Home

Verordening (EEG) nr. 1484/70 van de Commissie van 24 juli 1970 betreffende de indeling van goederen onder post 48.21 van het gemeenschappelijk douanetarief

Verordening (EEG) nr. 1484/70 van de Commissie van 24 juli 1970 betreffende de indeling van goederen onder post 48.21 van het gemeenschappelijk douanetarief

Verordening (EEG) nr. 1484/70 van de Commissie van 24 juli 1970 betreffende de indeling van goederen onder post 48.21 van het gemeenschappelijk douanetarief

Publicatieblad Nr. L 163 van 25/07/1970 blz. 0019 - 0020
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 2 Deel 1 blz. 0013
Bijzondere uitgave in het Deens: Serie I Hoofdstuk 1970(II) blz. 0417
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 2 Deel 1 blz. 0013
Bijzondere uitgave in het Engels: Serie I Hoofdstuk 1970(II) blz. 0480
Bijzondere uitgave in het Grieks: Hoofdstuk 02 Deel 1 blz. 0101
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 02 Deel 1 blz. 0077
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 02 Deel 1 blz. 0077


++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 1484/70 VAN DE COMMISSIE

van 24 juli 1970

betreffende de indeling van goederen onder post 48.21 van het gemeenschappelijk douanetarief

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief ( 1 ) , en in het bijzonder op artikel 3 ,

Overwegende dat ter verzekering van de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief bepalingen noodzakelijk zijn in de indeling van incontinentie-onderleggers , bestaande uit absorberend materiaal samengesteld uit op elkaar gelegde lagen van cellulosewatten , aan een zijde bekleed met gebonden textielvlies en aan de andere zijde met een vel van kunstmatige plastische stof ;

Overwegende dat in het gemeenschappelijk douanetarief , gehecht aan Verordening ( EEG ) nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 ( 2 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1237/70 van de Raad van 29 juni 1970 ( 3 ) , post 30.04 betrekking heeft op watten , gaas , verband en dergelijke artikelen , geïmpregneerd of bedekt met farmacheutische zelfstandigheden of opgemaakt voor de verkoop in het klein voor geneeskundige of voor chirurgische doeleinden ( zwachtels en pleisters , mosterdpleisters , enz . ) andere dan de in Aantekening 3 op Hoofdstuk 30 genoemde artikelen , en post 48.21 betrekking heeft op andere werken van papierstof , van papier , van karton of van cellulosewatten ;

Overwegende dat Aantekening 1 op Hoofdstuk 48 de betrokken incontinentie-onderleggers niet van dit Hoofdstuk uitsluit ; dat voorts uit de Toelichtingen op de Nomenclatuur van Brussel blijkt , dat post 48.21 alle werken van papierstof , van papier , van karton en van cellulosewatten omvat , welke niet onder één der voorgaande posten van dit Hoofdstuk kunnen worden ingedeeld en niet van Hoofdstuk 48 zijn uitgezonderd ; dat tot die post met name behoren zakdoeken , maandverbanden , alsmede boorden , manchetten , fronten en dergelijke artikelen , van papier ;

Overwegende dat , op grond van de Toelichtingen op de Nomenclatuur van Brussel , uitdrukkelijk van post 48.21 zijn uitgezonderd cellulosewatten , verband en dergelijke artikelen , geïmpregneerd of bedekt met farmaceutische zelfstandigheden of opgemaakt voor de verkoop in het klein voor geneeskundige of voor chirurgische doeleinden ( post 30.04 ) ; dat volgens de genoemde Toelichtingen post 30.04 immers betrekking heeft , enerzijds op watten , gaas , verband en dergelijke artikelen , van weefsel , papier , kunstmatige plastische stoffen , enz . , welke geïmpregneerd of bedekt zijn met farmaceutische zelfstandigheden ( afleidende middelen , antiseptische middelen , enz . ) , voor geneeskundige of voor chirurgische doeleinden , en anderzijds op verbandwatten en verbandgaas ( gewoonlijk van hydrofielkatoen ) , verband , enz . , welke hoewel niet geïmpregneerd of bedekt met farmaceutische zelfstandigheden door de wijze van verpakking ( etikettering , opmaak in zig-zag of op andere wijze speciaal gevouwen banden of stroken , enz . ) , kunnen worden onderkend als zijnde rechtstreeks en zonder overpakking bestemd voor de verkoop aan gebruikers ( particulieren , ziekenhuizen , enz . ) voor medische of voor chirurgische doeleinden ;

Overwegende dat de betrokken incontinentie-onderleggers niet zijn geïmpregneerd of bedekt met farmaceutische zelfstandigheden ; dat voorts , hoewel zij zijn opgemaakt voor de verkoop in het klein , zij dit niet zijn speciaal voor geneeskundige of voor chirurgische doeleinden ; dat het normale gebruik van de incontinentie-onderleggers weliswaar de gevolgen van de kwaal van al dan niet bedlegerige aan incontinentie lijdende personen kan verlichten , doch niet speciaal een gebruik voor geneeskundige of voor chirurgische doeleinden vormt ; dat die onderleggers derhalve niet in aanmerking komen voor indeling onder post 30.04 ;

Overwegende dat de betrokken onderleggers , waarvan het absorberend materiaal het wezenlijke bestanddeel vormt , worden gebruikt voor het absorberen van afgescheiden vocht , en zodoende artikelen zijn voor hygiënische doeleinden van dezelfde soort als onderleggers voor baby's en maandverbanden ; dat zij derhalve dienen te worden ingedeeld onder de postonderverdeling 48.21 B , overeenkomstig de draagwijdte welke door de Toelichtingen op de Nomenclatuur van Brussel aan post 48.21 wordt toegekend ;

Overwegende dat de Internationale Douaneraad zich heeft uitgesproken voor de indeling van deze artikelen onder post 48.21 ;

Overwegende dat de bij deze verordening vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Incontinentie-onderleggers , bestaande uit absorberend materiaal samengesteld uit op elkaar gelegde lagen van cellulosewatten , aan een zijde bekleed met gebonden textielvlies en aan de andere zijde met een vel van kunstmatige plastische stof , worden in het gemeenschappelijk douanetarief ingedeeld onder de onderverdeling :

48.21 Andere werken van papierstof , van papier , van karton of van cellulosewatten :

B . andere

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 24 juli 1970 .

Voor de Commissie

De Voorzitter

Franco M . MALFATTI

( 1 ) PB nr . L 14 van 21 . 1 . 1969 , blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 172 van 22 . 7 . 1968 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 141 van 29 . 6 . 1970 , blz . 50 .