Home

Beschikking van de Commissie van 23 mei 2005 inzake beschermings- en toezichtsgebieden in verband met bluetongue en de voorwaarden voor verplaatsingen uit of binnen deze gebieden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1478) (Voor de EER relevante tekst) (2005/393/EG)

Beschikking van de Commissie van 23 mei 2005 inzake beschermings- en toezichtsgebieden in verband met bluetongue en de voorwaarden voor verplaatsingen uit of binnen deze gebieden (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1478) (Voor de EER relevante tekst) (2005/393/EG)

2005D0393 — NL — 01.11.2005 — 003.001


Dit document vormt slechts een documentatiehulpmiddel en verschijnt buiten de verantwoordelijkheid van de instellingen

►B

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2005

inzake beschermings- en toezichtsgebieden in verband met bluetongue en de voorwaarden voor verplaatsingen uit of binnen deze gebieden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1478)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/393/EG)

(PB L 130, 24.5.2005, p.22)

Gewijzigd bij:




▼B

BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 23 mei 2005

inzake beschermings- en toezichtsgebieden in verband met bluetongue en de voorwaarden voor verplaatsingen uit of binnen deze gebieden

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1478)

(Voor de EER relevante tekst)

(2005/393/EG)



DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/75/EG van de Raad van 20 november 2000 tot vaststelling van specifieke bepalingen inzake de bestrijding en uitroeiing van bluetongue (1), en met name op artikel 8, lid 2, onder d), en lid 3, artikel 9, lid 1, onder c), en artikel 19, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2003/828/EG (2) van de Commissie bakent de algemene geografische gebieden af waarin de lidstaten beschermings- en toezichtsgebieden (hierna „de beperkingsgebieden” genoemd) in verband met bluetongue moeten instellen. Ook worden voorwaarden vastgesteld voor uitzonderingen op het verplaatsingsverbod van Richtlijn 2000/75/EG voor bepaalde verplaatsingen van dieren en van sperma, eicellen en embryo’s daarvan uit en door de beperkingsgebieden.

(2)

Naar aanleiding van de ontwikkeling van de uitbraak of nieuwe gevallen van insleep van bluetongue uit derde landen in de Gemeenschap is Beschikking 2003/828/EG herhaaldelijk gewijzigd om de afbakening van de beperkingsgebieden aan de nieuwe diergezondheidsomstandigheden aan te passen.

(3)

Voor de duidelijkheid van de communautaire wetgeving moet Beschikking 2003/828/EG worden ingetrokken en door deze beschikking worden vervangen.

(4)

Overeenkomstig Richtlijn 2000/75/EG moet bij de afbakening van beschermings- en toezichtsgebieden rekening worden gehouden met geografische, administratieve, ecologische en epidemiologische factoren die met bluetongue verband houden, en met de controlestructuur. Rekening houdend met deze factoren en de controlestructuur, alsmede met de door de lidstaten verstrekte informatie, moeten de bij Beschikking 2003/83/EG vastgestelde gebieden gehandhaafd blijven, behalve in het geval van Griekenland en Portugal.

(5)

Volgens de recentste beschikbare wetenschappelijke gegevens kunnen verplaatsingen van gevaccineerde dieren als veilig worden beschouwd, ongeacht de viruscirculatie op de plaats van herkomst of de vectoractiviteit op de plaats van bestemming. Om rekening te houden met deze wetenschappelijke gegevens moeten de uitzonderingen op het verbod van verplaatsingen binnen de lidstaat zoals bedoeld in Beschikking 2003/828/EG worden gewijzigd.

(6)

In Beschikking 2003/828/EG maakt Griekenland deel uit van de algemene geografische gebieden waarin beperkingsgebieden moeten worden ingesteld. Griekenland heeft overeenkomstig Richtlijn 2000/75/EG een naar behoren met redenen omkleed verzoek ingediend bij de Commissie om Griekenland te schrappen van de lijst van algemene geografische gebieden in Beschikking 2003/828/EG. Griekenland moet bijgevolg van die lijst worden geschrapt.

