Home

Verordening (EG) nr. 1484/96 van de Commissie van 26 juli 1996 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk op grond van Beschikking 96/385/EG

Verordening (EG) nr. 1484/96 van de Commissie van 26 juli 1996 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk op grond van Beschikking 96/385/EG

Verordening (EG) nr. 1484/96 van de Commissie van 26 juli 1996 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk op grond van Beschikking 96/385/EG

Publicatieblad Nr. L 188 van 27/07/1996 blz. 0025 - 0027


VERORDENING (EG) Nr. 1484/96 VAN DE COMMISSIE van 26 juli 1996 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk op grond van Beschikking 96/385/EG

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1357/96 (2), en met name op artikel 23,

Overwegende dat de Commissie bij Beschikking 96/385/EG (3) de door het Verenigd Koninkrijk voorgestelde maatregelen voor de bestrijding en de uitroeiing van boviene spongiforme encefalopathie (BSE) heeft goedgekeurd; dat die maatregelen met name voorzien in de selectieve gedwongen slachting van alle runderen waarvan vaststaat dat zij de meeste kans hebben gehad te zijn blootgesteld aan besmet meel van vlees en beenderen; dat op grond van bovengenoemde beschikking aan het Verenigd Koninkrijk financiële bijstand voor het slachten van de betrokken dieren moet worden verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 716/96 van de Commissie van 19 april 1996 houdende vaststelling van buitengewone maatregelen ter ondersteuning van de rundvleesmarkt in het Verenigd Koninkrijk (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 835/96 (5); dat het derhalve dienstig is te voorzien in een communautaire bijdrage ten belope van 70 % van de marktwaarde van de geslachte dieren; dat het Verenigd Koninkrijk voor de bepaling van de marktwaarde een regeling dient op te zetten die een billijke en objectieve evaluatie van elk betrokken dier garandeert;

Overwegende dat erop moet worden toegezien dat de betrokken dieren worden gedood en vernietigd op een wijze die geen enkel risico inhoudt voor de gezondheid van mens of dier; dat derhalve moet worden voorzien in voorschriften voor de vernietiging van die dieren en in door de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk te verrichten controles; dat, om te voorkomen dat de in een slachthuis te slachten dieren met niet onder deze regeling vallende dieren worden gemengd en dat dieren met elkaar worden verward, de eerstgenoemde dieren zowel in de bij het slachthuis behorende stallingen als in het slachthuis zelf apart moeten worden gehouden;

Overwegende dat moet worden voorzien in de mogelijkheid dat deskundigen van de Commissie toezien op de naleving van de vastgestelde voorschriften;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd een vergoeding uit te keren voor runderen die op 1 augustus 1996 worden gehouden op een op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk gelegen bedrijf en die worden geslacht op grond van de regeling inzake selectieve slachting van runderen in het kader van het bij Beschikking 96/385/EG goedgekeurde programma voor de bestrijding en de uitroeiing van boviene spongiforme encefalopathie (BSE).

2. De in lid 1 bedoelde dieren worden gedood in speciaal daartoe aangewezen slachthuizen en de kop, de inwendige organen en de karkassen worden van een blijvend merkteken voorzien. Het gemerkte materiaal wordt in verzegelde containers vervoerd naar speciaal gemachtigde verbrandingsinstallaties of destructiebedrijven om daar te worden verwerkt en vernietigd. Van de hierboven bedoelde dieren mag niets in de voedselketen voor mens of dier komen, noch worden gebruikt voor kosmetische of farmaceutische produkten. Een vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk is permanent in het betrokken slachthuis aanwezig om op de betrokken werkzaamheden toe te zien.

In afwijking van het bepaalde in de eerste alinea en voor zover de nodige controles worden verricht:

- kan de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk toestaan dat dieren op het bedrijf worden geslacht. De geslachte dieren worden onmiddellijk naar een verbrandingsinstallatie of een destructiebedrijf gevoerd om daar te worden verwerkt en vernietigd;

- behoeven de huiden van de in lid 1 bedoelde dieren niet te worden gemerkt of vernietigd, op voorwaarde dat zij zó zijn behandeld dat zij alleen nog voor de lederproduktie kunnen worden gebruikt.

