Home

Pensioenwet BES

Geldig van 1 januari 2015 tot 1 juli 2021
Geldig van 1 januari 2015 tot 1 juli 2021

Pensioenwet BES

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2015 tot 01-07-2021]

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • aanspraakgerechtigde: persoon die begunstigde is voor een nog niet ingegaan pensioen;

  • afkoop: iedere handeling waardoor pensioenaanspraken of pensioenrechten hun pensioenbestemming verliezen;

  • Bank: De Nederlandsche Bank N.V.;

  • bedrijfstakpensioenfonds: een pensioenfonds ten behoeve van een of meer bedrijfstakken of delen van een bedrijfstak;

  • bijdrage: iedere onder de naam van bijdrage, premie, inleg, contributie, koopsom, dan wel, indien de betaling in termijnen is overeengekomen, aflossing, of onder welke andere naam ook, ineens of periodiek verschuldigde geldsom bestemd voor de verzekering van pensioen;

  • deelnemer: de werknemer of gewezen werknemer die op grond van een pensioenovereenkomst aanspraken verwerft jegens een pensioenuitvoerder;

  • externe deskundige: externe deskundige als bedoeld in artikel 121 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES;

  • gepensioneerde: pensioengerechtigde voor wie het ouderdomspensioen is ingegaan;

  • gewezen deelnemer: de werknemer of gewezen werknemer door wie op grond van een pensioenovereenkomst geen pensioen meer wordt verworven en die bij beëindiging van de deelneming een pensioenaanspraak heeft behouden jegens een pensioenuitvoerder;

  • Hof van Justitie: Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • ondernemingspensioenfonds: een pensioenfonds verbonden aan een onderneming of aan een groepsmaatschappij als bedoeld in Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES;

  • Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • openbaar lichaam: het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • pensioen: ouderdoms-, invaliditeits-, weduwen-, weduwnaars- en wezenpensioen;

  • pensioenfonds: een rechtspersoon, waarin ten behoeve van ten minste twee deelnemers, gewezen deelnemers of hun nabestaanden gelden worden of werden bijeengebracht en worden beheerd ter uitvoering van een pensioenregeling;

  • pensioengerechtigde: persoon voor wie op grond van een pensioenovereenkomst het pensioen is ingegaan;

  • pensioenovereenkomst: hetgeen tussen een werkgever en een werknemer is overgekomen betreffende pensioen;

  • pensioenuitvoerder: een ondernemingspensioenfonds, een bedrijfstakpensioenfonds of een verzekeraar die zetel hebben in het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  • transitiedatum: het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt;

  • uitvoeringsovereenkomst: de overeenkomst tussen een werkgever en een pensioenuitvoerder over de uitvoering van een of meer pensioenovereenkomsten;

  • werkgever: het hoofd van een onderneming of, zo deze een rechtspersoon is, die rechtspersoon zelve;

  • werknemer: ieder, die in dienst van een onderneming is.

2.

Voor de toepassing van deze wet wordt:

  1. met een onderneming gelijkgesteld elke instelling van welke aard ook;

  2. degene die een vrij beroep uitoefent geacht een onderneming te drijven;

  3. met een bedrijfstak gelijkgesteld een groep van instellingen, die niet, of niet alle ondernemingen zijn.

3.

Een ondernemingspensioenfonds kan aan meer dan een onderneming verbonden zijn.

4.

[vervallen]

5.

Indien de onderneming, waaraan een pensioenfonds verbonden is, ophoudt te bestaan, wordt dat fonds voor de toepassing van deze wet geacht zijn karakter als ondernemingspensioenfonds niet van rechtswege te verliezen.

Artikel 1a

1.

De werkgever brengt een pensioenovereenkomst, uiterlijk wanneer een werknemer pensioenaanspraken verwerft, onder door onmiddellijk een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst te sluiten met en in stand te houden bij:

  1. een pensioenuitvoerder;

  2. een pensioenfonds uit een ander deel van het Koninkrijk; of

  3. een verzekeraar met een zetel buiten de openbare lichamen, mits die verzekeraar op grond van de Wet financiële markten BES het bedrijf van levensverzekeraar of schadeverzekeraar mag uitoefenen.

2.

De in het eerste lid opgenomen verplichting van de werkgever tot het sluiten en in standhouden van een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst geldt niet bij uitvoering door een bedrijfstakpensioenfonds, mits de werkgever:

  1. gehouden is of zich verbonden heeft door lid te zijn van een werkgeversvereniging tot naleving van de statuten en reglementen van dit bedrijfstakpensioenfonds; of

  2. ten aanzien van zijn werknemers gebonden is door de Pensioenwet ambtenaren BES.