(7)

Portugal heeft een naar behoren met redenen omkleed verzoek ingediend om de afbakening van de beperkingsgebieden in Beschikking 2003/828/EG te wijzigen wat Portugal betreft. Rekening houdend met de geografische, administratieve, ecologische en epidemiologische factoren die met bluetongue verband houden in de desbetreffende gebieden in Portugal moet de afbakening van die zones worden gewijzigd.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:



Artikel 1

Onderwerp

In deze beschikking worden de algemene geografische gebieden afgebakend waarin de lidstaten overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2000/75/EG beschermings- en toezichtsgebieden (hierna „de beperkingsgebieden” genoemd) moeten instellen.

Ook worden voorwaarden vastgesteld voor uitzonderingen op het verplaatsingsverbod zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onder c), en artikel 10, punt 1, van Richtlijn 2000/75/EG (hierna „het verplaatsingsverbod” genoemd) voor bepaalde verplaatsingen van dieren en van sperma, eicellen en embryo’s daarvan, uit en door de beperkingsgebieden (hierna „de doorvoer” genoemd).

Deze beschikking is niet van toepassing op verplaatsingen binnen de in artikel 2 bedoelde beperkingsgebieden, tenzij in andere artikelen anders is bepaald.

Artikel 2

Afbakening van beperkingsgebieden

De beperkingsgebieden worden afgebakend in de algemene geografische gebieden die zijn vermeld voor de gebieden A, B, C, D en E in bijlage I.

Uitzonderingen op het verplaatsingsverbod voor deze beperkingsgebieden mogen alleen overeenkomstig de artikelen 3, 4, 5 en 6 worden toegestaan.

Wat beperkingsgebied E betreft, moet voor verplaatsingen van levende herkauwers tussen Spanje en Portugal op grond van een bilaterale overeenkomst toestemming worden verleend door de betrokken bevoegde autoriteiten.

Artikel 3

Uitzonderingen op het verplaatsingsverbod voor verplaatsingen binnen de lidstaat

1. Het verplaatsingsverbod geldt niet voor verplaatsingen binnen de lidstaat van dieren en van sperma, eicellen en embryo’s daarvan, uit een beperkingsgebied, mits de dieren, het sperma, de eicellen en de embryo’s voldoen aan de voorwaarden van hetzij bijlage II, hetzij lid 2 of 3 van dit artikel.

▼M1

2. De bevoegde autoriteit staat een uitzondering op het verplaatsingsverbod toe voor verplaatsingen binnen de lidstaat zoals bedoeld in lid 1, indien:

a)de dieren afkomstig zijn van een beslag dat is gevaccineerd overeenkomstig een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd vaccinatieprogramma, en

b)de dieren:

i)meer dan dertig dagen maar minder dan twaalf maanden vóór de datum van de verplaatsing zijn gevaccineerd tegen het serotype of de serotypen die aanwezig zijn of mogelijk aanwezig zijn in een uit epizoötiologisch oogpunt relevant gebied van oorsprong, of

ii)op de dag van de verplaatsing minder dan twee maanden oud zijn en bestemd zijn voor een mestbedrijf dat tegen vectoren beschermd is en door de bevoegde autoriteit als mestbedrijf is geregistreerd.

▼B

3. Indien in een uit epizoötiologisch oogpunt relevant deel van de beperkingsgebieden meer dan veertig dagen zijn verstreken na de datum waarop de vectoractiviteit is gestopt, mag de bevoegde autoriteit uitzonderingen toestaan op het verplaatsingsverbod voor verplaatsingen binnen de lidstaat van:

a)dieren die zijn bestemd voor bedrijven die daartoe zijn geregistreerd door de bevoegde autoriteit van het bedrijf van bestemming en die alleen vanuit dergelijke bedrijven mogen worden verplaatst om direct te worden geslacht;

b)dieren die serologisch (ELISA of AGID*) negatief of serologisch positief maar virologisch (PCR*) negatief zijn of

c)dieren die zijn geboren na de datum waarop de vectoractiviteit is gestopt.

