omschreven in hoofdstuk III van Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid(1), en met name op artikel 11, lid 5, artikel 12, lid 2, artikel 13, lid 2, en artikel 14, lid 2,

Gelet op het Verdrag betreffende de toetreding van Bulgarije en Roemenië,

Gelet op de Akte van toetreding van Bulgarije en Roemenië, en met name op artikel 56,

Overwegende hetgeen volgt:

  1. Bij Verordening (EG) nr. 1438/2003 van de Commissie(2) zijn de uitvoeringsbepalingen vastgesteld voor het hoofdstuk van Verordening (EG) nr. 2371/2002 dat betrekking heeft op het vlootbeleid, en met name voor de artikelen 11, 12, 13 en 14.

  2. Op 28 juli 2007 is artikel 11 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 865/2007 om de lidstaten in staat te stellen 4 % van de gemiddelde jaarlijkse tonnage die met overheidssteun is onttrokken tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 en 4 % van de tonnage die vanaf 1 januari 2007 met overheidssteun aan de vloot wordt onttrokken, opnieuw toe te wijzen.

  3. Op 28 juli 2007 is artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 gewijzigd om rekening te houden met de in artikel 25, lid 3, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad(3) vastgestelde voorwaarde dat een motor slechts met overheidssteun kan worden vervangen als de nieuwe motor ten minste 20 % minder vermogen heeft dan de oude motor, behalve als het gaat om de vervanging van een motor die wordt gebruikt bij de kleinschalige kustvisserij als omschreven in die verordening. Voorts is een overgangsregeling in het kader waarvan slechts overheidssteunverplichtingen voor vlootvernieuwing na de invoering van het nieuwe gemeenschappelijke visserijbeleid en tot eind 2004 konden worden aangegaan als de totale capaciteit met 3 % werd verminderd, niet langer van toepassing.

  4. Na de voltooiing van de meting van alle vissersvaartuigen kan de aanpassingsregel met betrekking tot het effect van die meting op het in tonnage uitgedrukte referentieniveau worden geschrapt; deze regeling moet evenwel worden behouden met het oog op een strikte toepassing, wat tonnage betreft, van de regeling voor toevoeging/onttrekking.

  5. De bestaande vrijstelling van de regeling voor toevoeging/onttrekking voor vaartuigen die vanaf 1 januari 2003 of, voor de lidstaten die later zijn toegetreden, vanaf de datum van toetreding, aan de vloot zijn toegevoegd op grond van een administratief besluit dat vóór 1 januari 2003, respectievelijk vóór de datum van toetreding is genomen, moet worden herzien. Deze herziening houdt in dat die vrijstelling zal gelden voor vaartuigen waarvan de toevoeging aan de vloot, hoewel daartoe overeenkomstig de nationale en de communautaire regelgeving was besloten vóór de toetreding of het administratieve besluit, niet voor de overgangsmaatregelen in aanmerking kwam omdat de overgangsperiode van drie jaar te kort was.

  6. Bulgarije en Roemenië zijn op 1 januari 2007 tot de Gemeenschap toegetreden zodat Verordening (EG) nr. 1438/2003 moet worden aangepast.

  7. Verordening (EG) nr. 1438/2003 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.

  8. De in deze verordening vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Comité voor de visserij en de aquacultuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1438/2003 wordt als volgt gewijzigd:

  1. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

    1. Lid 1 wordt vervangen door:

      „GTa1” of de „totale tonnage van de vaartuigen die tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken”: de totale tonnage van de vaartuigen die met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006. In de in artikel 4 vastgestelde formule voor het referentieniveau in tonnage wordt met deze waarde slechts rekening gehouden voor de hoeveelheid capaciteit bovenop de vermindering in tonnage die nodig was om te voldoen aan de referentieniveaus uit hoofde van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2371/2002.

      Voor de nieuwe lidstaten wordt onder „GTa1” of de „totale tonnage van de vaartuigen die tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken” verstaan de totale tonnage van de vaartuigen die met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken tussen de datum van toetreding en 31 december 2006.”.

    2. Lid 3 wordt vervangen door:

      „GTa2” of de „totale tonnage van de vaartuigen die na 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken”: de totale tonnage van de vaartuigen die met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken tussen 1 januari 2007 en de datum waarvoor GTt is berekend. In de in artikel 4 vastgestelde formule voor het referentieniveau in tonnage wordt met deze waarde slechts rekening gehouden voor de hoeveelheid capaciteit bovenop de vermindering in tonnage die nodig was om te voldoen aan de referentieniveaus uit hoofde van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 2371/2002.”.

