Home

Muntwet 2002

Geldig vanaf 1 juli 2023
Geldig vanaf 1 juli 2023

Muntwet 2002

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-07-2023]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, in verband met de invoering van de chartale euro met ingang van 1 januari 2002 en ter uitvoering van artikel 106 van de Grondwet, wenselijk is de Muntwet 1987 te vervangen door een nieuwe wettelijke regeling van het Nederlandse muntstelsel;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • gewone circulatiemunten: de euromunten, genoemd in artikel 2, lid 2 van Verordening (EU) nr. 729/2014 van de Raad van 24 juni 2014 over de denominaties en technische specificaties van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PbEU 2014, L 194);

  • herdenkingsmunten: de euromunten, genoemd in artikel 2, lid 3 van Verordening (EU) nr. 729/2014 van de Raad van 24 juni 2014 over de denominaties en technische specificaties van voor circulatie bestemde euromuntstukken (PbEU 2014, L 194);

  • munten voor verzamelaars: de euromunten, genoemd in artikel 1 van Verordening (EU) nr. 651/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de uitgifte van euromunten (PbEU 2012, L 201);

  • Onze Minister: Onze Minister van Financiën;

  • verordening valsemunterij: Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad van 28 juni 2001 tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (PbEG 2001, L 181);

  • verordening echtheids- en geschiktheidscontrole euromunten: Verordening (EU) nr. 1210/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2010 betreffende de echtheidscontrole van euromunten en de behandeling van euromunten die ongeschikt zijn voor de circulatie (PbEU 2010, L 339).

Artikel 2

De munten die door de Staat der Nederlanden worden uitgegeven zijn gewone circulatiemunten, herdenkingsmunten, munten voor verzamelaars en munten zonder de hoedanigheid van wettig betaalmiddel.

Artikel 3

1.

De bestanddelen van de beeldenaars van de nationale zijde van gewone circulatiemunten en herdenkingsmunten worden bij koninklijk besluit vastgesteld.

2.

De in het eerste lid bedoelde munten dragen in ieder geval de beeltenis en de naam van de Koning (Koningin) en de woorden: Koning (Koningin) der Nederlanden.

3.

In het kader van een Europees herdenkingsthema kan ten aanzien van gewone circulatiemunten en herdenkingsmunten van twee euro worden afgeweken van het tweede lid.

Artikel 4

Artikel 4a [Vervallen per 01-01-2020]

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6a [Vervallen per 01-01-2020]

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13