Home

Wet op de ondernemingsraden

Geldig vanaf 1 januari 2022
Geldig vanaf 1 januari 2022

Wet op de ondernemingsraden

Opschrift

[Tekst geldig vanaf 01-01-2022]

Aanhef

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen omtrent de medezeggenschap van de werknemers in de onderneming door middel van ondernemingsraden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 1

1.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  1. Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  2. Raad: De Sociaal-Economische Raad, bedoeld in de Wet op de Sociaal-Economische Raad;

  3. onderneming: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin krachtens arbeidsovereenkomst of krachtens publiekrechtelijke aanstelling arbeid wordt verricht;

  4. ondernemer: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die een onderneming in stand houdt;

  5. bestuurder: hij die alleen dan wel te zamen met anderen in een onderneming rechtstreeks de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid;

  6. bedrijfscommissie: de bevoegde bedrijfscommissie, bedoeld in de artikelen 37 en 46.

2.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder in de onderneming werkzame personen verstaan: degenen die in de onderneming werkzaam zijn krachtens een publiekrechtelijke aanstelling bij dan wel krachtens een arbeidsovereenkomst met de ondernemer die de onderneming in stand houdt. Personen die in meer dan één onderneming van dezelfde ondernemer werkzaam zijn, worden geacht uitsluitend werkzaam te zijn in die onderneming van waaruit hun werkzaamheden worden geleid.

3.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt onder in de onderneming werkzame personen mede verstaan:

  1. degenen die in het kader van werkzaamheden van de onderneming daarin ten minste 15 maanden werkzaam zijn krachtens een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboek, en

  2. degenen die krachtens een publiekrechtelijke aanstelling bij dan wel krachtens arbeidsovereenkomst met de ondernemer werkzaam zijn in een door een andere ondernemer in stand gehouden onderneming.

4.

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde worden de bestuurder of de bestuurders van een onderneming geacht niet te behoren tot de in de onderneming werkzame personen.

Hoofdstuk II. De instelling van ondernemingsraden

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5a

Hoofdstuk III. Samenstelling en werkwijze van de ondernemingsraden

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 8

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 16

Artikel 17

Artikel 18

Artikel 19 [Vervallen per 01-04-1990]

Artikel 20

Artikel 21

Artikel 22

Artikel 22a

Hoofdstuk IV. Het overleg met de ondernemingsraad

Artikel 23

Artikel 23a

Artikel 23b

Artikel 23c

Artikel 24

Hoofdstuk IVA. Bijzondere bevoegdheden van de ondernemingsraad

Artikel 25

Artikel 26

Artikel 27

Artikel 28

Artikel 29

Artikel 30

Hoofdstuk IVB. Het verstrekken van gegevens aan de ondernemingsraad

Artikel 31

Artikel 31a

Artikel 31b

Artikel 31c

Artikel 31d

Artikel 31e

Artikel 31f

Hoofdstuk IVC. Verdere bevoegdheden van de ondernemingsraad

Artikel 32

Artikel 32a [Vervallen per 01-04-1990]

Artikel 32b [Vervallen per 01-04-1990]

Artikel 32c [Vervallen per 01-04-1990]

Hoofdstuk V. De centrale ondernemingsraden en de groepsondernemingsraden

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 35

Hoofdstuk VA. De medezeggenschap in kleine ondernemingen

Artikel 35a [Vervallen per 04-03-1998]

Artikel 35b

Artikel 35c

Artikel 35d

Hoofdstuk VI. De algemene geschillenregeling

Artikel 36

Artikel 36a

Hoofdstuk VII. De bedrijfscommissies

Artikel 37

Artikel 38

Artikel 39

Artikel 40

Artikel 41

Artikel 42

Artikel 43 [Vervallen per 01-01-2015]

Artikel 44 [Vervallen per 01-04-1990]

Artikel 45 [Vervallen per 01-04-1990]

Artikel 46

Hoofdstuk VIIA. Bijzondere taak Sociaal-Economische Raad

Artikel 46a

Artikel 46b [Vervallen per 19-07-2013]

Artikel 46c [Vervallen per 19-07-2013]

Hoofdstuk VII B. Bijzondere bepalingen voor ondernemingsraden bij de overheid

Artikel 46d

Artikel 46e

Hoofdstuk VIII. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 47

Artikel 48

Artikel 49

Artikel 49a [Vervallen per 01-04-1990]

Artikel 50

Artikel 51

Artikel 52 [Vervallen per 01-01-2002]

Artikel 53

Artikel 53a

Artikel 53b

Artikel 53c

Artikel 54