Home

Wet wegvervoer goederen

Geldig vanaf 1 januari 2024
Geldig vanaf 1 januari 2024

Wet wegvervoer goederen

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2024]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de regelgeving voor de toelating tot het beroep van goederenvervoerder over de weg en voor de toelating tot de markt van het goederenvervoer over de weg te versoberen, om de administratieve lasten voor de goederenvervoerders te verminderen en de handhaafbaarheid van de regelgeving te verbeteren, mede gelet op de eerste richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschap van 23 juli 1962 betreffende de vaststelling van gemeenschappelijke regels voor bepaalde soorten goederenvervoer over de weg (Pb EG 70), verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1992 betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lidstaat of over het grondgebied van een of meer Lid-Staten (PbEG L 95), verordening (EEG) nr. 3118/93 van de Raad van Europese Gemeenschappen van 25 oktober 1993 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoerders worden toegelaten tot het binnenlands goederenvervoer over de weg in een Lid-Staat waarin zij niet gevestigd zijn (PbEG L 279) en op richtlijn nr. 96/26/EG van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1996 inzake de toegang tot het beroep van vervoerder van goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg, nationaal en internationaal, en inzake de wederzijdse erkenning van diploma’s, certificaten en andere titels ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde vervoerondernemers (PbEG L 124);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • afzender: afzender, bedoeld in artikel 1090 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

  • beroepsverordening voor het wegvervoer: de bij regeling van Onze Minister aangewezen beroepsverordening voor het wegvervoer;

  • beroepsvervoer: vervoer van goederen met een of meer vrachtauto's dat tegen vergoeding van een of meer derden wordt verricht, niet zijnde eigen vervoer;

  • bestuurdersattest: bestuurdersattest als bedoeld in de marktverordening voor het wegvervoer;

  • cabotagevervoer: binnenlands beroepsvervoer door een niet in Nederland gevestigde vervoerder;

  • CEMT-vergunning: de vergunning die door het Secretariaat van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer (CEMT) wordt uitgegeven voor het verrichten van grensoverschrijdend goederenvervoer;

  • communautaire vergunning: communautaire vergunning als bedoeld in de marktverordening voor het wegvervoer;

  • eigen vervoer: vervoer van goederen met een of meer vrachtauto's dat voor eigen rekening wordt verricht dan wel als werkzaamheid van ondersteunende aard die direct samenhangt met de hoofdwerkzaamheid binnen de bedrijfsactiviteiten;

  • expediteur: expediteur, bedoeld in artikel 60 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek;

  • gecombineerd vervoer: vervoer als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de richtlijn gecombineerd vervoer;

  • lidstaat: lidstaat van de Europese Unie;

  • marktverordening voor het wegvervoer: de bij regeling van Onze Minister aangewezen marktverordening voor het wegvervoer;

  • NIWO: de in artikel 4.1 bedoelde organisatie;

  • Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Milieu;

  • richtlijn gecombineerd vervoer: Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen Lid-Staten (PbEG 1992, L 368);

  • vervoerder: de natuurlijke persoon, de rechtspersoon, de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid of de maatschap voor wiens rekening en risico het beroepsvervoer of het eigen vervoer wordt verricht;

  • vervoersmanager: vervoersmanager als bedoeld in de beroepsverordening voor het wegvervoer;

  • vrachtauto: motorvoertuig of een samenstel van voertuigen, dat uitsluitend wordt gebruikt voor vervoer van goederen.

Artikel 1.2

1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder beroepsvervoer onderscheidenlijk eigen vervoer mede verstaan de ledige ritten en het laden en lossen van zaken in een vrachtauto in verband met dit vervoer.

2.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder rechtspersoon mede verstaan de vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid en de maatschap.

3.

Een natuurlijk persoon die goederen vervoert met een communautaire vergunning van een derde of met een vergunning als bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, van een derde, verricht beroepsvervoer indien hij de vrachtauto waarmee de goederen worden vervoerd in eigendom heeft of de vrachtauto hem anderszins tegen vergoeding ter beschikking is gesteld.

4.

Het binnenlands vervoer van goederen ten behoeve van een andere rechtspersoon geschiedt voor de toepassing van deze wet voor eigen rekening indien:

  1. die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van artikel 15 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, als een fiscale eenheid wordt aangemerkt, of

  2. die rechtspersoon samen met de vervoerder al dan niet met een of meer andere rechtspersonen ingevolge een beschikking op basis van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968, als één onderneming wordt aangemerkt.

Artikel 1.3

Hoofdstuk 2. Toegang tot de markt en tot het beroep

Artikel 2.1

Artikel 2.2

Artikel 2.3

Artikel 2.4

Artikel 2.5

Artikel 2.6

Artikel 2.7

Artikel 2.8

Artikel 2.8a

Artikel 2.9

Artikel 2.10

Artikel 2.11

Artikel 2.12

Artikel 2.13

Artikel 2.14

Hoofdstuk 3. Verlening en intrekking van beschikkingen

Artikel 3.1

Artikel 3.2

Artikel 3.2a

Artikel 3.3

Artikel 3.4

Artikel 3.5

Artikel 3.6

Hoofdstuk 4. Taken, inrichting en financiering van de NIWO

Artikel 4.1

Artikel 4.2

Artikel 4.3

Artikel 4.3a

Artikel 4.3b

Artikel 4.3c

Artikel 4.4

Artikel 4.5

Artikel 4.6

Artikel 4.7

Artikel 4.8

Artikel 4.9

Hoofdstuk 5. Toezicht, handhaving en opsporing

Artikel 5.1

Artikel 5.2

Artikel 5.3

Artikel 5.4

Artikel 5.5

Hoofdstuk 6. Wijziging van andere wetten

Artikel 6.1

Artikel 6.2

Artikel 6.3

Artikel 6.4

Hoofdstuk 7. Overgangsbepalingen

Artikel 7.1

Artikel 7.2

Artikel 7.3 [Vervallen per 29-06-2013]

Hoofdstuk 8. Slotbepalingen

Artikel 8.1

Artikel 8.2 [Vervallen per 29-06-2013]

Artikel 8.3

Artikel 8.4

Artikel 8.5

Artikel 8.6

Artikel 8.7

Artikel 8.8

Artikel 8.9