Home

Wet toelating en uitzetting BES

Geldig vanaf 10 oktober 2010
Geldig vanaf 10 oktober 2010

Wet toelating en uitzetting BES

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 10-10-2010]

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

  2. Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

  3. ambtenaren belast met de grensbewaking dan wel het toezicht op personen: ambtenaren, bedoeld in artikel 22a;

  4. annulering van een visum: intrekking van een visum met terugwerkende kracht tot en met het tijdstip van de verlening;

  5. machtiging tot voorlopig verblijf: visum voor de toegang tot de openbare lichamen voor verblijf van meer dan drie maanden;

  6. referent: een Nederlander of een in de openbare lichamen toegelaten en gevestigde vreemdeling dan wel het bevoegd gezag van een in de openbare lichamen kantoorhoudende rechtspersoon, die een aanvraag heeft ingediend omtrent een machtiging tot voorlopig verblijf ten behoeve van een vreemdeling;

  7. terugkeervisum: visum voor de toegang tot de openbare lichamen van een visumplichtige persoon die de openbare lichamen tijdelijk zal verlaten;

  8. visum: voor de toegang tot de openbare lichamen voor verblijf van niet langer dan drie maanden door Onze Minister van Buitenlandse Zaken afgegeven visum, alsmede een onder e of g bedoeld visum;

  9. verdragsvluchteling: de vreemdeling die vluchteling is in de zin van het op 28 juli 1951 te Genève tot stand gekomen Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1954, 88) en het op 31 januari 1967 te New York tot stand gekomen Protocol betreffende de status van vluchtelingen (Trb. 1967, 76) en op wie de bepalingen ervan van toepassing zijn;

  10. vreemdeling: ieder die niet de Nederlandse nationaliteit bezit.

Artikel 1a

1.

Deze wet is, met uitzondering van hoofdstuk 2, van overeenkomstige toepassing op:

  1. Nederlanders, geboren buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  2. Nederlanders die buiten Bonaire, Sint Eustatius en Saba de Nederlandse nationaliteit verkregen hebben.

2.

In afwijking van het eerste lid, is deze wet niet van overeenkomstige toepassing op Nederlanders die op dan wel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland zijn geboren of de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen, indien en voor zover deze wet niet op de vader of de moeder van toepassing is.

3.

In afwijking van het eerste lid, is deze wet evenmin van overeenkomstige toepassing op Nederlanders, die:

  1. direct voorafgaand aan 10 oktober 2010 gedurende een ononderbroken periode van tenminste een jaar hun woonplaats als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van de Nederlandse Antillen hebben gehad op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius of Saba en die geboren zijn op dan wel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland, dan wel in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of het Europese deel van Nederland de Nederlandse nationaliteit verkregen hebben;

  2. kinderen zijn van de onder a bedoelde Nederlanders en direct voorafgaand aan 10 oktober 2010 gedurende een ononderbroken periode van tenminste een jaar hun woonplaats hebben gehad op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

Artikel 2

Toelating tot verblijf wordt van rechtswege toegekend of bij vergunning verleend.

Hoofdstuk 2. Nationale visa

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 2a

Artikel 2b

Artikel 2c

Artikel 2d

§ 2. Machtiging tot voorlopig verblijf

Artikel 2e

Artikel 2f

Artikel 2g

Artikel 2h

§ 3. Terugkeervisum

Artikel 2i

Artikel 2j

Artikel 2k

Artikel 2l

Hoofdstuk 3. Toegang

Artikel 2m

Artikel 2n

Artikel 2o

Artikel 2p

Artikel 2q

Artikel 2r

Artikel 2s

Artikel 2t

Artikel 2u

Artikel 2v

Artikel 2w

Artikel 2x

Hoofdstuk 4. Toelating van rechtswege

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5a

Hoofdstuk 5. Toelating bij vergunning verleend

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 12a

Hoofdstuk 6. Gevolg verlies afhankelijke toelating van de echtgenoot en minderjarige kinderen

Artikel 13

Hoofdstuk 7. Intrekking van de vergunning tot toelating

Artikel 14

Hoofdstuk 8. Vrijheidsbeperkende en vrijheid-ontnemende maatregelen

Artikel 15

Artikel 15a

Artikel 15b

Artikel 15c

Artikel 15d

Hoofdstuk 9. Vertrek, uitzetting en ongewenstverklaring

§ 1. Vertrek

Artikel 16

Artikel 16a

§ 2. Uitzetting

Artikel 16b

Artikel 16c

§ 3. Ongewenstverklaring

Artikel 16d

Artikel 16e

Hoofdstuk 10. Processuele bepalingen

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19

Hoofdstuk 11. Uitvoeringsmaatregelen

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Hoofdstuk 12. Aanwijzing en bevoegdheden van ambtenaren

§ 1. Aanwijzing

Artikel 22a

Artikel 22b

§ 2. Bevoegdheden

Artikel 22c

Artikel 22d

Artikel 22e

Artikel 22f

Artikel 22g

Hoofdstuk 13. Maatregelen van toezicht

Artikel 22h

Artikel 22i

Hoofdstuk 14. Bijzondere rechtsmiddelen

Artikel 22j

Artikel 22k

Artikel 22l

Artikel 22m

Artikel 22n

Artikel 22o

Artikel 22p

Artikel 22q

Artikel 22r

Artikel 22s

Artikel 22t

Artikel 22u

Artikel 22v

Artikel 22w

Artikel 22x

Hoofdstuk 15. Algemene, straf- en slotbepalingen

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28 en 29