3.

De in het eerste lid opgenomen verplichtingen van de werkgever tot onderbrenging en het sluiten en in stand houden van een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst gelden niet wanneer een pensioenovereenkomst is gesloten door een werkgever die tevens pensioenuitvoerder is, mits de pensioenovereenkomsten van deze werknemers worden ondergebracht bij de werkgever in zijn hoedanigheid van pensioenuitvoerder.

Artikel 2

1.

De werkgever die ter uitvoering van pensioenovereenkomsten een ondernemingspensioenfonds aan zijn onderneming heeft verbonden, is toegetreden tot een bedrijfstakpensioenfonds of een uitvoeringsovereenkomst heeft gesloten met een verzekeraar, is gehouden ervoor zorg te dragen dat de pensioenuitvoerder de overeengekomen bijdragen ontvangt.

2.

Indien de pensioenovereenkomst inhoudt dat de omvang van de werkgeversbijdrage telkens aan het einde van een periode wordt vastgesteld, mag een zodanige periode niet langer dan een jaar duren.

Indien de dienstbetrekking van een werknemer tijdens een zodanige periode eindigt, is de bijdrage naar tijdsevenredigheid verschuldigd.

3.

Indien een werkgever zich bij de pensioenovereenkomst de bevoegdheid tot vermindering of beëindiging van zijn bijdrage aan de pensioenregeling heeft voorbehouden, is hij verplicht van dit voorbehoud schriftelijk mededeling te doen aan de pensioenuitvoerder. Hij kan dit voorbehoud slechts maken voor het geval van een ingrijpende wijziging van omstandigheden. Wanneer hij voornemens is tot uitoefening van de bevoegdheid op grond van dit voorbehoud over te gaan, deelt hij dit onverwijld schriftelijk mede aan de pensioenuitvoerder, alsmede aan degenen, wier pensioen of aanspraak op pensioen daardoor wordt getroffen.

Artikel 3

1.

De werkgever komt met het aan zijn onderneming verbonden ondernemingspensioenfonds schriftelijk een regeling omtrent de betaling van de bijdragen overeen, die ten minste voldoet aan de voorschriften van het tweede lid. Een werkgever die is toegetreden tot een bedrijfstakpensioenfonds, treft eveneens een zodanige regeling met het bedrijfstakpensioenfonds, indien en voor zover statuten en reglementen van dit fonds niet overeenkomstige voorschriften omtrent de betaling van de bijdragen bevatten. Een werkgever die pensioenovereenkomsten heeft ondergebracht bij een verzekeraar, komt met die verzekeraar een regeling omtrent de betaling van bijdragen overeen, die ten minste voldoet aan de voorschriften van het tweede lid.

2.

De werkgever moet binnen tien dagen na afloop van elk kalenderkwartaal zijn eigen bijdrage in de voorziening voor elke deelnemer berekend over dat kwartaal alsmede de bijdragen, welke hij over dat kwartaal op het loon van de deelnemers heeft ingehouden, voldoen aan de pensioenuitvoerder. Wordt zijn bijdrage na afloop van een langere termijn dan een kwartaal vastgesteld, dan moet hij binnen tien dagen na afloop van elke kwartaal het vierde gedeelte van zijn geschatte jaarbijdrage voldoen, met dien verstande, dat hij zijn jaarbijdrage in haar geheel binnen negen maanden na afloop van het kalenderjaar moet hebben betaald.

3.

Indien een werkgever zijn verplichting tot betaling niet binnen een maand na afloop van de in het vorige lid genoemde termijn is nagekomen, is ieder der bestuurders van het fonds respectievelijk is de verzekeraar gehouden ervoor zorg te dragen, dat dit binnen 30 dagen aan de Bank schriftelijk wordt medegedeeld.

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5a

Artikel 5b

Artikel 5c

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 7a

Artikel 7b

Artikel 7c

Artikel 7d

Artikel 7e

Artikel 7f

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 13a

Artikel 13b

Artikel 13c

Artikel 13d

Artikel 13e

Artikel 14

Artikel 14a

Artikel 14b

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 16a

Artikel 16b

Artikel 16c

Artikel 16d

Artikel 16e

Artikel 16f

Artikel 16g

Artikel 16h

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 19a

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 21a

Artikel 22

Artikel 22a

Artikel 23 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 23a

Artikel 24 [Vervallen per 01-01-2013]

Artikel 25

Artikel 25a

Artikel 26

Artikel 26a

Artikel 26b

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33