    3. Lid 11 wordt vervangen door:

      „nieuwe lidstaten”: een lidstaat die na 1 januari 2003 tot de Gemeenschap is toegetreden.”.

    4. Het volgende lid 12 wordt toegevoegd:

      „kWr” of „het totale vermogen van de motoren die, onder voorwaarde van een vermogensvermindering, met overheidssteun zijn vervangen”: het totale vermogen van de motoren die na 31 december 2006 met overheidssteun zijn vervangen overeenkomstig artikel 25, lid 3, onder b) en c), van Verordening (EG) nr. 1198/2006 van de Raad(*).

  2. Artikel 4 wordt vervangen door:

    1.

    Voor elke lidstaat, met uitzondering van de nieuwe lidstaten, is het referentieniveau in tonnage op een tijdstip na 1 januari 2003 (R(GT)t) gelijk aan het in bijlage I voor die lidstaat bepaalde referentieniveau op 1 januari 2003 (R(GT)03),

    1. verminderd met:

      1. 99 % van de totale tonnage van de vaartuigen die tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa1),

      2. 96 % van de totale tonnage van de vaartuigen die na 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa2);

    2. en vermeerderd met: de totale tonnageverhoging die is toegekend op grond van artikel 11, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 (GTS).

    Deze referentieniveaus worden berekend volgens de volgende formule:

    R(GT)t = R(GT)03 – 0,99 GTa1 – 0,96 GTa2 + GTS

    Wanneer nieuwe vangstcapaciteit aan de vloot wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b) ii), van Verordening (EG) nr. 2371/2002, worden de in de tweede alinea vermelde referentieniveaus overeenkomstig de onderstaande formule verminderd met 35 % van de totale tonnage van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (GT100):

    R(GT)t = R(GT)03 – 0,99 GTa1 – 0,96 GTa2 – 0,35 GT100 + GTS

    2.

    Voor elke lidstaat, met uitzondering van de nieuwe lidstaten, is het referentieniveau in motorvermogen op een tijdstip na 1 januari 2003 (R(kW)t) gelijk aan het in bijlage I voor die lidstaat bepaalde referentieniveau op 1 januari 2003 (R(kW)03), verminderd met het totale vermogen van de vaartuigen die na 31 december 2002 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (kWa) en met 20 % van het totale vermogen van de motoren die, onder voorwaarde van een vermogensvermindering, met overheidssteun zijn vervangen (kWr).

    Deze referentieniveaus worden berekend volgens de volgende formule:

    R(kW)t = R(kW)03 – kWa – 0,2 kWr

    Wanneer nieuwe vangstcapaciteit aan de vloot wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b) ii), van Verordening (EG) nr. 2371/2002, worden de in de tweede alinea vermelde referentieniveaus overeenkomstig de onderstaande formule verminderd met 35 % van het totale vermogen van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (KW100):

    R(kW)t = R(kW)03 – kWa – 0,2 kWr – 0,35 kW100”.

  3. Artikel 5 wordt geschrapt.

  4. Artikel 6 wordt vervangen door:

    Behalve voor de nieuwe lidstaten wordt voor de toepassing van artikel 7 de vangstcapaciteit in tonnage (GT03) en vermogen (kW03) op 1 januari 2003 bepaald rekening houdende — overeenkomstig bijlage II — met de vaartuigen die op grond van een administratief besluit dat de betrokken lidstaat tussen 1 januari 1998 en 31 december 2002 heeft genomen overeenkomstig de toen geldende wetgeving, en met name overeenkomstig de nationale regeling voor toevoeging/onttrekking die aan de Commissie is gemeld overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Besluit 97/413/EG(*), aan de vloot zijn toegevoegd binnen vijf jaar na de datum van dat administratieve besluit.

  5. Artikel 6 bis wordt vervangen door:

    Voor de nieuwe lidstaten wordt voor de toepassing van artikel 7 bis de vangstcapaciteit in tonnage (GTacc) en vermogen (kWacc) op de datum van toetreding bepaald rekening houdende — overeenkomstig bijlage III — met de vaartuigen die op grond van een administratief besluit dat de betrokken lidstaat hoogstens vijf jaar vóór de datum van toetreding heeft genomen, aan de vloot zijn toegevoegd binnen vijf jaar na de datum van dat administratieve besluit.”.