De bevoegde autoriteit staat de in dit lid bedoelde uitzonderingen alleen toe tijdens de periode waarin de vectoractiviteit is gestopt.

Indien op grond van het programma voor epidemietoezicht zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onder b), van Richtlijn 2000/75/EG wordt geconstateerd dat de vectoractiviteit in het betrokken beperkingsgebied opnieuw is begonnen, zorgt de bevoegde autoriteit ervoor dat dergelijke uitzonderingen niet langer van toepassing zijn.

4. Onder toezicht van de bevoegde autoriteit wordt een kanalisatieprocedure opgezet om te voorkomen dat dieren die overeenkomstig dit artikel zijn verplaatst, verder worden verplaatst naar een andere lidstaat.

Artikel 4

Uitzonderingen op het verplaatsingsverbod voor verplaatsingen van slachtdieren binnen de lidstaat

De bevoegde autoriteit mag een uitzondering op het verplaatsingsverbod toestaan voor verplaatsingen uit een beperkingsgebied van dieren die bestemd zijn om in dezelfde lidstaat onmiddellijk te worden geslacht, indien:

a)in elk geval afzonderlijk een risico-evaluatie wordt gemaakt van het mogelijke contact tussen de dieren en vectoren tijdens het vervoer naar het slachthuis, rekening houdend met:

i)de via het programma voor epidemietoezicht zoals bedoeld in artikel 9, lid 1, onder b), van Richtlijn 2000/75/EG verkregen gegevens over de vectoractiviteit;

ii)de afstand tussen de plaats van binnenkomst in het gebied waarvoor geen beperkingen gelden en het slachthuis;

iii)de entomologische gegevens met betrekking tot de onder ii) bedoelde route;

iv)de periode van de dag waarin het transport plaatsvindt, gerelateerd aan de uren waarop de vectoren actief zijn;

v)het mogelijke gebruik van insecticiden overeenkomstig Richtlijn 96/23/EG van de Raad (3);

b)de te verplaatsen dieren op de dag van vervoer geen enkel teken van bluetongue vertonen;

c)de dieren in door de bevoegde autoriteit verzegelde voertuigen worden vervoerd en onder officieel toezicht rechtstreeks naar het slachthuis worden gebracht;

d)de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor het slachthuis van de geplande verzending van de dieren naar het slachthuis op de hoogte wordt gebracht en aan de bevoegde autoriteit van de plaats van verzending meldt dat de dieren zijn aangekomen.

Artikel 5

Uitzonderingen op het verplaatsingsverbod voor dieren die de beperkingsgebieden verlaten ten behoeve van het intracommunautaire handelsverkeer

1. De bevoegde autoriteit staat een uitzondering op het verplaatsingsverbod toe voor verplaatsingen van dieren en van sperma, eicellen en embryo’s daarvan uit de beperkingsgebieden ten behoeve van het intracommunautaire handelsverkeer, indien:

a)de dieren en het sperma, de eicellen en de embryo’s voldoen aan de voorwaarden van artikel 3, en

b)de lidstaat van bestemming de verplaatsing van tevoren goedkeurt.

2. De lidstaat van herkomst van de dieren die van de in lid 1 bedoelde uitzondering gebruikmaakt, zorgt ervoor dat de volgende aanvullende vermelding wordt aangebracht op het desbetreffende certificaat volgens een van de in de Richtlijnen 64/432/EEG (4), 88/407/EEG (5), 89/556/EEG (6), 91/68/EEG (7) en 92/65/EEG (8) van de Raad vastgestelde modellen:

„Dit/Deze dieren/sperma/eicellen/embryo’s is/zijn (9) in overeenstemming met Beschikking 2005/393/EG.

Artikel 6

Doorvoer van dieren door een beperkingsgebied

1. De doorvoer door een beperkingsgebied van dieren die zijn verzonden uit een gebied buiten een beperkingsgebied wordt toegestaan indien de dieren en het vervoermiddel op de plaats van lading of in ieder geval vóór binnenkomst in het beperkingsgebied een behandeling met insecticiden ondergaan.

