Home

Besluit financiële verhouding 2001

Geldig van 8 maart 2006 tot 20 juni 2006
Geldig van 8 maart 2006 tot 20 juni 2006

Besluit financiële verhouding 2001

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 08-03-2006 tot 20-06-2006]

Aanhef

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Staatssecretaris van Financiën van 23 oktober 2000, nr. FO2000/U89578, directoraat-generaal Openbaar Bestuur/BFO.

Gelet op de artikelen 8, derde lid, en 22 van de Financiële-verhoudingswet;

De Raad van State gehoord (advies van 14 december 2000, nr. WO4.00.0505/1)

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 19 januari 2001 (FO2001/U50552), uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  1. de wet: de Financiële-verhoudingswet;

  2. het CBS: het Centraal bureau voor de statistiek;

  3. de uitkeringsfactor: het quotiënt van het voor de algemene uitkeringen beschikbare bedrag en de som van de uitkeringsbases, bedoeld in artikel 11 van de wet;

  4. rastervierkanten: vierkanten van 500 bij 500 meter, zoals deze worden gebruikt in het geografisch basisregister van het CBS;

  5. omgevingsadressendichtheid van een adres: het aantal adressen in de omgeving van het adres, gedeeld door het oppervlak in vierkante kilometers van de omgeving. De omgeving van een adres wordt gevormd door het rastervierkant, waarin het adres is gelegen en de twaalf meest nabij gelegen rastervierkanten;

  6. woonkern: een verzameling rastervierkanten die ieder 25 adressen of meer omvatten, en een aaneengesloten gebied binnen een gemeente vormen. Indien de verzameling meer dan één rastervierkant bevat zijn de rastervierkanten tenminste met één zijde aan elkaar gesloten.

Hoofdstuk 2. Het provinciefonds en het gemeentefonds

Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen inzake de algemene uitkering uit het provinciefonds en het gemeentefonds

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Paragraaf 2.2. Bijzondere bepalingen in verband met enkele verdeelmaatstaven voor het provinciefonds

Artikel 5

Artikel 6

Paragraaf 2.3. Bijzondere bepalingen in verband met enkele verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds

Artikel 7

Artikel 8 [Vervallen per 13-01-2006]

Artikel 9 [Vervallen per 13-01-2006]

Artikel 10 [Vervallen per 13-01-2006]

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13 [Vervallen per 13-01-2006]

Artikel 14 [Vervallen per 13-01-2006]

Artikel 15 [Vervallen per 13-01-2006]

Artikel 16 [Vervallen per 13-01-2006]

Artikel 17

Artikel 18

Paragraaf 2.4. De aanvullende uitkering

Artikel 19

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 25

Paragraaf 2.5. De betalingen

Artikel 26

Hoofdstuk 3. Specifieke uitkeringen

Artikel 27

Artikel 28

Hoofdstuk 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 29

Artikel 30

Artikel 31

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 35

Artikel 36

Artikel 37

Artikel 38

Artikel 39

Bijlage 1. De verdeelmaatstaven voor het provinciefonds (bijlage bij artikel 3, eerste lid )

Bijlage 2. De verdeelmaatstaven voor het gemeentefonds (bijlage bij artikel 3, tweede lid )

Bijlage 3 [Vervallen per 13-01-2006]

Bijlage 4 [Vervallen per 13-01-2006]