  6. Artikel 7 wordt vervangen door:

    1.

    Om te voldoen aan artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet elke lidstaat, met uitzondering van de nieuwe lidstaten, ervoor zorgen dat de vangstcapaciteit in tonnage (GTt) steeds ten hoogste gelijk is aan de vangstcapaciteit op 1 januari 2003 (GT03),

    1. verminderd met:

      1. 99 % van de totale tonnage van de vaartuigen die tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa1),

      2. 96 % van de totale tonnage van de vaartuigen die na 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa2),

      3. 35 % van de totale tonnage van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (GT100);

    2. en vermeerderd met:

      1. de totale tonnageverhoging die is toegekend op grond van artikel 11, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 (GTS),

      2. het resultaat van de hermeting van de vloot (Δ(GT-GRT)).

    Elke lidstaat zorgt ervoor dat aan de volgende formule wordt voldaan:

    GTt ≤ GT03 – 0,99 GTa1 – 0,96 GTa2 – 0,35 GT100 + GTS + Δ(GT-GRT)

    2.

    Om te voldoen aan artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet elke lidstaat, met uitzondering van de nieuwe lidstaten, ervoor zorgen dat de vangstcapaciteit in vermogen (kWt) steeds ten hoogste gelijk is aan de vangstcapaciteit op 1 januari 2003 (kW03), verminderd met:

    1. het totale vermogen van de vaartuigen die na 31 december 2002 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (kWa),

    2. 20 % van het totale vermogen van de motoren die, onder voorwaarde van een vermogensvermindering, met overheidssteun zijn vervangen (kWr),

    3. 35 % van het totale vermogen van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (kW100).

    Elke lidstaat zorgt ervoor dat aan de volgende formule wordt voldaan:

    kWt ≤ kW03 – kWa – 0,2 kWr – 0,35 kW100”

  7. Artikel 7 bis wordt vervangen door:

    1.

    Om te voldoen aan artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet elke nieuwe lidstaat ervoor zorgen dat de vangstcapaciteit in tonnage (GTt) steeds ten hoogste gelijk is aan de vangstcapaciteit op de datum van toetreding (GTacc),

    1. verminderd met:

      1. voor de nieuwe lidstaten die op 1 mei 2004 tot de Gemeenschap zijn toegetreden, 98,5 % van de totale tonnage van de vaartuigen die tussen die datum en 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa1),

      2. voor elke nieuwe lidstaat 96 % van de totale tonnage van de vaartuigen die na 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa2),

      3. voor elke nieuwe lidstaat 35 % van de totale tonnage van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met overheidssteun die op of na de datum van toetreding is toegekend (GT100);

    2. en vermeerderd met:

      1. de totale tonnageverhoging die is toegekend op grond van artikel 11, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 (GTS),

      2. het resultaat van de hermeting van de vloot (Δ(GT-GRT)).

    Elke nieuwe lidstaat zorgt ervoor dat aan de volgende formule wordt voldaan:

    GTt ≤ GTacc – 0,985 GTa1 – 0,96 GTa2 – 0,35 GT100 + GTS + Δ(GT-GRT).

    2.

    Om te voldoen aan artikel 13 van Verordening (EG) nr. 2371/2002 moet elke nieuwe lidstaat ervoor zorgen dat de vangstcapaciteit in vermogen (kWt) steeds ten hoogste gelijk is aan de vangstcapaciteit op de datum van toetreding (kWacc), verminderd met:

    1. het totale vermogen van de vaartuigen die op of na de datum van toetreding met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (kWa),

    2. 20 % van het totale vermogen van de motoren die, onder voorwaarde van een vermogensvermindering, met overheidssteun zijn vervangen (kWr),

    3. 35 % van het totale vermogen van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met overheidssteun die op of na de datum van toetreding is toegekend (kW100).

    Elke nieuwe lidstaat zorgt ervoor dat aan de volgende formule wordt voldaan:

    kWt ≤ kWacc – kWa – 0,2 kWr – 0,35 kW100”.

  8. Bijlage II wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze verordening.

  9. Bijlage III wordt vervangen door de tekst in bijlage II bij deze verordening.

Artikel 4 Toezicht op de referentieniveaus

1.