Indien tijdens de doorvoer door een beperkingsgebied een rustperiode in een halteplaats is gepland, vindt een behandeling met insecticiden plaats om de dieren tegen eventuele vectordieren te beschermen.

2. Indien het om intracommunautair handelsverkeer gaat, is voor de doorvoer toestemming vereist van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van doorvoer en de lidstaat van bestemming, en wordt de volgende aanvullende vermelding aangebracht op het certificaat volgens een van de bij de Richtlijnen 64/432/EEG, 91/68/EEG en 92/65/EEG vastgestelde modellen:

„Behandeld met het insecticide (naam van het product) op (datum) om (tijdstip), overeenkomstig Beschikking 2005/393/EC.”

.

Artikel 7

Uitvoeringsmaatregelen

De lidstaten brengen de maatregelen die zij op het handelsverkeer toepassen in overeenstemming met deze beschikking en geven onmiddellijk de nodige bekendheid aan de vastgestelde maatregelen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 8

Intrekking

Beschikking 2003/828/EG wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken beschikking worden gelezen als verwijzingen naar deze beschikking.

Artikel 9

Toepassing

Deze beschikking is van toepassing vanaf 13 juni 2005.

Artikel 10

Adressaten

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.




BIJLAGE I

Beperkingsgebieden: geografische gebieden waarin de lidstaten beschermings- en toezichtsgebieden moeten instellen

Gebied A

(serotypen 2 en 9, en in mindere mate 4 en 16)

Italië

Abruzzo

:

Chieti, alle gemeenten die ressorteren onder de lokale sanitaire dienst van Avezzano-Sulmona

Basilicata

:

Matera, Potenza

Calabria

:

Catanzaro, Cosenza, Crotone, Reggio Calabria, Vibo Valentia

Campania

:

Caserta, Benevento, Avellino, Napoli, Salerno

Lazio

:

Frosinone, Latina

Molise

:

Isernia, Campobasso

Puglia

:

Foggia, Bari, Lecce, Taranto, Brindisi

Sicilia

:

Agrigento, Catania, Caltanissetta, Enna, Messina, Palermo, Ragusa, Siracusa, Trapani

Malta

Gebied B

(serotype 2)

Italië

Abruzzo

:

L’Aquila, met uitzondering van alle gemeenten die ressorteren onder de lokale sanitaire dienst van Avezzano-Sulmona

Lazio

:

Viterbo, Roma, Rieti

Marche

:

Ascoli Piceno, Macerata

Toscana

:

►M2 —————Pisa, Grosseto, Livorno

Umbria

:

Terni, Perugia

Gebied C

(serotypen 2 en 9, en in mindere mate 16)

Frankrijk

Corse du Sud, Haute-Corse

Spanje

Islas Baleares (waar geen serotype 16 aanwezig is)

Italië

Sardinia

:

Cagliari, Nuoro, Sassari, Oristano

Gebied D

Cyprus

Gebied E

(serotype 4)

▼M3

Spanje

—de provincies Cádiz, Málaga, Sevilla, Huelva, Córdoba, Cáceres en Badajoz

—de provincie Jaén (de comarcas Jaén en Andújar)

—de provincie Toledo (de comarcas Almorox, Belvis de Jara, Gálvez, Mora, Los Navalmorales, Oropesa, Talavera de la Reina, Toledo, Torrijos en Juncos)

—de provincie Avila (de comarcas Candelada, Arenas de San Pedro en Sotillo de la Adrada)

—de provincie Ciudad Real (de comarcas Almadén, Almodóvar del Campo, Horcajo de los Montes, Malagón en Piedrabuena)

—de provincie Salamanca (de comarcas Béjar en Sequeros)

—de provincie Madrid (de comarcas Aranjuez, El Escorial, Griñón, Navalcarnero en San Martín de Valdeiglesias)

