Home

Wet Huis voor klokkenluiders

Geldig vanaf 1 mei 2022
Geldig vanaf 1 mei 2022

Wet Huis voor klokkenluiders

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-05-2022]

Aanhef

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om met het oog op de bescherming van klokkenluiders rechtsbescherming te regelen, een Huis voor klokkenluiders op te richten en dat het noodzakelijk is daartoe wettelijke bepalingen vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. Huis: Huis voor klokkenluiders als bedoeld in artikel 3;

  2. afdeling advies: de afdeling advies van het Huis, bedoeld in artikel 3a, tweede lid;

  3. afdeling onderzoek: de afdeling onderzoek van het Huis, bedoeld in artikel 3a, derde lid;

  4. vermoeden van een misstand: het vermoeden van een werknemer, dat binnen de organisatie waarin hij werkt of heeft gewerkt of bij een andere organisatie indien hij door zijn werkzaamheden met die organisatie in aanraking is gekomen, sprake is van een misstand voor zover:

    1. 1°.

      het vermoeden gebaseerd is op redelijke gronden, die voortvloeien uit de kennis die de werknemer bij zijn werkgever heeft opgedaan of voortvloeien uit de kennis die de werknemer heeft gekregen door zijn werkzaamheden bij een ander bedrijf of een andere organisatie, en

    2. 2°.

      het maatschappelijk belang in het geding is bij de schending van een wettelijk voorschrift, een gevaar voor de volksgezondheid, een gevaar voor de veiligheid van personen, een gevaar voor de aantasting van het milieu, een gevaar voor het goed functioneren van de openbare dienst of een onderneming als gevolg van een onbehoorlijke wijze van handelen of nalaten;

  5. onderzoek: een onderzoek als bedoeld in artikel 4;

  6. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

  7. werkgever: degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid laat verrichten of heeft laten verrichten dan wel degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid laat verrichten of heeft laten verrichten;

  8. werknemer: degene die krachtens arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht of publiekrechtelijke aanstelling arbeid verricht of heeft verricht dan wel degene die anders dan uit dienstbetrekking arbeid verricht of heeft verricht;

  9. verzoeker: de werknemer die de afdeling onderzoek verzoekt een onderzoek in te stellen;

  10. bureau: het bureau, bedoeld in artikel 3d.

§ 2. Interne procedure

Artikel 2

Hoofdstuk 2. Het Huis voor klokkenluiders

§ 1. Instelling en taak

Artikel 3

Artikel 3a

Artikel 3b

Artikel 3c

Artikel 3d

Artikel 3e

§ 2. Werkwijze

Artikel 3f

Artikel 3g

Artikel 3h

Artikel 3i

Artikel 3j

§ 3. Advies

Artikel 3k

§ 4. Het onderzoeken van een vermoeden van een misstand door de afdeling onderzoek

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

§ 4a. Onderzoek in de publieke sector

Artikel 9

Artikel 10

§ 4b. Onderzoek in de private sector

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

§ 5. Rapport

Artikel 17

§ 6. Verhouding tot andere procedures

Artikel 17a

Artikel 17b

§ 7. Vervolg op aanbevelingen

Artikel 17c

Artikel 17d

Hoofdstuk 3. Wijziging van andere wetten

Artikel 18

Artikel 18a

Artikel 18b

Artikel 18c

Artikel 18d

Artikel 18e [Vervallen per 01-01-2020]

Artikel 18f [Vervallen per 01-01-2020]

Artikel 18g

Artikel 18h

Artikel 19 [Vervallen per 01-07-2016]

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 21a

Artikel 22

Artikel 23