Home

Besluit zeevisvaartbemanning

Geldig van 20 augustus 2013 tot 6 januari 2014
Geldig van 20 augustus 2013 tot 6 januari 2014

Besluit zeevisvaartbemanning

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 20-08-2013 tot 06-01-2014]
[Regeling ingetrokken per 01-04-2019]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 10 januari 2001, kenmerk DGG/ J-01/005603, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op de artikelen 16, 17, eerste lid, 18, derde, vierde, vijfde en zesde lid, 19, eerste lid, 25, eerste lid, 34, eerste lid, 36, 44, eerste lid, 64 en 71, eerste lid, van de Zeevaartbemanningswet; op Richtlijn nr. 92/29/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (Pb EG L 113), op het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 69 van de Internationale Arbeidsconferentie inzake het diploma van bekwaamheid als scheepskok, 1946 (Stb. I 328), het op 27 juni 1946 te Seattle tot stand gekomen Verdrag No. 73 van de Internationale Arbeidsconferentie inzake het geneeskundig onderzoek van zeelieden, 1946 (Stb. I 326) en het op 19 juni 1959 te Genève tot stand gekomen Verdrag No. 113 van de Internationale Arbeidsorganisatie betreffende het geneeskundig onderzoek van vissers (Trb. 1964, 44);

De Raad van State gehoord (advies van 23 februari 2001, nr. W09.01.0025/V);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 21 augustus 2001, kenmerk DGG/J-01/003057, Directoraat-Generaal Goederenvervoer, Stafafdeling Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Definities en reikwijdte

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. lengte: de lengte van een vissersvaartuig die gelijk is aan 96 procent van de lengte van de lastlijn op 85 procent van de kleinste holte naar de mal gemeten vanaf de bovenzijde van de kielplaat, dan wel gelijk aan de lengte van de voorzijde van de voorsteven tot aan de hartlijn van de roerkoning gemeten op deze lastlijn, indien deze laatste lengte groter is. Bij vissersvaartuigen die met een stuurlast zijn ontworpen moet de lastlijn waarop deze lengte gemeten wordt, evenwijdig aan de constructiewaterlijn worden genomen.

  2. voortstuwingsvermogen: het maximale vermogen, uitgedrukt in kiloWatt (kW), dat door de voortstuwingsmachines zonder overbelasting gedurende onbeperkte tijdsduur kan worden geleverd, zoals dat vermeld staat op het bemanningscertificaat.

  3. vaargebied Ia: het gebied omvattende alle wateren tot 15 zeemijlen uit de Franse, Belgische, Nederlandse en Duitse kust, in het zuiden begrensd door de lijn Calais-Dover, in het oosten door de meridiaan van 8° Oosterlengte;

  4. vaargebied I: het gebied omvattende alle wateren tot 30 zeemijlen uit de Franse, Belgische, Nederlandse, Duitse en Deense westkust, in het zuiden begrensd door de lijn Calais-Dover, in het noorden door de parallel van 57° Noorderbreedte;

  5. vaargebied II: het gebied omvattende de Noordzee tot de 62e Noorderbreedtegraad tot de lijn die het punt, op 62° Noorderbreedte en 1° Westerlengte verbindt met Strathie Point (noordkust Schotland), het Kanaal, het Kanaal van Bristol, het St. George Kanaal en de Ierse Zee in het zuiden tot de lijn die Kaap St. Mathieu verbindt met Old Head of Kinsale (zuidkust Ierland) en in het noorden tot de lijn van Inishowen Head naar Islay (Ardmore Point), van Islay (Rhuda Mail) langs de oostkust van Colonsay naar Mull (Loch Buie) en van Mull (Java Point) naar Schotland (Barony Point), en de Oostzee;

  6. schipper: een persoon met de vaarbevoegdheid als schipper zeevisvaart;

  7. plaatsvervangend schipper: een persoon met de vaarbevoegdheid als plaatsvervangend schipper zeevisvaart;

  8. stuurman-werktuigkundige: een persoon met de vaarbevoegdheid als stuurman-werktuigkundige zeevisvaart;

  9. kennisbewijs: het diploma of certificaat afgegeven door een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) dan wel een getuigschrift of verklaring afgegeven door een instelling als bedoeld in de Wet Hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) of een certificaat afgeven door een door de Minister erkende opleiding waaruit blijkt dat een erkende opleiding met goed gevolg is afgesloten;

  10. STCW-Verdrag: het op 7 juli 1978 te Londen tot stand gekomen Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (Trb. 1981, 144);

  11. STCW-Code de Code inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van zeevarenden, behorend bij het STCW-Verdrag (Trb. 1996, 249);

  12. geneeskundige verklaring: een verklaring als bedoeld in artikel 60;

  13. wet: Wet zeevarenden.

Artikel 2

Dit besluit is van toepassing aan boord van vissersvaartuigen.

Hoofdstuk 2. Regels voor het geven van een ontheffing

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Hoofdstuk 3. Regels met betrekking tot de vereiste bemanning van vissersvaartuigen

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Hoofdstuk 4. Nadere regels met betrekking tot vaarbevoegdheidsbewijzen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 18

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23 [Vervallen per 17-09-2008]

§ 2. Algemene bepalingen inzake kennisbewijzen

Artikel 24

§ 3. Vereiste kennisbewijzen en ervaring algemeen

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 35

§ 4. Vaarbevoegdheidsbewijzen op grond van Dienstdiploma's

Artikel 36

Artikel 37

§ 5. Overgangsbepalingen vaarbevoegdheden

Artikel 38

Hoofdstuk 5. Beroepsvereisten voor de zeevisvaart

§ 1. Algemeen

Artikel 39

§ 2. Beroepsvereisten zeevisvaart

Artikel 39a

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 42

Artikel 43

§ 3. Beroepsvereisten ten aanzien van veiligheidstrainingen

Basis veiligheidstraining

Artikel 44

Sloepsgast

Artikel 45

Brandbestrijding voor gevorderden [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 46 [Vervallen per 01-01-2005]

§ 4. Beroepsvereisten ten aanzien van overige diploma's en certificaten

Scheepsgezondheidszorg

Artikel 47

Scheepskok

Artikel 48

Hoofdstuk 6. Nadere regels aangaande de monsterrol en het monsterboekje

§ 1. De monsterrol

Artikel 49

Artikel 50

Artikel 51

Artikel 52

§ 2. Het monsterboekje

Artikel 53

Artikel 54

Artikel 55

Artikel 56

Artikel 57

Artikel 58

Artikel 59

Hoofdstuk 7. Nadere regels aangaande de medische geschiktheid van bemanningsleden van vissersvaartuigen

Artikel 60

Artikel 61

Artikel 62

Artikel 63

Artikel 64

Artikel 65

Artikel 66

Artikel 67

Artikel 68

Artikel 69

Artikel 70 [Vervallen per 01-01-2005]

Artikel 71 [Vervallen per 01-01-2005]

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen met betrekking tot de bemanning van vissersvaartuigen

Artikel 72

Artikel 73

Artikel 74

Artikel 75

Artikel 76

Artikel 77

Artikel 78

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 79

Artikel 80

Artikel 81

Artikel 82

Bijlage I

Bijlage II