▼B

Portugal:

—regionale directie Landbouw van Algarve: alle concelhos

—regionale directie Landbouw van Alentejo: alle concelhos

—regionale directie Landbouw van Ribatejo e Oeste: de concelhos Montijo (de freguesias Canha, S. Isidoro de Pegões en Pegões), Coruche, Setúbal, Palmela, Alcochete, Benavente, Salvaterra de Magos, Almeirim, Alpiarça, Chamusca, Constância, Abrantes en Sardoal

—regionale directie Landbouw van Beira Interior: de concelhos Penamacor, Fundão, Oleiros, Sertã, Vila de Rei, Idanha a Nova, Castelo Branco, Proença-a-Nova, Vila Velha de Rodao en Mação




BIJLAGE II

bedoeld in artikel 3, lid 1

▼M1

A.

Levende dieren moeten tegen culicoïdes zijn beschermd:

1)ten minste gedurende 60 dagen vóór de verplaatsing, of

2)ten minste gedurende de laatste 28 dagen vóór de verplaatsing en in die periode negatief hebben gereageerd op een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen de bluetonguevirusgroep, bijvoorbeeld de competitie-ELISA op bluetongue of de AGID-test, waarbij die test is uitgevoerd op monsters die ten minste 28 dagen na het begin van de bescherming tegen vectoren zijn afgenomen, of

3)ten minste gedurende zeven dagen vóór de verplaatsing en in die periode negatief hebben gereageerd op een virusisolatietest of een PCR-test op bluetongue, waarbij die test is uitgevoerd op monsters die ten minste zeven dagen na het begin van de bescherming tegen vectoren zijn afgenomen, en

4)tijdens het vervoer naar de plaats van verzending.

▼B

B.

Sperma moet zijn verkregen van donordieren die:

1)ten minste gedurende de laatste 100 dagen vóór het begin van de spermawinning en tijdens de spermawinning beschermd zijn tegen culicoïdes, of

2)in de periode waarin sperma voor deze zending is gewonnen, ten minste om de 60 dagen en vervolgens ten minste 28 en ten hoogste 60 dagen na het winnen van de laatste hoeveelheid sperma voor deze zending, negatief hebben gereageerd op een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen de bluetonguevirusgroep, bijvoorbeeld de competitie-ELISA of de AGID-test, of

3)in de periode waarin het sperma voor deze zending is gewonnen negatief hebben gereageerd op een virusisolatietest of een PCR-test die is verricht aan het begin en aan het einde van de spermawinning, en op de virusisolatietests of de PCR-tests die tijdens de spermawinning ten minste om de zeven dagen, respectievelijk ten minste om de 28 dagen zijn verricht.

C.

Eicellen en embryo’s moeten zijn verkregen van donordieren die:

1)ten minste gedurende de laatste 100 dagen vóór het begin van de winning van de embryo’s/eicellen en tijdens deze winning beschermd zijn tegen culicoïdes, of

2)negatief hebben gereageerd op een serologische test voor de opsporing van antilichamen tegen de bluetonguevirusgroep, bijvoorbeeld de competitie-ELISA of de AGID-test, die ten minste 28 en ten hoogste 60 dagen na de winning van de embryo’s/eicellen is verricht, of

3)negatief hebben gereageerd op een virusisolatietest of een PCR-test op bluetongue die op de dag van de winning is verricht.



(1) PB L 327 van 22.12.2000, blz. 74.

(2) PB L 311 van 27.11.2003, blz. 41. Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2005/216/EG (PB L 69 van 16.3.2005, blz. 39).

(3) PB L 125 van 23.5.1996, blz. 10.

(4) PB 121 van 29.7.1964, blz. 1977/64.

(5) PB L 194 van 22.7.1988, blz. 10.

(6) PB L 302 van 19.10.1989, blz. 1.

(7) PB L 46 van 19.2.1991, blz. 19.

(8) PB L 268 van 14.9.1992, blz. 54.

(9) Doorhalen wat niet van toepassing is.”.