Voor elke lidstaat, met uitzondering van de nieuwe lidstaten, is het referentieniveau in tonnage op een tijdstip na 1 januari 2003 (R(GT)t) gelijk aan het in bijlage I voor die lidstaat bepaalde referentieniveau op 1 januari 2003 (R(GT)03),

  1. verminderd met:

    1. 99 % van de totale tonnage van de vaartuigen die tussen 1 januari 2003 en 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa1),

    2. 96 % van de totale tonnage van de vaartuigen die na 31 december 2006 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (GTa2);

  2. en vermeerderd met: de totale tonnageverhoging die is toegekend op grond van artikel 11, lid 5, van Verordening (EG) nr. 2371/2002 (GTS).

Deze referentieniveaus worden berekend volgens de volgende formule:

R(GT)t = R(GT)03 – 0,99 GTa1 – 0,96 GTa2 + GTS

Wanneer nieuwe vangstcapaciteit aan de vloot wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b) ii), van Verordening (EG) nr. 2371/2002, worden de in de tweede alinea vermelde referentieniveaus overeenkomstig de onderstaande formule verminderd met 35 % van de totale tonnage van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (GT100):

R(GT)t = R(GT)03 – 0,99 GTa1 – 0,96 GTa2 – 0,35 GT100 + GTS

2.

Voor elke lidstaat, met uitzondering van de nieuwe lidstaten, is het referentieniveau in motorvermogen op een tijdstip na 1 januari 2003 (R(kW)t) gelijk aan het in bijlage I voor die lidstaat bepaalde referentieniveau op 1 januari 2003 (R(kW)03), verminderd met het totale vermogen van de vaartuigen die na 31 december 2002 met overheidssteun aan de vloot zijn onttrokken (kWa) en met 20 % van het totale vermogen van de motoren die, onder voorwaarde van een vermogensvermindering, met overheidssteun zijn vervangen (kWr).

Deze referentieniveaus worden berekend volgens de volgende formule:

R(kW)t = R(kW)03 – kWa – 0,2 kWr

Wanneer nieuwe vangstcapaciteit aan de vloot wordt toegevoegd overeenkomstig artikel 13, lid 1, onder b) ii), van Verordening (EG) nr. 2371/2002, worden de in de tweede alinea vermelde referentieniveaus overeenkomstig de onderstaande formule verminderd met 35 % van het totale vermogen van de vaartuigen van meer dan 100 GT die aan de vloot zijn toegevoegd met na 31 december 2002 toegekende overheidssteun (KW100):

R(kW)t = R(kW)03 – kWa – 0,2 kWr – 0,35 kW100”.

Artikel 6 Vangstcapaciteit van de vloot op 1 januari 2003

Behalve voor de nieuwe lidstaten wordt voor de toepassing van artikel 7 de vangstcapaciteit in tonnage (GT03) en vermogen (kW03) op 1 januari 2003 bepaald rekening houdende — overeenkomstig bijlage II — met de vaartuigen die op grond van een administratief besluit dat de betrokken lidstaat tussen 1 januari 1998 en 31 december 2002 heeft genomen overeenkomstig de toen geldende wetgeving, en met name overeenkomstig de nationale regeling voor toevoeging/onttrekking die aan de Commissie is gemeld overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Besluit 97/413/EG(*), aan de vloot zijn toegevoegd binnen vijf jaar na de datum van dat administratieve besluit.

Artikel 6bis Vangstcapaciteit van de vloot van de nieuwe lidstaten op de datum van toetreding

Voor de nieuwe lidstaten wordt voor de toepassing van artikel 7 bis de vangstcapaciteit in tonnage (GTacc) en vermogen (kWacc) op de datum van toetreding bepaald rekening houdende — overeenkomstig bijlage III — met de vaartuigen die op grond van een administratief besluit dat de betrokken lidstaat hoogstens vijf jaar vóór de datum van toetreding heeft genomen, aan de vloot zijn toegevoegd binnen vijf jaar na de datum van dat administratieve besluit.”.

Artikel 7 Toezicht op aan de vloot toegevoegde of onttrokken vaartuigen

Artikel 7bis Toezicht op aan de vloot toegevoegde of onttrokken vaartuigen in de nieuwe lidstaten

Artikel 2

BIJLAGE I

BIJLAGE II

„BIJLAGE III