3. In de in lid 2 bedoelde slachthuizen zijn een zodanige organisatie en werking vereist dat wordt gegarandeerd dat:

- geen enkel rund waarvan bij het slachten verkregen produkten bestemd zijn voor menselijke of dierlijke consumptie, aanwezig is in het slachthuis wanneer daar dieren worden geslacht in het kader van deze regeling;

- wanneer in het kader van deze regeling te slachten runderen in stallen moeten worden ondergebracht, zij gescheiden worden gehouden van runderen die worden geslacht voor menselijke of dierlijke consumptie;

- produkten die afkomstig zijn van in het kader van deze regeling geslachte dieren, niet worden opgeslagen in voorzieningen die worden gebruikt voor de opslag van vlees of andere voor menselijke of dierlijke consumptie bestemde produkten.

4. De bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk:

- wordt, in afwijking van het bepaalde in lid 1, gemachtigd om voordat geslachte dieren worden verwerkt en vernietigd, de hersenen van enkele dieren in het laboratorium te laten onderzoeken;

- verricht de noodzakelijke administratieve controles en controles ter plaatse op de in de leden 2 en 3 bedoelde werkzaamheden, en

- controleert deze werkzaamheden aan de hand van frequente en onaangekondigde controlebezoeken, waarbij er met name op wordt toegezien dat al het gemerkte materiaal ook werkelijk is vernietigd.

De resultaten van deze controles en onderzoeken worden ter beschikking gesteld van de Commissie indien deze daarom verzoekt.

Artikel 2

1. De op grond van artikel 1, lid 1, door het Verenigd Koninkrijk aan de producenten of hun vertegenwoordigers te betalen vergoeding per dier is gelijk aan de objectieve marktwaarde van elk betrokken dier in het Verenigd Koninkrijk, bepaald op basis van een door de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk goedgekeurd systeem van individuele objectieve evaluatie.

2. De Gemeenschap neemt in de financiering van deze regeling deel ten belope van 70 % van de kosten in verband met de in lid 1 bedoelde vergoeding voor dieren die op grond van artikel 1 worden geslacht.

3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 wordt het Verenigd Koninkrijk gemachtigd om aanvullende bedragen uit te keren voor de in het kader van deze regeling geslachte runderen. De Gemeenschap neemt niet deel in de financiering van deze uitgaven.

Artikel 3

Het Verenigd Koninkrijk treft de nodige maatregelen om een adequate toepassing van deze regeling te garanderen. Het stelt de Commissie zo spoedig mogelijk in kennis van de maatregelen die zijn getroffen en van alle wijzigingen daarvan.

Artikel 4

De bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk:

a) stelt de Commissie elke woensdag in kennis van de volgende gegevens over de toepassing van deze regeling in de voorbije week:

- het aantal dieren dat is aangewezen om te worden geslacht,

- het aantal dieren dat is geslacht,

- de gemiddelde marktwaarde van de geslachte dieren, en

- de totale som van de aanvullende bedragen zoals bedoeld in artikel 2, lid 3;

b) stelt een gedetailleerd verslag op van de controles die zij in het kader van de in artikel 3 bedoelde maatregelen heeft verricht en legt dat verslag eens per kwartaal voor aan de Commissie.

Artikel 5

Onverminderd artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad (6) verrichten deskundigen van de Commissie, eventueel vergezeld van deskundigen van de Lid-Staten, in samenwerking met de bevoegde autoriteit van het Verenigd Koninkrijk controles ter plaatse om toe te zien op de naleving van alle bepalingen van deze verordening.

Artikel 6

De op grond van deze verordening vastgestelde maatregelen worden beschouwd als interventies in de zin van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 729/70.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 1996.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 26 juli 1996.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 24.

(2) PB nr. L 175 van 13. 7. 1996, blz. 9.

(3) PB nr. L 151 van 26. 6. 1996, blz. 39.

(4) PB nr. L 99 van 20. 4. 1996, blz. 14.

(5) PB nr. L 112 van 7. 5. 1996, blz. 17.

(6) PB nr. L 94 van 28. 4. 1970, blz. 13.